Een fietser is zaterdagochtend gewond geraakt bij een aanrijding met een auto aan de Bruggesloot in Broek op Langedijk. Het slachtoffer is na behandeling ter plaatse naar het ziekenhuis gebracht.
Het ongeval gebeurde rond 11:10 uur. Volgens de eerste informatie reed de fietser over het fietspad en kreeg hij geen voorrang van een automobilist. De fietser botste vervolgens tegen de auto en kwam door de klap ten val.
Drie politie-eenheden en een ambulance kwamen naar de Bruggesloot. Ambulancepersoneel onderzocht en behandelde de fietser ter plaatse. Daarna is hij voor verdere controle en behandeling naar het ziekenhuis gebracht. Over de precieze aard van zijn verwondingen is niets bekend.
Het ongeval trok de aandacht van buurtbewoners, van wie velen naar buiten kwamen om te kijken wat er was gebeurd. De politie stelde de omgeving veilig en sprak met de betrokkenen.
Het onderzoek naar de toedracht is in handen van de politie.
Een man is woensdagmiddag zwaargewond geraakt bij een eenzijdig fietsongeluk op de Kooimeerlaan in Alkmaar. De fietser kwam rond 17:25 uur hard ten val en is met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
De man fietste samen met zijn twee kinderen over de Kooimeerlaan. De kinderen reden samen op een fatbike, terwijl hun vader op een gewone fiets achter hen reed. Volgens omstanders reed de man met behoorlijke snelheid om zijn kinderen bij te houden.
Bij een heuveltje ging het mis. De fietser verloor de controle over zijn fiets en kwam hard ten val. Getuigen die het ongeval vanaf een balkon zagen gebeuren, verklaarden dat de man daarbij voorover over zijn fiets sloeg.
Hulpdiensten kwamen snel naar de Kooimeerlaan. De politie zette de omgeving af en verleende eerste hulp. Ambulancepersoneel behandelde de fietser vervolgens ter plaatse. Hij liep bij de val ernstige verwondingen op, onder meer aan zijn gezicht en lichaam, en is met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
De twee kinderen waren getuige van het ongeval. Voor zover bekend waren er geen andere voertuigen bij betrokken. De politie heeft de omstandigheden rond het ongeval vastgelegd.
De informatiebijeenkomst die is aangekondigd voor dinsdagavond in Het Trefpunt in Heiloo over de provinciale plannen voor de Oosterzijpolder en het Heilooër kan rekenen op massale belangstelling. Er zijn zelfs zoveel aanmeldingen, dat de organisatie raads- en commissieleden uit Heiloo dringend heeft verzocht om hun plaatsen af te staan aan andere inwoners van het dorp.
In een e-mail die maandagavond is verstuurd naar raads- en commissieleden van de partijen Heiloo-2000, PRO Heiloo, CDA en D66, doet fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo namens de organiserende partijen een beroep op deze collega-raadsleden. De bijeenkomst is zo populair dat de organisatie, ondanks het boeken van een extra zaal, veel geïnteresseerde inwoners dreigt te moeten teleurstellen. (tekst gaat verder onder de foto)
Fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo (GBH) (foto: Streekstad Centraal)
“Ons doel is om met deze bijeenkomst de inwoners van Heiloo te informeren”, zo schrijft De Jong. Zij wijst erop dat raads- en commissieleden al over een informatievoorsprong beschikken via hun eigen kanalen en bovendien op maandag 24 augustus uitgebreid worden geïnformeerd tijdens een officiële gemeentelijke Raadsinformatieavond (RIA). “Vandaar dat wij jullie dringend verzoeken om jullie plaats af te staan aan een inwoner van Heiloo.” De organisatie belooft de politici achteraf te voorzien van alle gedeelde informatie.
De bijeenkomst wordt gezamenlijk georganiseerd door Gemeentebelangen Heiloo (GBH), Landschap Noord-Holland, Erfgoedvereniging Heemschut en de Vogelwerkgroepen Alkmaar en Midden-Kennemerland. De massale belangstelling onder de inwoners van met name de oostelijke wijken Plan Oost en Ypestein lijkt goed te verklaren uit de stukken in het dossier. (tekst gaat verder onder de foto)
De Oosterzijpolder is bij veel mensen bekend van de bloembollenvelden die in april en mei langs de A9 in bloei staan. (foto: Streekstad Centraal)
De kern van de belangstelling ligt bij de nieuwe Ontwerp-omgevingsvisie Noord-Holland 2050, die tot en met 31 augustus ter inzage ligt. In deze visie overweegt de provincie om het bestaande bedrijventerrein de Boekelermeer aan te wijzen als ‘Industrieterrein van Provinciaal Belang’ (IPB). Daarbij zijn er plannen om dit terrein met 70 hectare uit te breiden, waarvan zo’n 40 tot 50 hectare op het grondgebied van de gemeente Heiloo ligt, in de historische droogmakerij van de Oosterzijpolder.
Inwoners en maatschappelijke organisaties maken zich ernstige zorgen over de mogelijke gevolgen van deze plannen. Ze vrezen de aantasting van natuur en cultuurhistorisch landschap. De Oosterzijpolder is een Beschermd Provinciaal Landschap (BPL), maakt deel uit van het Oer-IJ-gebied en grenst aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gebied is een belangrijk leefgebied voor weidevogels, zoals de grutto, en ligt direct in de zichtlijnen van de monumentale landgoederen Nijenburg en Ter Coulster. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
De provincie Noord-Holland heeft de zomermaanden uitgetrokken om zienswijzen en andere inspraakreacties te verzamelen. (foto: Streekstad Centraal)
Daarnaast zijn er zorgen over gezondheid en geluidsoverlast. Bewoners vrezen voor een optelsom van omgevingslawaai van de A9, spoor, vliegverkeer en de Boekelermeer. Bovendien heerst er ongerustheid over de eventuele toekomstige plaatsing van windturbines en de komst van zware industrie bij de woonwijken.
De timing van deze politiek georganiseerde bijeenkomst is voor veel Heilooërs cruciaal. De formele termijn om een zienswijze (bezwaarschrift) in te dienen bij de provincie Noord-Holland sluit over drie weken, maar de officiële Raadsinformatieavond (RIA) van de gemeente Heiloo staat pas gepland voor maandag 24 augustus.
Critici en bewonersgroepen wijzen erop dat dit voor de inwoners zeer laat is. Er blijft dan slechts één week over om alle informatie te verwerken en een formele zienswijze op te stellen. De bijeenkomst van dinsdagavond wordt door de betrokken organisaties en bezorgde inwoners daarom gezien als belangrijk moment om tijdig de nodige informatie te verzamelen en zich voor te bereiden op de formele inspraakprocedure.
De bijeenkomst in Het Trefpunt (Abraham du Bois Hof 2) begint om 19:30 uur, maar wie zich dinsdag nog niet had aangemeld via Gemeentebelangen Heiloo, moet waarschijnlijk worden teleurgesteld door de organisatie.
Het is een oogwenk gebeurd: je brengt even je vuilniszak naar de ondergrondse afvalcontainer, het openen gaat moeiteloos, je laat de vuilniszak achter en je sluit de klep. Net te laat ontdek je dat je dat ook niet langer je afvalpasje, de huissleutels of je mobiele telefoon in je hand vasthoudt. Inderdaad, die liggen nu ook tussen het afval.
Volgens HVC komt dat elke maand enkele tientallen malen voor. “We beheren afvalcontainers in 29 gemeenten. De afgelopen drie maanden werden we 75 keer gevraagd om iets uit de ondergrondse container te retourneren”, zo meldt HVC desgevraagd.
Een verslaggever van Streekstad Centraal doneerde per ongeluk zijn sleutelbos aan de ondergrondse afvalcontainer, en wilde die graag terug. Is er dan een kans dat iemand van de gemeente of van HVC de container opent en kan zorgen dat de sleutelbos niet in de ovens van de HVC belandt?
Tussen het afval kunnen zich injectienaalden bevinden of gebroken glas, dus in de container springen is geen verstandige optie. (foto: Streekstad Centraal)
Helemaal kansloos is het niet, zo blijkt als we navraag doen bij HVC, de beheerder van de ondergrondse afvalcontainers in Alkmaar. “We vinden het sneu als mensen iets verliezen in de ondergrondse afvalcontainer. In andere gemeenten zoals Amsterdam krijgen mensen te horen dat ze dan pech hebben, bij HVC willen we mensen wel helpen. Maar zonder garantie op succes”, zo meldt Ivo Schaap, teamleider Beheer en Onderhoud van HVC.
Wie wil dat HVC langskomt om een poging te doen om het verloren voorwerp terug te vinden in de ondergrondse container, moet voor die extra service 70 euro betalen. “Zo wordt in ieder geval een drempel opgeworpen om eerst even na te denken of datgene wat je verloren bent, dat wel waard is”, zo stelt Schaap.
“Dat tarief is overigens verre van kostendekkend”, zo legt de Alkmaarder uit, die het team van onderhoudsmonteurs aanstuurt dat wordt gebeld als iemand de 70 euro daadwerkelijk heeft betaald. “Mijn mensen kosten per uur meer dan die 70 euro. Maar de voldoening als je iemand hebt kunnen helpen, is ook wat waard.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ivo Schaap uit Alkmaar is teamleider beheer en onderhoud bij HVC. (foto: Streekstad Centraal)
De sleutelbos in kwestie is op een dinsdagochtend in de container verdwenen, en omdat er van alle sleutels reserveexemplaren zijn en de betreffende ondergrondse container pas donderdagochtend wordt geleegd, wil Ivo graag langskomen, zodat hij ter plekke kan demonstreren hoe HVC het aanpakt om verloren voorwerpen zoals de sleutelbos uit containers te vissen. En wie weet bezorgt dat de sleutels weer terug.
De aanpak van de medewerkers van HVC is ieder geval niet om zelf in de container te springen, zo legt de teamleider ter plaatse uit. “Dat is echt uitgesloten. Tussen het afval zitten vaak scherpe voorwerpen zoals gebroken glas of zelfs injectienaalden. Daar wil je je mensen niet aan blootstellen. Ook kunnen onze mensen infecties oplopen tussen het afval.”
Daarom komt Ivo niet alleen met de sleutels van de container, maar ook met een sterke magneet, een prikstok en wat andere hulpmiddelen die van pas kunnen komen. Hij weet dat er soms wél mensen zelf de container in gaan die de 70 euro willen besparen door het zelf op te lossen. Hoe die mensen dan aan de juiste sleutels komen is hem een raadsel.
Nou, daar kan Gosse Postma van ijzerhandel Postma en Postma wel antwoord op geven. Hij verkoopt de halvemaan-sleutel die op de ondergrondse container van HVC past: “Wel tientallen per maand”, zo licht de winkelier toe, die lokaal ook bekend is als raadslid voor BAS. (tekst gaat verder onder de foto)
Gosse Postma verkoopt elke maand enkele tientallen sleutels die in Alkmaar ook passen op de ondergrondse afvalcontainers. (foto: Streekstad Centraal)
Of die speciale sleutel altijd gekocht wordt om de ondergrondse afvalcontainers te openen, weet hij niet, maar die reden hoort hij wel vaak in de winkel. Een enkele sleutel was nog voldoende op de vorige containers van Stadswerk072, maar sinds HVC de containers beheert in Alkmaar, zit er ook een cilinderslot op. “Die sleutel verkoop ik niet. Geen idee welke oplossing mensen daarvoor bedenken.”
Die oplossing kent een andere buurtbewoner uit de oostelijke binnenstad. Hij beschikt over een set moedersleutels voor cilindersloten, die voor een paar euro op een Chinese webshop te koop worden aangeboden. Hij kan de container openen, maar de buurtbewoner zegt er zelf nog nooit gebruik van te hebben gemaakt: “Je weet maar nooit of het ooit van pas gaat komen.”
“Daar schrikken we van”, reageert woordvoerster Susan Baks van HVC als ze hoort dat er sleutels circuleren onder het publiek van de HVC-container. “Het is absoluut af te raden om in de ondergrondse container te klimmen, en zelfs strafbaar als een vorm van inbraak en diefstal.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ondergrondse afvalcontainers in de Alkmaarse binnenstad worden drie keer per week geleegd. (foto: Streekstad Centraal)
Ondertussen probeert Ivo Schaap al bijna een uur om de sleutels van onze verslaggever uit de afvalberg te vissen. Helaas is inmiddels meer dan 30 uur verstreken sinds de sleutelbos in de container verdween. Daardoor ligt er inmiddels een flinke berg vuilniszakken tussen de prikstok en het verloren voorwerp. “Het blijkt maar weer dat het verstandig is om zo snel mogelijk HVC te bellen als je wil dat we een poging wagen. We komen dan zo snel als we kunnen om de kans op succes zo groot mogelijk te laten zijn.”
In bijna de helft van de gevallen lukt het wel om het verloren voorwerp weer uit de container te vissen. Het blijdst was de vrouw dankzij de inspanningen van de HVC-medewerker haar eigen kunstgebit weer in haar mond kon stoppen. Maar meestal gaat het om sleutels en mobiele telefoons die onbedoeld in de container zijn beland.
Onze sleutelbos laat zich niet meer zien. “We kunnen niet eeuwig blijven doorzoeken, onze mensen zijn ook elders nodig om onderhoud te plegen of storingen te verhelpen. Garanties geven we daarom niet voor die 70 euro”, zo legt Ivo uit terwijl hij zijn spullen weer opbergt. (tekst gaat verder onder de foto)
De sleutelbos verdwijnt tussen het overige afval in de vuilniswagen van de HVC, voor een enkele reis naar de verbrandingsoven. (foto: Streekstad Centraal)
De volgende ochtend om 7:00 uur komt de vuilniswagen van HVC de ondergrondse afvalcontainer in de Alkmaarse binnenstad legen. Samen met het huisvuil van de buurtbewoners begint de sleutelbos aan zijn laatste reis naar de Huisvuilcentrale. Via de airtag van de sleutelbos is de route van de vuilniswagen op de voet te volgen.
Even na half één ‘s middags geeft de AirTag nog één laatste signaal af vanuit de afvalbunker van de Huisvuilcentrale. Daarna blijft het stil. De sleutelbos heeft de reis van de Alkmaarse binnenstad naar de verbrandingsoven voltooid. (tekst gaat verder onder de foto)
Rond 12:34 uur werd het laatste levensteken vernomen van de airtag aan de sleutelbos, vanuit de afvalbunker van de HVC. (foto: Streekstad Centraal)
Deze sleutelbos werd niet meer teruggevonden. Maar helemaal voor niets was de zoektocht niet. Het is duidelijk dat verloren spullen lang niet altijd voorgoed verdwenen zijn. Volgens HVC lukt het in bijna de helft van de gevallen om een telefoon, sleutelbos of zelfs een kunstgebit weer uit een ondergrondse container te halen — mits inwoners snel HVC bellen en bereid zijn de portemonnee te trekken.
Het is zomer, het is de tijd van de grote en kleine evenementen. En de regio Alkmaar heeft daar geen gebrek aan. De combinatie van flink wat eigen inwoners – in alle gemeenten samen toch zo’n 300.000 – met de drukke Noordzeekust én de goede bereikbaarheid van de steden Alkmaar en Dijk en Waard maakt het heel aantrekkelijk om hier een mooi evenement op poten te zetten.
Tóch blijkt dat in de praktijk regelmatig ingewikkeld. Zo kwam niet lang geleden naar buiten dat na eerdere twijfels, Lichtjesavond Alkmaar écht niet doorgaat in 2026. En deze week nog was er in het landelijke nieuws aandacht voor het bekende Amsterdamse festival Kwaku, dat stopt in zijn huidige vorm. In beide gevallen wezen de organisaties naar ingewikkelde regelgeving.
Dat bracht meteen raadsvragen in herinnering, een maand geleden gesteld door de VVD en het CDA in de gemeente Dijk en Waard: of het college het beeld herkende dat organisatoren van evenementen het als ‘ingewikkeld’ ervaren om iets van de grond te krijgen. (tekst gaat door onder de foto)
Het kán wel: Zomer op het Plein is al jaren een succesnummer in de Alkmaarse binnenstad. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de duidelijkheid: het kan wél, zeker. Dit weekend is er bijvoorbeeld het drukbezochte festival Liquicity in het Geestmerambacht. Een festival met een behoorlijke staat van dienst en een professionele opzet.
Ook kleinschaligere evenementen vinden gewoon plaats, zoals Zomer op het Plein in de binnenstad van Alkmaar en de vertrouwde braderieën in de kustdorpen. Tóch is er wel iets dat wringt. De Alkmaarse Lichtjesavond werd immers geschrapt van de agenda: “De organisatie heeft deze moeilijke beslissing genomen omdat het evenement inmiddels zo is gegroeid dat het niet langer alleen door vrijwilligers kan worden georganiseerd”, was daarbij de afweging van de organisatie.
“Om de veiligheid en continuïteit van het evenement te waarborgen, is een volgende professionaliseringsslag noodzakelijk”, blikte de organisatie van de Lichtjesavond vast vooruit op een toekomst met een ándere personele bezetting en een andere samenwerking met de gemeente. (tekst gaat door onder de foto)
De Alkmaarse Lichtjesavond zal dit jaar niet plaatsvinden. (foto: Streekstad Centraal)
Die gemeente Alkmaar wíl best, dat blijkt ook wel uit de samenwerking die er is gevonden. De gemeente blijft nauw betrokken bij de opzet van de lichtjesavond nieuwe stijl. Toch is het niet moeilijk kritiek te hebben op die ‘noodzakelijke’ professionalisering. Als de veiligheidseisen zo streng zijn dat alleen professionals ermee kunnen werken gaat er toch iets verkeerd.
Die eisen komen niet noodzakelijk van de gemeente zelf. Het probleem speelt ook haast overal, zoals ook de moeilijkheden rondom het Kwaku Festival al lieten zien. Lokale overheden hebben te maken met strenge en vaak ingrijpende regelgeving van het rijk, en dat in een bestuurlijke cultuur waarin overheden elkaar hard afrekenen op eventuele fouten.
De kracht van een lokale overheid zit ook in de kennis van de plaatselijke situatie en in de mogelijkheid om een beetje te improviseren. Dat bleek mooi tijdens de opbouw van de Oudorper kermis, toen er twijfel stond over het veld waar die kermis altijd op staat. Kon dat de attracties wel houden? Ja, dat kon, bleek naderhand, maar toen was er al geïmproviseerd: de kermis was op een ander plekje opgebouwd en kon gewoon doorgaan.
Op de Oudorper kermis kon de gemeente improviseren. (foto: Streekstad Centraal)
De vragen die in Dijk en Waard aan het college zijn gesteld spitsen toe op een mogelijke verandering in de laatste jaren. “Zijn er sinds 2024 wijzigingen doorgevoerd in beleid, werkinstructies, prioriteiten, handhavingskaders of interne richtlijnen voor BOA’s en toezichthouders die actief zijn bij evenementen?”, willen de partijen weten.
Maar het loont dus om verder te kijken dan alleen die eigen gemeentelijke organisatie. Wat we hier vooral zien is een overheid die meer en meer vastzit in eindeloze en vaak compromisloze controle. De wet is de wet en als één tent is goedgekeurd voor het bewuste festival, dan is een andere tent dat zeker niet. Gesprekken slaan dood op ‘het kan niet anders, zo is het nou eenmaal geregeld’ – en dat is ook gewoon hoe het is.
De worsteling van organisatoren is daardoor in wezen niet anders dan waat vaak goedbedoelende ambtenaren zelf ook ervaren: dat er gewoon niet veel ruimte meer is. De wetten worden tot achter de komma gespeld. Hoe ingewikkeld het intussen is mag intussen wel blijken uit het antwoord op de geciteerde raadsvragen van 24 juni. Dat laat nog altjd op zich wachten.
Een buslijn die niet langs station Heerhugowaard rijdt. Op het eerste gezicht lijkt het geen onderwerp waar heel Dijk en Waard zich druk om maakt. Totdat tientallen inwoners uit De Draai, Butterhuizen, Stad van de Zon, De Noord en Sint Pancras zich in de discussie mengen. Dan blijkt het zelfs niet meer over één buslijn te gaan.
Eerder onderzocht Streekstad Centraal waarom buslijn 160 vanuit De Draai niet naar station Heerhugowaard rijdt, maar rechtstreeks naar station Alkmaar. De provincie legde uit waarom daarvoor is gekozen. Eén antwoord viel daarbij vooral op: er is nooit onderzocht waar inwoners van De Draai eigenlijk naartoe reizen.
Dát antwoord maakte veel los. Tientallen inwoners deelden onder het artikel hun eigen ervaringen met het openbaar vervoer in Dijk en Waard. Al snel ging het niet meer alleen over De Draai of buslijn 160. Ook andere buslijnen, overstappen en de bereikbaarheid van verschillende wijken kwamen ter sprake. “In sommige delen van Heerhugowaard rijden zelfs twee bussen, en bij andere helemaal niks. Erg onlogisch natuurlijk.”
Voor veel inwoners is de auto de snelste oplossing. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze vinden dat het openbaar vervoer tekortschiet. “Ik pak inmiddels gewoon de auto naar station Heerhugowaard”, reageert een inwoner. “Dat zijn onnodige kosten en extra auto’s op de parkeerplaats, puur omdat de bus niet naar het station rijdt.” (tekst gaat door onder de foto)
Veel wijken in gemeente Dijk en Waard hebben geen busverbinding met station Heerhugowaard. Dit zorgt ervoor dat sommige reizigers nu onnodig de auto naar het station moeten pakken. (foto: Streekstad Centraal)
Iemand anders vraagt zich af waarom vrijwel alle buslijnen uiteindelijk op station Alkmaar uitkomen, terwijl station Heerhugowaard voor veel bestemmingen logischer voelt. “Dat is toch niet handig zo?” De provincie argumenteerde dat Alkmaar een ‘A-knooppunt’ is met meer connecties dan station Heerhugowaard.
Maar in de praktijk leidt dat tot lange reizen. Zo noemt iemand een bezoek aan het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn, dat met het openbaar vervoer vanuit Heerhugowaard ruim een uur langer duurt dan met de auto. “Daar heeft een geleerd persoon vast goed over nagedacht”, klinkt het cynisch.
De reacties komen niet alleen uit De Draai. Ook inwoners uit Butterhuizen, de Stad van de Zon, De Noord en Sint Pancras herkennen zich in het verhaal. “In Heerhugowaard De Noord komt al helemaal geen bus”, schrijft een inwoner. Een ander noemt het openbaar vervoer in Heerhugowaard ‘echt heel slecht’ en zegt sinds de verhuizing naar De Draai bijna geen gebruik meer te maken van de bus. “Het is belachelijk dat je niet eens naar het station kunt in je eigen stad.”
De reacties gaan al snel over meer dan alleen buslijn 160. Inwoners hebben het over andere buslijnen, overstappen, de bereikbaarheid van station Heerhugowaard en verbindingen richting Hoorn, Schagen en Amsterdam. “Het is één grote bende”, vat een inwoner de discussie samen. (tekst gaat door onder de foto)
De bus die nu via De Draai rijdt komt niet op de plek waar de meeste inwoners hem voor willen gebruiken. (foto: Streekstad Centraal)
Dat maakt de uitkomst van het eerdere onderzoek zo opvallend. De provincie kon uitgebreid uitleggen waarom buslijn 160 rijdt zoals hij rijdt, maar op de vraag waar inwoners daadwerkelijk naartoe reizen, was geen antwoord. Dat onderzoek is nooit gedaan. Juist die vraag stond centraal in tientallen reacties onder het artikel.
De discussie bleef niet beperkt tot Facebook. Ook in de gemeenteraad kreeg het onderwerp een vervolg. 50PLUS stelde schriftelijke vragen aan het college van Dijk en Waard. De partij wil onder meer weten waarom nooit is onderzocht waar inwoners van De Draai daadwerkelijk naartoe reizen. Ook vraagt 50PLUS het college opnieuw met de provincie in gesprek te gaan over een rechtstreekse busverbinding met station Heerhugowaard en de mogelijkheden die de nieuwe OV-concessie vanaf 2028 biedt.
De raadsvragen gaan in het bijzonder over De Draai. De reacties laten zien dat de discussie voor veel inwoners veel groter is. Niet alleen bewoners van De Draai, maar ook uit andere wijken klinkt dezelfde vraag: sluit het openbaar vervoer nog wel aan op de manier waarop inwoners zich iedere dag door Dijk en Waard verplaatsen?
Een brand in een koffiezaak in de binnenstad van Alkmaar is door adequaat optreden snel gedoofd, waardoor erger kon worden voorkomen. De melding van de brand aan de Marktstraat kwam donderdagochtend iets voor 9:00 uur binnen bij de meldkamer.
Daarna werd met groots materieel uitgerukt. Een brand in de binnenstad is nu eenmaal altijd reden tot zorg, omdat de bebouwing hier zo dicht op elkaar staat. Zowel brandweerwagens als de ambulance kwamen naar de winkel- en horecazaak aan de Marktstraat toe.
Met brandblussers lukte het gelukkig om het vuur snel onder controle te krijgen. De schade bleef zo beperkt, wel is het noodzakelijk om het bedrijfspand goed te ventileren door de vrijgekomen rook. Het ambulancepersoneel heeft twee betrokkenen nagekeken, maar voor zover bekend hoefde er niemand naar het ziekenhuis.
De precieze toedracht van de brand wordt nog onderzocht. De Veiligheidsregio laat weten dat het vuur vermoedelijk is begonnen in een koelvitrine die in het pand aanwezig was.
Je woont in De Draai. Je loopt naar de bushalte. De bestemming is Station Heerhugowaard, want daar wil je de trein pakken. Dat klinkt eigenlijk heel logisch. Toch is dat niet mogelijk. Buslijn 160 brengt je namelijk niet naar het station van je eigen stad, maar rijdt via meerdere wijken naar station Alkmaar. Omgekeerd bestaat die verbinding ook niet. Voor veel inwoners van De Draai voelt dat vreemd. Waarom zo’n omweg; Station Heerhugowaard is veel dichterbij.
Het is een vraag die regelmatig terugkomt in de snelgroeiende wijk. Niet alleen bij mensen die dagelijks met het openbaar vervoer reizen, maar ook bij inwoners die af en toe de bus of de trein pakken. De bus rijdt in de spits vier keer per uur, maar niet naar de plek waar veel mensen juist naartoe willen.
Natuurlijk is dat niet voor iedereen een probleem. Wie richting Amsterdam reist, heeft vaak voordeel van Station Alkmaar. Daar vertrekken in de spits vier intercity’s per uur. Ook voor reizigers naar Haarlem, Hogeschool Inholland en Bergen is Alkmaar een logisch overstappunt. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de terugreis.
Maar het openbaar vervoer draait niet alleen om het bereiken van de Randstad, Bergen of Inholland Alkmaar. Wie naar Schagen moet, naar Den Helder, Hoorn of simpelweg naar Station Heerhugowaard zelf, heeft weinig aan een rechtstreekse verbinding met Alkmaar. Sterker nog, voor díé reizigers is het een omweg. (tekst gaat door onder de foto)
Inwoners van De Draai hebben nu alleen de mogelijkheid om bus 160 te pakken vanaf halte De Draai of halte Van Veenweg. (foto: Streekstad Centraal)
Waarom is daarvoor gekozen? Streekstad Centraal legde die vraag voor aan de provincie Noord-Holland – de opdrachtgever voor het busvervoer in de regio. De provincie hoeft daar niet lang over na te denken. Volgens haar is de huidige route een heel bewuste keuze.
“Er zijn verschillende redenen dat De Draai is aangesloten op Station Alkmaar in plaats van Station Heerhugowaard”, laat een woordvoerder weten. De belangrijkste reden is de treinverbinding. Vanaf Alkmaar vertrekken in de spits vier intercity’s per uur richting Amsterdam. Vanaf Heerhugowaard zijn dat er twee. Volgens de provincie sluit buslijn 160 daar precies op aan. “Omdat de bus in de spits ook vier keer per uur rijdt, ontstaan op station Alkmaar meer aansluitingen op de trein.”
Daarnaast zou een route via station Heerhugowaard niet binnen de huidige dienstregeling passen. Dan zouden extra bussen en chauffeurs nodig zijn. Volgens de provincie gaat dat ten koste van openbaar vervoer op andere plekken. Daarom wordt een aansluiting op Station Heerhugowaard zelfs omschreven als “een kwalitatieve achteruitgang van het OV”. (tekst gaat door onder de foto)
De route die buslijn 160 van Alkmaar naar Heerhugowaard (en terug) nu rijdt. (foto: OV in Nederland Wiki)
Opvallend genoeg rijdt een andere buslijn in Heerhugowaard wél via het NS-station in Heerhugowaard. Volgens de provincie komt dat doordat lijn 162 de Heemradenwijk en Planetenwijk bedient. Een route via het station zorgt daar nauwelijks voor extra reistijd en past volgens de provincie wel binnen de dienstregeling.
Er zit ook een andere kant aan het verhaal. Er wordt vooral gekeken naar reizigers die uiteindelijk richting Alkmaar of Amsterdam willen. De provincie baseert haar keuzes op de mobiliteitsvraag in de regio Alkmaar, waar veel reizigers richting Amsterdam reizen. Station Alkmaar biedt daardoor voor de meeste reizigers betere reisopties.
Toch blijft één punt overeind: specifiek onderzoek naar de vervoersbehoefte van De Draai is nooit gedaan. En als niet bekend is waar bewoners van de wijk daadwerkelijk naartoe reizen, hoe wordt dan bepaald welke verbinding het beste bij de wijk past?
Uit de antwoorden van de provincie blijkt daarnaast dat de wens voor een aansluiting op Station Heerhugowaard niet alleen onder inwoners leeft. Ook vanuit gemeente Dijk en Waard is de wens uitgesproken om buslijn 160 erlangs te laten rijden. Daarnaast is volgens de provincie eenzelfde verzoek gedaan door een aantal inwoners uit de Schilderswijk. (tekst gaat door onder de foto)
De ongebruikte bushalte aan de overkant van bushalte ‘De Draai’ in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)
Ook bij de bushaltes zelf valt iets op. Wie bij halte Van Veenweg of De Draai even goed om zich heen kijkt, ziet het meteen: aan de overkant van de weg ligt namelijk nog een bushalte. Alleen… Daar stopt nooit een bus. Volgens de provincie komt dat doordat lijn 160 een zogenoemde ‘enkelzijdige lusroute’ heeft. Een rondje in één richting, zonder dat er een bus in de tegengestelde richting rijdt.
Dat verandert waarschijnlijk. Sterker nog: over een paar jaar mág dit eigenlijk niet eens meer. In de nieuwe concessie voor het busvervoer, die vanaf 2028 ingaat, zijn enkelzijdige lusroutes namelijk niet langer toegestaan.
Dat betekent overigens niet automatisch dat buslijn 160 straks ook naar station Heerhugowaard rijdt. De provincie houdt vast aan die connectie met een zogenoemd A-knooppunt. En dat is Station Alkmaar. Station Heerhugowaard krijgt die status pas wanneer daar ook vier intercity’s per uur richting Amsterdam vertrekken. (tekst gaat door onder de foto)
Vanaf 2028 zal buslijn 160 ook verplicht de andere kant op rijden. (foto: Streekstad Centraal)
Maar dan nóg verandert de route niet automatisch. Volgens de provincie wordt eerst samen met de vervoerder bekeken hoe het busnetwerk in Dijk en Waard het beste kan worden ingericht. Dan gaat het ook over reistijden, kosten, reizigersstromen en de ligging van haltes.
Wel is in het ontwerp van het nieuwe busstation bij Station Heerhugowaard alvast ruimte gereserveerd voor extra haltes, mocht lijn 160 in de toekomst alsnog via het station gaan rijden.
De provincie heeft een duidelijke onderbouwing voor de huidige route. Vanuit regionaal perspectief is die goed te volgen. Maar vanaf de bushalte in De Draai ziet de wereld er soms net iets anders uit. De auto blijft er toch een aantrekkelijk alternatief.
Een automobilist is in de nacht van vrijdag op zaterdag met een auto in een sloot langs de N203 bij Castricum beland. De bestuurder werd door ambulancepersoneel nagekeken, maar hoefde niet naar het ziekenhuis.
De melding van het ongeval met letsel kwam rond 05:00 uur binnen bij de meldkamer. De automobilist was door een nog onbekende oorzaak van de weg geraakt, waarna het voertuig in de naastgelegen sloot terechtkwam.
Meerdere hulpdiensten kwamen met spoed ter plaatse. Een ambulance, twee politie-eenheden en een weginspecteur waren aanwezig om hulp te verlenen en de situatie veilig af te handelen.
Ambulancepersoneel onderzocht de bestuurder ter plaatse. Vervoer naar het ziekenhuis bleek niet nodig.
Een bergingsbedrijf heeft de auto uit de sloot gehaald. Hoe het ongeval kon gebeuren, wordt verder onderzocht door de politie.
Een grote brand heeft in de nacht van vrijdag op zaterdag de voormalige huisartsenpraktijk van Eisso Braak in Zuid-Scharwoude vrijwel volledig verwoest. Er was niemand aanwezig toen het vuur uitbrak. Niemand raakte gewond.
De melding van de brand aan de Koog 14 kwam kort na 01:00 uur binnen bij de meldkamer. Toen de eerste brandweereenheden bij het pand arriveerden, sloegen de vlammen al uit het gebouw. Vanwege de omvang van de brand werd direct opgeschaald.
Meerdere brandweerkorpsen werden ingezet om het vuur te bestrijden. Assistentie arriveerde onder meer vanuit Noord-Scharwoude en Heerhugowaard, die de hoogwerker stuurde. Daarmee probeerde de brandweer de vlammen ook van bovenaf te bedwingen. Om over voldoende bluswater te beschikken, werd een speciale waterwinning ingericht bij de sloot achter het gebouw.
Een adviseur gevaarlijke stoffen kwam ter plaatse om de situatie te beoordelen. Uit voorzorg stond ook een ambulance stand-by. Voor zover bekend raakte niemand gewond.
Huisarts Braak ging onlangs met pensioen. Door gebrek aan opvolging heeft regionale Huisartsenorganisatie Noord-Kennemerland (HONK) de praktijk overgenomen. De praktijk werd voortgezet als HONK Huisartsenpraktijk Langedijk, nog altijd gevestigd op dit adres.
De bewoners waren op het moment van de brand op visite. Daar kregen zij te horen dat hun woning in brand stond. Bij terugkomst konden zij slechts toezien hoe het vuur het pand grotendeels in de as legde.
De omgeving werd volledig afgezet. De rookontwikkeling en de inzet van de vele hulpdiensten trokken veel bekijks. Agenten hielden omstanders op afstand, zodat de brandweer veilig kon werken.
Brandweerlieden waren lange tijd bezig met het onder controle krijgen van de brand en het nablussen. Het gebouw liep enorme schade op en moet als verloren worden beschouwd.
De oorzaak van de brand is nog onbekend. Zodra het pand veilig kan worden betreden, zal daarnaar onderzoek worden gedaan.