Bij een ongeluk op de Kooimeer in Alkmaar is zaterdagavond de bestuurder van een motor gewond geraakt. Rond 23:40 uur kwamen een motor en een auto met elkaar in botsing op de rotonde. Dit leidde ertoe dat de bestuurder van de motor viel.
Meerdere hulpdiensten kwamen naar de plek van het ongeval. Ambulancepersoneel controleerde de verwondingen van de motorbestuurder en besloot de motorrijder mee te nemen naar het ziekenhuis voor verdere behandeling.
De politie doet onderzoek naar de toedracht van het ongeluk. Het nachtelijke verkeer had enige tijd hinder van de afhandeling van de aanrijding.
Besturen tot achter de voordeur, het ligt traditioneel gevoelig bij de Nederlandse overheid en zeker bij liberale partijen. Maar aan de andere kant zijn de zorgen over jonge kinderen die urenlang op een tablet of telefoon zitten groot. D66 Dijk en Waard wil dat de gemeente hier een rol gaat spelen.
“De eerste levensjaren zijn cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen”, benadrukt Loubna Cumming van D66 Dijk en Waard. “Schermgebruik komt onder zeer jonge kinderen veelvuldig voor en begint dit vaak al op jonge leeftijd. Internationale richtlijnen adviseren om schermgebruik onder de achttien maanden te vermijden en onder de twee jaar sterk te beperken.”
Cumming vraagt zich af of ouders in Dijk en Waard dat wel weten en of de gemeente niet de taak op zich kan nemen om ze hierover te informeren. Ze wijst daarbij op de internationale richtlijnen van onder meer de WHO. (tekst gaat door onder de foto)
Loubna Cumming hoopt dat de gemeente met gerichte informatie schermgebruik kan terugdringen. (foto: D66 Dijk en Waard)
Jonge ouders genieten er vanzelfsprekend van om tijd met hun kinderen door te brengen, maar niet altijd ís die tijd er ook. Dan gebeurt het nog wel eens dat het geliefde ‘handenbindertje’ de telefoon krijgt aangereikt, of een ander apparaat, om daar spelletjes op te spelen of filmpjes op te kijken. Het scherm als hedendaags prentenboek of telraam: het komt veel voor, ook in Dijk en Waard.
“Duidelijke, eenduidige en praktisch toepasbare richtlijnen zijn voor ouders niet altijd gemakkelijk vindbaar”, stelt D66 Dijk en Waard vast. “Op welke wijze worden internationale of nationale richtlijnen over schermgebruik momenteel gecommuniceerd richting ouders via gemeentelijke partners, zoals het consultatiebureau?”
Cumming pleit ervoor om de inzichten over schermgebruik onderdeel te maken van het gemeentelijke ‘preventiebeleid’. Het terugdringen van de schermtijd van jonge kinderen zou gezondheidsproblemen en sociale problemen op latere leeftijd kunnen voorkomen, is de achterliggende gedachte.
Het college van Dijk en Waard heeft dertig dagen de tijd om op de vragen te reageren. (hoofdfoto: foto: Pixabay / Ramon López Calvo)
Op hete zomerdagen trekt het water. Ook in Alkmaar. Bootjes op de grachten, kleedjes op het bolwerk, en her en der geplons langs bruggen: dat is een typische Alkmaarse zomerdag. Maar échte zwemplekken zijn er in de kaasstad eigenlijk niet, stelt raadslid Roy Seignette van GroenLinks-PvdA vast. En dat zou anders moeten.
“!n de singels rond de binnenstad en bij de Kerkbrug of Kippenbrug bij Oudorp wordt geregeld gezwommen”, weet Seignette. Maar dan wel: ‘zonder aanwijzing, zonder waterkwaliteitscontrole, zonder veiligheidstoets’. Het is zwemmen op eigen risico en dat op plekken die niet per se op zwemmers zijn ingericht.
Dat betekent dus ook dat er eigenlijk nauwelijks iets bekend is over hoe ongezond of onveilig het nou echt is om in de singels of de vaarten te plonzen. Het raadslid brengt daarbij wel naar voren dat blauwalg in warme zomers een terugkerend probleem is. (tekst gaat door onder de video uit 2025)
“De behoefte is er”, licht Seignette zijn raadsvragen toe in gesprek met Streekstad Centraal. “Er zijn ook mooie zwemplekken in Noord-Holland, maar niet in Alkmaar zelf. Het Geestmerambacht is natuurlijk een geweldige zwemplek, maar vanuit Overdie is dat nog best een eind fietsen.”
De bestaande plekken, zoals de singels en de Kippenbrug, zijn in ieder geval al goed in beeld bij de enthousiaste zwemmers. Alkmaar zou dus kunnen kijken naar mogelijkheden om die plekken een officieel karakter te geven, met controle op de waterkwaliteit.
“Maar we horen ook dat mensen dit noemen in de participatie rond het Kanaalpark”, vult Seignette aan. Zwemmen in het kanaal is lastig door de aanwezige scheepvaart, maar er zijn wel oplossingen denkbaar. Een ‘soort omheining’, een afgesloten stuk om te baden, bijvoorbeeld bij de Ringersbrug – het zijn maar losse ideeën, geeft Seignette toe, dingen om te ‘verkennen’, maar het laat zien waar het heen kan gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Raadslid Roy Seignette pleit voor veilige zwemplekken op fietsafstand. (foto: Streekstad Centraal)
“Verschillende andere gemeenten nemen wél stappen om veilig zwemmen te faciliteren”, stelt het raadslid in zijn raadsvragen. Hij noemt steden als Rotterdam, maar ook Parijs, waar zwemmen in de Seine op steeds meer plekken mogelijk is.
GroenLinks-PvdA zou willen dat ook Alkmaar stappen in die richting zette. “Is het college bereid actief het gesprek aan te gaan met de provincie, HHNK en de Omgevingsdienst over het realiseren en laten aanwijzen van ten minste één officiële zwemlocatie binnen de gemeente?”
Dat zou dan een openbare zwemlocatie moeten zijn waar het water wél in de gaten wordt gehouden, om te beginnen. Maar GroenLinks-PvdA hoopt er nog iets meer van: een zwemvoorziening in combinatie met horeca. Dat zorgt ervoor dat er vanzelf al wat meer toezicht. Ook in andere steden werkt die combinatie goed, schrijft Seignette.
Het roept het Alkmaarse Stadsstrand in herinnering en inderdaad noemt Seignette ook het Ringersplein. “Daar zijn nu al die fonteintjes. En er zitten meerdere restaurants.”
Hier ligt dus een opdracht voor het college, als het aan coalitiepartner GroenLinks-PvdA ligt. “De winst is wat ons betreft evident: toegankelijk zwemplezier op fiets- en loopafstand, verkoeling tijdens hitte voor wie de stad niet uit kan, meer bewegen en zwemvaardigheid, een levendiger stad, en een extra prikkel om serieus werk te maken van de waterkwaliteit.”
Nee, het is geen kringloopwinkel. Je moet er echt niks komen brengen, zeggen René Steenhof en Tineke Missu er maar even bij. Maar een plek om lekker te snuffelen tussen oude spulletjes is het natuurlijk wél en die plek verhuist deze maand van het vertrouwde De Rijp naar een nieuwe plek in Alkmaar. “Kleding? Hebben we. Maar dan wel móóie kleding.”
Verkoopster Tineke kan het helder uitleggen: Steenhof is toch nét even wat anders. En dat heeft alles te maken met het werk van René Steenhof, de naamgever van Boedelzorg Steenhof. Hij wacht niet af tot mensen wat brengen, hij kijkt zelf wat er voor moois tussen oude inboedels zit. Huizen, bedrijven. En soms ook verlaten opslagboxen.
“Dat is een gok hoor”, vertelt de enthousiaste René in gesprek met Streekstad Centraal, als we een kijkje nemen in de nieuwe winkel in Overdie. “Je weet niet wat er in zo’n box zit. Je mag met een zaklamp even naar binnen kijken. Meer niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Spulletjes liggen nog onder zeil, maar René en Tineke zijn er klaar voor. Achter hen de pashokjes. (foto: Streekstad Centraal)
Die opbergboxen zijn een avontuurlijk kantje van zijn vak. Mensen huren zo’n box om er spullen in te bewaren, maar het komt nogal eens voor dat de huur na verloop van tijd niet meer wordt betaald, er geen contact meer is, en de eigenaar van de box zegt: nu is het klaar.
“Dan worden die boxen geveild. Omdat je niet weet of er wat van waarde in zit is dat altijd spannend. We doen het wel, maar ik kijk wel hoe ver ik ga met bieden. Boxen zijn bijzaak hoor. Onze hoofdtaak is toch wel inboedels opruimen na een overlijden. Daar bellen mensen ons voor.”
Daar zullen mensen uit de streek zijn naam dan ook in de eerste plaats van kennen. Hij is er om nabestaanden werk uit handen te nemen, dat is de dienst die hij levert. ‘Bel die man maar als ik dood ben’, René weet dan wie er bedoeld wordt. “Het is heel veel mond tot mond reclame.” (tekst gaat door onder de foto)
Uit de geschiedenis van het huishouden: wassen toen het nog echt handwerk was. (foto: Streekstad Centraal)
Nabestaanden hebben hun dierbaarste herinneringen dan meestal al wel opgeruimd, al trof hij ook een keer gevulde urn aan. “Maar die hoefden ze niet te hebben. Het was toch een rotkerel, zei ze aan de telefoon.”
Het zijn de anekdotes die bijblijven. Net als natuurlijk die kleine missers: een kunstwerk dat wél waarde bleek te hebben, maar voor een prikkie in zijn winkel stond. (tekst gaat door onder de foto)
Er is van alles te zien in de loods in Overdie. (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, dat hoor ik dan liever niet, maar ach. De mensen die zoiets meemaken komen wel weer terug als klant, denk ik dan.”
René staat er merkbaar nuchter in. Hij maakt al in het huis zelf een selectie: dingen met echte waarde, dingen die afval zijn, en spulletjes die in zijn winkel op een koper mogen wachten. Zo stalde hij ze uit in een steeds grotere winkel in De Rijp.
Maar: “In De Rijp had ik intussen zó verschrikkelijk veel in opslag staan. Opslag kost alleen maar heel veel geld, dacht ik. Dus ik ben gaan zoeken naar een nóg grotere ruimte.” (tekst gaat door onder de foto)
Het is zeker niet alleen maar kunst en antiek wat de weg naar de winkel vindt. Nog werkende stofzuigers zijn een handeltje op zich. (foto: Streekstad Centraal)
In Alkmaar heeft hij straks ruim duizend vierkante meter tot zijn beschikking. Die meters vond hij op industrieterrein Overdie, in de Herculesstraat. Niet in de bekende Kringloopboulevard dus, maar goed bereikbaar, en daar gaat het om. Ook de vertrouwde klanten uit De Rijp en omgeving moeten hem hier weer kunnen vinden.
“De loop moet er nog wel in komen natuurlijk”, erkent René. “Maar hier om de hoek gaat een andere winkel weg.” Hij doelt op Kringloopcentrum Overdie, waar een Aldi voor in de plaats komt. Ook De Boekentuin zit tegenwoordig om de hoek. (tekst gaat door onder de foto)
Ook aan winkelmandjes is gedacht. (foto: Streekstad Centraal)
Tineke zal het vertrouwde van De Rijp wel een beetje missen. “Daar komen mensen ook echt voor het praatje. Dan kopen ze alleen maar een flesje Dreft. Dat is echt het dorp. Hoe dat hier gaat zijn, dat is afwachten.”
Ook René denkt meteen aan de vaste klanten, die hij natuurlijk wel hoopt terug te zien. Hij haalt nog de typering aan die één van die klanten aan zijn winkel gaf: een museum waar alles te koop is. Zó moet het hier ook worden.
Het gebouw staat inmiddelds al bijna een jaar leeg, tóch was het vrijdag een drukte van belang bij de oude Bowling- en Partycenter aan de Kennemerstraatweg in Heiloo. Daar kwam de politie in actie omdat er zich binnendringers zouden bevinden in het verlaten gebouw.
De politie rukte met in totaal vier eenheden uit. Die zorgden voor een volledige omsingeling van het gebouw. Ook politiehond Zila was van de partij en hielp bij het doorzoeken van de oude bowlinghal. Uiteindelijk werden binnen twee mensen gevonden. De politie hield hen staande en controleerde ze.
Aan het gebouw is schade vastgesteld, de voordeur was opengebroken.
Tegen de twee binnendringers maakte de politie proces-verbaal op voor het betreden van een gebouw waarvan de toegang verboden is. Het was niet nodig om iemand mee naar het bureau te nemen, dus de overtreders zijn naar huis gestuurd.
In de Alkmaarse Gijsbrechtstraat heeft een motor in brand gestaan. Dat gebeurde in de nacht van donderdag op vrijdag. De melding van de brand kwam rond 00:30 uur binnen. De Gijsbrechtstraat is een zijstraat van de Vondelstraat.
De brandweer kon de brand in het woonstraatje met één waterstraal blussen, met hoge druk, melden getuigen. Er vielen geen gewonden. Wel raakte de motor zwaar beschadigd.
Hoe de brand heeft kunnen ontstaan is niet bekend. De politie doet onderzoek naar het voorval.
Lang niet iedereen die er langsloopt merkt het op, maar wie het wel ziet, kijkt verbaasd: ‘Een band geel plakband om een boom, waarom?’ Een rijtje bomen langs de Alkmaarse Laat kleurt hierdoor toch wel héél zomers. Navraag leert dat het om een effectief middel tegen plakkerigheid gaat.
Voor de verslaggever van Streekstad Centraal werd het een lesje biologie. Dat begint met honingdauw. Een zoetig goedje, dat prettig geurt, maar heel plakkerig is. Zolang honingdauw ergens boven in een boom zit maakt dat niet zo veel uit, maar als het plakkerige goedje de straat bereikt is dat vervelend voor autobezitters.
“Ja, en voor mijn gasten”, verklaart Yvette Pronk van restaurant Thup’s aan de Laat. “Als de tafels er plakkerig van worden dan is dat natuurlijk wel vervelend.” (tekst gaat door onder de foto)
Gaasvliegen zouden de luizen in toom moeten houden, maar de praktijk is anders. (foto: Streekstad Centraal)
Yvette heeft zich in de kwestie verdiept, ontdekken we al snel. De honingdauw, zo ver kwamen we zelf nog net, is afkomstig van luizen. En die luizen, die kunnen weer bestreden worden met lieveheersbeestjes en gaasvliegen. Dat blijkt hier ook daadwerkelijk te gebeuren.
“Maar het probleem, dat zijn de mieren“, legt Yvette uit. “Mieren vinden dat zoete stofje heerlijk. Ze melken die luizen. Die mieren hebben een hele bio-industrie hier in die bomen.”
Op en neer schieten ze, de mieren, druk in de weer om ‘hun’ luizen hogerop in de bomen te verzorgen en te verdedigen. Alles voor die heerlijke honingdauw. Maar in hun ijver dwarsbomen ze de pogingen van mensen om die luizen nou juist een beetje in toom te houden, om te voorkomen dat straks alles plakt. (tekst gaat door onder de foto)
En zo ziet het er dan dus uit: een streep door de rekening voor de verdedigende mieren. (foto: Streekstad Centraal)
De oplossing tegen de plak is – plakband. Yvette regelde het zelf. “Ja, ik heb het om deze boom gedaan. En toen had ik nog over dus ik heb die bomen óók gedaan”, laat ze zien.
De band verhindert dat de mieren nog naar hun ‘bio-industrie’ bovenin de bomen kunnen komen. De luizen moeten het dus zonder hun beschermers stellen en dat betekent dat niemand de lieveheersbeestjes en gaasvliegen nog tegenhoudt. Zo herstelt zich het natuurlijke evenwicht en verdwijnt de overlast.
In antwoord op vragen van het CDA deelt de gemeente Alkmaar meer details over het ‘hitteplan’ in de regio. Want ja, dat bestaat dus wel degelijk. Al lieten de vragen van de Alkmaarse CDA-fractie hierover meteen ook wel zien dat het met de publieke bekendheid van dit hitteplan nog wel beter kan.
Raadslid Sasja Spek zag dat er tijdens hete dagen toch wel wat onduidelijkheid was bij mensen: waren er in Alkmaar wel koelteplekken om heen te gaan, zoals in andere gemeenten? Op eerdere vragen van het CDA-raadslid kwamen niet meteen de antwoorden die ze zocht.
“Uit de beantwoording blijkt niet of de gemeente ook beschikt over een aanpak of protocol gericht op de bescherming en informatievoorziening van kwetsbare inwoners tijdens perioden van extreme hitte”, stelde ze begin juli vast. (tekst gaat door onder de foto)
Een ‘Lokaal Hitteplan’ voor heel Noord-Kennemerland (foto: DPRA werkregio Noord-Kennemerland)
Maar dat hitteplan is er dus zeker wel. “Er is een lokaal hitteplan regio Noord-Kennemerland opgesteld”, reageert het college nu. “Dit hitteplan vormt een basis en wordt geïmplementeerd in Alkmaar.”
Het bewuste plan staat nu ook op de website van de raad en is dus eenvoudig raadpleegbaar. In dat plan wordt onder meer gesproken over de koelteplekken waar Spek om vroeg: gemeenten zouden volgens het plan moeten ‘onderzoeken waar (mogelijk) koele verblijfsplaatsen zijn en hoe deze ingezet kunnen worden in perioden van hitte.’ Te denken valt aan gebouwen met airconditioning waar mensen naar kunnen uitwijken als het thuis niet uit te houden is.
Tijdens de afgelopen hittegolf heeft Alkmaar dit actiepunt wel opgepakt, zegt het college. “Zorg- en welzijnsorganisaties zijn gevraagd hun gekoelde ruimtes open te stellen voor inwoners tijdens perioden van extreme hitte.” De vraag is alleen wel of die inwoners dat ook wisten. (tekst gaat door onder de foto)
De bibliotheek is een koele, openbaar toegankelijke plek, ook op hete dagen. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente heeft wél extra aandacht besteed aan dak- en thuislozen, een groep die extra kwetsbaar is op hete dagen. Maar ook mensen die in een verouderde, slecht geïsoleerde en nauwelijks hittebestendige woning zitten kunnen baat hebben bij koelte.
Het college verwijst ook naar de ‘digitale tweeling’, waar een koeltekaart te vinden zou moeten zijn. “De koeltekaart is openbaar toegankelijk, maar de informatie is niet voor alle inwoners even eenvoudig te interpreteren”, erkent het college. “Daarom wordt er gewerkt aan een meer gebruiksvriendelijke presentatie van deze informatie.”
Verder wijst het college naar ‘partners’ als de GGD, die de communicatie moeten doen. Volgens Alkmaar is het bestaande hitteplan een goede basis, maar moet een en ander nog wel verder worden uitgewerkt. Dat gaat ook gebeuren, maar uit de antwoorden blijkt niet op welke termijn.
Het nieuws dat AZ zondag de Johan Cruijffschaal won zal weinig Alkmaarders zijn ontgaan. Voorafgaand aan de wedstrijd bleek al dat het wel goed zat met het vertrouwen, en dat vertrouwen werd dus beloond. Toch zal deze winst niet tot even grote feestvreugde leiden als het winnen van de KNVB-beker eerder dit jaar.
NH, mediapartner van Streekstad Centraal, peilde zondag de stemming bij het Alkmaarse voetbalstadion. Daar vertrokken de bussen naar Eindhoven, waar PSV de uitdager ‘thuis’ ontving, als regerend landskampioen. Want dat is waar het in deze wedstrijd om gaat: de landskampioen en de bekerwinnaar meten hun krachten.
“We denken dat we eerste gaan worden”, voorspelden de trouwe supporters bij het Alkmaarse stadion. Maar dat het 0-4 zou worden in het voordeel van hun voetbalclub, dat zal toch niet iedereen hebben durven hopen. (tekst gaat door onder de foto)
Fans kraakten wat kritische noten, maar uiteindelijk werd het een feestelijke zondag. (foto: NH)
Dat de wedstrijd niet op neutrale grond wordt gespeeld, maar bij landskampioen PSV, dat vinden de supporters wel een bezwaar. “De bekerwinnaar is altijd in het nadeel”, zeggen ze voor de camera van NH. Tot 2017 was dit nog anders en werd op de ‘neutrale’ grasmat van de Arena gespeeld.
Wat nog meer steekt: de supporters zijn niet gelijk verdeeld. “Zij zijn met 35.000 en wij met 1600, dat is toch niet eerlijk”, duidt een AZ-fan het toch wel grote verschil in deze opzet. Bij een wedstrijd in de Arena had het ook 30.000 tegen 30.000 kunnen zijn.
Maar het heeft AZ er allemaal niet van weerhouden om overtuigend te winnen. Een ongelukkige actie van PSV’er Joey Veerman leidde tot rood en daarna kon AZ de wedstrijd goed naar zijn hand zetten. “Dit is de tweede prijs binnen de kortste keren en daar zijn we blij mee. Zo gaat het snel”, reageert trainer Leeroy Echteld op de mooie zege.
Maar nee, een bustocht door de binnenstad, zoals na de bekerfinale, dat zit er nu niet in. Sterker: de concentratie is alweer vol op het komende weekend. Dan begint de competitie weer en speelt AZ thuis tegen ADO Den Haag.
De bestuurder van een fiets is in Uitgeest in botsing gekomen met een bedrijfsbus. Dat gebeurde maandagochtend rond 10:30 uur, op de Populierenlaan, bij de kruising met de Bonkenburg. De klap was behoorlijk, de fietser raakte bij het ongeluk gewond.
Getuigen stellen dat de fietser bij het oversteken van de straat de bedrijfsbus over het hoofd zag, waarna een botsing niet meer was te voorkomen. Een finke deuk in de voorkant van de bus laat goed zien hoe hard de klap was. Ook de fiets raakte zwaar beschadigd.
Nadat de hulpdiensten waren gearriveerd werd de kruising afgesloten en kon het ambulancepersoneel eerste hulp verlenen. Al gauw werd besloten om de fietser voor verdere behandeling mee te nemen naar het ziekenhuis.