Castricum heeft de spreekwoordelijke boot gemist, en dat is in dit geval de nachttrein van en naar Amsterdam. Die stopt wél in Uitgeest en Alkmaar, maar dendert door het station van Castricum. En dat blijft nog wel even zo, pas in 2028 is er weer een kansje voor Castricum.
Dat is een teleurstelling voor Lokaal Vitaal, die vragen over de nachttrein had gesteld, maar zeker ook voor het college zelf. Dat spreekt wel uit de beantwoording: ‘helaas’, Castricum wilde écht wel, had die ambitie ook in het coalitieakkoord staan, maar kreeg nul op het rekest.
“Het college heeft de mogelijkheden actief onderzocht in gesprekken met de gemeente Alkmaar en de NS”, blikken burgemeester en wethouders terug. Maar: te laat. (tekst gaat door onder de foto)
Stopt niet in Castricum, staat in Amsterdam Centraal op de borden. En dat blijft dus zo. (foto: Streekstad Centraal)
En te laat komen, dat is natuurlijk nooit goed als het om treinen gaat. “De oorspronkelijke pilot zou twee jaar duren”, schrijft het college in de beantwoording.
“De pilot zou beginnen in december 2024 en aflopen in december 2026. De gemeente Alkmaar heeft begin 2026 besloten om de pilot een jaar te verlengen. Dit had te maken met de deadline voor verlenging. De gemeente moest in juni 2026 aan de NS laten weten of ze door wilde gaan met de nachttrein in 2027.”
Toen had Castricum nét zijn nieuwe college. Dat is daarna snel in gesprek gegaan met NS en ook met de gemeente Alkmaar, maar de planning bleek toen al te zijn gemaakt. Het was dus niet mogelijk om een extra stop in Castricum nog op te nemen in de nachtdienstregeling van 2027.
Overigens valt er wel iets te nuanceren aan het beeld dat de trein hard door Castricum heenrijdt. Door de relatief scherpe bocht waarin het station ooit is gebouwd moeten alle treinen hier afremmen, de snelheid gaat van 130km/u naar 100km/u – een Castricumse bijzonderheid. Maar een echte stop zit er dus niet in. (tekst gaat door onder de foto)
Het station overdag. De bocht waarin het station ligt laat treinen wel vertragen, maar niet allemaal stoppen. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is op dit moment niet duidelijk hoeveel deelname aan de nachttrein zou kosten”, reageert Castricum op vragen daarover van Lokaal Vitaal.
“De oorspronkelijke prijsberekening ging uit van twee haltes. Deze berekening is inmiddels niet meer actueel. De NS heeft vorig jaar de prijzen sterk verhoogd. Het is niet duidelijk hoeveel een derde halte zou kosten.” Op dit moment delen Alkmaar en Uitgeest de kosten.
Een nieuw overzicht van eventuele kosten is ook niet opgesteld omdat Castricum toch al niet meer mee kon doen aan de nachttreinpilot. Mocht de trein zo’n succes blijken dat er in 2028 een vast plekje voor wordt gevonden in de dienstregeling, dan ligt daar natuurlijk een nieuwe kans voor Castricum. Maar dat blijft voorlopig toekomstmuziek.
Van uitstel komt afstel, vreesde de Alkmaarse oppositiepartij OPA. Maar het college ontkent dat de Bestevaerbrug over het Noordhollandsch Kanaal een aflopende zaak is. Ja, het proces kost wat tijd en zelfs nog een beetje meer dan vooraf ingeschat, maar vooralsnog ziet het er volgens het college goed uit: “We geen belemmeringen voor het slagen van de brug.”
De gedachte dat het wel weer niet zal lukken met de Bestevaerbrug komt niet helemaal uit de lucht vallen. De plannen voor de brug zijn intussen al bijna oud genoeg om met pensioen te gaan en toch kwam het er nooit van. Ook nu bestaan er vragen bij onwonenden, ondernemers en belanghebbenden, berichtte Streekstad Centraal eerder.
Dat de uitvoering van de brug, als ‘fietsstraat’ met auto’s te gast, inmiddels in handen ligt van een college met GroenLinks-PvdA als grootste partij zorgde bij oppositiepartij OPA nog voor extra twijfels. Immers: noemde GroenLinks de brug mét auto’s eerder niet ‘de blunder van de 21e eeuw’? (tekst gaat door onder de foto)
Wat kranen al kunnen, moeten fietsers straks ook kunnen: hier het kanaal oversteken. (foto: Streekstad Centraal)
OPA-voorman Victor Kloos en stelde een reeks prikkelende raadsvragen over het onderwerp, waar zijn twijfels aan de intenties van het college duidelijk in doorklonken. “Het project moet geprojecteerd worden in de toekomstige situatie”, schrijft het college nu in een reactie op die vragen.
Dat het complex is, dat erkende Alkmaar al eerder. In de beantwoording schetst het college het lang aanslepende voortraject. “Vanaf september/oktober 2023 is specifiek onderzocht onder welke technische voorwaarden een fietsstraat waar de auto te gast is haalbaar is op deze locatie.”
Daarna volgenden in de jaren 2023 en 2024 de analyse van de ‘inpasbaarheid’, met de voorlopige conclusie dat eerst gewacht moest worden op de Mobiliteitsvisie 2040. Toen die in juli 2024 was vastgesteld is gekeken of wat de gemeente al aan de Bestevaerbrug had voorbereid erop aansloot. (tekst gaat door onder de foto)
Een archieffoto van een mogelijke bouwlocatie. In voorbereiding op de brug zijn bomen en boten hier al weggehaald. (foto: Streekstad Centraal)
In 2025 volgden doorrekeningen van de verkeersstromen en dan was er ook nog ‘uitgebreid overleg’ met de provincie en het waterschap. Dát is allemaal door de raad vastgesteld in november. “Nu de uitgangspunten bekend zijn kunnen we verder uitwerken en definitieve onderzoeken laten plaatsvinden.”
Snel is het dus allemaal niet gegaan en het zal nog iets langzamer afgerond worden ook, maar het college houdt vertrouwen. “Het besluit is niet genomen op drijfzand. We gaan van grof naar fijn, en van idee naar plan naar uitvoering. Hierbij neemt het detail toe in de tijd, wat extra inspanning vraagt.”
Zulke details zijn bijvoorbeeld de kabels die in de grond liggen, de eventuele uitkoop van pandeigenaren en het financiële plaatje; en ook zaken als stikstof en geluidsimpact kunnen nog roet in het eten gooien. “Er lopen op dit moment nog diverse onderzoeken welke in het slechtste geval een impact kunnen hebben op besluitvorming en kosten.”
Maar dat zijn allemaal scenario’s voor later. Voor nú is de koers dat de Bestevaerbrug er gewoon gaat komen en dat de wensen van coalitie en gemeenteraad uitkomen, met uiteindelijk dus écht die brug als resultaat.
De speculaas ligt alweer in de winkels en ook op het Alkmaarse stadhuis heeft Sinterklaas zijn intrede gedaan, zij het voorlopig nog alleen in de vorm van een financieel vraagstuk. Want het dórp Koedijk, dat is het tegenwoordig, heeft misschien net wat meer recht op een bijdrage aan de eigen sinterklaasintocht dan de búúrt Koedijk.
De kwestie had waarschijnlijk niet eens de agenda gehaald als de organisatie van de Koedijker intocht net als andere jaren de aangevraagde subsidie had gekregen. De Alkmaarse fractie van PRO schrijft in raadsvragen over het onderwerp dat de organisatie met een onverwachte tegenvaller te maken kreeg.
“Subsidie voor de intocht wordt sinds enkele jaren aangevraagd middels een bewonersinitiatief. In de voorgaande jaren is deze aanvraag telkens geheel
goedgekeurd”, schrijft PRO-raadslid Coene Wouters. (tekst gaat door onder de foto)
Het dorp aan het water leent zich natuurlijk perfect voor een feestelijke ontvangs van de goedheiligman. (foto: Streekstad Centraal)
Ook dit jaar dacht Koedijk dus wel weer te kunnen rekenen op die 2.750 euro die van de Koedijker intocht nét wat mooiers maakt. Maar dat liep anders. “Dit jaar is de aanvraag beoordeeld door de gebiedregisseur, en gedeeltelijk afgewezen met als motivatie dat voor een buurtfeest een maximumbedrag van 1.000 euro wordt toegekend”, schrijft het raadslid.
Die 1.000 euro is niet genoeg om de intocht in de vertrouwde vorm doorgang te laten vinden en dus zitten de Koedijker organisatoren met de handen in het haar.
Alleen: ‘buurt’. Een ‘buurtfeest’ mag maar 1.000 euro krijgen en niet meer, was het argument geweest. Koedijk kreeg juist dit jaar officiële erkenning als ‘dorp’ en is dus wel wat meer waard dan een buurt. Raadslid Wouters ruikt zijn kans. (tekst gaat door onder de foto)
Sinterklaas onderhoudt goede banden met het Alkmaarse college, dus Koedijk geeft het nog niet op.
“Is de wethouder het, in ogenschouw nemend dat voor een bewonersinitiatief een maximaal subsidiebedrag van 4.500 euro geldt, met ons eens dat een initiatief voor een dorpsfeest anders beoordeeld zou moet worden dan een initiatief voor een buurtfeest?”
De Koedijkers geven het duidelijk niet op en hebben naar het zich laat aanzien best een slimme ontsnappingsroute gevonden. Wethouder Marius Wiegman zegt in een tussentijds schrijven dat een antwoord even op zich zal laten wachten: “De vragen vergen onder meer uitzoekwerk naar de verschillende financieringsstromen.”
Waar het in eerste instantie de bedoeling was dat de wethouder vorige week al met een antwoord zou komen in de raadsvergadering, duurt dat nu nog tot 8 september. Tot die tijd kan Koedijk dus nog ‘vol verwachting’ blijven hopen op een intocht die net als andere jaren op ruime ondersteuning van de gemeente Alkmaar mag rekenen. (hoofdfoto: Marco Schilpp)
Deze week was het geweld dat bedrijventerrein Zandhorst in Heerhugowaard in juni dit jaar opschrikte voor even terug op het netvlies. Een politiereconstructie op de plek van de dodelijke steek- en schietpartij laat zien dat het onderzoek in volle gang is. In dezelfde week reageert het college van Dijk en Waard op de raadsvragen die voor de zomer over de situatie op de Zandhorst waren gesteld.
Van Ruitenbeek riep in haar vragen op om concrete maatregelen te treffen om het getroffen bedrijventerrein veiliger te maken. Maar hoewel het college toezegt te werken aan ‘een veilige en toekomstbestendige omgeving’, lijken er geen grote veranderingen op til. (tekst gaat door onder de foto)
Joke van Ruitenbeek maakte zich zorgen over de situatie op de Zandhorst. (foto: gemeente Dijk en Waard)
Dijk en Waard bestrijdt het beeld dat ondernemers op de Zandhorst worden omringd door criminaliteit. “Politiecijfers, meldingen en signalen van ondernemers laten geen beeld zien van een structureel onveilige situatie op bedrijventerrein De Zandhorst”, benadrukt het college. “Ondernemers geven aan dat zij merken dat er daadwerkelijk wordt gehandhaafd.”
Dat er wel eens wat verdachts gebeurt is eigen aan dit type bedrijventerreinen, relativeert het college. “Bedrijventerreinen als de Zandhorst hebben van nature bepaalde kwetsbaarheden.” Er zijn bijvoorbeeld heel wat uren op de dag dat er nauwelijks een levende ziel aanwezig is, zodat er veel ongezien blijft.
Maar dat hoort er dus een beetje bij. “Op basis van politie- en meldingsgegevens ontstaat een gemengd maar overwegend regulier beeld, passend bij een bedrijventerrein van deze omvang en functie.” (tekst gaat door onder de foto)
Een luchtfoto van het terrein, ingeklemd tussen de spoorlijn en Langedijk.
Het college heeft weet van 297 meldingen over de afgelopen vijf jaar. Oudere meldingen verdwijnen uit de systemen, zo bleek al eerder na vragen over een drugslab in de Stad van de Zon. Die 297 meldingen over de Zandhorst zijn lang niet allemaal ernstig, het college ziet dus geen structurele onveiligheid.
In de raadsvragen van Senioren Dijk en Waard klonken anderzijds toch wel oprechte zorgen door. Het geweld begin juni leidde ook tot ingrijpen van de gemeente: burgemeester Poorter sloot het pand waar de moord had plaatsgevonden.
“De verdeling van de meldingen laat zien dat het grootste deel betrekking heeft op verdachte situaties, vermogensdelicten en overlastmeldingen. Ernstige geweldsincidenten komen in vergelijking daarmee beperkt voor”, duidt het college. (tekst gaat door onder de foto)
De angstige situatie aan de Coulombstraat is echt een uitzondering, stelt Dijk en Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Van de concrete maatregelen waar raadslid Van Ruitenbeek om vroeg komt het dan ook niet, wél wil het college in samenwerking met ondernemers op de Zandhorst blijven werken aan een bedrijventerrein dat diverser en daardoor ook veiliger is. “Samen met ondernemers en veiligheidspartners wordt daarom gewerkt aan een veilige en toekomstbestendige omgeving.”
Het gevraagde cameratoezicht komt er niet: “Op basis van de beschikbare informatie en signalen van politie, gemeente en andere veiligheidspartners is er momenteel geen aanleiding om cameratoezicht in te voeren.” Het college stelt dat Dijk en Waard juist al op de goede weg is.
Als het tóch nodig blijkt te zijn, kunnen er wel aanvullende maatregelen genomen worden. “Daarmee richt het college zich zowel op het versterken van de feitelijke veiligheid als op het behouden en vergroten van het veiligheidsgevoel onder ondernemers.”
Het zat, of beter: lag níét mee deze keer. Maar de deelnemers van de beddenrace in Noord-Scharwoude zetten door, ondanks de stevige plensbuien die het sportieve element teisterden. De beddenrace mag voor een deel van het deelnemersveld dan ‘ludiek’ zijn, de wedstrijd is toch serieus genoeg om er een nat pak voor over te hebben.
“Ik kom uit Langedijk, dan moet je wel”, lacht deelneemster Marinel in gesprek met Streekstad Centraal. Ze racet samen met Femke, die er voor de eerste keer bij is. Dat laatste geldt zeker niet voor Marinel: “Ik kom hier al jaren.”
Echt hárd zullen Marinel en Femke niet gaan, kondigen ze voorafgaand aan de race aan. Het gaat voor hun vooral om de lol die ze eraan beleven. De voorbereiding is daar deel van. (tekst gaat door onder de foto)
De strijd tegen de elementen werd niet helemaal met winst afgesloten, maar dat mocht de pret niet drukken. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Iggy en Thomas is de beddenrace van Bedspecial het juist wél een serieuze wedstrijd. “Voor mij is dit het vierde jaar”, verklaart Iggy. Thomas: “Voor mij de vijfde keer.” Het doel: winnen.
“De eerste plek bij de jeugd en zo lang mogelijk aanhaken bij de heren”, omschrijft Iggy de ambities. “Wij lopen altijd de 2,5 uur uit en proberen dan zo hoog mogelijk te eindigen bij de heren. We trainen twee keer in de week!”
Voor Marinel en Femke telt niet de winst, maar het geld dat ze zo ophalen voor Museum BroekerVeiling. “Wij komen uit de museale wereld. We vinden dat er meer aandacht moet komen voor het behoud van objecten. Juist het werk achter de schermen, wat minder bekend is.”
Concreet hebben ze het dan over de bestrijding van houtworm, maar als vanzelf gaan de gedachten deze zaterdag naar de risico’s van waterschade. Alles wat ze voorbereid hadden: doorweekt. Zijzelf, als we ze na hun race weer spreken: ook doorweekt. (tekst gaat door onder de foto)
De finish, na een uitputtende tocht door weer en wind… (foto: Streekstad Centraal)
Iggy en Thomas zijn behalve nat ook ‘kapot’, laten ze weten, maar hun sportieve inzet heeft zich uitbetaald: “Eerste bij de jeugd en vierde bij de heren, dus prima.” Doel behaald.
Zo is het ook voor organisator Jilles Witte. Wat de organisatie zelf in de hand heeft, dát liep toch op rolletjes. Het weer is nou eenmaal niet te controleren. “We zagen de week van tevoren al dat het niet beter weer zou worden. En dat merk je nu dus ook. Ja, dit heb je nou eenmaal. Het is een buitenevenement en beter dan dit kunnen wij het ook niet maken. We hebben tenten neergezet en hier ook een tent. Dus ja, we moeten het ermee doen, helaas.”
Voor echt noodweer is natuurlijk een protocol, zegt Witte, maar dat was deze keer nog niet nodig. Die Langedijkers zijn niet van suiker – en reken maar dat Langedijkers deze wedstrijd máken. “Toevallig is mijn oom dit ooit begonnen, bij negen eeuwen Langedijk”, vertelt Witte. “Daarna heeft mijn vader het wat jaren gedaan. En nu, sinds tien jaar, doet mijn neef het met een clubje. En sinds drie jaar zit ik er ook bij. Dus ja, het zit in de familie!”
Een ambulance is zondagmorgen zwaar beschadigd geraakt bij een aanrijding in Sint Pancras. Een personenauto en de ambulance raakten daar hard met elkaar in botsing. Dat gebeurde op de Bovenweg, midden in het dorp. De straat lag vervolgens bezaaid met brokstukken.
Het ongeluk gebeurde even na 10:00 uur. Getuigen melden dat de ambulance uit de Van de Vijzellaan kwam aanrijden en de Bovenweg op reed. Daar klapte het voertuig op een auto. Mogelijk lag een voorrangsfout aan de basis van het ongeluk.
Eén betrokkene raakte gewond bij de aanrijding, maar er hoefde uiteindelijk niemand naar het ziekenhuis. Wel kwam een extra ambulance ter plaatse. Ook de Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG) kwam naar de Bovenweg om de medische hulpverlening op de plek van het ongeval zelf te kunnen coördineren.
De 37 leerlingen die in 1951 naar een nieuw Alkmaars schooltje gingen zullen het zich vast niet hebben kunnen voorstellen, maar intussen is die school een begrip in Alkmaar en wijde omgeving – en jarig. Het Jan Arentsz viert dit najaar het 75-jarig jubileum en daar wordt door zowel oud-leerlingen als het personeel naar uitgekeken. “Hieraan zie je terug dat ze een goede tijd hebben gehad.”
Op zaterdag 3 oktober is het feest, met een heuse reünie, maar nu al is het getal 75 overal in de school aanwezig. Oud-directeur Jan Alex Brandsma loopt weer door de gangen waar hij vorig schooljaar afscheid van nam. “Hee, ben je er weer, je was toch met pensioen?”, begroeten oud-collega’s hem plagend. Ze weten natuurlijk best dat hij bij het jubileumfeest betrokken is – en zelf zijn ze minstens zo betrokken.
“Dat is wel bijzonder aan het Jan Arentsz: dat mensen hier echt lang blijven werken”, weet Brandsma, die zelf in 1985 op deze school begon en al sinds 1998 ook binnen de directie actief was. “Dat zegt wel wat over deze school. De sfeer met de collega’s is goed.” (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz is 75 geworden, en ruim de helft van die jaren was Jan Alex Brandsma hier aan het werk. (foto: Streekstad Centraal)
Zijn loopbaan begon in de rol van docent. ‘Meneer Brandsma’ gaf hier economie en bleef dat ook doen nadat hij tot het bestuur van de school was toegetreden. “Als er voor economie een klas overbleef in de verdeling keken ze toch wel naar mij. Pas in de laatste drie, vier jaar was ik alleen maar vestigingsdirecteur. Maar toen ik met pensioen ging was er toch nog even sprake van dat ik nodig zou zijn.”
Die bereidheid om ook na de pensionering nog mee te denken met het reilen en zeilen van de school is niet uniek voor Brandsma, relativeert hij. Er zijn best wat oud-docenten op te noemen die nog wel eens komen invallen. Ook dat laat zien dat het ‘goed zit’ op het Jan Arentsz.
“We zijn een school met een christelijke identiteit. We beginnen niet meer standaard met de bijbel opengeslagen in de klas, maar we hebben nog altijd dagopeningen. Dan staan we stil bij actuele gebeurtenissen, zoals nu in Nepal. Maar ook bijbelverhalen komen aan bod. We komen hier samen om iets te leren, maar ook om een goede tijd met elkaar te hebben. Om vrienden te maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen oud (rechts) en nieuw is nog altijd een open ruimte. (foto: Streekstad Centraal)
Die identiteit was in de eerste dagen van de school nog heel duidelijk afgebakend, in een tijd dat Nederland verzuild was. Het ‘Christelijk Lyceum Alkmaar’ begon aan de Kennemerstraatweg, in het pand dat nu nog van het LUZAC is. Maar wat klein begon zocht al snel elders ruimte. Eerst in de wijk De Hoef, maar inmiddels al een goede veertig jaar aan de Mandenmakersstraat, nét over de ring.
“Hier hebben we twee gebouwen”, vertelt Brandsma. “Voor zo’n 1700 leerlingen. In Langedijk is nog een andere locatie voor ongeveer 500 leerlingen.” De twee gebouwen zijn – voor wie hier vertrouwd is – verdeeld in een ‘oud’ en een ‘nieuw’ gebouw. In dat oude begon Brandsma in 1985 zelf aan zijn carrière binnen het Jan Arentsz. “Dat trappenhuis waar we net doorheen gingen, dat is nog precies hetzelfde als toen.”
Op de plek van de huidige nieuwbouw heeft lang een tijdelijke constructie gestaan, het ‘E-gebouw’. “Daar hebben veel mensen wel herinneringen aan, ik verwacht dat het daar wel over zal gaan op de reünie.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook iets dat veranderd is: een eigen statiegeldmachine in de school. (foto: Streekstad Centraal)
Brandsma kan nog wel meer verhalen bedenken die hij hoogstwaarschijnlijk terughoort. “Die keer dat er schapen in de aula stonden! Een examenstunt was dat, de ‘kolder’. Dat was wel een leuke, met medeweten van de conciërge, die ze had binnengelaten.”
Brandsma noemt ook acties die leerlingen op touw zetten, waarmee de school ook regelmatig de media haalde. “Ik denk dat er ook veel mooie herinneringen zijn aan de werkweken. Aan bepaalde leraren natuurlijk. De musicals, van leraren en leerlingen samen! Nee ik niet hoor, ik was nooit zo’n acteur. Maar het zijn mooie verhalen.”
Dieptepunten zijn er ook. Brandsma hoeft niet lang na te denken. “Gerd Nan van Wijk, een leerling van ons, is hier op het schoolplein opgewacht en geslagen, in 2007. Hij is overleden. Dat was echt vreselijk.” Een foto van Gerd Nan hangt nog altijd in de school.
De geschiedenis in hoogte- en dieptepunten is ook de geschiedenis van een wereld die veranderde, en doorwerkt op de school. “De leerlingen, ach, die zijn helemaal niet zo veranderd”, lacht Brandsma. “Dat zijn gewoon echt dezelfde jongens en meisjes.” (tekst gaat door onder de foto)
Leerlingen komen nog steeds massaal met de fiets naar school. (foto: Streekstad Centraal)
Maar de wereld komt op een andere manier bij ze binnen, ziet ook Brandsma. Pestgedrag is van alle tijden, maar met de sociale media van vandaag gaat dat ook buiten de school nog door. “Dat is echt wel een ding geworden”, erkent hij. Niet dat het Jan Arentsz die smartphones nou zelf zo aanmoedigt: de school is juist helemaal telefoonvrij.
“Wat je ook wel merkt is dat school niet meer op de eerste plaats staat in hun leven. Ze hebben baantjes, heel vroeg al. Andere dingen die aandacht vragen. Tegelijk hebben wij hier nu veel meer aandacht voor psychische problemen die spelen. Het idee dat je je moet bewijzen leeft heel sterk. Dat is ook iets dat nú meer een plek krijgt dan vroeger.”
Hoofdzaak is altijd gebleven dat iedereen zich welkom voelde in de school. “De school heeft echt een sociale functie. Daar zijn we ons altijd heel bewust van geweest: dat we onze leerlingen het gevoel gaven dat we écht iets met ze op hadden, dat ze gezien werden. Dat is nooit veranderd. Daarom ben ik ook zó benieuwd naar alle verhalen die we gaan horen…”
Het is nú een levendig kermisterrein, maar in de rest van het jaar een verkeersader waar automobilisten nogal eens flink gas geven. De Alkmaarse VVD stelde deze zomer raadsvragen over de geluidsoverlast die Alkmaarders die aan of vlakbij de Kanaalkade wonen door het jaar heen ervaren. Het college ziet een oplossing in een 30km-zone.
In het coalitieakkoord was hier al sprake van en nu zegt het college dus toe daar werk van te maken. En dat dus in antwoord op vragen van de VVD, een partij die zich nogal eens profileert als ‘autopartij’.
“Omwonenden ervaren overlast van onder meer hard optrekkende voertuigen, bromfietsen, motoren, harde muziek en ander verkeersgedrag dat de leefbaarheid aantast”, schreef raadslid Jeroen van Velzen begin augustus.
“Welke aanvullende fysieke, verkeerskundige of gedragsbeïnvloedende maatregelen acht het college kansrijk om herhaald hinderlijk rijgedrag op de Kanaalkade te ontmoedigen?”, wilde het VVD-raadslid daarom weten. (tekst gaat door onder de foto)
Drukte op de Kanaalkade: dan wordt er in ieder geval niet te hard gereden. (foto: Streekstad Centraal)
“Het college herkent de signalen dat op en rond de Kanaalkade geluidsoverlast en hinder door verkeer wordt ervaren”, valt te lezen in de beantwoording op de vragen van de VVD. “Handhaving ontvangt hierover meldingen en heeft ook zelf aandacht voor dit fenomeen.”
Het college presenteert daarop de oplossing die in het coalitie-akkoord nog verdacht leek op een compromis dat autopartij VVD met enige moeite had moeten slikken: een 30km-zone op de Kanaalkade. “Het geluidsniveau zal dan halveren”, voorspelt het college. “Daarmee verwachten we dat excessieve snelheden, tot 90 km/u, flink afnemen.”
Om dat af te dwingen wordt een grote herinrichting van de Kanaalkade voorbereid. De ‘binnenring’ rondom de Alkmaarse binnenstad verandert gaandeweg dus in een grote 30km-zone, nadat ook de Kennemersingel deze bestemming kreeg. Ook elders in de stad past Alkmaar straten aan om een lagere maximumsnelheid af te dwingen.
Die aanpassingen passen ook bij de hedendaagse landelijke opvattingen over verkeersveilige straten. Als fietsers de rijbaan met auto’s delen zien verkeersdeskundigen en overheden de maximumsnelheid graag dalen van 50km/u naar 30km/u. (tekst gaat door onder de foto)
Er zijn vaak wijzigingen aangebracht aan de Kanaalkade, zoals de groene busstrook. (foto: Streekstad Centraal)
Het is de VVD wel menens, de partij drong in de raadsvragen dan ook aan op handhaving op deze vorm van geluidsoverlast. Daar werkt Alkmaar ook heus aan, zegt het college.
“De bestaande inzet kan de komende periode verder worden versterkt door controles waar mogelijk gerichter in te zetten op basis van meldingen, eigen waarnemingen en geconstateerde patronen”, zegt Alkmaar toe. Daarbij wordt wel gekeken naar hoeveel handjes daarvoor vrij zijn en waar door handhavers prioriteit aan wordt gegeven.
Ook de techniek kan hierbij helpen. “Er wordt in het bijzonder gekeken naar de proef met geluidscamera’s in Rotterdam”, schrijft het college. Met die techniek kunnen luid optrekkende voertuigen efficiënt worden opgespoord. Het college zegt toe voor het einde van dit jaar met meer uitleg te komen over de maatregelen op de Kanaalkade.
De historische band van Korea met het dorp De Rijp in het verre Nederland staat traditioneel iedere zomer in de schijnwerpers, maar dat de ambassadeur van Zuid-Korea ook naar de kaasmarkt komt, dat is wel bijzonder. De geschiedenis waar het hier om gaat is dit jaar dan ook precies 400 jaar oud en dat zorgt voor een gouden randje.
In augustus 1627 zette Jan Jansz. Weltevree uit De Rijp voet op Koreaanse bodem. Daarmee was hij de allereerste westerling die dit toen zo gesloten land bezocht. Een bezoek zonder einde, overigens: Weltevree mocht het land nooit meer verlaten, maar wist er een goed bestaan op te bouwen als adviseur van de keizer.
Dat we weten van Weltevrees lot is een toevallige speling van het lot geweest, doordat Weltevree jaren later als tolk werd opgevoerd toen een ándere Nederlander met Koreanen in contact kwam. (tekst gaat door onder de foto)
Binnen in de Waag proeft de ambassadeur van kaas bij de koffie. (foto: Streekstad Centraal)
Sinds jaar en dag wordt er bij deze geschiedenis stilgestaan in De Rijp zelf, vaak ook, zij het niet altijd, in aanwezigheid van de ambassadeur van Zuid-Korea.
Maar in dit feestelijke jaar kreeg ambassadeur Hong Seok-in ook nog de eervolle taak om de Alkmaarse kaasmarkt te openen. Die markt was vrijdag dus nog internationaler dan anders.
“Kaas is zo wel een symbool geworden van de band tussen Nederland en Korea”, merkte de ambassadeur op. (tekst gaat door onder de foto)
De vrouw van de ambassadeur werd rondgedragen op een berrie. (foto: Streekstad Centraal)
De kaasdragers legden in een mengeling van Engels, gebarentaal en geïmproviseerd Koreaans uit wat er precies gebeurde op de historische markt en dat kon op enthousiasme rekenen van de ambassadeur. En ook van zijn vrouw Kyeong Ok Jeong, die door de kaasdragers werd rondgedragen tussen de kazen.
De huidige Koreaanse ambassadeur vervult deze functie sinds april 2025. Voor hem was het dus de tweede ‘Commemoration Day’.
Wat was de teleurstelling groot toen Power Valley 2026 niet door kon gaan – om een broedende ransuil. Maar minstens zo groot is de opluchting dat er tóch een mogelijkheid is gevonden om dit feest rond trucks en trekkers te laten plaatsvinden in het Geestmerambacht.
Power Valley is wel korter dan gebruikelijk: het vindt zaterdag 19 september plaats als eendaags evenement. Dat dit nog geregeld kon worden laat zien hoe er in het wereldje van pulling wordt meegedacht, en meegevoeld met de teleurstelling van de organisaties.
Power Valley begint zaterdag 19 september om 14:00 uur en duurt tot 21:00 uur. Bezoekers kunnen rekenen op een sportieve dag met truck- en tractorpulling, krachtige machines en volop actie op het terrein. Zie ook de website van Power Valley.