Spijkerboor ligt aan weerszijden van de Knollendammervaart. Het westelijke deel van het dorpje ligt dan wel in de Starnmeerpolder, maar hoort toch niet bij gemeente Alkmaar. Net als ‘Spijkerboor-Oost’ aan de overkant valt ‘Spijkerboor-West’ onder gemeente Wormerland. Daar komt wat betreft de inwoners een einde aan als Wormerland fuseert met Zaanstad of Purmerend, schrijven ze in een brief aan de raad.
Wormerland kijkt om zich heen naar mogelijke fusiepartners. Nu is er nog een ambtelijk verbond met Oostzaan, maar Oostzaan wil fuseren met Purmerend, Zaanstad of Amsterdam. En dan blijft Wormerland achter. Zelfstandig verder gaan is geen reële optie volgens het college.
De raad is verdeeld, maar er wordt wel gekeken naar fusiemogelijkheden. De ogen zijn vooral gericht op Zaanstad en in wat mindere mate op Purmerend, maar een verdeling van het dorp over buurgemeenten ligt ook op tafel. Bewoners mogen er hun zegje over doen.
En dat hebben de inwoners van het westelijke deel van Spijkerboor inmiddels gedaan: “Indien het zover komt zouden de bewoners van het deel van de Starnmeer dat momenteel onder de gemeente Wormerland valt bij voorkeur samengevoegd willen worden met de rest van Starnmeer en zodoende onder de gemeente Alkmaar komen te vallen”, laten ze weten in een brief aan de gemeenteraad. (tekst gaat verder onder de foto)
Fort Spijkerboor in de Beemsterpolder, met recht daarachter de Starnmeer en rechts Graft. (foto: Wikimedia / Hanno Lans)
“Veel inwoners hebben binding met het dorp De Rijp dat ook onder de gemeente
Alkmaar valt”, is verder te lezen. “Kinderen uit het dorp gaan naar de lagere school in West-Graftdijk dat ook onder de gemeente Alkmaar valt.”
Niet alleen gevoelsmatig past Spijkerboor-West beter bij Alkmaar, vinden de bewoners, gemeente Alkmaar waakt in hun ogen ook beter over haar buitengebieden dan Wormerland. En het was de gemeente Alkmaar die ervoor zorgde dat ze nu – net als de rest van de Starnmeer – kunnen genieten van glasvezel, niet Wormerland.
De bewoners zien ook een praktisch voordeeltje: “Momenteel komt HVC vanuit de gemeente Wormerland het vuilnis ophalen terwijl op een andere dag vanuit de gemeente Alkmaar HVC eveneens een auto langs stuurt die in het overige deel der polder het vuilnis ophaalt.”
Binnen de gemeenteraad is al gezegd dat er rekening zal worden gehouden met de wensen van de inwoners van de diverse dorpen. (hoofdfoto: Google)
Hij maakte zijn excuses al, maar dat nam de discussie niet weg. Een wethouder die de raad niet goed geïnformeerd heeft en dat zelf ook erkent – die komt in een onhoudbare positie. De Alkmaarse wethouder Christian Schouten houdt daarom nu de eer aan zichzelf en biedt zijn ontslag aan.
Dat laat de wethoder maandagochtend weten aan de raad. “Ik bied u daarom hierbij met onmiddellijke ingang mijn ontslag aan als wethouder van de mooie gemeente Alkmaar, een functie die ik met enorm veel plezier heb mogen vervullen de afgelopen drie jaar.”
Na de excuses van de wethouder leek het er al wel op dat dit de volgende stap zou worden. Het onvolledig informeren van de raad geldt als een politieke doodzonde, ook al probeerde Schouten wel inzichtelijk te maken waarom hij niet meteen met alle informatie was gekomen.
Schouten was namelijk wel op de hoogte van ‘voornemens’ van het COA, maar schatte die in als niet meer dan dat. En de raad van ieder voornemen op de hoogte brengen, dat leek hem niet nodig. Maar wat op 3 maart een voornemen was, werd op 18 maart al concreet en op 20 maart plaatste het COA statushouders in een Alkmaars hotel. (tekst gaat door onder de foto)
De opvang in Hotel Alkmaar overviel de wethouder, maar hij wist meer dan hij deelde (foto: Streekstad Centraal)
Uit de eerste reacties spreekt begrip, maar ook teleurstelling: Schouten gold als iemand met wie het prettig samenwerken was, ondanks eventuele politiek-inhoudelijke verschillen.
De gevoeligheid van het onderwerp ‘asiel’ binnen de Alkmaarse politieke verhoudingen noopte Schouten tot voorzichtigheid. Al eerder struikelden wethouders en zelfs hele colleges over dit onderwerp. Maar die voorzichtigheid, die leek hem wel toevertrouwd. Tot nu: té voorzichtig, zou de conclusie kunnen zijn. De raad kreeg niet te horen wat hij wel wist en dat maakte zijn positie onhoudbaar.
“Ik heb naar eer en geweten gehandeld, en alle vragen oprecht beantwoord”, schrijft Schouten aan de raad. Maar dat nam de twijfel niet weg, ervoer hij ook zelf. “Ik zie geen andere mogelijkheid dan de politieke consequentie te aanvaarden dat mijn positie onhoudbaar is geworden.”
Het is de eerste winkelstraat van Alkmaar, de ruggegraat van de binnenstad, de rode loper tussen Grote Kerk en de Mient: de Langestraat. Iedere Alkmaar vindt er wel wat van, van deze straat. De gemeente wil daarom de Alkmaarders zélf laten meedenken over de toekomst van deze straat. “We willen van de Langestraat een nog fijnere plek maken.”
De huidige Langestraat vertoont barstjes, en wel letterlijk. De bestrating ligt er weliswaar nog maar tien jaar in, toch zijn de gebruikssporen fors. De tegels bezwijken onder de druk van vrachtwagens die de winkels bevoorraden. Iets waar ze toch op berekend zouden moeten zijn, want de meeste winkels in de Langestraat worden toch langs de voorkant bevoorraad.
De problemen met de bestrating deden zich al in de eerste jaren na de oplevering ervan voor. Nu lijkt het pleit dan toch beslecht: Alkmaar gaat de bestrating vervangen. (tekst gaat door onder de foto)
De tegels zien er lang niet overal nog visitekaartjewaardig uit (foto: Streekstad Centraal)
“De bestrating moet worden vervangen. Dat combineren we met verbeteringen voor de toekomst”, verklaart de gemeente de stap om meteen ook maar de rest van de Langestraat eens met een andere bril te bekijken. “Hoe beleeft u de Langestraat nu? Wat vindt u goed en wat kan beter?”
Suggesties die de gemeente zelf al doet zijn meer schaduw, zoals die er op de Laat nu ook is, en meer zitplekjes. Maar Alkmaarders mogen daar dus eigen ideeën aan toevoegen. Wie daar een tekeningetje van heeft, kan dat uploaden op de website van de gemeente. Maar ook steekwoorden kunnen helpen.
“Meedenken kan tot en met 29 mei 2026”, schrijft de gemeente. Dat betekent dat creatieve Alkmaarders de komende weken aan de slag kunnen met hun eigen toekomstplannen voor Alkmaars hoofdstraat.
Wethouder Christian Schouten heeft schriftelijk zijn excuses aangeboden aan de gemeenteraad. Over de ‘onverwachte’ komst van statushouders naar een Alkmaars hotel had hij wél eerder informatie, maar hij schatte het verzoek van het COA anders in. En informeerde de raad er dus níét over. “Voor mij is dit een leermoment.”
Eerder was al wel duidelijk dat ook het college met de opvang van statushouders in Hotel Alkmaar in zijn maag zat. Het mag daar eigenlijk niet, het bestemmingsplan staat het niet toe. Tóch zijn ze er, het COA huurt het hotel en regelt in feite alles zelf.
De beeldvorming was hierbij ook dat het college pas op het laatste moment geïnformeerd werd door het COA. Alkmaar was erdoor overvallen, leek het. (tekst gaat door onder de foto)
FVD-voorman Jelle Wittebrood stelde eerder al dat het college meer wist dan het met de raad deelde (foto: gemeente Alkmaar)
Maar Jelle Wittebrood van Forum van Democratie geloofde dat niet helemaal. Het college moest er eerder van hebben geweten, betoogde hij. Dat zou ook blijken uit stukken die hij had ingezien. Dat de raad pas een dag op voorhand, en opmerkelijk genoeg net ná de gemeenteraadsverkiezingen, bericht kreeg was zo bezien een keuze van het college zelf.
Wethouder Schouten erkent nu dat er inderdaad al veel eerder contacten met het COA waren. Tegelijk: verzoeken van het COA werden telkens weer ingetrokken, dus het was niet helemaal duidelijk dat het nu menens was voor de opvangorganisatie. “Op grond van deze ervaringen heb ik de lijn aangenomen u enkel te informeren over feiten en niet over voornemens van het COA”, legt wethouder Schouten uit.
Al begin maart was er contact over de plaatsing van statushouders in Hotel Alkmaar. De raad kreeg daar nauwelijk iets van mee. Er werd een week na het eerste contact, op 10 maart, wel gesproken over een ‘risico’ dat Alkmaar extra asielzoekers zou gaan ovangen, maar dat leek toen nauwelijks concreet. (tekst gaat door onder de foto)
In Hotel Alkmaar huurt het COA kamers om opvangcapaciteit te creëren (foto: Streekstad Centraal)
Zo bleef het voornemen om extra opvang te creëren in Alkmaar ook uit de openbaarheid. “Achteraf bezien heb ik een inschattingsfout gemaakt over hoe realistisch het voornemen van het COA was”, zegt de wethouder daar nu over.
En dus zijn er nu excuses en spreekt de wethouder van een ‘leermoment’. Toch houdt hij vol overvallen te zijn geweest door hoe het uiteindelijk afliep: “Ik voelde mij overvallen door de mededeling op 18 maart omdat dit niet bestuurlijk was afgestemd en er daardoor onvoldoende tijd was het proces binnen de gemeente ordentelijk te laten verlopen.”
In zijn ‘persoonlijke reflectie’ die de wethouder met de raad deelt zegt de wethouder toe dit soort kwesties in het vervolg anders aan te pakken.
Meerdere partijen in de Bergense gemeenteraad willen de mogelijkheid voor woningbouw aan de noord- en oostkant van Egmond aan den Hoef openhouden. Toch neemt gemeente Bergen voorlopig nog geen woningbouw op in de plannen voor de Weidse Polders tussen Egmond, Bergen en Alkmaar. In de nieuwe gebiedsvisie ligt de nadruk op natuur, water, landbouw en recreatie. Opvallend, omdat de woningnood in de regio juist toeneemt.
De Gebiedsvisie Weidse Polders schetst de toekomst van het landelijke gebied tussen Bergen, Egmond en Alkmaar. In het plan staan onder meer natuurontwikkeling langs de binnenduinrand, verbetering van het watersysteem, toekomstbestendige landbouw en meer recreatieve verbindingen centraal. Ook wordt gekeken naar een grotere rol voor het voormalige vliegveld Bergen in de wateropvang bij hevige regenval.
“De Gebiedsvisie Weidse Polders richt zich specifiek op de opgaven die er liggen voor het poldergebied”, laat de projectleider aan Streekstad Centraal weten. “Woningbouw valt buiten deze opgaven en is niet meegenomen in de visie.”
De visie is nog niet definitief. De gemeenteraad bespreekt het plan later deze maand en kan nog wijzigingen aanbrengen. “Dat kan in principe, omdat de raad de visie vaststelt en deze kan amenderen.” Binnen de Bergense politiek klinkt ondertussen juist de wens om woningbouw in de toekomst mogelijk te houden. (tekst gaat door onder de foto)
Zo kan het landschap langs de binnenduinrand er mogelijk uit gaan zien. (foto: Gebiedsvisie Weidse Polders)
Toch verwacht de projectleider niet dat de discussie over woningbouw ook echt in déze gebiedsvisie gevoerd gaat worden. “Als er een bredere afweging over woningbouw nodig is, ligt het meer voor de hand om dat in een aparte ruimtelijke visie of beleidstraject te doen.” Daarbij wordt benadrukt dat de ruimte in het gebied beperkt is en dat er meerdere opgaven tegelijk spelen, zoals natuurherstel, waterkwaliteit en klimaatadaptatie.
Woningbouw wordt niet volledig uitgesloten, al lijken de mogelijkheden beperkt. “De mogelijkheden voor woningbouw zijn in verband met de provinciale regelgeving overigens zeer gering. Inpassing van woningbouw kan alleen als dit zorgvuldig gebeurt en past bij de landschappelijke kwaliteiten van het gebied.”
Volgens de projectleider is er bewust voor gekozen om de visie op ándere thema’s te richten. “De gemeente kiest niet zozeer voor ‘groen boven wonen’, maar focust in deze visie op natuur, landbouw, landschap, water en recreatie.”
Als de gemeenteraad instemt met de visie, ligt de koers voor het gebied “in grote lijnen vast”. De raad beslist later deze maand over de plannen. Vanuit meerdere politieke partijen klinkt al dat de deur voor woningbouw in het gebied niet volledig dicht mag.
Het college van Dijk en Waard trekt 49,999 euro uit voor een pilot in de kinderopvang: BSO+. Deze buitenschoolse opvang is gericht op kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Met deze extra opvang hoopt het college kinderen én hun ouders op weg te helpen: “De behoefte aan een BSO+ is groot.”
Het college liet onderzoeksbureau Sardes uitpluizen wat er in Dijk en Waard beter kon op het gebied van kinderopvang en extra ondersteuning. Het instellen van een BSO+ is één van de oplossingen die Sardes aandroeg en die oplossing sluit aan op wat opvangorganisaties ervaren: dat het soms lastig is om alle kinderen een goede plek te bieden.
“Kinderopvangorganisaties geven aan een groep leerlingen te bedienen, waarvoor de huidige ondersteuning binnen de opvang niet genoeg is”, signaleert het college. Daarom komt er nu dus voor een jaar de BSO+ bij. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met collega John Does is wethouder Gerard Rep verantwoordelijk voor de invoer van de BSO+ (foto: gemeente Dijk en Waard)
Het kan voor ouders al lastig genoeg zijn om passend onderwijs te vinden – en dan ook nog opvang. Er komen vanuit deze gedachte tien opvangplaatsen onder de noemer BSO+. Kinderen die hier opgevangen worden krijgen extra begeleiding. Het is wel de bedoeling dat deze kinderen uiteindelijk weer doorstromen naar de reguliere opvang, dat is één van de zaken waar in de pilot extra op gelet wordt.
“Wanneer extra ondersteuning niet meer nodig is, willen we dat kinderen uitstromen naar een reguliere BSO”, legt het college uit. “Mocht deze niet op gang komen dan is één groep te weinig. Niet ieder kind kan dan geholpen worden.” En dat wil het college vanzelfsprekend voorkomen. Gerichte afspraken met de kinderopvang zouden het risico hierop weg moeten nemen.
“Niets doen leidt tot verergering van de problematiek”, is de overtuiging van het college en de onderzoekers. Kinderen die in eerste instantie goed af waren geweest met de BSO+, glijden dan af naar de echte jeugdzorg en dat is niet wenselijk.
Er is voor de invoer van de BSO+ geen extra personeel nodig, verklaart het college. Wel is er dus extra geld nodig: 49,999 euro. Voor het opzetten van deze pilot en de verdere uitvoering werkt Dijk en Waard met opvang, onderwijs én met gemeente Alkmaar, waar ook al ervaring wordt opgedaan met de BSO+. Op 1 september dit jaar moet de extra opvang dan echt van start gaan.
Vrijwilligers van de Ontmoetingskerk in Heerhugowaard krijgen géén kwijtschelding voor de parkeerboetes die tijdens de jaarlijkse rommelmarkt zijn uitgedeeld. Volgens de gemeente Dijk en Waard zijn de bekeuringen terecht gegeven, ook al ging het om een druk bezocht evenement voor het goede doel.
Tijdens de rommelmarkt op 18 april schreven handhavers in totaal negen bekeuringen uit voor foutparkeren. Vier daarvan waren voor vrijwilligers van de kerk zelf. De markt stond dit jaar in het teken van het vijftigjarig bestaan en trok veel bezoekers. Door de drukte stonden meerdere auto’s buiten de parkeervakken of gedeeltelijk op de stoep en in het groen.
Vrijwilliger Esther zag het gebeuren. “Het gaat al jaren goed”, vertelde ze aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Totdat er dit keer ineens handhaving stond. Iedereen rende naar buiten, maar toen waren ze al bezig met bekeuren.”
Volgens de gemeente waren de boa’s niet speciaal voor de rommelmarkt aanwezig. Handhavers waren in de wijk vanwege een andere melding en troffen daarbij de foutgeparkeerde auto’s aan. “Parkeren op de stoep en in het groen is niet toegestaan en kan onveilige situaties opleveren”, laat een woordvoerder weten. Daarom is besloten op te treden. (tekst gaat door onder de foto)
De jubileumeditie van de rommelmarkt in Heerhugowaard werd ontsierd door parkeerboetes. (foto: aangeleverd)
De gemeente sleepte geen auto’s weg. Dat was niet noodzakelijk, omdat de doorgang voor verkeer en hulpdiensten mogelijk bleef. De gemeente zegt wel dat ze helemaal niet op de hoogte was van het evenement. Voor de rommelmarkt zou geen melding of vergunning zijn aangevraagd.
Begin deze week werden in Alkmaar nog raadsvragen gesteld over parkeerboetes voor vrijwilligers. Vrijwilligers die tijdens een kerstactie van Status Quo soep, kleding en donaties afleverden bij een goed doel, kregen daar eveneens bekeuringen. Volgens fractievoorzitter Devon Zwierenberg zou de gemeente juist meer waardering moeten tonen voor zulke initiatieven. “We zijn ertegen in beroep gegaan, maar we kregen geen gelijk. Terwijl ik denk: we kwamen soep overhandigen.”
Voor de bekeuringen in Heerhugowaard geldt wel dat mensen zelf bezwaar kunnen maken als ze het niet eens zijn met de boete. Vrijwilliger Esther heeft daar weinig vertrouwen in. “De gemeente doet er niets mee.”
Volgens haar ontbreekt begrip voor het werk van vrijwilligers en het doel van de markt, waarmee jaarlijks geld wordt ingezameld voor goede doelen. “Het is een oproep tot redelijkheid. Ja, juridisch klopt het misschien, maar kijk ook even naar de situatie. Dit voelt gewoon flauw.” Vrijwilligers kunnen nog bezwaar maken tegen hun boete, maar het is niet duidelijk of dat iets zal veranderen.
Muziek, spelende kinderen en gesprekken aan kraampjes: het Bevrijdingsfestival in de Alkmaarse binnenstad trok dinsdag veel bezoekers. Tussen de optredens van onder meer Jett Rebel en Yori Swart door zochten inwoners elkaar op – om te vieren, maar ook om stil te staan bij wat vrijheid betekent.
Op het Canadaplein en de Paardenmarkt werd het in de middag steeds drukker. Kinderen renden heen en weer tussen de stormbaan en panna-kooi, terwijl volwassenen bleven hangen bij de informatiestands of het podium. De sfeer was open, nieuwsgierig en ontspannen.
Bij de stand van de Alkmaarse veteranen draait het om ‘het gesprek’ met een veteraan. Streekstad Centraal knoopt een gesprek aan met Edgar (62), veteraan en reservist. In 1983 werd hij als dienstplichtige uitgezonden naar Libanon. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteraan Edgar vertelt het publiek op het Bevrijdingsfestival graag over zijn ervaringen als Unifil-veteraan en reservist. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik was achttien jaar en zat daar ineens een half jaar met twaalf man op een post,” vertelt hij. “Achteraf een goede keuze geweest. Ik ben er een beter mens van geworden.”
De Unifil-missie in Zuid-Libanon stond in het teken van vrede bewaren tussen verschillende partijen in een verscheurde regio. “We waren daar als vredesmacht om partijen een beetje uit elkaar te houden en rust te creëren. We hadden ook het idee dat mensen zich veilig voelden bij ons.”
Het contrast met de huidige wereldsituatie raakt hem. “Als je ziet wat er nu allemaal gebeurt… dan denk ik: waarvoor zijn we daar geweest?”
Toch blijft hij staan op het festival, om het gesprek aan te gaan. “Mensen die vragen hebben over hoe wij dat ervaren hebben, die wil ik dat wel vertellen. Want die missies zijn belangrijk.” (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen in gesprek met bezoekers op het Bevrijdingsfestival in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Een paar kraampjes verder ontstaat een ander soort gesprek. Bij de stand van Alkmaar voor Palestina mogen kinderen zakjes werpen naar planken met kreten als ‘apartheid’, ‘bezetting’ en ‘genocide’. Ook kan er geknutseld worden aan vliegers en ligt er een quiz klaar. De vraag dringt zich op of het passend is om je zo op kinderen te richten met een dergelijk complex geopolitiek onderwerp.
Sandra, die bij de kraam staat, wil wel antwoorden op die kritische vraag. “We willen aandacht vragen voor Palestina en mensen op een laagdrempelige manier kennis laten maken met het onderwerp”, legt ze uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij een standje van Alkmaar voor Palestina biedt de organisatie een interactieve manier aan om zich op het thema te richten. (foto: Streekstad Centraal)
Op de vraag of dit onderwerp niet te ingewikkeld is voor kinderen, zegt ze: “Ik vind dat je daar als ouder wel iets over kan zeggen tegen je kinderen.” Volgens Sandra zouden ouders kunnen vertellen dat mensen in Palestina geen vrijheid hebben: “Dat land is bezet, waardoor die kinderen daar geen vrijheid hebben. Daar kan je best met je kinderen over praten, denk ik. Maar dat is niet waar we hier met de kinderen over in gesprek gaan natuurlijk.”
Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij ouders zelf. “Als ouders denken: dit is niks voor mijn kind, dan lopen ze wel door.” We noteren haar antwoord en beloven het oordeel aan de lezers van Streekstad Centraal over te laten. Op bevrijdingsdag is ruimte voor verschillende perspectieven – en aan de bezoeker om daar in vrijheid een eigen mening over te vormen.
Rond 14:00 uur verschuift de aandacht naar een symbolisch moment: de aankomst van het bevrijdingsvuur, waarmee het bevrijdingsfeest officieel wordt geopend. Atletiekvereniging Hylas brengt het vuur traditiegetrouw sinds 2015 in estafette vanuit Wageningen naar Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
De hardlopers die met een estafetteloop het vuur uit Wageningen hebben opgehaald, samen met vrijwilliger Ron Kabel die na een herseninfarct zelf niet meer kan meelopen. (foto: Streekstad Centraal)
Ron Kabel, jarenlang de drijvende kracht achter deze tocht, wordt daarbij in het zonnetje gezet. Dankzij hem komt het bevrijdingsvuur elk jaar langs alle kernen en monumenten in de gemeente.
De estafette verbindt herdenken en vieren, legt burgemeester Anja Schouten uit: “Het wordt aangestoken in Wageningen, waar de vrede getekend werd, en komt dan door de nacht hier het licht in. Het is letterlijk de verbindende schakel tussen 4 mei, het donker, en 5 mei, het vieren in het licht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten en kinderburgemeester Bo Schmidt steken samen het bevrijdingsvuur aan met de vlam die in Wageningen is opgehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Op de Paardenmarkt genieten kinderen ondertussen van optredens van jong talent en activiteiten, terwijl op het Canadaplein het publiek zich verzamelt voor het hoofdprogramma. Tussen de muziek door blijven mensen met elkaar in gesprek – bij stands van onder meer Stichting Truus Wijsmuller, de LHBTI+-gemeenschap en andere organisaties die elk op hun eigen manier het thema vrijheid invullen.
Volgens burgemeester Schouten laat de drukte zien dat Bevrijdingsdag leeft in Alkmaar. “Heel mooi. Je merkt dat het voorziet in een behoefte. Mensen komen voor het vuur, voor de gezelligheid, maar blijven ook luisteren en met elkaar praten.”
En juist dat gesprek is volgens haar de kern van vrijheid: “Vandaag vieren wij de vrijheid. En ik hoop dat morgen iedereen de vrijheid weer een stukje groter maakt. Bijvoorbeeld door een praatje aan te knopen met de buren door gewoon eens bij een discussie te zeggen: ‘We zijn het niet eens, maar laten we een kop koffie drinken samen’. Als we dat allemaal doen, wordt Alkmaar nog mooier.”
Met toespraken, muziek, gedichten, een stille tocht, kransleggingen en twee minuten stilte heeft Alkmaar maandagavond stilgestaan bij de Nationale Dodenherdenking. Honderden mensen kwamen samen in de Grote Sint Laurenskerk en bij het monument aan de Harddraverslaan om de slachtoffers van oorlog en geweld te herdenken. De herdenking was live te volgen via Streekstad Centraal.
De bijeenkomst in de Grote Kerk begon rond 19:00 uur met muziek van het Regionaal Jeugdorkest en voordrachten van basisschoolleerlingen. “We zijn hier om samen te herdenken. Om bewust stil te staan bij wat er toen in Nederland en in Alkmaar gebeurde”, klonk het tijdens de uitzending.
Een indrukwekkend moment volgde toen de 11-jarige kinderburgemeester Bo Schmidt de namen voorlas van omgekomen verzetsmensen uit Alkmaar en omgeving. De lange lijst met namen – sommigen nog maar tieners – maakte zichtbaar hoe groot de impact van de oorlog ook lokaal is geweest. (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Schouten legt een krans bij het monument aan de Harddraverslaan samen met Bob Martens, voorzitter van het 4-mei comité. (foto: Streekstad Centraal)
Burgemeester Anja Schouten stond in haar toespraak stil bij het landelijke thema ‘De geschiedenis begrijpen’. Volgens haar is herdenken niet alleen terugkijken, maar ook proberen te begrijpen wat oorlog en onderdrukking betekenen – toen én nu.
“Die stilte is niet leeg. Ze is gevuld met herinneringen, met verhalen”, sprak zij. De burgemeester benadrukte dat de geschiedenis dichterbij is dan soms wordt gedacht, bijvoorbeeld in beelden van Alkmaar tijdens de oorlog: bekende plekken die ineens een andere, dreigende betekenis krijgen. Tegelijkertijd wees ze op de actualiteit en de blijvende vragen die oorlog oproept.
Volgens burgemeester Schouten ligt er ook een opdracht in het heden. “Weerbaarheid zit in het kleine. In het kennen van je buren. In het omkijken naar elkaar,” zei zij. Haar oproep sloot aan bij het jaarthema en het motto van het 4 mei comité: maak vrijheid zichtbaar en houd die levend. “Maak vrijheid groot, zodat we het nooit kwijtraken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Grote opkomst bij de Dodenherdenking aan de Harddraverslaan in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Na het programma in de kerk volgde de stille tocht naar het monument aan de Harddraverslaan. Daar was het om 20.00 uur twee minuten stil, gelijktijdig met de rest van Nederland.
Na het Wilhelmus legden de burgemeester en vertegenwoordigers van het 4 mei comité een krans namens de Alkmaarse bevolking. Aansluitend volgde het defilé, waarbij bezoekers langs het monument liepen om hun respect te betuigen.
Ook in andere kernen binnen de gemeente, zoals Oudorp, Stompetoren en De Rijp, vonden herdenkingen plaats met stille tochten, muziek en toespraken.
De herdenking in Alkmaar onderstreepte het belang van blijven vertellen en luisteren naar verhalen, juist ook voor nieuwe generaties. Zoals tijdens de uitzending werd benadrukt: herdenken gaat niet alleen over het verleden, maar ook over de verantwoordelijkheid voor de toekomst. (tekst gaat verder onder de foto)
Vanuit Wageningen zijn lopers onderweg naar de gemeente Alkmaar, samen met de dorpsomroeper van De Rijp Jan Geert Prins om het bevrijdingsvuur naar de verschillende kernen te brengen. (foto: aangeleverd)
Op Bevrijdingsdag verschuift de aandacht van herdenken naar vieren. In Alkmaar staan de hele dag activiteiten in het teken van vrijheid.
Op het Canadaplein start vanaf 13:00 uur het Bevrijdingsfestival met muziek en optredens, inclusief het ontsteken van het bevrijdingsvuur. Op de Paardenmarkt is er een kinderfestival met straattheater en ontmoetingen met veteranen. Daarnaast biedt Hal25 ruimte aan lokaal muzikaal talent en is er in de Vrijheidskerk een vrijheidsmaaltijd, waar inwoners samen eten en in gesprek gaan over vrijheid.
Zo vormt 5 mei een vervolg op de ingetogen herdenking van de avond ervoor: van stilstaan bij het verleden naar het vieren van vrijheid in het heden.
Dijk en Waard is niet blij met de plannen voor een nieuw hoogspanningsnet door de gemeente. Althans, wel met de plannen, maar niet met de voorgestelde route voor een hoogspanningsleiding. Volgens het college roept die route veel vragen op en wordt er onvoldoende rekening gehouden met dorpen en woningen.
Het gaat om een nieuw 380 kV-netwerk dat wordt aangelegd en door Noord-Holland Noord moet gaan lopen. Dat is nodig omdat er steeds meer vraag is naar stroom, bijvoorbeeld door meer vraag, door bouw van nieuwbouwwijken en van bedrijventerreinen. Zonder uitbreiding van het netwerk dreigt het stroomnet nog verder vast te lopen.
Volgens de plannen die nu op tafel liggen, komt het tracé aan de oostkant van Dijk en Waard te liggen. Dat zou betekenen dat er hoge masten zullen verrijzen in de buurt van onder andere buurtschap ’t Kruis en bij Veenhuizen. De gemeente heeft vooral moeite met de manier waarop de route tot stand is gekomen. (tekst loopt door onder de foto)
Met de nieuwe plannen komen er hoge masten in de buurt van ‘t Kruis en Veenhuizen. (foto: Wikipedia / Pieter Delicaat)
In eerdere afspraken was het uitgangspunt om zoveel mogelijk afstand te houden van dorpen en huizen en bestaande infrastructuur te volgen. Volgens het college gebeurt dat nu niet en is er onbegrip waarom juist voor deze route wordt gekozen. Milieu en Natuurorganisaties laten weten de leiding niet door de natuur te willen. (tekst gaat door onder de foto)
Om die zorgen duidelijk te maken, heeft Dijk en Waard het ministerie gevraagd om opnieuw naar de plannen te kijken. Staatssecretaris Jo-Annes de Bat komt daarom deze maand naar Dijk en Waard om te kijken wat de impact van het hoogspanningsnet is op de omgeving en de inwoners. De gemeente hoopt dat het plan daarna nog eens goed wordt beoordeeld. Tegelijk is ook duidelijk dat Den Haag uiteindelijk de beslissing neemt.
In juni wordt bekend welke route het hoogspanningsnet zal volgen. Daarna kunnen inwoners pas hun mening geven. Dat kan naar verwachting vanaf september. Tot die tijd blijft de gemeente in gesprek met het ministerie en andere betrokken partijen.