Houtrook en de warmte van een knapperend vuur – de één geniet ervan, een ander kan het benauwen. In dit geval letterlijk. Vaak zullen buren als het even kan best rekening willen houden met elkaar, maar houtrook kan ook een bron van conflict zijn. De Alkmaarse SP pleit er daarom voor om ook in Alkmaar te gaan werken met de ‘Stookwijzer’.
Dat komt naar voren uit raadsvragen van de SP. Vragenstellers Rico Wijdoogen en Roxanne Borgman halen een voorbeeld uit de praktijk aan van buren met een vuurkorf: “Bij de Hulpdienst van onze partij hebben zich personen gemeld die overlast ervaren van hun buren die in de lente- en zomermaanden graag in de avond tot midden in de nacht een vuurkorf branden.”
Samen rond een vuur zitten, veel mensen vinden dat gezellig en genieten dan van het flakkerende licht en de bijzondere geur van brandend hout. Maar de rook kan ook op de luchtwegen slaan bij wie daar gevoelig voor is. (tekst gaat door onder de foto)
Rico Wijdoogen van de SP wil van het college weten waarom Alkmaar nog niet is aangesloten bij de Stookwijzer (foto: Streekstad Centraal)
“Zij ervaren ernstige hinder door deze vuurkorf”, stippen de vragenstellers dan ook aan. Last van de longen, last van de ogen, misselijkheid: dat zijn allemaal klachten die geassocieerd kunnen worden met houtrook. Er zijn al langer zorgen over dat onderwerp, ook op politiek niveau.
“Niet meer met de ramen open kunnen slapen vanwege rookontwikkeling of ’s avonds niet meer in de tuin kunnen zitten vanwege stank- en rookoverlast”, schrijft de SP. “Ook maken zij zich zorgen om het milieu en de dieren.”
In zo’n geval kan het helpen om het gesprek met de buren aan te gaan, maar niet altijd leidt dat tot verandering. “Helaas willen de buren hun vuurkorf niet doven en blijven zij doorgaan, waardoor de omgeving blijvend hinder en overlast ervaart”, signaleren de vragenstellers. (tekst gaat door onder de foto)
Code Rood op de Stookwijzer: liever geen vuurkorf aansteken (beeld: Atlas Leefomgeving)
Een oplossing vindt de SP in de landelijke Stookwijzer, waar steeds meer gemeenten zich bij aansluiten. “De Stookwijzer van Atlas Leefomgeving geeft aan de hand van codes aan wanneer je beter niet kunt stoken”, verklaart de fractie. “Bij code rood en oranje kun je een melding maken van overlast. Deze
melding gaat dan automatisch naar de gemeente.”
Tenmiste: als die gemeente is aangesloten bij de Stookwijzer. En dat is Alkmaar nog niet. “Is de gemeente Alkmaar van plan zich in de toekomst aan te sluiten bij de Stookwijzer?”, wil de SP dan ook weten. Dan kunnen Alkmaarders overlast makkelijker melden. Het geeft de gemeente ook een beter overzicht heeft van de meldingen en uit welke wijk deze komen, geeft de SP nog mee. (hoofdfoto: Wikimedia Commons)
Tachtig brouwerijen, één recept, één bier. Om geld in te zamelen voor onderzoek naar de spierziekte ALS verenigden Nederlandse brouwers zich en ze brouwden ‘No time like now’. Dat leverde voorlopig 21.000 euro op. Twee Heerhugowaarders brouwden mee – en een Alkmaarder zorgt ervoor dat het ook in onze regio op tap komt.
Streekstad Centraal spreekt de drie bierliefhebbers in Alkmaar, in Café De Pilaren. Dáár zal het ook op tap komen, vertelt barman Rick Ooms. “Een fris en soepel bier, dus dat past prima bij het seizoen waarin het op de markt komt”, prijst hij het vast aan. “Wel stevig. Het alcoholpercentage is 8,3 procent.”
Die informatie krijgt hij rechtstreeks van brouwer Lucas den Engelsman, die samen met zijn compagnon Bas van Zelst is aangeschoven om te vertellen over een bier dat eigenlijk het hunne niet is. “Nee, dit is niet typisch een recept voor Meerkikker. Dit is Beer Geeks Beat ALS.” (tekst gaat door onder de foto)
Rick Ooms, Lucas den Engelsman en Bas van Zelst leveren samen een bijdrage aan de actie voor ALS (foto: Streekstad Centraal)
Meerkikker, zo heet de Heerhugowaardse brouwerij van Lucas en Bas. Sinds 2025 zijn ze actief, kleinschalig. Ze brouwen in gehuurde ketels in Mijdrecht, maar de recepten worden bedacht in Heerhugowaard. “Toen we hoorden van deze samenwerking hebben we ons meteen ingeschreven”, vertelt Bas. “Leuk om eens te doen, en zo leren we meteen andere brouwers kennen.”
Op de lange lijst van tachtig deelnemende brouwerijen staat ook de naam van Lost uit Uitgeest, dus de regio was sowieso goed vertegenwoordigd. “We hebben het gebrouwen bij BAX Bier in Groningen”, zegt Lucas. “Daar was het dus wel druk. Maar het is niet zo dat we zelf ingrediënten in de ketel gooiden. Het brouwen zelf is gewoon door BAX gedaan.”
Die dag, met al die brouwers samen, was ook het moment waarbij iedereen stil stond bij het verhaal áchter dit bier. Want ‘Beer Geeks Beat ALS’ is een actie met een geschiedenis, weet ook Rick. “Ik was erbij, de laatste dag van Oscar, in de Uiltje Bar in Haarlem…” (tekst gaat door onder de foto)
Het etiket is ontworpen door Frank Bos – ook hij heeft de diagnose ALS (beeld: Beer Geeks / Frank Bos)
Oscar, dat was Oscar Wagner, bierliefhebber pur sang – maar getroffen door ALS. Hij liet zich door zijn ziekte niet aan huis kluisteren, bleef cafés opzoeken, bieren proeven, grappen maken. “Dat vond ik heel knap aan hem”, herinnert Rick zich. “Hij wilde léven.”
Maar uiteindelijk was dat niet meer vol te houden. Op een zelfgekozen moment liet Oscar zijn leven dan ook aflopen, maar niet nadat hij nog wat bijzondere bieren had geproefd in het gezelschap van andere ‘Beer Geeks’. “Die waren uit heel de wereld daarheen gebracht. En Westmalle had speciaal voor dat moment hun Tripel op fust afgevuld. Dat maak je anders nooit mee. Hij was een grote in de bierwereld.”
Bas knikt. Het verhaal, op die brouwdag, maakte indruk op hem. Het is in de nagedachtenis van Oscar dat de Beer Geeks, proevers die elkaar in eerste instantie kenden van Facebook, de actie ‘Beer Geeks Beat ALS’ opzetten. Het bier ‘No Time Like Now’ is het zevende bier dat vanuit deze gedachte wordt gebrouwen en wederom gaat de opbrengst naar onderzoek dat ALS de wereld uit moet helpen. (tekst gaat door onder de foto)
De tachtig brouwerijen samen bij de ketels van BAX Bier in Groningen (foto: Beer Geeks/Victor Krijt)
“Het heeft nu al 21.000 euro opgebracht, ons bier”, weet Lucas. “Maar alle acties van de Beer Geeks samen leveren nog veel meer op.” De teller op de website gaat inderdaad ruim over een half miljoen heen – en het houdt nog niet op.
“Het maakt me niet eens uit wáár het verkocht wordt”, vult Rick aan. “Zolang er maar véél van verkocht wordt.”
Het bier zelf is een ‘grape ale’. Druiven dus, maar dan in bier. De basis is natuurlijk mout, het biergraan, maar daaraan is druivenmost toegevoegd en dat zorgt voor extra zachtheid. Hop zorgt voor een fijne bitterheid en het bijzondere gist, afkomstig uit Noorwegen, heeft van het geheel een bier met veel aroma’s, veel smaakprikkels gemaakt. Het moest immers wél door de keuring van de Beer Geeks kunnen komen, zodat zij, met Oscar in herinnering, het sámen kunnen drinken. Zo blijft zijn verhaal inspireren.
Het is een storm die veel Alkmaarders zich nog wel kunnen heugen: zomerstorm Poly, die in 2023 een spoor van vernieling trok door woonwijken en dorpen in de gemeente. Toen al sneuvelden er de nodige bomen, ook in de weken erop, toen Stadswerk072 bomen die in te slechte staat waren weghaalde. Maar daarbij blijft het niet, werd deze week duidelijk.
De storm van 5 juli 2023 trof Alkmaar zwaar. Dit deel van Noord-Holland kreeg de volle laag en dat was ook in de uren erna nog goed te merken. Overal lagen straten vol takken en bladeren. In iedere wijk, ieder dorp waren er wel bomen omgewaaid, soms heel oude en heel grote.
Wat verdween, moest wel terugkomen. Alkmaar maakte dan ook werk van het herstel van de verdwenen reuzen, bijvoorbeeld op het Bolwerk. (tekst gaat door onder de foto)
Het herplanten van bomen is soms een hele klus (foto: Streekstad Centraal)
Die geschiedenis lijkt zich te herhalen. De afgelopen periode zijn de duizenden bomen die de gemeente rijk is nog eens aan extra controles onderworpen. “Hieruit blijkt dat een klein deel van de 52.000 bomen in gemeente Alkmaar niet veilig te behouden is”, heeft de gemeente moeten vaststellen. “Deze bomen moeten daarom worden gekapt. Voor ongeveer 600 bomen is hiervoor een kapvergunning nodig.”
Dat betekent dus een nieuwe kaalslag, maar wel weer met de belofte dat voor bomen die verdwijnen, ook weer bomen worden teruggeplant. Niet altijd zal dat op dezelfde locatie lukken, zegt de gemeente daar wel bij. Voor bomen toch al niet zo handig stonden – dichtbij kabels en leidingen – wordt op een andere plek een vervanger geplant. (tekst gaat door onder de foto)
De echt gevaarlijke plekken werden als eerste aangepakt (foto: Streekstad Centraal)
Niet alle 600 bomen zijn ook echt dood, er zijn uiteenlopende redenen om tot kap over te gaan. Zo kunnen de bomen instabiel zijn, of aangetast door zwammen (samen 180 bomen) en zijn er 250 bomen ziek of rot.
De gemeente schrijft dat er 90 bomen zijn die ‘ernstige afstervingsverschijnselen’ hebben, 80 zijn al dood.
De volgorde van de kap wordt bepaald door de locatie van de bomen. “De kapvergunningen vragen we per buurt aan, verdeeld over drie fases”, verklaart het college. Het kappen begint in de wijken West, Zuid en Overdie; in de tweede fase zal het gaan om de noordelijke wijken en Koedijk. Als laatste komen Oudorp, het centrum, Vroonermeer en het ‘buitengebied’ aan bod.
“Het streven is om de bomen uit fase 1 te kappen in de zomer van 2026”, kondigt het college aan. Ook de overige bomen gaan dit jaar nog om.
Het Regionaal Archief in Alkmaar heeft véél informatie online staan, maar niet alles. Persoonlijke gegevens van mensen mogen nooit zomaar op de website verschijnen en daar controleert het archief dan ook goed op. Toch blijkt het nou juist op dit punt mis te zijn gegaan.
Dat heeft het Regionaal Archief zelf bekendgemaakt op de website. Anderhalf jaar lang stond informatie over inwoners van de vroegere gemeenten Langedijk en Heerhugowaard ongecensureerd op de website van het archief. Het ging daarbij om namen, adressen, telefoonnummers en ook persoonlijke gegevens als paspoort- en rijbewijsnummers.
Die gegevens slaan gemeenten normaal wel op van hun inwoners en dus deden de nu gefuseerde gemeenten Langedijk en Heerhugowaard dat ook – maar die archieven horen dus niet openbaar te worden. (tekst gaat door onder de foto)
Het gebouw van het Regionaal Archief gezien vanuit de lucht (foto: Streekstad Centraal)
Het Regionaal Archief zette de oude gemeentestukken in 2024 online. Daar waren ze dus in principe in te zien voor wie ernaar zocht. Daarvoor moesten mensen dan wel zelf gaan grasduinen in de archieven van 2005 tot 2022.
In het eigen statement legt het archief uit dat de kans niet heel groot is dat er iets met deze gegevens is gebeurd. Het is geen ‘hack’, mensen moesten er wel echt zelf naar zoeken: “De documenten waren niet op naam doorzoekbaar. Dit betekent dat het zowel voor medewerkers van het archief als voor mensen met slechte bedoelingen moeilijk was om persoonsgegevens te vinden. Op dit moment hebben we geen meldingen of aanwijzingen dat iemand de informatie heeft misbruikt.”
Toch maakt het archief mensen graag attent op deze fout, zodat ze alert kunnen zijn op bijzondere mailtjes met daar delen van deze informatie in: “Wees extra voorzichtig bij e-mails of telefoontjes die van het Regionaal Archief Alkmaar of de Gemeente Dijk en Waard lijken te zijn.”
Vanzelfsprekend zijn de gemeentelijke archieven intussen offline gehaald en weer net zo veilig als alle andere archieven.
In Oudkarspel zijn een fietser en een auto met elkaar in botsing gekomen. Dat gebeurde maandagavond. De fietser raakte daarbij ernstig gewond. Het slachtoffer is daarom met spoed overgebracht naar het ziekenhuis om daar verder behandeld te worden.
Getuigen spreken van een forse klap. De botsing vond plaats op de kruising van de Voorburggracht en de Provincialeweg. De precieze toedracht van het ongeval is niet bekend, getuigen spreken van een mogelijke voorrangsfout.
Er werd groot uitgerukt door de hulpdiensten. Die konden de fietser de eerste zorg verlenen, op straat; dit voordat de ambulance het slachtoffer naar het ziekenhuis bracht.
De schade aan de auto was flink. De inzet van de hulpdiensten zorgde voor enig oponthoud op de kruising. (beeld: PersfotoNH)
Alkmaarders die hun eigen buurt netjes houden, die verdienen wel een steuntje in de rug, vinden ze bij Stadswerk072. En dus werden dertig ‘buurtopruimhelden’ extra in het zonnetje gezet met speciale awards. En chocolade. Met de awards hoopt Stadswerk ook andere Alkmaarders te inspireren om hun buurt schoon te houden.
In Oudorp is Sofie één van de harde werkers. Zeven jaar oud ze. Op skeelers zoeft ze door de wijk op zoek naar zwerfvuil. Dat ruimt ze op met de afvalgrijper, legt ze uit aan Streekstad Centraal. “Ik pak het niet met mijn handen, soms is het vies. Al zie ik ook wel eens dingen die nog helemaal heel zijn. Dan weet ik niet of het afval is.”
Haar jonge leeftijd helpt haar bij het scannen van rondslingerend speelgoed. Dat weet ze meestal wel terug te brengen bij de rechtmatige eigenaar. De buurtkinderen kent ze natuurlijk wel. “Als ze er zin in heeft, gaan we op pad”, verklaart moeder Loes. “En dat is vaak genoeg!” (tekst gaat door onder de foto)
Ook het team van Het Kompas kreef de award uitgereikt (foto: Love Not Waste)
Ook scholen hebben aandacht voor de schone buurten. Sofie herinnert zich dat van haar school ook wel. In Alkmaar-Noord geldt dat in ieder geval zeker voor basisschool Het Kompas aan de Kofschipstraat. “Leerlingen ruimen met hun afvalgrijpers rond het schoolplein op tijdens de pauzes of als onderdeel van de les over het milieu”, legt Stadswerk072 uit.
“Nog niet alle inwoners uit Alkmaar weten dat je voor je buurtschoonmaak gratis leenmaterialen kunt aanvragen bij Stadswerk072 en nog niet alle buurtopruimhelden staan aangemeld als Schone Buurtadoptant”, zegt Rob Petersen van Stadswerk072. Zo’n handige grijper als Sofie gebruikt, die hoeven mensen dus niet zelf te googelen.
Stadswerk072 hoopt mensen ook te prikkelen met beloningen – zoals de chocolade die Sofie voor haar inzet kreeg. “Als je je vóór 15 mei als buurtadoptant aanmeldt, ontvang je een Schone Buurt award met traktatie”, belooft de organisatie. Aanmelden kan via de website van Stadswerk072.
Aan afval is er in ieder geval nog lang geen gebrek, stelt ook de Oudorpse Sofie vast als ze haar ronde door de buurt maakt. “Veel sigaretten”, is haar conclusie. Dan komt zo’n grijper dus mooi van pas. (foto’s: Love Not Waste)
Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo. Vier zelfstandige gemeenten, met een ambtelijke samenwerking, dat wel. Vrijdag kwamen ze samen om te bespreken wat al zo lang boven de markt hangt: een echte bestuurlijke fusie die moet leiden tot één grote gemeente. “Naar verwachting duurt de verkenning tot en met augustus 2026.”
Dat laatste schrijven de gemeenten in een gezamenlijk statement, dat maandag naar buiten werd gebracht. De gemeentebesturen hadden vrijdag hun eerste overleg over de bestuurlijke toekomst: “Voor de procesmatige begeleiding van de verkenning is een verkenningsgroep samengesteld, bestaande uit een vertegenwoordiging van de vier raden. Tijdens de verkenning worden meerdere bijeenkomsten met de gemeenteraden gehouden.”
De BUCH werd in 2017 opgericht om zo’n bestuurlijke fusie juist te voorkomen. De gemeenten werken wel samen, maar houden hun eigen raden, hun eigen colleges, mogen zelf ‘ergens wat van vinden’, populair gezegd. (tekst gaat door onder de foto)
Op het gemeentehuis van Uitgeest is er al vaker over een fusie gesproken (foto: Streekstad Centraal)
Maar die tussenvorm – wel samenwerken, zonder harde keuzes voor elkaar – liep in de praktijk toch niet op rolletjes. De kosten van de organisatie liepen alleen maar op en leken soms zelfs onbeheersbaar, doordat dure externe krachten moesten worden ingehuurd, vaak op projectbasis.
Tegelijk fuseerden in de omgeving gemeenten wél met elkaar, waardoor ze landelijk extra invloed vergaarden. Te denken valt aan de fusie van Heerhugowaard en Langedijk, samen een gemeente die qua inwonertal haast op gelijke hoogte met Alkmaar staat. De BUCH-gemeenten zouden als ze fuseerden óók zo’n forse gemeente zijn. En dat helpt ook weer in Den Haag.
Maar. Er is altijd die maar. Er zijn allerlei bestuurlijke, praktische, financiële argumenten vóór zo’n fusie. Maar de afzonderlijke gemeenteraden, die de vinger aan de pols houden in de kleine samenlevingen die de afzonderlijke gemeenten nu nog zijn, díé zouden opgaan in één grotere raad. (tekst gaat door onder de foto)
Het gemeentehuis van Bergen staat in… Alkmaar. Maar mogelijk is Castricum de Bergenaren toch te ver (foto: Streekstad Centraal)
Het is hoe dan ook geen gelopen race, erkennen de samenwerkende gemeenten. “Bergen onderzoekt hiernaast momenteel ook de opties van zelfstandig blijven of samengaan met Alkmaar” – om een belangrijke uitdaging te noemen. In het verleden is er ook wel discussie geweest over de koers van Uitgeest, een gemeente die traditioneel ook met de IJmond verbonden is.
De komende maanden zullen al die oude en nieuwe afwegingen nóg eens gemaakt worden. Met als mogelijke uitkomst dus die échte fusie, waar het uiteindelijk in 2017 allemaal te doen is geweest. De gemeenten zullen verkennen ‘wat de uitgangspunten, stappen en verantwoordelijkheden van een eventueel fusieproces zijn’.
Pas daarna: “Als de verkenning afgerond is, maakt iedere gemeente afzonderlijk de afweging of ze wel of niet verder willen met het fusieproces.”
Hóóg sloegen ze uit, de vlammen. Van schrik veerden kinderen terug. En stiekem de volwassenen ook. Het was een moment van deining tijdens een middag vol vrolijkheid. Tussen de springkussens en de welbekende hond stonden ze verenigd: de brandweermensen van Limmen, een dorp dat al honderd jaar z’n eigen brandweer heeft.
Een ‘pannetje op het vuur’, nee, dat moet je niet met een emmer water blussen. Dát wisten veel van de Limmenaren die zondag naar de presentaties aan de Vuurbaak waren gekomen nog wel. Maar die opslaande vlammen, dat blijft toch een apart gezicht.
Er waren meer van zulke presentaties. Natuurlijk greep de brandweer het honderdjarig jubileum ook aan om wat aan educatie te doen, tussen de vrolijkheid door. “En we hopen mensen te werven hè.” (tekst gaat door onder de foto)
Indrukwekkende vlammen nadat een brandweerman, tegen beter weten in, water over z’n pannetje had gegooid (foto: Streekstad Centraal)
Aan het woord is René Schuit van de jarige brandweer. Hij geniet van een mooie dag en vertelt enthousiast over het werk van de brandweer. Werk dat altijd náást ander werk komt, overigens. “We zijn allemaal vrijwilligers“, legt hij uit. “Mensen uit het dorp, die als het moet inzetbaar zijn. Dat is de brandweer van Limmen.”
Als het moet – maar meestal moet het niet. De verzamelde brandweermensen op het veldje tussen de heggen en de huizen verwachten dan ook een rustige middag. Heel Limmen is immers in feeststemming. “We hebben dit bewust gelijk met de Bloemendagen gepland”, bevestigt Schuit. “Dan is het ook gewoon gezellig. Maar als het moet kunnen we zo uitrukken hoor.”
De wagens staan er klaar voor, ze kunnen ook zó van het veld af. Om daarna in een kluwen van fietsers, auto’s en bloemen te belanden, dat wel – maar goed, daar is de sirene dan voor. (tekst gaat door onder de foto)
René Schuit van de honderdjarige brandweer van Limmen (foto: Streekstad Centraal)
Iets verderop in het dorp is ook de fraaie Corneliuskerk geopend. Een kerk die bijna glímt van binnen. Het gebouw is dan ook recent nog hersteld na een ingrijpende brand. “Hier zie je het, op de foto’s”, wijst beheerder Joop Koppes, die de historie van het gebouw koestert. “Het is heel goed dat alles weer hersteld is, de kerk is belangrijk voor Limmen.”
Op een groot scherm worden beelden vertoond van ‘de’ brand, maar ook van andere branden. Wie zelf het vuur een keer van dichtbij heeft gezien, er slachtoffer van is geweest, zoals dat geldt voor de kerkgemeenschap hier in Limmen, die blijft betrokken bij het onderwerp.
Schuit weet wat het werk van de brandweer kan betekenen voor mensen. “Het is levensreddend. Daarom volgen we ook een opleiding. We zijn nu dus bezig nieuwe mensen te werven. Die gaan een jaar in opleiding. In het begin kunnen ze nog niet helpen, maar dat verandert snel hoor.” Er gaat tijd in zitten, erkent hij – maar het is die tijd wáárd. (tekst gaat door onder de foto)
De demonstratie met omgekeerde Fiat (foto: Streekstad Centraal)
‘Glasmanagement’. Dat is een woord dat valt tijdens de demonstratie van de brandweer. Midden op het veld staat een omgekeerde auto, met daarin een ‘slachtoffer’ – in dit geval gelukkig een pop.
“We willen veilig bij het slachtoffer komen”, verduidelijkt de presentator van de brandweer het glasmanagement. Hoe kom je door een ruit als een deur niet meer opengaat, dat is een vraag waarop ervaren brandweermensen het antwoord hebben. “We doen een specuale folie op het glas, zodat het daaraan blijft plakken als het versplintert. Zo blijft het slachtoffer veilig.”
Iedereen heeft zijn eigen taak in de samenwerking die de korpsleden aan het publiek laten zien. Ieder bedient ook zijn eigen instrument. Schuit benadrukt het belang van goed materieel: “Natuurlijk moet je fit zijn, maar we hebben echt heel goede hulpmiddelen. Daar kunnen we veel mee.”
De presentator van de demonstratie ziet ook nog een andere praktische kant van de zaak. “We hebben hier wel het voordeel dat deze auto een vrij simpele Fiat is”, zegt hij. “Een zwaardere auto is moeilijker open te krijgen.” (tekst gaat door onder de foto)
De demonstratie zorgde voor extra aanloop op de traditionele markt (foto: Streekstad Centraal)
Het jubileum van de brandweer wordt gelijk gevierd met de Bloemendagen, dus druk is het sowieso aan de Vuurbaak. Net als in andere jaren staat hier een marktje en zijn er op het veld oldtimers te zien. “Maar die brandweer, die zorgt wel voor extra aanloop”, ziet de imker die op dat marktje staat. Tevreden blikt hij naar de rode wagens en kranen achter zijn kraam.
“Het is toch mooi dit allemaal”, wijst hij om zich heen. “Die saamhorigheid. Ik ben zelf deze week ook aan het helpen geweest met de bloemen.” Op de markt verkoopt hij meerdere soorten honing. “Ik ben ook professioneel imker, op mijn werk houden we bijen voor de bestuiving. Zaden. Maar deze bijen hier, die zijn voor de honing. Proef maar.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook de alleroudste machines waren weer even in werking op deze speciale zondag (foto: Streekstad Centraal)
De brandweerdemonstraties, de oldtimers, de poffertjes, de muziek, de zweefmolen: dat alles samen trekt een breed publiek van alle leeftijden. Het is dan ook de hele dag gezellig op deze bijzondere verjaardag. Uiteraard zijn hier ook vooral heel veel bekenden: Limmen is een dorp.
Dat valt zelfs bij het springkussen op. Daar is het heerlijk wild springen, uiteraard. Al is er een educatief laagje: welke ontsnappingswegen zijn er in het ‘huis’ dat dit springkussen voorstelt, wil de brandweer de springende kinderen vragen. Die laten de constructie soms bijna kantelen. Maar nooit zonder die voorzichtigheid: “Hee, kijk uit! Dat is wel mijn neefje!”
Alkmaar is zondag nog rood-witter dan anders. Al rond het middaguur stroomden de straten vol met fietsers in de stadskleuren. Over de Bierkade, de Vondelstraat – met maar één doel: het stadion. Want dáár stonden de bussen klaar.
De bekerfinale van AZ, tegen NEC uit Nijmegen, die zou niet in Alkmaar worden gespeeld. Zondagmiddag stond dus in het teken van een serieuze volksverhuizing. Bussen vol supporters op weg naar Rotterdam. Dáár ging het gebeuren.
‘Verlenging’. ‘Gewoon 2-1’. Winst, in ieder geval. De schattingen liepen uiteen op de drukke parkeerplaats van het AZ-stadion, maar in elk geval was er vertrouwen. (tekst gaat door onder de foto)
Drukte bij de bussen – maar vooral ook: vertrouwen (beeld: Streekstad Centraal)
Dat het in het verleden nog wel eens was tegen gevallen voor AZ, dat stérkte dat vertrouwen juist. “We gaan eindelijk eens beloond worden.”
Een klein beetje twijfel hoort er ook bij, dat is juist de spanning: “Als NEC zo speelt als tegen PSV, dán gaan ze verliezen. Maar ik hoop natuurlijk dat ze gaan winnen”, duidt een jeugdige commentator de grote KNVB-bekerfinale die komen gaat. Het móét gewoon lukken, is ieders hoop, bijna ieders overtuiging.
Dát was de energie, en de zon deed eraan mee. Wat volgt is een avond waarop heel Alkmaar, of toch bijna heel Alkmaar, met ingehouden adem voor de buis zit. Laat dát feest nou maar komen.
Heel Alkmaar is er vol van, heel de regio zelfs, en dus ook de A9: de grote stoet van bussen vol AZ-supporters op weg naar de wedstrijd waar het al de hele week over gaat. Maar een aanrijding dwong die bussen zondagmiddag wel om hun snelheid flink te verlagen. Want als er zoiets gebeurt, dan gaan, uiteraard, de hulpdiensten voor.
Rond 14:00 zondagmiddag botsten op de A9 namelijk drie auto’s én een motorrijder op elkaar. Dat was op de rijbanen in de richting van Uitgeest, precies onder een viaduct met daarop ook weer de nodige supporters. Het leverde een bijzonder beeld op.
De situatie vroeg om een grote uitruk van hulpdiensten. Gelukkig vielen er geen gewonden, wel werd de motorbestuurder gecontroleerd door het aanwezige ambulancepersoneel. Omdat de schade aan de auto’s aanzienlijk was moesten er ook bergingsvoertuigen de snelweg op om ze weg te slepen. De motor werd eveneens meegenomen. (foto: Persfoto NH)