Jurassic Park, Max Verstappen, Sesamstraat, Michael Jackson & Elvis Presley. Het zijn slechts een paar thema’s die gebruikt zijn voor de traditionele Gondelvaart Koedijk. Aanstaande zaterdag doet een recordaantal van zeventien teams mee. Daar horen dus weer zeventien thema’s bij. Nieuwkomer is het kinderteam van bso Soef, met hun thema Sport & Spel.
Bescheiden gestart in 1963, groeide de gondelvaart van Koedijk uit tot een evenement waar ieder jaar zo’n 10.000 tot 15.000 bezoekers op af komen. Vorig jaar waren het er zelfs rond 20.000. De gondelvaart is nog altijd springlevend, maar dat gaat niet vanzelf. Het regelen van geld, bouwlocaties, promotie en vrijwilligers en het voldoen aan regeltjes heeft aardig wat voeten in de aarde. En dan zijn er nog de inspanningen om de jeugd erbij te betrekken, want ja die heeft de toekomst.
Jake Mak, eigenaar van bso Soef, hield de boot altijd af. “We kregen de afgelopen jaren al vaker de vraag of we met de bso mee willen doen aan de gondelvaart, maar mijn collega en ik zijn niet zo handig. De boten zijn ook zó mooi, dat is voor ons gewoon niet haalbaar.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jake Mak hield de boot tot nu toe af, maar is nu toch aan boord gekomen bij de Gondelvaart Koedijk. (foto: NH)
‘Nou én, toch gewoon leuk om mee te doen?’, zou je kunnen denken. Wel, dat zei een van de ouders min of meer hardop. “Een ouder zei: begin klein met een aantal schotten te schilderen en zorg voor spektakel op de boot”, vertelt Mak aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. De kinderen zagen dat wel zitten, de Gondelvaart is er bij hen met de paplepel ingegoten. “Dus dat zijn we gaan doen en nu gaan we meedoen met een jeugdboot.”
Net als de andere zestien teams, waren de kinderen bij Soef deze week druk bezig met de creaties voor op ‘hun’ dekschuit. Het thema is Sport & Spel. “We zijn een sportieve bso, we houden van sport en spel”, legt Mak uit. Maar, benadrukt hij, de kinderen verzonnen helemaal zelf wat ze daarmee wilden doen. (tekst gaat verder onder de foto)
De Jurassic Park-schuit van de Loeiende Koeien is een van dé hoogtepunten van de laatste jaren van de Koedijker Gondelvaart. (foto: Streekstad Centraal)
Noortje werkt graag mee aan de Sport & Spel schuit van Soef. “Ik vind het een hele leuke traditie van Koedijk. Ik kom al bij de Gondelvaart kijken sinds ik nul was. Ik vind het dus heel leuk dat ik nu ook op een boot sta.”
Er wordt niet alleen geschilderd, verklapt Jake Mak. “We hebben ook een soort toneelstukjes”. “We gaan nog een hut bouwen op de boot”, vult Noortje aan. Finn voegt nog toe: “En we gaan springtouwen en gewoon een beetje gek doen.”
De 63ste Koedijker Gondelvaart duurt van 21:00 tot ongeveer 22:30 uur, maar al vanaf 15:00 uur is de kermis en vanaf 16:00 uur de braderie. Vanaf 19:00 uur zijn er live muziek van Full Count ter hoogte van de Zonneweid en diverse acts en activiteiten langs het kanaal. Sterker nog, al sinds woensdag zijn er omlijstende activiteiten. Het hele programma staat op gondelvaartkoedijk.nl.
Bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog denken mensen in eerste instantie aan 4 mei. Logisch, maar de oorlog duurde in Nederlands-Indië nog tot Japan capituleerde: 15 augustus 1945. Dit jaar wordt het einde van de oorlog in het verre oosten voor de derde keer herdacht in het Alkmaarse Park Oosterhout. Met een breder programma, maar nog zonder Indië monument. “Maar het geld is voor tachtig procent binnen.”
In 2024 hield de Alkmaarse stichting BersaMaju voor het eerst een Nationale Herdenking 15 Augustus, ook wel de Indië Herdenking genoemd. Zonder een goed beeld te hebben van de interesse. Dertig deelnemers zou al best mooi zijn, dacht het bestuur. Voor de zekerheid waren vijftig herdenkingsspeldjes besteld. Veel te weinig, bleek al snel. “We staan versteld van het aantal aanmeldingen”, zei voorzitter Audrey Chin tegen Streekstad Centraal. Bovendien kwamen er nog eens veel mensen onaangekondigd. De herdenking werd een groot succes.
De derde editie op zaterdag in Park Oosterhout, met uitzicht op waar ooit de Indische Buurt was, draait net als de eerste twee om herdenken, bezinnen en samenzijn ‘opdat wij niet vergeten’. Veel mensen die de oorlog meemaakten stopten hun trauma’s weg, spraken er niet over. Dat geldt nog eens dubbel voor de Indische en Molukse mensen die een nieuw leven in Nederland op moesten bouwen. Het ‘Indisch zwijgen’. (tekst gaat verder onder de foto)
Audrey Chin en Susan Pfaff, mede-organisatoren van de Alkmaarse Indië Herdenking. (foto: Streekstad Centraal)
“We hebben dit jaar een wat voller programma, met drie sprekers en dans”, blikt Audrey vooruit. “We hebben Robin Raven, een schrijver uit Heiloo, en Tatiana Wenno. Zij is transgenerationele regressietherapeut.” Tatiana gaat met haar cliënten terug naar hun (culturele) roots, die generaties diep gaan. “De derde is Erwin Pieters, die voorheen bij BersaMaju zat. Het centrale thema is zwijgen of niet, door leven of er stil bij blijven staan.”
“Verder verzorgen Lionel en Clinton Mansyur een moderne dans die ‘Erfenis’ heet”, vervolgt Audrey. “Ik weet alleen nog niet precies wat ze gaan doen. Ik heb zelf een act met een touw gezien, een lijn met het verleden of als een soort navelstreng, maar misschien hebben ze de act aangepast. Cultuurwethouder Tineke Boucher houdt ook een praatje en uiteraard hebben we Marc Kuijper van Trompetterkorps Alkmaar die weer de taptoe blaast. Hij is altijd superenthousiast.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ook de tweede Indië Herdenking werd goed bezocht. Vanwege de warmte zochten veel mensen de schaduw van de bomen achterin op. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju en alle belangstellenden moeten het tijdens het formele deel nog even stellen zonder een echt Indië-monument. Maar, daar wordt hard aan gewerkt, vertelt Audrey. “De gemeente wil vanuit meerdere afdelingen geld beschikbaar stellen. Het wordt op 25 augustus in de raadsvergadering besproken, dus of het gebeurt is nog niet helemaal zeker.”
“En wij als stichting zijn druk bezig met geld inzamelen. Naast ons bestuur heeft de stichting een comité van aanbevelingen met mensen uit de kunstsector en ook het bedrijfsleven”, wijdt Audrey uit. “Die mensen zijn goud. Ze hebben zo veel ingangen, contacten. We hebben al meer dan 10.000 euro opgehaald. We zijn heel erg blij dat het initiatief heel breed gedragen wordt.” (tekst gaat verder onder de foto)
Er bestaat geen Indisch-Moluks samenzijn zonder lekkere hapjes. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju heeft een crowdfundpagina en er staan nog wat inzamelingen op de kalender. De voorzitter noemt de Pasar Kecil op 23 augustus bij Wijkcentrum De Oever. “We houden dan een veiling, een ‘lelang’, met hele mooie dingen en voor de toegang is er een vrijwillige bijdrage die ook in het potje gaat. En dan is er in oktober of november nog een padeltoernooi met een benefietbanket.”
“Alle kunstenaars die we op het oog hebben zijn benaderd en zij maken een ontwerp voor het monument. We laten drie ontwerpen verder uitwerken en daaruit kiezen we dan het definitieve ontwerp”, gaat ze verder. “We hópen dat het monument volgend jaar klaar is, maar waarschijnlijk lukt dat niet.”
Voor nu is het dus nog even een 15 augustus 1945 herdenking zonder vast monument. Het programma in Park Oosterhout begint aanstaande zaterdag om twee uur en duurt ongeveer anderhalf uur. Daarna is een kampulan bij de Wijkboerderij met hapjes, drankjes en live muziek. Meer informatie is te vinden op bersamaju.nl.
Ooit hing Hans Borst als vrijwilliger jute doeken langs het parcours van de Tour de Waard. Inmiddels is hij secretaris van de organisatie, staan bestanden in de cloud en worden via Facebook en LinkedIn nieuwe bedrijven bereikt. In 55 edities is er veel veranderd. En als het aan het bestuur ligt, blijft dat ook gebeuren. De ervaren garde hoopt daarom dat een nieuwe generatie opstaat om de toekomst van het Heerhugowaardse evenement vorm te geven.
Borst loopt al heel wat jaren mee bij de organisatie van de Tour de Waard. Hij begon als vrijwilliger, in een tijd waarin het evenement er nog heel anders uitzag. “Helemaal in het begin hielp ik met het ophangen van de jute doeken. Toen was de race alleen te zien als je een kaartje had, dus hingen we allemaal van die doeken op langs het parcours.”
Toen een deel van het toenmalige bestuur ermee stopte, werd Borst gevraagd om toe te treden. Dat zag hij in het begin helemaal niet zitten. “Ik dacht dat het een veel te hoge rol was voor mij, met veel te veel verantwoordelijkheden. Maar al snel kwam ik erachter dat het gewoon heel leuk is om te doen.”
Voorzitter Hans Rendering zit iets minder lang in het bestuur, maar draait ondertussen ook alweer twintig jaar mee. Hij begon in 2006. Stoppen staat voorlopig niet op de planning. “Ik zeg altijd: ik blijf doorgaan tot ik iets niet meer leuk vind. En tot nu toe vind ik alles nog steeds heel erg leuk.”
Hoeveel tijd de organisatie van de Tour de Waard precies kost, vinden de mannen moeilijk te zeggen. Vanaf oktober wordt er weer vergaderd voor de volgende editie, maar veel werkzaamheden gebeuren tussendoor. “Het is vaak dat je ‘s avonds nog even achter je laptop gaat zitten en dat het dan toch langer duurt. Het is niet zoals bij een koor dat je twee keer per maand een uurtje bij elkaar komt. Hoeveel tijd er exact in gaat zitten weet ik niet, maar het is toch wel wat.” (tekst gaat door onder de foto)
Door heel Heerhugowaard en bij toegangswegen kom je het tegen: promotiemateriaal voor de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Rendering begint het weekend van de wielerronde op vrijdag met het ophalen van de laatste spullen. Die avond krijgen de vrijwilligers tijdens een bijeenkomst uitleg over hun werkzaamheden en wat zij bijvoorbeeld moeten doen in geval van nood. Daarna wordt de avond afgesloten met een borrel.
Op zondagochtend begint de dag gezamenlijk met koffie en wat lekkers. Zodra de klok zeven uur slaat, verspreidt iedereen zich over het parcours en gaat aan de slag. Het bestuur wil daarbij niet de indruk wekken dat de zes bestuursleden belangrijker zijn dan de rest. “We staan niet hoger dan de vrijwilligers, dus dat willen we ook niet uitstralen.”
Ook na de laatste finish zit het werk er nog niet op. Maandag worden de laatste hekken en sponsordoeken opgeruimd. Daarna is het even rustig. “En dan gaan we vanaf oktober weer aan de slag voor de nieuwe editie.”
Aan vrijwilligers heeft de Tour de Waard momenteel geen gebrek. Sterker nog: er is soms zelfs een wachtlijst. Dat is niet altijd zo geweest. “Natuurlijk hebben we weleens jaren gehad waarbij we eigenlijk tot de week voor de Tour nog vrijwilligers zochten”, vertelt Rendering. “Maar met vrienden of familie lukte dat eigenlijk altijd wel.” (tekst gaat door onder de foto)
Bekende Nederlandse wielrenners zoals Erik Breukink, Steven Rooks en Henk Lubberding verschenen in het verleden regelmatig aan de start van de Tour de Waard. (foto: Stichting Tour de Waard)
Tegenwoordig krijgen de mensen die eerder vrijwilliger zijn geweest ieder jaar de vraag of zij opnieuw willen helpen. Vaak is het antwoord ja. Nieuwe geïnteresseerden sluiten daarachter aan. “Als een broer van iemand dan ook ineens wil, komt die onderaan de lijst. Zo hebben we bij uitvallers, want die heb je er altijd tussen zitten, eigenlijk altijd wel een vervanger.”
Borst is blij dat de organisatie zich daar momenteel geen zorgen over hoeft te maken. “Het is daarnaast ook leuk om te zien dat het veel vrienden en familie zijn. Van renners, van het bestuur en van andere vrijwilligers. Het zijn echt een paar gezellige dagen.”
Ook binnen het bestuur hopen de mannen de komende jaren meer jongeren te verwelkomen. Niet omdat er op dit moment een tekort is, maar omdat Sebastiaan Hoogvorst, begin dertig en de jongste van de zes bestuursleden, volgens hen laat zien wat een nieuwe generatie kan toevoegen.
Hoogvorst werkt in de IT en houdt zich onder meer bezig met de website en online zichtbaarheid van het evenement. “Sebastiaan is de jongste van ons clubje. Hij heeft ons echt heel erg goed geholpen op het gebied van zichtbaarheid”, vertelt Borst. “Hij regelt onze website en weet via Facebook en LinkedIn ook bedrijven te bereiken die weer kunnen bijdragen aan de Tour de Waard. Als hij dat niet had gedaan, hadden we echt stilgestaan op dat gebied. Dus daar zijn we heel blij mee.” (tekst gaat door onder de foto)
Het bestuur van stichting Tour de Waard. Bestaande uit John Burger, Hans Borst, John Ottenbros, Sebastiaan Hoogvorst, Hans Rendering en Marc van Vliet. (foto: Stichting Tour de Waard)
Ook achter de schermen verandert er het nodige. Zo werkt het bestuur inmiddels met bestanden in de cloud, waardoor informatie gemakkelijker met elkaar gedeeld kan worden. Voor Rendering is het een goed voorbeeld van hoe verschillende generaties elkaar kunnen aanvullen. “Je moet als organisatie ook niet blijven hangen in hoe het was. Als je dat doet, dan werkt het niet. De komst van Sebastiaan laat goed zien dat de jonge en de oude garde elkaar mooi kunnen aanvullen.”
Dat betekent volgens hem ook dat de werkwijze van de huidige bestuursleden niet heilig is. “Het is niet dat wat wij nu al jaren doen de enige manier is waarop het kan. Zeker niet. We moeten openstaan voor nieuwe ideeën en dat doen we nu erg goed.”
Dat aanpassen is door de jaren heen vaker nodig geweest. Een recent voorbeeld is de vernieuwde Middenweg. Vooraf vroeg de organisatie zich af of wielrenners last zouden hebben van het patroon in het wegdek en de strook met kiezels in het midden. Dat bleek mee te vallen. Voor de skeelerrace had de nieuwe inrichting wel gevolgen. Met name rond de finish kunnen de kiezels volgens Borst voor gevaarlijke situaties zorgen. “Ze konden hun slagen niet meer goed afmaken. Daarom moest dat onderdeel worden geschrapt.” (tekst gaat door onder de foto)
Inwoners van gemeente Dijk en Waard kunnen er haast niet omheen. Overal langs de weg staan borden van de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het regelen van vergunningen is in de loop der jaren uitgebreider geworden. “Het is niet meer zo als vroeger dat je met een plan komt en om een handtekening vraagt”, vertelt Rendering. “Nu heb je meerdere vergaderingen en ligt er een heel plakboek voordat alles rond is.” Dat ziet hij niet als iets negatiefs. “Dat hoort er nou eenmaal bij. Je kan niet stil blijven staan bij hoe het vroeger was.”
Niet iedere verandering is even groot. Zo ging normaal gesproken een vrijwilliger met soep langs het parcours om de andere vrijwilligers iets te eten aan te bieden. Dit jaar wordt dat op verzoek van de vrijwilligers anders aangepakt: iedereen krijgt een bon om zelf iets bij de frietkraam te halen. Of dat een succes wordt, moet nog blijken. “Misschien vinden ze dat niet zo fijn, maar goed, dat horen we dan wel tijdens de evaluatie”, zegt Rendering lachend. “Je komt er maar op één manier achter of een verandering werkt.”
Opvallend genoeg hebben de twee mannen die zoveel tijd in de wielerronde steken zelf nog nooit meegedaan. “En dat gaat ook niet gebeuren hoor”, lachen ze. Rendering heeft zelf wel gefietst, Borst komt helemaal niet uit de wielerwereld. “Ik zat zelf altijd op voetbal, maar het is zo’n groot evenement hier in Heerhugowaard dat ik er gewoon ingerold ben.” (tekst gaat door onder de foto)
De Tour de Waard is al jarenlang een begrip in Heerhugowaard en trekt ieder jaar veel publiek naar de Middenweg. (foto: Stichting Tour de Waard)
Of iemand eerst als vrijwilliger begint en vervolgens doorgroeit, zoals Borst zelf deed, of zich direct meldt omdat diegene geïnteresseerd is in de organisatie, maakt volgens hen weinig uit. “Wij willen juist graag dat de nieuwe generatie opstaat.” Daarbij hoeft de Tour de Waard wat hen betreft niet precies te blijven zoals hij altijd is geweest. “We staan open voor veranderingen. Maar als je iets weghaalt, moet er natuurlijk wel wat voor in de plaats staan.”
Veranderen doet de Tour de Waard dit jaar opnieuw. Tijdens het gesprek verklappen de mannen alvast een nieuwtje dat nog niet eerder bekend was: de huldiging van de renners krijgt tijdens de 55ste editie een nieuwe plek. Waar de winnaars voorheen op het parcours werden gehuldigd, stappen zij dit jaar voor het eerst het podium van Tour de Waard Live op. Daarmee komen de wielerronde en het feestprogramma een stukje dichter bij elkaar.
Hoe de nieuwe opzet uitpakt, zal zondag voor het eerst blijken. Rendering heeft in ieder geval al een duidelijk beeld voor ogen. “We hebben een mooi publiek dat de renners hopelijk van een groot applaus gaat voorzien en we hopen dat het lekker feestelijk is.”
Dromen van een andere stad, met een iconisch eilandje tussen het oude en het nieuwe in. Dat willen Alkmaarders bést, ontdekte het Architectuur Informatiecentrum Alkmaar (AIA). Op de prikkelende prijsvraag om vrijelijk te fantaseren over een heel ander gebouw op de plek van het politiebureau aan het Mallegatsplein kwamen ruim zestig reacties.
“Ja, enorm”, reageert een verraste Ed Diepenmaat. “Vooraf zeiden we tegen elkaar: met tien, vijftien serieuze reacties zijn we ook al blij. Dit is voor ons vér boven verwachting.”
Maar liefst 64 ontwerpers schreven zich in voor de volgende ronde van de ideeënprijsvraag van AIA. Daarvan is ongeveer tweederde professioneel, dus afkomstig uit de architectuur en stedenbouw. Een derde van de inzendingen komt van mensen ‘buiten het vak’, die hun creativiteit de vrije loop laten. (tekst gaat door onder de foto)
Ed Diepenmaat had niet verwacht dat er 64 inzendingen zouden zijn voor de ideeënprijsvraag. (foto: Streekstad Centraal)
Overweldigend noemt Diepenmaat dat enthousiasme. “Het is leuk dat het herkend wordt. Het leeft enorm.”
Diepenmaat is dus bepaald niet de enige die wel eens wegdroomt bij de gedachte aan een ánder Kanaalschiereiland. Een ‘Île d’Alkmaar’ met een iconisch gebouw erop. Een museum, een theater, een muziekpodium – het zijn allemaal mogelijkheden. Met zo’n spectaculair gebouw kan het eilandje dat zo mooi tussen de oude binnenstad en de nieuwbouw op Overstad ligt opbloeien, opengaan, een verblijfsplek worden.
Nu is dat nog anders. Het politiebureau is een gesloten gebouw, met dichte muren. Een hek. Spiegelend glas. Juist die grote tegenstelling tussen wat hier zou kunnen, en wat het nu ís, maakt de ideeënprijsvraag van AIA zo prikkelend. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige inrichting van het Kanaalschiereiland nodigt niet uit om er lang te verblijven. (foto: Streekstad Centraal)
Er zijn helemaal geen concrete plannen om het politiebureau te verhuizen. Het gaat bij de ideeënprijsvraag echt om vrije verbeelding. Het hield de creatieve Alkmaarders duidelijk niet tegen.
Diepenmaat ziet ook wel praktische kansen. De huidige inrichting van het politiebureau, met maar één uitgang voor de politievoertuigen, is niet ideaal. Er kan voor de politie dus best een argument zijn om op termijn uit te kijken naar een andere werkplek.
De parkeergarage is er dan ook nog. Die moet hoger worden, daar heeft de gemeente plannen voor. Maar Diepenmaat ziet meer in ondergronds parkeren. Dan kan hier, boven de grond en met aan drie kanten water, iets prachtigs ontstaan. Met aan de basis daarvan de avontuurlijke ideeën van 64 ontwerpers.
De ontwerpen worden in de komende weken en maanden verder uitgewerkt. Op 12 oktober moeten alle ontwerpen binnen zijn. Op 17 oktober opent dan een expositie waarin de ideeën aan het grote publiek worden gepresenteerd.
Een paar grote dameshoeden steken boven de kraam uit, verderop schitteren karaffen en zilverwerk in de zon en een bezoekster buigt zich aandachtig over een verzameling blauw-wit servies. Wie zaterdag door het hek van het Witte Kerkje in Groet stapt, waant zich – voor de 46ste keer – even op een marktje ergens op het Franse platteland. Alleen de Hollandse kerktoren verraadt dat de grens nog honderden kilometers verderop ligt.
Onder de bomen rondom het kerkje is het zaterdag een komen en gaan van bezoekers. Ze schuifelen langs tafels vol servies, sieraden en vazen. Aan kledingrekken hangen jurken en jassen, op het gras staan antieke meubels uitgestald. Wie hier doelgericht probeert te winkelen, heeft het lastig: bijna iedere kraam vraagt wel even om stil te staan.
“Ik kom alleen even kijken, zei ik”, lacht een bezoekster terwijl ze een porseleinen schaaltje in haar handen ronddraait. “Maar dat is hier natuurlijk gevaarlijk. Voor je het weet zie je weer iets waarvan je vindt dat je het absoluut nodig hebt.”
Het is precies dat zoeken dat bezoekers naar de Franse Brocante Fair trekt. Sommigen komen toevallig voorbij, anderen weten de markt ieder jaar opnieuw te vinden. Een echtpaar dat speciaal vanuit het midden van het land naar Groet is gereden, maakt er een dagje uit van. “We houden allebei van Frankrijk en van oude spullen. Dan is dit natuurlijk een mooie combinatie. Je vindt hier dingen die je op een gewone markt niet zo snel tegenkomt.” (tekst gaat door onder de foto)
Er werd zaterdagmiddag hard gezocht naar parels tussen alle spullen op de Brocante Fair. (foto: Streekstad Centraal)
Dat bezoekers van ver komen, zal organisator Marjan Huisman goed doen. Vorig jaar vertelde ze aan Streekstad Centraal nog dat de toekomst van haar markt allerminst vanzelfsprekend is. Echte Franse brocante wordt volgens haar steeds moeilijker verkrijgbaar. Waar liefhebbers vroeger op Franse marktjes nog volop oude serviezen, meubels en andere vondsten konden inslaan, kost het tegenwoordig steeds meer moeite om voldoende geschikt aanbod naar Groet te krijgen.
Huisman wilde destijds koste wat kost voorkomen dat haar Brocante Fair uiteindelijk een gewone rommelmarkt zou worden. Als er niet genoeg Franse spullen meer zouden zijn om het karakter te behouden, moest ze zich afvragen hoe lang ze nog door kon gaan.
Een jaar later blijkt die zorg in ieder geval niet het einde van de markt te hebben betekend. Op het gras rond het Witte Kerkje valt zaterdag genoeg te ontdekken. Twee opvallende geelbruine vazen staan tussen karaffen en porseleinen beeldjes, tientallen kopjes en kannetjes vullen een andere tafel. Even verderop liggen sieraden uitgestald naast oud bestek en glaswerk. Een paar meter verder kan het subtielere werk worden ingeruild voor een sierlijke witte tuinbank of een flink stuk antiek. (tekst gaat door onder de foto)
Er is voor ieder wat wils op de fair. Van sieraden tot bestek, en van glaswerk tot kleding. (foto: Streekstad Centraal)
En dan zijn er nog de hoeden. Groot, klein, wit, roze en paars: ze zorgen alleen al voor genoeg bekijks. “Die zou je eigenlijk gewoon moeten dragen”, grapt een vrouw terwijl haar gezelschap naar een grote paarse hoed kijkt. Zelf aanschaffen? Daar moet ze nog even over nadenken. “Ik weet alleen niet waar ik ermee naartoe moet. Naar de supermarkt misschien.”
Niet iedereen die zaterdag tussen de kramen loopt, wist bij het ontbijt al dat de Brocante Fair op het programma stond. Ook vakantiegangers die in de omgeving verblijven, komen een kijkje nemen. Een Duits stel hoorde tijdens hun verblijf dat er bij het kerkje iets te doen was. “Wir schauen nur”, zegt Herman lachend. Alleen kijken dus. Zijn vrouw Inge is ondertussen al bij de volgende tafel beland. “Zehn Minuten”, voorspelt hij. Tien minuten. Zelf lijkt hij er weinig vertrouwen in te hebben.
Juist dat vrijblijvende maakt de markt aantrekkelijk. Niemand hoeft hier met een boodschappenlijst rond te lopen. Er wordt gekeken, opgepakt, omgedraaid en weer teruggezet. Soms volgt een kort gesprek met de verkoper, soms wordt na een rondje over het terrein alsnog teruggekeerd naar dat ene bordje dat toch in het hoofd is blijven hangen. (tekst gaat door onder de foto)
Op het grasveld rond het Witte kerkje staan allemaal kraampjes vol met spullen. Hier en daar wordt er onderhandeld over de prijs. “Kan er niet een eurootje vanaf?” (foto: Streekstad Centraal)
De omstandigheden helpen mee. De zon schijnt uitbundig boven Groet en onder de hoge bomen rond het kerkje zoeken bezoekers af en toe de schaduw op. Het gras heeft door de droge zomer inmiddels meer weg van een Zuid-Frans veld dan van een doorsnee Noord-Hollandse kerktuin. Voor de Franse sfeer had de organisatie het nauwelijks beter kunnen bestellen.
“Het is vooral de plek”, vindt Marga die naar eigen zeggen al vaker op de fair is geweest. “Zo’n markt midden in een dorp, rondom dat oude kerkje, dat heeft gewoon iets. Als dit op een parkeerterrein stond, was de helft van de charme weg.”
En die charme lijkt voorlopig sterker dan de zorgen over het steeds schaarser wordende aanbod. Niet ieder voorwerp rond het Witte Kerkje zal rechtstreeks uit een Frans landhuis afkomstig zijn. Dat was vorig jaar al zo. Maar voor de bezoekers lijkt de herkomst soms minder belangrijk dan het plezier van het zoeken.
Want uiteindelijk gaat brocante misschien net zo goed over het verhaal dat je zelf aan een voorwerp geeft. “Je moet eigenlijk nergens naar zoeken”, zegt Marga terwijl ze nog één keer langs een tafel met servies loopt. “Als je iets moois tegenkomt, merk je het vanzelf.” Ze loopt verder. Zonder schaaltje. Voorlopig.
Witgeklede mannen met kleurige hoeden dragen berries met kazen van het Waagplein naar het waaggebouw, onder toeziend oog van de baas – de kaasvader. Mensen in de regio hebben wel een idee van hoe het er aan toe gaat op de Alkmaarse kaasmarkt. Maar dat er een ‘president waagmeester’ is, dat zullen velen vast niet weten, ondanks dat hij heel belangrijk is.
“Kijk, voorheen liep de president over de markt, samen met de kaasvader, en aan het begin van de markt telde hij alle kazen”, legt president Boris Hartland uit aan Streekstad Centraal. “Daar zijn we op een gegeven moment mee gestopt, want het komt nu allemaal in kratten of kisten aan, en in die kisten zitten gewoon zestig kazen. Dan weet je dus al van tevoren al je tien kisten hebt gehad, dat je zeshonderd kazen hebt.”
De komst van de dranghekken rond de kaasmarkt maakte het helemaal onnodig om kaasvader Willem Borst (of zijn vervanger) nog te vergezellen. “En er wordt tegenwoordig eigenlijk nooit meer een kaas meegenomen door een buitenstaander, en voorheen was dat wel eens zo.” Nu kan de president waagmeester zich dus volledig richten op zijn kerntaken: controle van de gewichten en van de wegingen die de waagmeesters uitvoeren, en nauwkeurig vastlegging van iedere transactie. Nog altijd op papier. (tekst gaat verder onder de foto)
President waagmeester Boris Hartland houdt nauwkeurig de transacties op de kaasmarkt bij. Vanzelfsprekend nog altijd op papier. (foto: Streekstad Centraal)
Tasman Cor Schipper – hij beheert de beurs, de tas bij één van de weegschalen – wijst naar een spreuk op een bord in het waaggebouw, waarop staat ‘Een valsche waghe is den heere eenen grouwel daer en teghen een vol ghewicht is zijn welbehagen’. “Dat betekent: niet sjoemelen met de schaal.”
Als boekhouder heeft de president nog één andere belangrijke taak. Nou ja, die had hij toen de kaasmarkt nog echt een kaasmarkt was. Hij collecteerde de betalingen van de kopers en keerde die uit aan de boeren, na aftrek van het geld voor de kaasdragers. Hartland wijst naar een luik in de raampartij van zijn kantoor. “Voorheen werd afgerekend via dat luik, maar dat is niet meer zo.”
Boris Hartland is al sinds 1988 president kaasmeester. De echte kaashandel ging door tot eind jaren 90, dus hij heeft nog een jaar of tien échte handel gedreven. Nu is zijn rol dus ceremonieel, maar hij vervult die nog met liefde. Al wordt het soms wel een beetje een té gezellige boel tussen de enorme weegschalen. “Hey, Henk, stop!”
Lichtjesavond vierde dit jaar een bijzondere mijlpaal. Precies honderd jaar nadat inwoners van Bergen voor het eerst hun huizen en tuinen verlichtten om toeristen te bedanken voor een mooi zomerseizoen, stond het dorp opnieuw in het teken van de jaarlijkse traditie. Voor de Bergense ondernemersvereniging BIZ was het jubileum bovendien een kans om bewoners opnieuw bij Lichtjesavond te betrekken.
“Wij proberen Lichtjesavond een beetje aan te kleden”, vertelt Barry de Wit, die namens de Bergense ondernemersvereniging BIZ in de evenementengroep zit. “We proberen de mensen ook weer mee te krijgen, zodat ze zelf ook weer wat dingen gaan doen voor Lichtjesavond.”
De BIZ zorgde dit jaar onder meer voor een lichttunnel bij de Ruïnekerk, projecties van kunst in de stijl van de Bergense School op de kerk en een ‘Love Bergen’-object op het plein. Het zijn volgens De Wit toevoegingen die moeten bijdragen aan de beleving van de avond. (tekst gaat door onder de foto)
Het ‘Love-Bergen’-object was woensdagavond een ware publiekstrekker. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens De Wit is het de bedoeling dat Lichtjesavond uiteindelijk weer meer vanuit het dorp zelf wordt gedragen. “Het is natuurlijk al honderd jaar op deze dag, dus mensen weten dat het eraan komt. Alleen hebben we in die honderd jaar natuurlijk verloop gehad. Mensen zijn weggegaan en er zijn nieuwe bewoners gekomen. Wij willen die geschiedenis weer meegeven en de bewoners stimuleren om weer mee te doen.”
Dat geldt ook voor de ondernemers. “Iedereen probeert vanavond zijn winkel open te doen, zodat ze een beetje kunnen profiteren van het feit dat het druk is in het dorp”, zegt De Wit tegen Streekstad Centraal. Daarnaast versieren veel winkeliers hun etalages voor de gelegenheid.
Hoewel de BIZ pas drie jaar bestaat, ziet De Wit de belangstelling weer groeien. “Je merkt wel dat het vroeger drukker was en dat het op een gegeven moment een beetje afnam. Maar de laatste paar jaar begint het wel weer toe te nemen. Eerst zag je een negatieve ontwikkeling, nu weer een positieve.” (tekst gaat door onder de foto)
Naast huizen, winkels en de Ruïnekerk waren ook andere bijzondere objecten versierd met lichtjes. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de toekomst blijft de ambitie hetzelfde. “We hebben in eerste instantie geprobeerd om het een aantal jaar te doen en het daarna af te bouwen, omdat we hopen dat de bewoners weer aan de gang gaan. Maar hoe het er nu uitziet… dat smaakt wel naar meer voor volgend jaar.”
Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan werd ook een jubileumfolder verspreid met een terugblik op de geschiedenis van Lichtjesavond en historische foto’s. Daarnaast ging een jury op pad om de mooiste versierde tuin en de mooiste straat van Bergen te kiezen.
Dat de traditie na een eeuw nog altijd bijzonder is, ziet ook Ad Besseling. De horeca-ondernemer staat al ruim vijftig jaar als ober midden in het Bergense dorpsleven. Hij kent Lichtjesavond al decennialang en weet ook hoe het ooit begon. (tekst gaat door onder de foto)
De tijd van de waxinelichtjes herinnert Ad zich nog goed. “Eén windvlaag en je kon weer opnieuw beginnen.” (foto: Streekstad Centraal)
“Dat was in 1926”, vertelt hij. “Bergen was toen een klein toeristendorpje. De inwoners dachten: we moeten wat voor die toeristen doen. Iedereen ging lampjes in de tuin zetten en zo is het eigenlijk ontstaan. Dat is een beetje uit de hand gelopen. Nu is het een moderne versie van wat het toen was.”
Volgens Besseling draait Lichtjesavond nog altijd om meer dan alleen de verlichting. “Mensen houden van traditie in Bergen. Ze spreken met elkaar af, iedereen kent elkaar en het is gewoon een heel groot festijn voor Bergen. Heel vreedzaam ook, zonder rottigheid.”
Ook de veranderingen door de jaren heen zijn hem bijgebleven. Hij denkt met een glimlach terug aan de tijd van de waxinelichtjes. “Vroeger hadden we overal latten met kaarsjes. Dan kwam er een windvlaag en kon je weer opnieuw beginnen met aansteken. Dat zie je helemaal niet meer. Dat vind ik ergens wel jammer, maar de mensen vinden het nog steeds geweldig. Voor Bergen is dit echt een hoogtepunt van het seizoen.”
Terwijl de temperaturen deze week oplopen tot boven de 30 graden, draait de JOL in Alkmaar gewoon door. De organisatie heeft extra maatregelen genomen om de honderden kinderen veilig en koel de dag door te helpen. “We weten wat er van ons wordt verwacht als het warm is”, zegt projectleider Lars Winder.
De JOL, wat staat voor Jeugd Onder Leiding, is voor veel kinderen een vaste traditie in de zomervakantie. Twee weken lang bouwen zij hutten, doen ze mee aan spellen en allerlei andere activiteiten. Het evenement wordt volledig georganiseerd door vrijwilligers en bestaat al tientallen jaren.
De belangstelling is ook dit jaar groot. De voorinschrijving zat volledig vol en voor de organisatie betekent dat maanden van voorbereiding. “Eigenlijk zijn we het hele jaar bezig. Het grootste deel van de planning gebeurt vanaf maart”, vertelt Winder. Samen met een team vrijwilligers werkt hij maandenlang aan de organisatie van het evenement. (tekst gaat door onder de foto)
De voorinschrijving van de JOL van tachtig kinderen zat al snel helemaal vol. (foto: Streekstad Centraal)
De hitte vraagt daarbij om extra aandacht, al is dat volgens Winder niet nieuw. “We doen dit al heel lang, dus we weten ongeveer wat er van ons wordt verwacht als het warm is.” Over het terrein zijn watertonnen geplaatst zodat kinderen hun bidons kunnen vullen en petjes nat kunnen maken.
Ook worden ijsjes uitgedeeld, is er voldoende zonnebrand beschikbaar en kunnen deelnemers verkoeling zoeken in een grote tent. Vrijwilligers lopen ondertussen voortdurend over het terrein om kinderen eraan te herinneren genoeg te drinken.
Veiligheid staat sowieso hoog op de agenda. Kinderen ontvangen bij aankomst een paspoort waarmee wordt bijgehouden wie er op het terrein aanwezig is. Aan het begin van de week werd bovendien een brandoefening gehouden, zodat iedereen weet wat er moet gebeuren als zich een calamiteit voordoet. (tekst gaat door onder de foto)
Vanwege de hitte is er aan van alles gedacht. Zo ook aan ijsjes voor de verkoeling. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de brand die vorig jaar een deel van het hout op het terrein verwoestte, heeft geleid tot extra maatregelen. De stapels hout liggen dit jaar verspreid over het terrein met ruimte ertussen, zodat een eventuele brand zich minder snel kan uitbreiden. De schade aan enkele bomen is nog altijd zichtbaar en herinnert aan de brand die destijds ‘s nachts werd aangestoken.
Ondanks de tropische temperaturen ziet de organisatie de rest van de week met vertrouwen tegemoet. “We hebben alles onder controle. Overal is over nagedacht”, besluit Winder.
Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”
Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.
Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.
Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)
Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”
Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”
Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”
Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”
Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”
Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”
Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af. Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”
Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.
Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”
Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)
Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”
Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”
Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.
Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”
Wie zich met de audiotour laat rondleiden door de BroekerVeiling in Broek op Langedijk kon al langer voor andere talen kiezen. Engels, Duits – vanzelfsprekend. Maar de taal van die tuinders zélf, toch de mensen waar het in dit museum om draait, die was lange tijd verrassend afwezig. Tot deze zomer.
“Nee, ik spreek zelf geen Westfries”, reageert Wouter van Assendelft als Streekstad Centraal hem belt over de nieuwe audiotour. “Maar het is hier in het museum wel een wens die we al lang hadden, om iets met dat Westfries te doen.”
De audiotour die het verhaal vertelt van tuinder Arie leidt langs zo’n dertig punten in Museum BroekerVeiling. Met bij elk van die punten een kort, persoonlijk verhaal dat de bezoekers terugbrengt bij het rijke verleden van deze streek. (tekst gaat door onder de foto)
Voor Museum BroekerVeiling zijn vrijwilligers belangrijk, maar ook de moderne techniek van een audiotour verrijkt de ervaring voor bezoekers. (foto: Streekstad Centraal)
“Dat het een ik-verhaal is, dat maakte het wel makkelijker om het te vertalen in een streektaal”, zegt Ina Slot van het Westfries Genootschap. Wie wat van het Westfriese dialect weet, zal haar naam ongetwijfeld kennen: ze heeft flink wat Westfriese schrijverij op haar naam staan. Het was dan ook niet zo’n verrassing dat zij voor deze vertaling gevraagd werd.
“En ik ben geboren in Sint Maarten”, vertelt ze. Niet ál te ver uit de richting en dat maakt ook uit, want het ene Westfries is het ‘are’ niet. In pakweg Wervershoof klinkt het toch behoorlijk anders dan hier in Langedijk. “Het is ingesproken door Klaasjan Bak, daar ben ik blij mee. Klaasjan heeft er precies de stem voor. En hij komt uit Broek op Langedijk.”
Bezoekers horen het verhaal van de tuinder dus écht zoals iemand het verteld zou hebben in een tijd dat het Rijk der Duizend Eilanden nog was zoals het was, en het dialect de gewone omgangstaal in en om de veiling. (tekst gaat door onder de foto)
Het museum bewaart de Langedijker historie in een omgeving die toch flink veranderd is. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is gelukkig geen Chinees, het is goed te begrijpen”, lacht Van Assendelft. “We hebben het natuurlijk wel even teruggeluisterd. Het verhaal klopt. Dit is voor bezoekers heel leerzaam.”
Van Assendelft verwacht ook wel dat bezoekers die zelf geen Westfries spreken, toch wel kiezen voor deze audiotour, omdat het zo karakteristiek is. “Maar het is nog maar net live, dus cijfers hebben we nog niet. We gaan het meemaken!”
Voor Ina Slot en de andere mensen van het Westfries Genootschap was dit in ieder geval een mooi project, dat naar meer smaakt. Voorlopig is Museum BroekerVeiling wel behoorlijk uniek, schat ze in. “Maar dit is toch een prachtige manier om het Westfries te laten horen? Ik zei meteen ja.” Ook al was het dan wel een ‘pittig werrekie’, in haar woorden.
“Dit past ook heel goed bij de BroekerVeiling. Daar hoort dat Westfries echt thuis. In het Zuiderzeemuseum heb je natuurlijk een veel breder verhaal, met andere regio’s langs de oude Zuiderzee. Maar hier, in Broek op Langedijk, zit je écht midden in het Westfries. Dat kun je nu horen.” (hoofdfoto: Tara Blommaart)