Een ware dollemansrit was het. Meerdere verkeersborden werden geraakt voordat de auto rokend tot stilstand kwam in Egmond-Binnen. Daarvoor moesten politie en brandweer in de nacht van zaterdag op zondag uitrukken. Maar uiteindelijk was het aan de berger – en de arrestantenbus.
De bestuurder van de auto bleek na onderzoek van de politie onder invloed en is aangehouden. Met de arrestantenbus is hij naar het politiebureau gebracht.
De auto bleek ondertussen behoorlijk beschadigd, al was inzet van de brandweer niet meer nodig. Een bergingsvoertuig heeft de auto daarom weggesleept.
Schade is er dus ook aan verkeersborden op de route van de brokkenpiloot. De imapct op het verkeer bleek, mede door het nachtelijke uur, beperkt en ook vielen er geen gewonden.
Na vele omzwervingen door heel de regio komt de modelspoor- en modelbouwbeurs van de Westfriese Modelspoorclub deze maand naar Heerhugowaard. En daar verheugen ze zich zeker op in het clubgebouw in Noord-Scharwoude. Vrijdag schoof Streekstad Centraal aan rond ‘koppiestoid’ om van dichtbij te zien hoe de meterslange banen klaar werden gemaakt om te worden verhuisd.
Want dat is wat er aan zo’n beurs voorafgaat: het inpakken van hele werelden op schaal, in stevige dozen, zodat ze na een korte óf lange reis weer kunnen worden uitgepakt in Sporthal Waardergolf. Daar staat het weekend van 17 en 18 oktober in het teken van modelbouw, met behalve veel spoor ook vliegtuigen, auto’s, Zaanse molens en vele andere zaken op schaal.
“Er komen dertien banen naar de beurs”, vertelt voorzitter Kees. “Daar zijn ook banen uit Duitsland en België bij.” (tekst gaat door onder de foto)
Van opzij is de opbouw in modules goed te zien. (foto: Streekstad Centraal)
Hoe dat technisch mogelijk is laat Gerrit zien bij de N-baan die beneden in het clubgebouw staat. De letter N staat hier voor een schaal van één op 160, met spoortjes van negen millimeter breed. “De baan is gebouwd op standaardplaten van de bouwmarkt. Die zijn 60 bij 120 centimeter, iedereen gebruikt dezelfde maat. Dat is zo gegroeid.”
Deze platen vormen modules met daarop de bekende huisjes, boompjes, kermisattracties en spoorlijnen. Precies op de grenzen van de modules zijn de spoortjes doorgezaagd en zo kan de baan redelijk eenvoudig uit elkaar worden getrokken om te worden ingepakt. (tekst gaat door onder de foto)
Op de H0-baan boven gaat het even mis, maar dat is gauw verholpen. (foto: Streekstad Centraal)
Boven in het clubgebouw is Streekstad Centraal van een klein mankement precies op de grens van twee modules, waar de doorgezaagde sporen niet precies aansluiten en dus ontsporingen veroorzaken. “Natuurlijk net als er een reporter is”, lacht Arthur, die het probleem snel weet te verhelpen.
Het is handwerk, alles op de millimeter, en dat is er juist zo leuk aan. Arthur laat de sponsortrein zien, met daarop reclames van bedrijven uit de regio die de Westfriese Modelspoorclub een warm hart toe dragen. Ook handwerk, zíjn handwerk, en juist daarom effectieve reclame. (tekst gaat door onder de foto)
Arthur laat zien hoe hij de reclame zelfs licht kan laten geven. (foto: Streekstad Centraal)
Het clubgebouw in Noord-Scharwoude is nu al drie jaar het thuis van de Westfriese Modelspoorclub. Daarvoor zwierf de club, die in 1998 als Hoornse Modelspoorclub werd opgericht, door West-Friesland. “We hebben nog in een oude champignonkwekerij gezeten, in Blokker”, herinnert Gerrit zich. “Hiervoor zaten we in Obdam”, zegt Hans. Het Westfriese karakter spreekt ook uit de ‘Westwoudbaan’ die op de beurs weer te zien zal zijn.
Ook die beurs die de club traditioneel organiseert heeft al vele locaties gekend. De vorige editie, toen voor het eerst twee dagen, was in De Goorn. “Dat we dat twee dagen doen, heeft ook wel een beetje met de vergrijzing van de club te maken”, lacht Kees. “Dan heb je al wat makkelijker hulp bij de opbouw.” Gerard vult aan: “Maar je ziet ook dat mensen die je uitnodigt om met hun baan te komen, zeggen: voor één dag doe ik dat niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Drones zijn niet nodig voor dit mooie vogelperspectief. (foto: Streekstad Centraal)
Zelf bezoeken de leden ook beurzen of stellen ze hun banen tentoon bij Huider in Heerhugowaard, waar regelmatig open dagen zijn. Ook bij de grote modelspoorbeurs in Willem Blaeu in Alkmaar is de club betrokken. Dat de eigen beurs nu een nieuw thuis vindt in Heerhugowaard is wel een mooie stap. “Het is echt groter”, zegt Gerard. “Meer vloeroppervlak.”
Streekstad Centraal vraagt zich in tijden van netcongestie af hoe dat dan met het stroomgebruik zit, maar dat blijkt bepaald geen punt van zorg. “Dat is echt heel gering”, legt Fred uit. “De N-baan die we hier hebben staan gebruikt 2,5 ampère, compleet met verlichting en alles.” (tekst gaat door onder de foto)
Fred (links) en Gerrit bij de N-baan, die ook zal worden ingepakt voor de beurs. (foto: Streekstad Centraal)
Kees wijst er in dit verband op dat er wel krachtstroom is in de Waardergolf, zodat de beurs met al z’n handelaren, demonstraties, spoorbanen en extra’s prima kan draaien. “We hebben een heel stroomplan voor hoe alles langs de tafels gaat, dat komt wel goed. Maar als er een stroomstoring zou zijn… Ja, dan kunnen we niks. Maar daar gaan we niet van uit natuurlijk.”
Juist dat in gezamenlijkheid genieten van modelspoor en modelbouw, dáár gaat het om in het weekend van 17 en 18 oktober. Voor jong en oud, benadrukken de clubleden. Volwassenen betalen 6 euro, kinderen onder de twaalf mogen gratis mee.
“Weet je, thuis heb ik niet eens een baan staan”, overweegt Arthur. “Ik doe alles hier. Dat is het mooiste. Het is ook nooit hetzelfde. Kijk, die schaapjes, voel je dat? Net echte wol. Je kunt schaapjes wel kopen, maar het is leuk om het zo veel mogelijk zelf te doen. Dat is het mooie van deze hobby.”
Het is een opvallend document, dat de komende weken nog ‘ter inzage’ ligt en zo zienswijzes uit kan lokken, voor wie wil meepraten over de toekomst van het lage land onder de zee. Opvallend, omdat grote delen van het beleidsstuk in de vorm van een gedicht zijn opgeschreven. De echte keuzes ontdekt de lezer vooral tussen de regels van ‘Ontwerp Toekomstvisie 2050+’.
Op 19 augustus legde Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de Ontwerp Toekomstvisie 2050+ ter inzage. Voor een periode van zes weken kan iedereen die zich daarvoor interesseert het document inzien en doorlezen én er op reageren. Wie wil meepraten over de verdere toekomst van het waterschap doet dat door een zienswijze in te dienen.
Uiteraard zijn voor ná 2050 nog geen heel concrete plannen te maken, maar het document moet wel een richting geven aan toekomstige waterbeheerders en de andere partijen in het werkgebied van HHNK, dat grofweg bestaat uit Noord-Holland boven het Noordzeekanaal, inclusief Texel. (tekst gaat door onder de foto)
Aan een toekomstvisie gaat veel overleg vooraf. (beeld: HHNK)
De regio rond Alkmaar neemt in dit werkgebied een bijzondere plek in door de overgang van duin naar polderland. In die polder is landbouw, maar het gebied is ook uitgesproken dichtbevolkt. Juist hier, in de nabijheid van de ooit zo machtige Egmondse abdij, begon eeuwen geleden de strijd tegen het water met machtige dijken als de Westfriese Omringdijk en later de Hondsbossche Zeewering.
Het document refereert zeker aan deze trotse geschiedenis, maar dan wel in relativerende zin: in de toekomst zal het toch ánders zijn: “wat als we opnieuw beginnen // midden in de mensheid / opnieuw beginnen // lastig misschien / maar niet onmogelijk / in watertijd is niets onmogelijk”.
Zó is het geschreven, als gedicht, met witregels, en woorden als ‘watertijd’, ‘waterwezen’, ‘waterwillen’, ‘waterweten’. Hiernaast bevat het document ook paragrafen in gewone beleidstaal, maar juist die dichtregels schilderen de toekomst waar HHNK de lezer op wil voorbereiden. (tekst gaat door onder de foto)
Een nattere inrichting aan de rand van de duinen zullen we vaker gaan zien. (foto: Streekstad Centraal)
“De Toekomstvisie 2050+ vertrekt vanuit de constatering dat de grenzen van maakbaarheid, betaalbaarheid en beheersbaarheid in zicht komen”, verklaart het waterschap in een uitleg bij het document. Dat ‘we’ het water verslaan, indammen, beheersen – dat is steeds minder een vanzelfsprekendheid, is de inschatting van HHNK. Het moet dus anders, met meer ruimte voor nat, meer ruimte voor zout. Dat ook in het besef dat de huidige waterinfrastructuur van sluizen, gemalen en dammen het einde van zijn levensduur bereikt.
“HHNK moet explicieter kiezen, prioriteren, differentiëren en ook meer verantwoordelijkheid bij de samenleving neerleggen”, in de woorden van het waterschap.
Maar echt concreet worden die keuzes in de Toekomstvisie 50+ nog niet gemaakt. Het waterschap rekent op ‘toekomstbestendig gedrag van andere partijen in het gebied’, benadrukt dat de keuzes ook aan politiek en maatschappij in brede zin zijn, en schetst mogelijke toekomstperspectieven: óf we worden een soort Kopenhagen, óf een soort Jakarta, een stad die de Indonesische regering wil vervangen door een nieuwe hoofdstad in de bergen. (tekst gaat door onder de foto)
Een voorbeeld van de dichtregels in de Toekomstvisie 2050+, hier over de strijd tegen het water. (foto: HHNK)
En die dichtregels dus, die door het hele document heen voeren, die de stem van het water laten spreken: “onze wegen zullen minder uit elkaar lopen / we zullen elkaar vaker tegenkomen / onze levens zullen meer verweven raken / intiemer zelfs misschien”. Méér water, is de onderliggende boodschap. Een hoger peil.
Bijvoorbeeld langs de duinrand, maar ook in de veenweidegebieden, die inklinken (inzakken) door het te lage waterpeil dat het waterschap nu nog aanhoudt. Dat doet het waterschap omdat dit noodzakelijk is voor boeren, die anders hun land moeilijker kunnen betreden.
Maar daarmee vat Streekstad Centraal het al een stuk concreter samen dan het in de Toekomstvisie 2050+ daadwerkelijk staat opgeschreven: “De opgave in veenweidegebieden vraagt om een integrale en gebiedsgerichte benadering. Maatregelen die gericht zijn op het reduceren van bodemdaling en broeikasgasuitstoot, zoals het verhogen of stabiliseren van grondwaterstanden, hebben directe gevolgen voor het functioneren van het watersysteem en voor het gebruik van de gebieden.” (tekst gaat door onder de foto)
De Eilandspolder: een hoog waterpeil beschermt het veen tegen bodemdaling. (foto: Streekstad Centraal)
Zo schetst de anonieme dichter ook ónze regio in een natter en zilter perspectief: “de dijken ademen. // nog verder. duinen. ruimte. omlaag. hier mag ik komen / en gaan wanneer ik wil. wel ik op in slikken en schorren / kwelders en poelen” – zo komen nieuwe en oude natuurgebieden als de Zanderij en De Slufter in beeld. Ook het Alkmaardermeer wordt genoemd.
Het Hoogheemraadschap wil de verantwoordelijkheid blijven nemen, ook voor de lange termijn, benadrukken de opstellers van het stuk. Maar dat dus wel in samenwerking met anderen. De zienswijzes die de komende periode worden ingediend zullen die samenwerking mogelijk al meer vorm geven.
De wedstrijd van AZ tegen Hapoel Be’er Sheva zal worden gespeeld zónder uitpubliek, die beslissing staat – maar hoe het college daartoe kwam, daarover bestaan veel vragen. Reden voor de fracties van VVD, OPA, BAS, FvD en SPA om een ‘interpellatiedebat’ aan te vragen. Maandagavond moet dat plaatsvinden.
De beslissing om geen supporters van de Israëlische club Hapoel Be’er Sheva toe te laten was op zichzelf al opmerkelijk. Het college erkende dat deze supporters geen hoog risco vormen en verklaarde zelfs dat voor deze beslissing ‘niet alleen harde, concrete informatie’ telde.
Uit onderzoek van het NHD kwam vervolgens naar voren dat er druk was uitgeoefend door de gemeente Amsterdam, waardoor Alkmaar weinig anders kon dan de voetbalsupporters weren, ook al lag het risico in feite bij demonstraties met een politieke insteek. (tekst gaat door onder de foto)
Burgemeester Schouten had mogelijk te maken met politieke druk van buitenaf. (foto: Streekstad Centraal)
John van der Rhee (VVD), Jan Hoekzema (OPA), Arie Epskamp (SPA), Jelle Wittebrood (FvD) en Lars Ruiter (BAS) willen nu van de burgemeester weten hoe dit proces precies verlopen is. “Welke informatie en signalen die Amsterdam op 11 september met Alkmaar heeft gedeeld, zijn meegenomen in de uiteindelijke risicoanalyse? En is er sindsdien nieuwe concrete informatie bijgekomen?”
Het steekt vooral dat een eerdere beslissing van Alkmaar nu wordt gevolgd door een radicaal andere, zonder dat voor de raadsfracties duidelijk is waarom dat nou nodig is. De suggestie van politieke druk uit Amsterdam stoort niet alleen de rechtse oppositie, maar óók coalitiepartij VVD.
“Klopt het dat een belangrijk aandachtspunt voor Amsterdam het verblijf van supporters in Amsterdam voor en na de wedstrijd is?”, willen de aanvragers weten. “Welke alternatieven zijn onderzocht om dit risico te beperken of weg te nemen? (tekst gaat door onder de foto)
De burgemeester in de raadszaal, waar maandag kritische geluiden te horen zullen zijn. (foto: Streekstad Centraal)
De partijen willen weten of er nog een kans is dat Alkmaar de beslissing heroverweegt, zodat er mogelijk tóch Israëlische supporters naar de wedstrijd kunnen komen.
Het middel van een interpellatiedebat laat zien dat het de partijen menens is. Maandagavond om 19:30 uur moet het gebeuren, en voor die tijd willen de partijen al de nodige documentatie in handen hebben. “Wij achten behandeling op korte termijn noodzakelijk om de gemeenteraad in staat te stellen zijn controlerende taak uit te oefenen voordat de wedstrijd plaatsvindt.”
De veiligheidssituatie in het asielzoekerscentrum aan de Robonsbosweg was al eerder een punt van zorg voor de Alkmaarse VVD, en na de dodelijke steekpartij van woensdag is dat bepaald niet minder geworden. Raadslid Christiaan Peetoom diende enkele uren na het incident al raadsvragen in.
“Kan het college, voor zover het politieonderzoek dit toelaat, aangeven wat er op 30 september 2026 precies is gebeurd en wat de aanleiding van het incident was”, begint Peetoom, die aanstuurt op een zorgvuldige reconstructie van het gebeurde én van de al genomen veiligheidsmaatregelen in het Alkmaarse asielzoekerscentrum.
Het is niet de eerste keer dat de VVD zich genoodzaakt ziet de veiligheidssituatie in het centrum op de politieke agenda te zetten. Ook in maart waren er grote zorgen over de opvang aan de Robonsbosweg. (tekst gaat door onder de foto)
In maart was het John van der Rhee (links), nu is het Christiaan Peetoom die vragen stelt over het azc aan de Robonsbosweg. (foto: Streekstad Centraal)
Toen was een ander steekincident de aanleiding, waarbij alleen gewonden vielen. De escalatie van deze week bleek dodelijk.
“Naar aanleiding van eerdere incidenten zijn volgens het college onder meer het Veiligheidsplan, de werkafspraken en diverse protocollen aangepast”, brengt Christiaan Peetoom in herinnering. “Ook zijn door het COA camera’s op de verdiepingen geplaatst.”
Het bleek woensdag onvoldoende om een nieuwe geweldsuitbarsting te voorkomen. Daarom wil Peetoom met zijn raadsvragen precies achterhalen welke protocollen er nou in werking waren en welke niet. En werkten die camera’s eigenlijk wel – ook daar lijkt het raadslid niet zo zeker van.
“Kan het college aangeven wanneer de beveiliging voor het eerst op de hoogte was van het incident, wanneer is ingegrepen, welke acties de beveiliging heeft ondernomen en wanneer de politie en hulpdiensten zijn ingeschakeld?” (tekst gaat door onder de foto)
Ambulances aan de Robonsbosweg. Het slachtoffer overleed ondanks medische hulp aan zijn verwondingen. (foto: RVP)
De VVD wil ook weten wat er nu zal gebeuren met de verdachte. Bij het eerdere incident werd toegezegd dat de messentrekker in kwestie niet meer zou terugkeren naar Alkmaar.
“Welke maatregelen worden naar aanleiding van dit nieuwe incident genomen om de veiligheid van bewoners, medewerkers en de omgeving te waarborgen?”, vraagt Peetoom aan het college. Dat er in die omgeving ook tijdelijke woningen voor spoedzoekers worden ingericht laat zien dat eventuele problemen in het azc veel mensen kunnen raken.
Daarmee blijft het politiek toch al gevoelige dossier terugkeren in het Alkmaarse debat, met herhaald uitgesproken zorgen, en twijfels over hoe de veiligheid aan de Robonsbosweg nou écht verzekerd kan worden.
De Alkmaarse binnenstad was woensdag een gezellige drukte – en het waren zeker niet alleen Alkmaarders die op de traditionele Landbouwdag en Lappendag afkwamen. Het is al langer de boodschap van de organisatie: het ‘land’ de stad in brengen, daar gaat het om. Een rondgang over de markt bevestigde dat dat lukte.
“Nôh, jôôj!” Onvervalst ‘Derpers’, maar dan gewoon midden in Alkmaar. Dat horen we toch niet elke dag, maar wél op Lappendag. Want dat is gewoon voor iedereen een feest van herkenning. Onder de vrolijke klanken van het carillon ontmoetten Alkmaarders en bezoekers elkaar. “Is het Lappendag? O, ja. Het is Lappendag.”
Dat feest begon woensdagmorgen met de intocht van de paarden van landbouwschool Vonk. Hoefjes op het staal van de Friesebrug. Het was maar één van de klanken van dit grote spel. De omtovering van de Alkmaarse binnenstad tot een grote vrolijke markt. Waarbij Alkmaarse winkels en horeca zich ook eens lekker in de kijker konden spelen. (tekst gaat door onder de foto)
Zo werd het Waagplein schoongeveegd nadat de paarden weg waren. (foto: Streekstad Centraal)
Na tweeën veranderde dat spel en maakten de paarden plaats. Het Waagplein werd vakkundig schoongemaakt, snel legden de terrassen hun meters: er zou gedronken worden, gevierd. Ook daar gaat het om bij Lappendag.
Dat was ook op het Hofplein te horen. De kramen die daar nog bleven staan tot een uur of vijf kregen al gauw een muur van geluid achter zich. Van Hazes tot Borsato: ook hier vierde Alkmaar de laatste woensdag van september, als voorproefje op wat er volgende week te gebeuren staat. “Nee, ik mag het echt alleen in de fles verkopen”, verzekerde de verkoper van het Alkmaarse bier Zeglis de dorstige passanten.
De markt had ondertussen op alle manieren de wind mee. Lappendag is natte dag, heet het wel eens, maar daar was deze middag geen sprake van. Het was opmerkelijk warm voor de tijd van het jaar en dat zorgde voor welkome drukte op de markt die bijna heel de binnenstad bedekte. Met véél honing, véél stroopwafels – dat viel wel op tussen de ‘lappen’. (tekst gaat door onder de foto)
De Koorstraat liep mooi vol tussen de Alkmaarse vlaggen door. (foto: Streekstad Centraal)
Leerlingen van Vonk presenteerden bitterballen gevuld met vlees van ganzen, plaatselijk geschoten, en een fris-pittige tapenade van groenten die hier werden verbouwd. De laatste koeien liepen nog nét van de markt af. Natuurlijk: Landbouwdag. Daar begon het toch allemaal mee.
“Dit is het laatste broodje paling mevrouw.” Even verderop zijn het ándere hapjes die de markt maken. “Hee, Laan! Zo heet het bij ons ook!” Bezoekers uit Den Helder durven dat ijs wel aan, zo blijkt. En tussen het feestgedruis door ziet de Hartstichting kans om te collecteren. (tekst gaat door onder de foto)
De agrarische sfeer was natuurlijk niet te missen woensdag. (foto: Streekstad Centraal)
De terrassen hebben zich dan allang gevuld, al blijft het beloofde zonnetje rond borreltijd wel achterwege. Het gaat er nauwelijks over, het deert geen mens. Op Lappendag draait het om de ontmoeting, om de gezelligheid.
En de verzuchting: “Ach, weet je, volgende week is het eh, weer helemaal normaal toch?” De échte Alkmaarder weet dat dat een grap is. Volgende week, nou, dán gaat het pas los.
De Alkmaarse ochtendspits is een wonderlijke machine van langsschietende fietsers en auto’s op korte afstand van elkaar – maar niet op de laatste woensdag van september. Dan komt heel even alles tot stilstand om voorrang te geven aan grote én kleine paarden die de weg naar het Waagplein afleggen.
Vanaf de schoolgebouwen van Vonk gaat het dan over de Frieseweg in een lange stoet, stapvoets, en dan met klinkende paardenhoeven de Friesebrug op. Over de Kanaalkade bereiken de paarden en hun jonge begeleiders dan de oude binnenstad.
Voor de fietsers en automobilisten die onderweg zijn naar hun werk is het een korte onderbreking van de dagelijkse routine. Heel even een ergernis, maar toch ook wel een mooie aanblik, en de pauze is welkom.
Woensdag 30 september staat de Alkmaarse binnenstad in het teken van de landbouw, maar daarnaast draait het ook om mode, mooie stoffen, bijzondere vintage-vondsten: Landbouwdag is immers óók Lappendag, en dat betekent dat het nog lang nadat de dieren de stad weer verlaten hebben gezellig is in Alkmaar.
Met behoud van vertrouwen, doorpakken en er écht wat moois van maken: dat is in het kort hoe de provincie Noord-Holland de toekomst van de Weidse Polders voor zich. Het gebied tussen Alkmaar, Bergen, Egmond en Heiloo geldt als één van de meest kansrijke plekken voor meer natuur en dus wil de provincie ermee aan de slag.
‘Natuurontwikkeling in de versnelling’, noemt de provincie Noord-Holland het zelf. Vijf gebieden hebben de speciale status van extra prioriteit gekregen en de Weidse Polders is één van die gebieden. De andere zijn de Oostelijke Vechtplassen, Westzaan, Oostzanerveld en Zuid-Kennemerland. Hier moet de komende jaren echt wat veranderen.
“Dit doet de provincie door gronden aan te kopen van particulieren, pachters te ontpachten, herbegrenzingen door te voeren, kavels te ruilen en subsidies te geven voor natuurontwikkeling”, schrijft de provincie.
De Weidse Polders liggen voor een groot deel in de gemeente Bergen, een klein stukje ervan valt onder de gemeente Alkmaar. Mooi polderland in de binnenduinrand is het, maar wie het met de natuurbril bekijkt, ziet er meer in. (tekst gaat door onder de plattegrond)
Het gebied dat zo kansrijk is voor nieuwe natuur op de kaart. (beeld: provincie Noord-Holland)
De recente herontwikkeling van de Zanderij bij Castricum geeft een indruk van wat er met deze vlakte mogelijk is. Meer wateropslag, meer échte natuur, een overgang van polder naar duin. Maar voor dit toekomstbeeld is tegelijk wel wat verbeeldingskracht nodig. Er staan gewoon huizen in de polder, er zijn boerenbedrijven gevestigd, er lopen wegen, er is een gasopslag.
Dat ziet de provincie natuurlijk ook wel. “Omdat nog niet alle percelen zijn overgedragen aan natuurbeherende organisaties, worden sommige percelen nog intensief gebruikt en hebben deze beperkte natuurwaarden”, staat te lezen in het Programma Natuurnetwerk.
Brak water uit de duinen, ‘kwel’, zou het gebied gevarieerder kunnen maken. “Door meer graslanden extensief te beheren en het gebied te vernatten met behulp van lokale kwel, kan de natuurkwaliteit aanzienlijk verbeteren”, blikt de provincie vast vooruit. (tekst gaat door onder de afbeelding)
Een toekomstbeeld, met een geleidelijkere overgang van duin naar polder. (beeld: gebiedsvisie Weidse polders)
Maar daarvoor moeten huidige gebruikers dan wel plaats maken en dat ligt gevoelig. Er is daarom jaren overlegd met het lokale gezag, de gemeente Bergen. “Het college van burgemeester en wethouders van Bergen heeft de gebiedsvisie aangenomen en nog voor de zomer is deze vastgesteld door de gemeenteraad.”
Daarbij is toegezegd dat er ‘maatwerk’ mogelijk is, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw aan de oostrand van Egmond aan den Hoef. Bewoners van het gebied maken zich ook zorgen over het voortbestaan van de landbouw in de binnenduinrand, maar die zou toch moeten blijven bestaan.
In 2027 moet het project van start gaan en daarvoor is 15,7 miljoen gereserveerd. “Dit budget is bestemd voor de voorbereiding, verwerving, schadeloosstelling en inrichting van de resterende hectares”, verklaart de provincie in het Programma Natuurwerk. In 2035 moet het dan af zijn.
Het bleef vorige week niet onopgemerkt: het bericht dat het drinkwater in de regio behoorlijke hoeveelheden PFAS bevat. Er zat nog wel wat verschil tussen hoe Greenpeace dat beoordeelde en wat de drinkwaterbedrijven zélf als onveilig zagen, maar onrustwekkend was het bericht toch wel. In meerdere gemeenten klommen raadsleden in de pen.
Ook Streekstad Centraal had vorige week aandacht voor het bericht dat het drinkwater in onze regio de PFAS-norm overschrijdt. Die norm, vastgesteld door het RIVM, is 4,4 nanogram van deze schadelijke stoffen per liter. In heel de regio ligt de gemeten drinkwaterkwaliteit daar fors boven, met 11,4 nanogram per liter en uitschieters naar 14,3 nanogram in Uitgeest, Castricum en De Rijp.
Het was Greenpeace dat met deze cijfers kwam, uiteraard met de bedoeling mensen nog eens extra bewust te maken met milieuproblematiek dicht bij huis. In dit geval letterlijk in de eigen keuken. (tekst gaat door onder de foto)
Het duingebied is voor het drinkwater in onze regio een belangrijke plek, maar de bron is verder weg. (foto: archief Streekstad Centraal)
Het onderzoek van Greenpeace mist zijn impact niet. In zowel Dijk en Waard, Bergen, Castricum als Alkmaar zijn raadsvragen over dit onderwerp gesteld. In Alkmaar door de lokale partij Leefbaar Alkmaar; in Castricum, in Bergen en Dijk en Waard door de fracties van Pro. De strekking is dezelfde: wat doet het college concreet met deze informatie; en wat kán het college eigenlijk doen.
Het drinkwater wordt in Nederland verdeeld door nutsbedrijven. In onze regio is dat het PWN. Het drinkwaterbedrijf gebruikt water uit het IJsselmeer en verwerkt dat op verschillende manieren: in het oosten door het in een fabriek te zuiveren, in het westen door het in de duinen natuurlijk te zuiveren. Het drinkwater in de regio rond Alkmaar komt uit deze bron, dus via het duingebied.
De vervuiling zit er dus in hoofdzaak al vóór het PWN ermee aan de slag gaat in, en vervuiling in het IJsselmeer komt daarbij niet alleen uit Nederlandse IJsselstreek, maar ook, via de Rijn, uit Duitsland. Industrie en landbouw gebruiken de chemische stoffen die onder de noemer PFAS meetbaar zijn in ons kraanwater. Tegelijk stelt Pro Bergen wel vast: “In de Egmondse duintuintjes zijn verhoogde PFAS-gehalten aangetroffen.” (tekst gaat door onder de foto)
Kraanwater, een vanzelfsprekendheid – maar wel één waar vragen over zijn. (foto: Streekstad Centraal)
“PWN pleit zelf voor bronaanpak en de provincie dringt bij het rijk aan op verdere maatregelen tegen PFAS”, erkent Pro Bergen zelf al in de raadsvragen. De oplossing ligt eigenlijk niet op het lokale niveau van raad, college en gemeente.
“Is het college bereid met provincie, waterschap en omgevingsdienst eindelijk een integraal beeld te maken van PFAS in bodem en water in onze gemeente en te bepalen welke aanvullende metingen daarvoor nodig zijn?”, wil Pro Bergen weten. Ook Pro Dijk en Waard vraagt of het college al overleg heeft gehad met ‘PWN, de GGD en/of het RIVM’.
Leefbaar Alkmaar hoopt dat het Alkmaarse college bereid is ‘eventueel in regio- of VNG-verband, actiever te lobbyen bij het rijk en de provincie Noord-Holland voor een strengere aanpak van PFAS-lozingen bij de bron en het bespoedigen van een algeheel Europees PFAS-verbod’.
Officieel blijft het drinkwater overigens onverminderd gelden als veilig. De oude norm, die nog steeds van kracht is, gaat uit van 100 nanogram PFAS in het water en daar blijft het kraanwater dat we drinken dus ruim onder. Leefbaar Alkmaar vraagt de gemeente om duidelijkere informatie. “Op welke wijze gaat het college de Alkmaarse burgers helder informeren over de kwaliteit van het kraanwater, om te voorkomen dat er onnodige paniek ontstaat?”
Pro Castricum doet in dat verband een opvallende suggestie: “Greenpeace heeft een handzaam boekje uitgegeven met mogelijkheden die burgers zelf kunnen nemen om PFAS uit hun huishouden te verbannen. Zou het college aan de verspreiding van dat boekje willen bijdragen?”
Een geschiedenis van 45 jaar is met een blaf en een plons afgesloten. Het waren honden die voor de allerlaatste keer het koele water van het buitenbad van Zwembad Hoornse Vaart in doken. De komende jaren moet op deze plek een heel nieuw zwemparadijs verrijzen. “Bye bye en dank voor de lange dienst.”
Gudron Vis en Patrick Langendijk zijn er bij, op deze laatste zondag – net als Streekstad Centraal. Vis namens Alkmaar Sport en Langendijk namens de gemeente Alkmaar. Ze hopen er over drie jaar ook weer bij te zijn, als hier het vernieuwde Sportcomplex Hoornse Vaart opent.
“In januari gaan we echt starten met bouwen”, kondigt Langendijk aan. Bouwkranen, een complex dat langzaam vorm krijgt – er is genoeg te zien. Óók voor zwemmers. “Het oude complex blijft gewoon open.” (tekst gaat door onder de foto)
Nog even een paar keer van de glijbaan, voordat het buitenbad sluit en plaats maakt voor een compleet nieuw Sportcomplex Hoornse Vaart, mét nieuw buitenbad natuurlijk. (foto: Streekstad Centraal)
Alleen dus even zónder dat buitenbad, daar moest zondag echt afscheid van genomen worden. “Het buitenland is geopend in 1981”, vertelt Vis. “Ik heb hier heel vaak gezwommen, ben van de glijbaan af geweest. Lekker met mijn kinderen gespetterd… Het is een heerlijk bad om af te koelen in de warme zomerdagen.”
Vis is niet de enige met warme herinneringen aan het zwembad. “We hebben bezoekers gevraagd om hun verhalen, hun belevenissen in het buitenbad naar ons op te sturen”, vertelt Vis. “Herinneringen van eerste liefdes, van generaties die samen zwommen, met de blote billen van de glijbaan…”
Om tien voor vier konden de trouwe fans nog één keer van de glijbaan. Daarna was het dan echt de beurt aan de honden, als aller-, allerlaatsten. Terwijl de zon begon te zakken sloot het boek van Alkmaars beroemdste buitenbad, om over drie jaar in een heel andere vorm weer open te gaan.