Drempels, bordjes, en dus langzamer rijden: dat is straks ook de praktijk op de Van Ostadelaan en de Nicolaas Beetskade in de Alkmaarse wijk De Hoef. Wethouder Marius Wiegman liet deze week aan de raad weten dat hij klaar is voor de volgende stappen. Inwoners van de wijk blijken in ruime meerderheid voorstander van de 30km-zone.
Eerder dit jaar werd de Terborchlaan opnieuw ingericht en daarbij ging daar de maximumsnelheid omlaag van 50km/u naar 30km/u. Die lagere snelheid moet de veiligheid voor fietsers en voetgangers verhogen. Deze maximumsnelheid is ook in lijn met de geldende inzichten voor wegen waar fietsers en auto’s de zelfde rijbaan delen.
“De dodelijke verkeersongevallen uit 2023 en 2024 op deze wegen heeft de urgentie van verkeersveiligheidsmaatregelen verder vergroot”, voegt de wethouder daar nog aan toe.
Straks zal dus niet alleen de Terborchlaan, maar ook de eraan grenzende Van Ostadelaan een 30km-zone zijn. Dat geldt eveneens voor de Nicolaas Beetskade die in het verlengde ligt van de Van Ostadelaan. Het gaat over ongeveer een kilometer weg die moet worden heringericht. (tekst gaat door onder de foto)
De Terborchlaan na de herinrichting. (foto: Streekstad Centraal)
Op de herinrichting van de Terborchlaan klonk wel enige kritiek, vooral omdat na oplevering de juiste bordjes nog bleken te ontbreken. Maar in de praktijk is het draagvlak in de wijk heel groot. Dat komt naar voren uit het participatie-onderzoek dat de gemeente liet uitvoeren.
“In totaal staat 88 procent van de respondenten positief tegenover de invoering van 30 km/u”, stelt wethouder Wiegman vast. De gemeente ontving 578 reacties. Daarvan waren 447 respondenten het ‘helemaal eens’ met het voorstel en nog eens 62 respondenten verklaarden het ‘eens’ te zijn. De bewoners noemen de verbeterde verkeersveiligheid voor fietsers, voetgangers en schoolgaande kinderen als voornaamste argument.
Bij de herinrichting van de weg plant de gemeente drie nieuwe drempels: één tussen de Fabritiusstraat en de brug, één ter hoogte van bushalte Geestmolen, en één bij winkelcentrum De Hoef. De drie drempels kosten samen 75.000 euro.
De zorgen over de toekomst van de Nederlandse landbouw zijn groot. Écht groot. Om dat voor iedereen zichtbaar te maken sloten honderden boeren uit wijde omtrek zich aan bij een protest in Schermerhorn. Zo’n 500 trekkers vormden een groot lichtgevend schild op een weiland dat er zónder boeren niet zou zijn. “Er is paniek in de sector.”
Luid getoeter markeerde donderdag het begin van de actie. De trekkers kwamen uit verschillende richtingen naar Schermerhorn. Daar zouden volgens getuigen ter plaatse uiteindelijk om en nabij 550 trekkers zijn geweest. En dat was nodig ook, reageerden de demonstranten, want bij de landelijke politiek zou anders nog de indruk gewekt kunnen worden dat het wel meevalt met de onvrede.
De directe aanleiding voor de actie is het intrekken van de vergunning van bestaande bedrijven in Noord-Brabant. Daar moeten kippenhouders dus stoppen met hun werk. De vrees is dat er meer van zulke bedrijfssluitingen gaan komen. (tekst gaat door onder de foto)
Er waren vertegenwoordigers van verschillende vormen van landbouw aanwezig, van veehouders tot bollenboeren. (foto: PersfotoNH)
“”Als dat kan, kan iedereen in Nederland alles kwijtraken”, zegt Astrid Francis uit Noordbeemster tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Zij is mede-organisator van het protest en zelf boerin. “Er stonden hele zorgwekkende dingen in”, zegt ze over wat ze heeft gezien van de nieuwe kabinetsplannen. “Er is ook paniek in de sector.”
Het kabinet hoopt Nederland van het ‘stikstofslot’ te krijgen door te snijden in de landbouw. Door bepaalde vormen van veehouderij verder te beperken moet de uitstoot van stikstof lager worden en kan er weer gebouwd worden, is de gedachte. (tekst gaat door onder de foto)
Het felle licht was goed zichtbaar na zonsondergang. (foto: Persfoto NH)
Maar de eigenaren van die bedrijven zijn wél ondernemers, met een vergunning, die de een bedrijf hebben opgebouwd en daar hun toekomstperspectief aan verbonden hebben.
Dat dat nu op losse schroeven staat dwingt de boeren tot actie, zeggen ze. De verwachting is dat er nog wel meer van dit soort protesten zullen volgen.
Het is droog. Toch klinkt het bekende geluid van de maaimachine geregeld langs sloten overal in de regio. Gemeenten hebben een planning voor het maaien en die planning was er nou eenmaal al voordat het droog werd. Toch blijken er wel verschillen te zijn, leert navraag van Streekstad Centraal.
Vooral Dijk en Waard doet het net even anders dan de andere gemeenten – en wijst daarmee mogelijk de weg voor de toekomst. “Een klein deel van de bermen wordt in de zomer gemaaid”, verklaart de woordvoerder van de gemeente. Maar: “Binnen gemeente Dijk en Waard maaien we de slootranden pas in het najaar. Er wordt bewust voor gekozen om zo min mogelijk te maaien in perioden met hitte.”
Daarmee is Dijk en Waard de kritiek vóór die elders wel klinkt: dat er toch wel veel begroeiing wordt weggemaaid in een tijd die voor de natuur al moeilijk genoeg is. Door te maaien is de bodem minder goed beschermd tegen de hete zon en dat heeft effecten op het bodemleven. (tekst gaat door onder de foto)
Deze week werd er gemaaid in de Oudorperpolder. (foto: Streekstad Centraal)
“De invloed van deze werkzaamheden op de temperatuur en vochtigheid van de bodem tijdens droge periodes hebben wij niet onderzocht”, reageert de persvoorlichter van de gemeente Alkmaar op vragen over het maaien dat daar gewoon ‘volgens planning’ door blijft gaan. “Daarom kunnen wij geen uitspraak doen over het effect hiervan.”
Alkmaar is dan ook niet van plan om, zoals Dijk en Waard wel doet, in de nabije toekomst pas ná de zomer te gaan maaien. “Nee, op dit moment vinden wij het nog niet nodig om een andere planning te maken.” Wel zegt Alkmaar ‘de ontwikkelingen rond klimaat en beheer’ in de gaten te houden, dus er kan later wel wat veranderen.
De praktijk heeft in Alkmaar nu al tot een kleinere wijziging geleid. “Het maaien van kort gras is momenteel tijdelijk stilgelegd. Door de droogte groeit dit nauwelijks, waardoor maaien op dit moment niet nodig is.” (tekst gaat door onder de foto)
De droogte is overal zichtbaar. (foto: Streekstad Centraal)
In de BUCH-gemeenten wordt ook gewoon gemaaid, ondanks de droogte. Maar daar wordt wel gekeken naar hoe het anders kan. “We begrijpen de kritiek. Het maaien van bermen kan er inderdaad toe leiden dat de bodem meer wordt blootgesteld aan zon en daardoor gevoeliger is voor uitdroging en opwarming”, erkent de woordvoerder van de gemeentelijke samenwerkingsorganisatie.
Die planning is er tegelijk ook niet zomaar. “De planning van het maaien is onderdeel van een bredere planning voor onderhoud”, zegt de woordvoerder. “Zo hangt het maaien van slootranden samen met het schouwen en het onderhoud van sloten. Daarnaast verkleint regelmatig maaien de hoeveelheid droog gewas in de bermen en daarmee de kans op bermbranden.” Met name in de duinstreek is de vrees voor branden groot, met al die kwetsbare natuur.
Hoewel er dus praktische kanten aan het verhaal zitten, kijken de planners van de BUCH wel naar de kansen van een ander maaibeleid. Lange droge periodes zullen naar verwachting vaker gaan voorkomen. Het is dus niet ondenkbaar dat wat nu alleen in Dijk en Waard de praktijk is, in de toekomst ook elders in de regio de standaard wordt.
De zonsverduistering was woensdag hét gesprek van de avond. Vanaf een uur of zeven begon het langzaam donker te worden, op een manier die echt anders dan anders was. Het bijzondere natuurfenomeen werd in de regio op allerlei manieren beleefd. Aan de stranden was het druk. Maar de echte fans hadden hun eigen observatorium of trokken ervoor naar Spanje…
Nee, het observatorium in Castricum is niet speciaal voor deze zonsverduistering gebouwd. De unieke koepel bovenop het dak van het huis van Nicolàs de Hilster is er intussen al heel wat jaartjes. In 2018 bouwde hij het zelf, met wat hulp, in vier maanden tijd op. “Ik heb keurig vergunning aangevraagd”, lacht De Hilster als we hem daarnaar vragen. Het halfronde koepeltje kan draaien en houdt professionele apparatuur droog, deels ook weer zelfgemaakt.
“Het is niet ruim bemeten”, wijst De Hilster. “Naar de zonsverduistering kijken wij met ons tweeën, mijn vrouw Ria en ik.” Vooraf had De Hilster nog wel zijn twijfels over de omstandigheden, maar de lucht is kraakhelder. “Dit is wel perfect.” (tekst gaat door onder de foto)
Nicolàs de Hilster in zijn eigen Castricumse observatorium (foto: Streekstad Centraal)
Of nou ja. “Het is lekker warm hierboven”, zegt De Hilster met gevoel voor understatement. Toch is er genoeg werk aan. “Ik probeer elke vijf minuten een foto te maken. Zo heb ik meer zonsverduisteringen vastgelegd.”
Zonsverduisteringen komen vaker voor, maar dat de zon bijna geheel achter de maan verdwijnt, dat is zeldzaam. In 2025 nam de maan alleen maar een hapje uit de zon. Dat is deze woensdag wel anders. Op het hoogtepunt bedekt de maan bijna 90 procent van het zonlicht boven Nederland. (tekst gaat door onder de foto)
Alkmaarder Rian ging voor de totaliteit van de verduistering naar Spanje. (foto: Streekstad Centraal)
Zeker is Nicolàs de enige niet die van de zonsverduistering wat bijzonders maakt. Sommige mensen zijn er zelfs helemaal voor naar Spanje gereden. Zo ook Streekstad Centraal. Daar, in het noordwestelijke León, ontmoeten we Rian van der Weiden uit Alkmaar. “Ik heb gekozen voor León, ik hoopte op betere condities en de verduisteringstijd is hier wat langer”, licht hij zijn keuze voor het Spaanse westen toe.
Wat verder naar het oosten is de nacht er al sneller. Ook het bijzondere effect van de invallende duisternis die dan tóch niet doorzet is dan kleiner. “Hier maak je echt de totaliteit van de zonsverduistering mee. Dat waren een minuut en veertig seconden. Écht bijzonder. En heel leuk om dat hier mee te maken want León is het Spaanse Alkmaar.”
Zo zakte in Egmond de zon in de zee. (foto: Streekstad Centraal)
Voor veel liefhebbers in de regio is er een andere plek het meest in trek: het strand. Daar is vrij zicht op de avondhemel en dus verzamelden zich daar al vanaf het begin van de avond talloze mensen met én zonder eclipsbrilletje.
Streekstad Centraal nam een kijkje in Egmond aan Zee, en trof daar zelfs mensen met ceedeetjes en dubbele zonnebrillen, hoezeer dat ook door de autoriteiten was afgeraden.
“Nou, ik durf zelf niet te kijken hoor”, reageert Dennis uit Egmond aan Zee. “Maar ik ben heel benieuwd wat de drone gaat doen.” (tekst gaat door onder de foto)
Dennis gebruikt zijn drone om het unieke natuurfenomeen vast te leggen. (foto: Streekstad Centraal)
Niet durven kijken – dat geldt voor veel bezoekers van het strand en het duinpad. De eclipsbrillen waren nou eenmaal dun gezaaid. Maar eigenlijk is dat helemaal geen probleem. De begeerde brilletjes worden gewoon gedeeld, dat gaat hier in ‘Derp’ héél gemoedelijk.
“Nou, ik kom niet van hier, ik kom van Terschellling”, zegt Albert. Daar is het allemaal ook heel goed te zien, maar hij moest nou eenmaal in Amsterdam zijn – en dan is Egmond toch mooi dichtbij.
“Ik ga niet op het strand staan”, verklaart Albert. “Hier op het duin is het beter. Daar beneden kun je geen foto’s maken. Veel te druk.” (tekst gaat door onder de foto)
Albert gaat voor een mooie foto, dus het mulle zand is niks voor hem. (foto; Streekstad Centraal)
Voor de paviljoenhouders is het aanpoten en dat in een zomer die tóch al draaide om zon, zon en zon. Ondernemers die Streekstad Centraal ernaar vraagt merken de invloed van de zonsverduistering vooral aan een vroege piek: veel mensen willen vóór 19:00 uur gegeten hebben en dan genieten. Maar er is een tweede piek óók: “Alles is volgereserveerd en nee, dat is niet standaard”, horen we bij het bekende paviljoen De Zilvermeeuw.
Toch komt echt niet iedereen voor het natuurfenomeen naar ‘Derp’. Een Duitse familie uit de buurt van Keulen lijkt het allemaal weinig te prikkelen. “Wir lieben Holland!”, dat zeker. Maar die ‘Sonnenfinsternis’ geloven ze wel. “Wij gaan lekker op de braderie kijken en we merken het wel als het plotseling donker wordt.”
Op de braderie is de extra drukte door de zonsverduistering sowieso wel merkbaar. “Ik ben al honderd keer gevraagd naar eclipsbrillen”, zegt de uitbater van een zonnebrillenkamer kort vóór het allemaal moet beginnen. “Maar ik heb ze niet, nee. Ach, gister in Katwijk vroegen ze het wel 300 keer.” (tekst gaat door onder de foto)
De allerbeste apparatuur, voor een echt bijzondere avond. (foto: Streekstad Centraal)
In Castricum is aan al dat soort zaken natuurlijk al lang en breed gedacht. De Hilster is daarbij niet alleen met de zonsverduistering bezig. Ook de Perseïden, de jaarlijkse meteorenregen in de zomer, dienen zich aan. “Als de zonsverduistering afgelopen is ga ik nog naar de Schoorlse duinen daarvoor. Ik ben pas na 1:00 uur thuis, verwacht ik.”
Een ervaring die veel van de toegestroomde toeristen in Egmond aan Zee met De Hilster kunnen delen. Bus na bus bleek zó overvol dat bij het busstation niet eens meer werd gestopt. “Ik stond hier al een uur, en nu nóg een uur?” De vertwijfeling was groot.
Kilometers verder blijft in Castricum het observatorium een heerlijke bezigheid. De zonsverduistering was meer een cadeautje tussendoor. “De wetenschap is wel mijn hobby ja”, overweegt De Hilster. “Ik houd in principe iedere dag de zonnevlekken bij, als het weer het toelaat. Die gegevens worden gebruikt voor onderzoek. En we hebben hier de Zonnekijkdagen. Maar die zonsverduistering van vanovend blijft ook nog wel even merkbaar hoor. Het getij ebt nog na. Volgende week hebben ze op het strand van Egmond hogere vloed, springvloed. Dat hebben de zon en de maan vanavond veroorzaakt.”
Wie in Noord-Holland woont, heeft te maken met water. Met poldersloten, ringvaarten, dijken, gemalen, keringen: al die typische dingen die híér alledaags zijn, maar in de rest van de wereld bijzonder. Menig Noord-Hollander is daar een beetje trots op, dit land dat ‘we’ zelf geschapen hebben. Maar de echte kennis daarover – die ontbreekt nog wel eens.
Want hoe dat nou precies werkt, met die slootjes en boezems, en met welke kleine en grote uitdagingen waterbeheerders nu en in de toekomst te maken krijgen, daar heeft de gewone Noord-Hollander eigenlijk geen beeld van. De hoogheemraadschappen in de provincie bieden nu een prachtige atlas om dat te veranderen. De ‘Wateratlas van Noord-Holland’ geeft met véél beeld, veel kaartjes, veel grafiekjes, uitgebreide uitleg over het reilen en zeilen van het waterbeheer.
Eindredacteur Michiel Schreijer en mede-schrijver Maarten Poort buigen zich net over de proefdrukken als Streekstad Centraal langskomt in het waterschapskantoor in Heerhugowaard. “Wat een megaproject”, zegt Poort terwijl hij de twee ringbanden vastpakt. (tekst gaat door onder de foto)
Michiel Schreijer (links) en Maarten Poort werkten twee jaar aan de Wateratlas van Noord-Holland (foto: Streekstad Centraal)
De atlas is zó groot dat de proefdruk over twee ringbanden is verdeeld. “Maar het wordt uiteindelijk dus één band”, zegt Schreijer. “Het is een godswonder dat ons dit in twee jaar gelukt is.”
Aan het ‘megaproject’ werkten 33 schrijvers mee, maar ook tal van andere deskundigen, die werden geïnterviewd. Al die kennis samen moet de lezer een zo compleet mogelijk beeld geven van het werk dat de waterschappen in Noord-Holland verrichten. In onze regio dus vanuit het bekende kantoor in Heerhugowaard, voor Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. (tekst gaat door onder de foto)
In het waterschapskantoor spreken mensen van ‘streefpeil’ en ‘peilmarge’. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zitten heel veel verborgen kanten aan het systeem”, legt Schreijer uit. “Waar is het water als je er niet op let? Dat is de vraag waar het om gaat. Het zit overal, altijd, maar de gewone Noord-Hollander ziet dat niet. Wij waterschappers spreken over dingen als streefpeil, peilmarge. Maar wat dat betekent? Dat leggen we in de Wateratlas uit.”
In het boek worden de verschillende Noord-Hollandse regio’s onder de loep genomen, maar daarnaast is veel ruimte gemaakt voor een goede uitleg over het watersysteem van onze provincie. Dat is toch fascinerende materie voor iedereen die er middenin woont.
“Nico van der Wel heeft daarvoor de journalistieke interviews gedaan”, vertelt Schreijer. Maarten Poort nam de taak op zich om het technische verhaal in begrijpelijke taal uit te leggen. (tekst gaat door onder de foto)
Het Poldermuseum in Heerhugowaard, één van de plekken waar Noord-Hollanders kunnen stilstaan bij het waterbeheer dat overal om hen heen is. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zit nog een hoop detail in”, zegt Poort over zijn werk. “Het moet Nico soms hebben geduizeld. Maar het is wel belangrijk om dat goed over te brengen. We zitten in een ontworpen systeem en daar zitten grenzen aan. Mensen realiseren zich dat vaak niet. Voor ons is het de kern van ons werk.”
Waterbeheer is keuzes maken, maar ook: voortbouwen op keuzes die lang geleden al zijn gemaakt. “Toen ze hieraan begonnen rond 1300 was er geen blauwdruk voor 2025”, vult Schreijer aan.
Waar Poort veel mee te maken heeft is versnipperde ruimtelijke ordening. In één peilgebied komen veel functies voor: natuur, landbouw, woningen – alles naast elkaar. Natuurbeheerders willen graag een hoog waterpeil, voor de landbouw is een laag peil handiger. “Bijna in ieder peilgebied zitten alle functies”, weet Poort. En dat is niet altijd makkelijk.
“Nu met de droogte zien we dat goed. Natuurgebieden hebben meer water nodig, maar niet elk water is geschikt. Water met veel kalk, of veel meststoffen, dat is veel te voedselrijk voor die natuurgebieden”, legt Poort uit. “Voor de meeste landbouw maakt dat minder uit, daarvoor gebruiken we het IJsselmeerwater. Maar wij niet als enige.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor bollenteelt is niet ieder type water even geschikt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook in het IJsselmeer zakt intussen het peil, al is de situatie in het noorden niet te vergelijken met die in het zuidelijke deel van Nederland, waar zo’n watervoorraad er niet is. Toch ziet Poort ook in de buurt problemen. “De bollenteelt in de Noordkop zit daar op zich goed: zandgrond, veel zon. Maar de locatie in het waterschap is ongelukkig. Ze zitten aan het einde van de stroom, net voor het water de zee ingaat.”
Het is ook een ‘kritische teelt’, waarbij de kwaliteit van het water dus net wél uitmaakt. Het is één van de typische technische uitdagingen waar Poort als waterbeheerder voor staat.
En ja, het is droog. De velden besproeien met slootwater, dat kan voorlopig nog, maar toch moet de agrarische sector wel gaan uitkijken naar andere oplossingen. Iets waar op Texel al mee wordt geëxperimenteerd. Daar is slootwater op de velden spuiten al jaren taboe – het eiland heeft nou eenmaal weinig eigen water.
“We hebben toch wel met wat te maken”, zegt Poort. Dat beseft ook Schreijer. “Klimaatverandering maakt de extremen zó groot dat op een gegeven moment iederéén aan zijn achterhoofd gaat krabben. Er staan nu duinpoelen droog die ik nog nooit droog heb zien staan.” (tekst gaat door onder de foto)
De Zanderij in aanleg. Water uit de duinen kan hier een plek vinden. (foto: Streekstad Centraal)
Noord-Holland is een bijzonder geval, maar daar zit ook een kans. Juist omdat het waterbeheer zo goed is geregeld is er sturing mogelijk. Er wordt ook aan oplossingen gewerkt. “Neem de Zanderij, in Castricum”, zegt Poort. “Daar is bollengrond natuur geworden. We kunnen daar water opvangen, voor als er in één keer veel regen valt, zoals in 2021 gebeurde.”
Ook in Oudorp is zo’n berging voor water. Daarnaast is er dus ook behoefte aan watervoorraden, als appeltje voor de dorst bij droogte. “En dat is dus niet hetzelfde”, benadrukt Schreijer. “Van een berging wil je dat ie leeg is, zodat je ‘m kunt gebruiken bij een calamiteit. Van een voorraad wil je dat ie vol is.”
Dat soort praktische zaken, die kennis waar het in het waterschap om draait, daar staat de ‘Wateratlas van Noord-Holland’ vol mee. Vrijdag 21 augustus is de atlas er dan echt. “We kunnen heel veel, maar er zit ook een grens aan”, besluit Poort. “Dat willen we uitleggen. Als dát mensen bereikt, dan is dit megaproject geslaagd.” (hoofdfoto: HHNK)
Dromen van een andere stad, met een iconisch eilandje tussen het oude en het nieuwe in. Dat willen Alkmaarders bést, ontdekte het Architectuur Informatiecentrum Alkmaar (AIA). Op de prikkelende prijsvraag om vrijelijk te fantaseren over een heel ander gebouw op de plek van het politiebureau aan het Mallegatsplein kwamen ruim zestig reacties.
“Ja, enorm”, reageert een verraste Ed Diepenmaat. “Vooraf zeiden we tegen elkaar: met tien, vijftien serieuze reacties zijn we ook al blij. Dit is voor ons vér boven verwachting.”
Maar liefst 64 ontwerpers schreven zich in voor de volgende ronde van de ideeënprijsvraag van AIA. Daarvan is ongeveer tweederde professioneel, dus afkomstig uit de architectuur en stedenbouw. Een derde van de inzendingen komt van mensen ‘buiten het vak’, die hun creativiteit de vrije loop laten. (tekst gaat door onder de foto)
Ed Diepenmaat had niet verwacht dat er 64 inzendingen zouden zijn voor de ideeënprijsvraag. (foto: Streekstad Centraal)
Overweldigend noemt Diepenmaat dat enthousiasme. “Het is leuk dat het herkend wordt. Het leeft enorm.”
Diepenmaat is dus bepaald niet de enige die wel eens wegdroomt bij de gedachte aan een ánder Kanaalschiereiland. Een ‘Île d’Alkmaar’ met een iconisch gebouw erop. Een museum, een theater, een muziekpodium – het zijn allemaal mogelijkheden. Met zo’n spectaculair gebouw kan het eilandje dat zo mooi tussen de oude binnenstad en de nieuwbouw op Overstad ligt opbloeien, opengaan, een verblijfsplek worden.
Nu is dat nog anders. Het politiebureau is een gesloten gebouw, met dichte muren. Een hek. Spiegelend glas. Juist die grote tegenstelling tussen wat hier zou kunnen, en wat het nu ís, maakt de ideeënprijsvraag van AIA zo prikkelend. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige inrichting van het Kanaalschiereiland nodigt niet uit om er lang te verblijven. (foto: Streekstad Centraal)
Er zijn helemaal geen concrete plannen om het politiebureau te verhuizen. Het gaat bij de ideeënprijsvraag echt om vrije verbeelding. Het hield de creatieve Alkmaarders duidelijk niet tegen.
Diepenmaat ziet ook wel praktische kansen. De huidige inrichting van het politiebureau, met maar één uitgang voor de politievoertuigen, is niet ideaal. Er kan voor de politie dus best een argument zijn om op termijn uit te kijken naar een andere werkplek.
De parkeergarage is er dan ook nog. Die moet hoger worden, daar heeft de gemeente plannen voor. Maar Diepenmaat ziet meer in ondergronds parkeren. Dan kan hier, boven de grond en met aan drie kanten water, iets prachtigs ontstaan. Met aan de basis daarvan de avontuurlijke ideeën van 64 ontwerpers.
De ontwerpen worden in de komende weken en maanden verder uitgewerkt. Op 12 oktober moeten alle ontwerpen binnen zijn. Op 17 oktober opent dan een expositie waarin de ideeën aan het grote publiek worden gepresenteerd.
Het is volop zomer, tóch dook de thermometer in de Schoorlse duinen afgelopen weekend even onder het vriespunt. Dat waren uiteraard geen gemiddelde temperaturen, maar zéér plaatselijke waardes in een duinpan. Alkmaarder Peter Bliek legt deze bijzondere weerfenomenen al jaren vast met eigen meettemperatuur.
Aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal, legt Bliek uit hoe het mogelijk is dat de thermometer waardes onder 0 aangeeft in het heetst van de zomer. “Is het droog, zowel in de grond als in de lucht, dan kan de warmte die overdag in de grond wordt opgeslagen ‘s nachts veel makkelijker ontsnappen. Hetzelfde effect heb je bijvoorbeeld in woestijnen, waar het ondanks de hoge temperatuur overdag in de nacht ontzettend koud kan worden.”
Dat die warme lucht uit de duinpan vervliegt heeft te maken met het gewicht van die warme lucht. “Omdat de door de zon opgewarmde lucht lichter is dan de koudere lucht, ontsnapt die uit de kom, terwijl de koude lucht er onderin achterblijft”, verklaart Bliek. (tekst gaat door onder de video uit 2025)
De warmte trekt dus weg en de koude blijft over. De duinpannetjes krijgen hierdoor een bijzonder microklimaat. “Dat effect kan zo groot zijn, dat het er dus kan vriezen, terwijl de normale minimumtemperatuur boven de 10 graden ligt”, weet Bliek.
De Alkmaarder heeft al heel wat metingen verricht de afgelopen jaren. Met toestemming van Staatsbosbeheer heeft hij op geheime locaties in de duinen professionele apparatuur geplaatst. Dat maakt de metingen nog niet ‘officieel’, het KNMI doet er verder niets mee, maar Bliek benadrukt dat zijn apparatuur betrouwbaar is.
“Dit is allemaal professionele techniek, die we zorgvuldig hebben geijkt. Het gaat dus zeker niet om een meetfout.”
In de nacht van vrijdag op zaterdag mat hij zo een temperatuur van -0,15 graden. Nét onder het vriespunt dus. Voor deze periode in het jaar, de zogenaamde ‘hondsdagen’ tussen 20 juli en 20 augustus, is dat volgens Bliek een landelijk kouderecord.
Een eerdere spectaculaire meting was op 7 augustus 2022. Toen kon Bliek aan de grond een temperatuur van -0,7 graden meten. De grondtemperatuur is dus nog iets kouder, ook deze temperatuur is een record. Deze zomer werden ook lage grondtemperaturen gemeld in Twente, maar de records uit Schoorl zijn daarmee nog niet verbroken.
Een motorrijder is gewond geraakt bij een ongeval op de A9. Dat gebeurde zondagmiddag rond 12:15 uur ter hoogte van Heiloo, op de rijbaan in de richting van Akersloot.
Een groepje motorrijders reed zondagmiddag samen over de snelweg toen één van de bestuurders ten val kwam. Hoe dat kon gebeuren is niet duidelijk. De bestuurder schoof door de val over het asfalt, getuigen schatten dat hij zo’n 150 meter over de weg is geschoven. Tegen de vangrail kwam de motorrijder uiteindelijk tot stilstand.
De ambulance verleende de eerste hulp op de plaats van het ongeval. Daarbij werd de bestuurder op een vacuümmatras gelegd. Daarna nam de ambulance het slachtoffer mee naar het ziekenhuis. De motor is door een berger afgevoerd.
Het duurt allemaal langer en het is complex: het wil maar niet vlotten met de Bestevaerbrug. Die brug wil Alkmaar al járen hebben, toch is het nog altijd de vraag of het er ook echt van komt. Oppositiepartij OPA vraagt zich af waar Alkmaar de voorbije jaren mee bezig geweest en spreekt de vrees uit dat uitstel afstel wordt.
De Bestevaerbrug staat in het coalitieakkoord, ook in het nieuwe. Er wordt ook echt wel over de brug nagedacht, benadrukt het college. Alleen: “Er is een aantal complexe overschrijdende sleutelvraagstukken geconstateerd”, schreef het college deze zomer.
“Wat is exact een sleutelvraagstuk?”, vraagt OPA-voorman Victor Kloos zich daarbij af. Hij noemt de woordkeuze van het college ‘vaagtaal’. Kloos is kritisch over de gang van zaken en verdenkt coalitiepartij GroenLinks-PvdA ervan de brug te willen afvoeren. Die partij was in het verleden al vaker kritisch over het idee van een brug op deze plek, tussen Oudorp en Overdie. (tekst gaat door onder de foto)
Victor Kloos vraagt zich af of het college de Bestevaerbrug wel echt wil. (foto: OPA)
“In 2012 sneuvelde de brug ook al, toen op voorspraak van D66 die toen toetrad tot het college”, brengt Kloos verder in herinnering.
Dat er nu een college aan zet is waar OPA zelf niet in zit zorgt ervoor dat er bij die partij twijfels zijn over de goede bedoelingen. “Haagse partijen denken altijd heel strategisch en houden alle deuren open voor coalities naar hun landelijke collega’s om maar te blijven regeren”, schrijft hij in zijn raadsvragen over de Bestevaerbrug en verkeer in brede zin.
Opvallend is dat OPA óók meer wil weten over de periode dat de partij wel zelf in het college zat, en dus meepraatte over de verkeersplannen van VVD-wethouder Christiaan Peetoom. “Wat is er eigenlijk gedaan in de periode mei 2023 tot en met besluitvorming in raad 2025 over het tracé qua onderzoek?”, vraagt Kloos aan het college.
Dat er nu onzekerheid is over waar de brug precies moet komen, en over de uitkoop van ondernemers op die plek, roept vragen op. Dat had toch allang onderzocht moeten zijn, brengt Kloos naar voren, anders is alles op ‘drijfzand’ gebaseerd. (tekst gaat door onder de foto)
Twee oevers die voorlopig nog echt niet aan elkaar verbonden zijn. (foto: Streekstad Centraal)
Kloos wil dat het college nauwgezet in beeld brengt hoe de besluitvorming tot nu toe is gelopen. Een concrete ‘tijdlijn’ moet meer inzicht geven in wat wel en wat nog niet onderzocht is.
Als voorbeeld noemt Kloos overleg met de vaarwegbeheerder. Het Noordhollandsch Kanaal wordt druk bevaren, de binnenvaart heeft dan ook wel een mening over een brug op deze plek. Een extra brug over het kanaal is altijd reden om met de beheerder van dat kanaal in overleg gegaan. Het verbaast OPA dan ook dat het college nu aankondigt dat er nog overleg moet plaatsvinden, dat had allang moeten zijn gebeurd.
“OPA kan zich niet aan de indruk onttrekken dat van dit uitstel mogelijk afstel volgt”, schrijft Kloos. Daarmee zou in het lange boek over de Bestevaerbrug ook dit hoofdstuk weer eindigen zoals alle voorgaande: geen brug, maar de wens, die blijft.
De politie heeft een waterpistool in beslag genomen. Dat gebeurde in Alkmaar, in de nacht van vrijdag op zaterdag. Op de rotonde van de Kooimeer leek het de bestuurder van een auto een grappig idee om andere weggebruikers, die stonden te wachten voor een verkeerslicht, nat te spuiten.
De politie was op dat moment toch al aanwezig om de Kooimeer, omdat daar een aanrijding was geweest. Daardoor trok de grap met het waterpistool al snel de aandacht.
De politie haalde de man uit zijn auto om hem op zijn gedrag aan te spreken. Het waterpistool is in beslag genomen.