Dat het stormt, zal niemand zijn ontgaan. Hoewel de afgelopen week al de nodige voorbereidingen werden getroffen, door kwetsbare takken van bomen te snoeien, gaat het stormweekend niet zonder schade aan de regio voorbij. Zowel in de Alkmaarse binnenstad als in Koedijk richtten vallende bomen schade aan.
In de binnenstad viel een boom op twee geparkeerde auto’s aan de Molenbuurt. Gewonden vielen er niet, maar één van de twee auto’s liep wel schade op. Ook in Koedijk raakte een auto beschadigd toen een kleine boom op de weg viel.
In de regio geldt code geel. Tot grote problemen lijkt deze tweede herfststorm niet te leiden, maar er is dus wel hier en daar schade. Ook valt op dat er de nodige takken op de wegen liggen. Omdat de bomen nog vrij veel blad hadden voor het begin van het stormseizoen zijn ze extra kwetsbaar voor windvlagen.
Echt overtuigd dat de beroemde brug er snel gaat komen zijn ze nog niet in en om de Bestevaerstraat. Maar onmiskenbaar is Alkmaar bezig met de grootse plannen om op deze plek een nieuwe oeververbinding over het kanaal te realiseren. Zelfs onderwaterrobots laten van zich spreken.
“Voortdurend metingen, die onderwaterrobots, we zien het allemaal”, bevestigt Aldo Backer, die deze zomer met zijn Boekentuin neerstreek in een bedrijfspand aan de Bestevaerstraat. Een bedrijfspand dat naar verwachting plaats zal moeten maken als het écht zo ver is, zo ongeveer hier zou de brug aan land moeten komen.
“De gemeente Alkmaar heeft een tijd geleden een aantal woonarken gekocht op die locatie en heeft daarop met ons dus een huurovereenkomst voor die ligplaatsen”, bevestigt de provincie Noord-Holland na vragen van Streekstad Centraal over dit stuk oever.
Ook buurman Willem Assies, al sinds jaar en dag een groot voorstander van de brug, ziet dat de gemeente er weer mee bezig is, nadat het eerder helemaal leek te zijn stilgevallen. “Ik ben uitgenodigd op gesprek. In januari worden dingen concreet”, zegt hij. (tekst gaat door onder de foto)
Hier moet het gaan gebeuren. Bootjes en begroeiing op de oever maakten eerder al plaats. (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar is inderdaad toe aan gesprekken in de buurt, blijkt uit de gemeentelijke stukken. De ‘brede participatie’ moet in november en december van start gaan en dan zal er dus ook met de ondernemers aan de rand van de toekomstige brug gepraat worden.
Maar ook met inwoners van de naburige straten zal een goed gesprek moeten worden gevoerd. De verwachting is dat de aanlandingen van de brug het doorgaand verkeer over het Zeglis zullen afsnijden. Dat heeft dan tot gevolg dat er meer verkeer door bijvoorbeeld de Trompstraat zal gaan.
Daar zit meteen een uitdaging, zien de buurtbewoners en de lokale ondernemers. Discussie over de verkeersafvloeiing zou wel eens veel tijd kunnen gaan kosten – en de brug dus nog jaren uitstel opleveren. (tekst gaat door onder de foto)
Het buurtje vanuit de lucht. Links de Trompstraat. (foto: Streekstad Centraal)
“Vooruitlopend op de uitwerking van een voorlopig ontwerp, is in de
propositie uitgegaan van een kostenraming van € 40 miljoen”, schrijft het college aan de raad. Daarvan moet een brug worden gebouwd die open en dicht kan en behalve voor fietsers en voetgangers, ook geschikt is voor bijvoorbeeld de hulpdiendsten, of een busverbinding.
De brug zal lager zijn dan de nabijgelegen Leeghwaterbrug, wat flink wat ruimte bespaart. De Leeghwaterbrug heeft forse aanlandingen die flink meer plek innemen dan de brug zelf. Door de Bestevaerbrug anders aan te leggen bespaart de gemeente dus ruimte, maar de verkeersafwikkeling in de buurt wordt dan wel een heel ander verhaal.
“We gaan het zien”, reageert Backer nuchter als we vragen of hij niet bang is dat De Boekentuin straks wéér moet verhuizen. “Met al die procedures kan het lang gaan duren. Voor nu zijn we de gemeente juist ontzettend dankbaar, deze plek was de beste tip in vijftien jaar.”
Snél ging het. Van een eerste eigen kraan om te beginnen naar een wagenpark dat te groot is voor de huidige bedrijfslocatie. En dat is precies waarom de Alkmaarse onderneming Klaver Crane Services nu landelijke aandacht krijgt, als één van de genomineerden voor de ‘FD Gazellen 2026’. “Er is gewoon heel veel vraag naar.”
Het Financieele Dagblad reikt jaarlijks prijzen uit aan Nederlandse bedrijven die opvallen door hun razendsnelle groei. Dat de bouwkranenverhuur van Brian Klaver zo’n bedrijf is, dát had hij zelf ook wel opgemerkt. In iets meer dan een jaar tijd groeide zijn ‘beginnend onderneminkje’ uit tot ‘een heel bedrijf’ dat zelfs moet verkassen naar een groter pand, omdat het anders niet pást. Zijn kranen zijn aan het werk in heel de regio.
Toch had hij de aandacht van FD Gazellen zelf niet zien aankomen. “Daar heeft mijn vrouw voor gezorgd, die heeft alle gegevens ingestuurd. Stiekem hè. Zij belde op: gefeliciteerd!”, lacht Brian in gesprek met Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Brian Klaver gaf zijn naam aan het kleinschalige familiebedrijf. (foto: Streekstad Centraal)
De kiem van zijn onderneming moeten we ook bij Brian thuis zoeken, bij zijn gezin. Voor hij met zijn kranenverhuur begon werkte hij jarenlang als bouwer van windmolens en daarvoor was hij veel op pad. “Altijd weg, altijd in de kost… Dan zat ik zo vijf dagen in een hotel. Mijn oudste dochter werd zó snel groot!”
Brian realiseerde zich dat hij te veel miste en wilde voortaan wél de tijd vinden om alles van dichtbij mee te maken. “Toen heb ik ervoor gekozen om een eigen kraan te kopen”, zegt hij nuchter.
Voor een ander zou dat toch geen eenvoudige stap zijn, een eigen kraan kopen, maar voor Brian is de technische kennis die daarvoor vereist is na al die jaren een vanzelfsprekendheid geworden. Moeiteloos somt hij op hoe zwaar zijn kranen zijn. Die eerste, een Liebherr, is goed voor 60 ton. “De Rolls Royce onder de kranen.” (tekst gaat door onder de foto)
De drie hoogbouwkranen naast elkaar op het erf in Oudorp. Dit past nét. (foto: aangeleverd)
“Vorig jaar kregen we de sleutel op 9 september, toen begonnen we”, blikt Brian terug. “In januari is er gelijk een torenkraan bij gekomen.” Daar zijn er inmiddels drie van. Ook is er een vrachtwagen voor de ballast.
De hoogbouwkranen van Brian worden hoofdzakelijk in de eigen regio ingezet: Alkmaar, Heerhugowaard, Schagen. Niet te ver, zo blijft het goed te combineren met het gezin. Dat lokale komt ook mooi naar voren uit de sponsoring van Power Valley in Geestmerambacht, waar Brian ook zelf bij was.
Maar als we hem spreken is de Liebherr, z’n eerste kraan, in Duitsland, niet ver van de Poolse grens. (tekst gaat door onder de foto)
Een hoogbouwkraan van Brian bij het stadion van AZ. (foto: aangeleverd)
Daar is Brian dus zelf niet bij. “Nee, we hebben drie machinisten in dienst. Goeie jongens. Dat ik zelf de kraan bedien, dat wordt steeds minder. We zijn wel een klein bedrijf, met korte lijntjes. Een familiebedrijf in feite.”
Het vinden van personeel is in de bouwsector problematisch, veel bedrijven hebben er moeite mee. Ook voor Brian was het, zeker met de snelle groei die hij doormaakte, wel een uitdaging. Toch ging het hem verrassend goed af, hij heeft in een jaar tijd toch drie personeelsleden kunnen vinden. Daarbij zorgt hij er indien nodig zelf wel voor dat zijn personeel de juiste papiertjes haalt.
De aanjager van zijn groei is de grote vraag naar bouwkranen, overal in Nederland – en daarnaast natuurlijk ook nog in de windmolensector waar hij goede contacten heeft. Vaak loopt het nog ‘via via’, de ambitie is om nog meer opdrachtgevers zélf aan het groeiende bedrijf te binden. (tekst gaat door onder de foto)
Het is toch een behoorlijk gewicht dat de weg op gaat, en dat kost brandstof. (foto: Streekstad Centraal)
Als ondernemer heeft Brian ook te maken met de stijgende brandstofprijzen. Zijn kranen rijden op diesel. Vooral het verplaatsen over de weg, met al die tonnen gewicht mee, is een kostenpost. Door slimmer te plannen kan daar wel wat worden bezuinigd, maar voor een deel is het ook op de blaren zitten. Het gaat domweg van de winst af, de prijs is vaak vooraf al besproken.
Het zijn zaken waar ook FD Gazellen 2026 aandacht voor heeft: ondernemen, en groeien, in een tijd die toch niet de makkelijkste is. De prijsuitreiking voor alle FD Gazellen 2026 vindt plaats op donderdag 19 november in TivoliVredenburg in Utrecht.
Of hij de prijs dan ook echt wint, dat is niet waar het voor Brian om gaat. Hij geniet vooral van het ondernemen zelf en het vertrouwen dat mensen in hem stellen. En van zijn gezin natuurlijk. “Binnenkort kom ik met de vrachtwagen naar school, om in de klas van mijn dochter te vertellen over de dode hoek. Ja, dat is mooi, dat dat kan.”
Op de Dijk in de binnenstad van Alkmaar heeft een overval plaatsgevonden. dat gebeurde vrijdagochtend, even na 10:00 uur. Het gaat om een overval op de winkel Used Products.
De politie kwam snel ter plaatse, maar de daders wisten te ontkomen. Het gaat om twee jongens, van rond de zestien jaar oud. Ze hadden allebei een donker getinte huidskleur, laat de politie weten, en droegen blauwe regenjassen. Ze vluchtten te voet in de richting van de Kooltuin.
De politie zegt dat het niet verstandig is om de verdachten zelf te benaderen, getuigen wordt gevraagd om meteen 112 te bellen.
Bij de winkel is afzetlint gespannen. Er vielen geen gewonden bij de overval, of er buit is gemaakt is niet bekend.
Onontkoombaar. Het is een zwaar woord, in een brief van gemeente Bergen aan minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat. Maar het onderstreept wel goed de ernst van de situatie en de grote vrees die ondernemers in Camperduin nu al jaren bezighoudt. Het komt niet meer goed, er moet wat gebeuren.
Maar daarnaast is er dus de brief aan de minister: “We doen als college een moreel appèl op u om ondernemers en overheden financieel tegemoet te komen bij nieuwe noodzakelijke investeringen.”
Want dat is dus dat onontkoombare: ondernemers moeten wég van dit strand, omdat de grond letterlijk onder ze vandaan wordt getrokken door de zee, die hier de strijd wint, ondanks alle investeringen die zijn gedaan. (tekst gaat door onder de foto)
Steeds maar weer zand toevoegen, het is niet houdbaar, weten ze in Camperduin. (foto: NH)
De brief aan minister Karremans is terug te lezen op de website van gemeente Bergen. Een ‘bede’ is die brief, in de woorden van burgemeester Jaap Bond en gemeentesecretaris Joyce de Hondt. “Een bede om ruimhartiger dan nu vastgelegd in de herijkte beheerstrategie, tegemoet te komen aan de met het project Hondsbossche Zeewering gewekte verwachtingen bij de inwoners en ondernemers van onze gemeenten en daarmee de kern van de afspraken uit 2015 gestand te blijven doen.”
In de brief blikt Bergen ook terug op wat in 2015 allemaal nog zo mooi leek. Een nieuwe kustlijn voor Camperduin en Petten, met meer recreatieve mogelijkheden, zodat er ook voor ondernemers wat in zat. Maar juist die ondernemers zien hun investeringen nu in de golven verdwijnen.
De hoop is dat er vanuit het rijk financiële steun kan komen voor deze ondernemers. Voor hen is het al langer nauwelijks realistisch om nog investeringen te doen. Maar ook andere potjes zijn leeg, verklaart Bergen. (tekst gaat door onder de foto)
Zo was het in 2024. En dit weekend stormt het wéér… (beeld: NH / Arthur Dontje)
Het budget dat beschikbaar was voor dit mooie, nieuwe en ook kwetsbare stukje kustlijn bleek in 2025 al te zijn opgebruikt en daarom ligt de focus voortaan op de kustverdediging. Niet op het in stand houden van een strandpaviljoen en een surfclub, hoe hard dat ook is.
“Strandondernemers hebben hun paviljoen gevestigd op grond die door de gemeente aan hen in gebruik is gegeven. Hier staan ze buiten de primaire waterkering en daarmee voor eigen rekening en risico”, verklaart het college in een schrijven aan de gemeenteraad. Er zit dus niet veel meer voor ze in. Tóch heeft Bergen toegezegd mee te helpen bij het vinden van een oplossing.
Die oplossing is het verplaatsen van het paviljoen en de surfclub naar andere locaties, die wél veilig zijn. Misschien niet zo mooi als dat bijzondere strand van Camperduin, met z’n lagune en dat bijzondere contrast van polder, dijk, duin, zee – maar daar gáát het dus gewoon niet meer. Ze moeten door ‘in een landschap wat er anders uitziet dan eerder beoogd’, klinkt het in de brief aan de minister.
De locatiestudie die de gemeente zelf doorvoert in Camperduin moet een nieuwe basis leggen voor het gemeentelijk beleid voor deze plek. “Gelet op het feit dat het water de betrokken ondernemers figuurlijk aan de lippen staat en letterlijk aan de deur van het paviljoen, kiezen we hier voor een kortlopend maar zorgvuldig proces”, zegt het college tegen de raad. Voor de ‘onontkoombare’ verplaatsing van de ondernemingen hier zijn de ogen dus gericht op de minister.
Sporten en dan de auto nemen, het lijkt misschien tegenstrijdig voor wie zegt meer te willen bewegen. Maar soms nodigt de route naar de sportschool ook niet erg uit tot fietsen of wandelen. De provincie Noord-Holland onderzocht de routes naar sportlocaties en zag verbeterpunten bij De Meent in Alkmaar. En dus gaat er ook echt wat gebeuren.
Het onderzoek van de provincie had betrekking op tien sportlocaties, De Meent was er daar één van. De provincie is de beheerder van de weg die hier voorlangs loopt, de N512 die op dit punt nog Terborchlaan heet en even verderop verdergaat als Hoeverweg.
De huidige inrichting van de bushaltes en de oversteek kan wel wat beter, kwam naar voren uit de observaties die de provincie ter plaatse deed. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige bushalte oogt een tikje provisorisch. (foto: Streekstad Centraal)
Nu was Alkmaar zelf toch al van plan om de bushaltes onder handen te nemen. Het onderzoek van de provincie is aanleiding om hierbij samen op te trekken. “De gemeente Alkmaar heeft al aanpassingen aan de bushaltes gepland en bekijkt samen met de provincie of deze kunnen worden gecombineerd met verbeteringen voor een voetgangersoversteek”, schrijft de provincie daarover.
De provincie ziet dus kansen om de beoogde verbeteringen hier door te voeren en dat zou dan goed zijn voor de extra lichaamsbeweging van sporters. (tekst gaat door onder de foto)
Voor de bushaltes bestaan al uitgewerkte plannen. (beeld: gemeente Alkmaar)
Het gaat daarbij dus om twee verschillende verbeteringen, verduidelijkt de gemeente na vragen van Streekstad Centraal. “Daarbij wordt bekeken of de uitvoering van beide projecten op elkaar kan worden afgestemd. Dat is efficiënter omdat de weg dan maar één keer hoeft te worden afgesloten.”
De werkzaamheden staan gepland voor de eerste helft van 2027, laat de gemeente weten, maar concreter dan dat wordt het nog niet. Er is dus nog geen datum geprikt. (tekst gaat door onder de foto)
Aan deze oversteek wil de provincie werken als Alkmaar de bushaltes vernieuwt. (foto: Streekstad Centraal)
Een aantrekkelijkere bushalte in combinatie met een beter vormgegeven oversteek zou sporters moeten motiveren om de bus te nemen en het laatste stukje te wandelen. Want dat is wat de provincie Noord-Holland hoopt te bereiken: minder auto, meer benenwagen.
“Sportverenigingen kunnen hun leden stimuleren om vaker op de fiets of lopend naar de club te komen, bijvoorbeeld door acties of campagnes te organiseren. Denk aan het belonen van fietsgebruik met beloningsacties, teamchallenges of het stimuleren van carpoolen bij uitwedstrijden”, schrijft de provincie.
Voor fietsers is de route vanuit de stad naar De Meent al veiliger geworden door de herinrichting van het andere deel van de Terborchlaan, die voortaan een 30km-zone is. Onduidelijk is of dat heeft geleid tot een vermindering van het autogebruik onder sporters.
Het is misschien wel één van de mooiste stukjes kust van Noord-Holland, en met het stormseizoen voor de deur ook een geweldige plek om te surfen. Toch is de stemming in Camperduin bedrukt. Horeca-ondernemers durven niet te investeren in een toekomst die zó onzeker is als die van dit strand.
Daarover bericht NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De nieuwe Hondsbossche Duinen, de lagune, het strand tussen de twee stromingen in: het kan hier zo mooi zijn, juist ook voor wie wil recreëren. Of voor wie onderneemt in de horeca. Maar Camperduin weet dus niet wat er nog over is van dat strand na de eerste herfstormen.
“Er is al een halve meter zand onder Prince George weg”, ziet strandvonder Marco Snijders, die de situatue op de voet volgt. “Nu het stormseizoen is begonnen, zijn we extra alert en houden we de waterstanden nauwlettend in de gaten.” (tekst gaat door onder de foto)
Stormschade in 2024: een herinnering die nog niet is vervaagd. (beeld: NH / Arthur Dontje)
Voor paviljoen Prince George is de situatie al langer nijpend. De eigenaren hoopten te kunnen verkassen naar het nabije Hargen aan Zee, waar hun bedrijf veiliger lijkt dan hier. Maar daar staan andere plannen dat voornemen in de weg, zegt de gemeente Bergen tegen NH.
“De eigenaren is gevraagd hun aanvraag in te trekken of tijdelijk stil te leggen, totdat er meer duidelijkheid is over andere mogelijke locaties”, licht een gemeentewoordvoerder toe. Opmerkelijk genoeg hebben de ondernemers naar eigen zeggen zelf nog geen officieel antwoord gehad van de gemeente. (tekst gaat door onder de foto)
Het kán er zo mooi zijn, maar die schoonheid is kwetsbaar. (foto: Streekstad Centraal)
Ook Richard Minkema van Hookipa Beach weet nog niet waar hij aan toe is. Hij week al uit naar een tijdelijke locatie maar kan daar ook niet blijven. Het is dus zoeken naar vaste grond onder de voeten, op een plek waar daar steeds minder van over is.
“We willen terug naar het strand, naar een vaste plek”, verzucht hij. “Onze leden bieden we normaal het hele jaar een clubhuis en een opbergplek voor hun kites en boards op het strand. Die service kunnen we ze deze herfst en de winter, wanneer het juist goed surfweer is, niet bieden. Dus een factuur kunnen we ze niet sturen.”
De inkomsten blijven dus achter en hoop op verbetering is er voorlopig niet. De ondernemers durven daarom ook geen investeringen meer te doen. Wel komen er zandsuppleties om in ieder geval de kust te blijven verdedigen, maar een zware herfststorm kan grote schade aanrichten, weten ze in Camperduin. Mogelijk zal de eerste serieuze storm zich deze week al aandienen.
Ja, het was druilerig, maar nee, dat hield de artiesten van ‘Vest in de Stad’ écht niet tegen. De organisatie was dan ook ronduit tevreden over deze editie van het jaarlijkse evenement, waarbij het theater de éigen deuren sluit om al die heerlijke kunst en al die verbazing door Alkmaar te verspreiden.
Van wensput tot sportschool, van schedels tot helmen, van dans tot muziek: Vest in de Stad raakte zondag aan bijna alles en de vele, vele bezoekers in de Alkmaarse binnenstad konden er hun eigen theaterspektakel van maken.
Voor de échte Alkmaarders op zichzelf een vertrouwd gebeuren in deze tijd van het jaar, maar er zijn ook altijd weer mensen bij die op deze manier voor het eerst met het plaatselijke theater kennismaken. Dit jaar was het festival nog nadrukkelijker buiten in de stad te vinden, voor iedereen.
En dat is natuurlijk precies wat Theater De Vest beoogt. Prikkelen, uitnodigen, spreken tot de verbeelding die we uiteindelijk allemaal hebben: dát maakt Vest in de Stad. Het festival heeft zich intussen bewezen als een vaste waarde in de binnenstad van Alkmaar. Daar kan een beetje regen niets meer aan veranderen.
Landbouwgrond werd natuur – een proces dat niet zonder slag of stoot verliep, maar nu wel zou moeten zijn afgerond. Tóch is het laatste woord over de Zanderij in Castricum nog niet gezegd, bleek deze week. Pro Castricum vermoedt dat er op aangrenzende akkers glyfosaat is gebruikt en vraagt het college nu om daar tegen op te treden.
Het bestrijdingsmiddel glyfosaat is al langer omstreden, al is het officieel niet verboden. De gemeente Castricum is één van de Nederlandse gemeenten die actief oproept om van dit mogelijk schadelijke middel af te zien, al zijn de instrumenten die de gemeente daarvoor heeft beperkt.
Maar voor het nieuwe en nog kwetsbare natuurgebied Zanderij zou het toch wenselijk zijn als de gemeente hier een ‘spuitvrije zone’ kon aanwijzen, stelt de fractie van Pro Castricum in raadsvragen over de kwestie. (tekst gaat door onder de foto)
Er is hard gewerkt om van de Zanderij natuur te maken. (foto: archief Streekstad Centraal)
“Is het college ervan op de hoogte dat op dit stuk land dat nota bene al is aangemerkt als natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland nog steeds zeer schadelijke bestrijdingsmiddelen worden ingezet?”, begint Pro de raadsvragen.
Hierbij verwijst de fractie naar een stuk grond dat na de omvorming tot natuurgebied nog een landbouwbestemming kon behouden. Maar in de directe omgeving van de Zanderij ligt ook nog de spoorbaan, die wordt onderhouden door ProRail – ook met behulp van glyfosaat om onkruid terug te dringen. Er zijn dus meer bronnen van deze omstreden stof.
Pro hoopt dat het college bereid is het gebruik van glyfosaat hier kordaat tegen te gaan, binnen de geldende regelgeving, en pleit er dus voor rondom de Zanderij een extra bescherming in te stellen. (tekst gaat door onder de foto)
In de omgeving van de Zanderij zijn ook sportvelden te vinden. (foto: Streekstad Centraal)
Maar daarnaast ziet Pro dat de risico’s van het middel zich niet beperken tot kwetsbare natuur. Ook mensen zouden er ziek van kunnen worden.
“Er is een mogelijkheid voor omwonenden om er melding van te doen als iemand een verboden bestrijdingsmiddel gebruikt en/of een toegestaan middel in te grote dosering”, voegt Pro daarom aan het verzoek toe. “Wil het college deze mogelijkheid tot melding onder de aandacht brengen van inwoners van de gemeente, met name die inwoners die vlakbij agrarisch gebied wonen?”
Want zíj lopen nog het grootste risico, stelt Pro. “Het middel wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met de ziekte van Parkinson en het is vermoedelijk kankerverwekkend.”
Antwoorden van het college moeten ook meer duidelijkheid bieden over de toekomstige inrichting van de landbouwgronden die grenzen aan de Zanderij.
Alkmaar is op koers met de aanplant van 5.000 nieuwe bomen. Dat heeft wethouder Robert te Beest laten weten aan de Alkmaarse gemeenteraad. Dat is voor een deel te danken aan de Alkmaarders zélf, die maar liefst 2.000 bomen plantten in hun tuinen. Maar de overige bomen zullen toch echt door de gemeente worden geplant.
Dat blijkt uit de uitleg die de wethouder deze week aan de raad gaf. “In de openbare ruimte zijn inmiddels 1.274 van de beoogde 3.000 extra bomen gerealiseerd. De uitvoering ligt op koers. Tot en met 2030 wordt verder gewerkt aan het realiseren van de resterende bomen.”
De gemeente loopt dus wel wat achter op de inwoners met tuinen, die al op het getal van 2.000 zijn gekomen en daarmee hún deel van de doelstelling hebben behaald. (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Te Beest gaat de komende jaren verder met het vergroenen van de openbare ruimte. (foto: Streekstad Centraal)
“De oorspronkelijke opgave bestaat uit 2.000 bomen via weggeefacties en 3.000 extra bomen in de openbare ruimte”, legt wethouder Te Beest uit. Nu die doelstelling is behaald hoeven er geen nieuwe weggeefacties meer te komen.
Bij de bespreking van de Alkmaarse begroting kwam dit al aan de orde: Alkmaar stopt met de weggeefacties, maar houdt zo wel extra geld over voor de verbetering van de openbare ruimte.
De komende jaren zullen daar dus nog aardig wat extra bomen in moeten verrijzen, 1.726 bomen om precies te zijn. “De aanplant wordt stapsgewijs voortgezet via rechtstreekse projectaanplant, herinrichtingen, gebiedsontwikkelingen en andere gemeentelijke projecten.” Hiervoor is budget beschikbaar, dat verandert dus niet.
Met de boomaanplant werd begonnen onder wethouder Anjo van de Ven. De achterliggende gedachte was dat Alkmaar zo extra CO2 zou opslaan in het groen en dat de openbare ruimte in de stad klimaatbestendiger zou worden, omdat bomen zorgen voor schaduw en een betere waterhuishouding.