De straten van Alkmaar stonden dit weekend weer in het teken van het verleden. Tijdens Kaeskoppenstad veranderde de historische binnenstad in een levendig decor vol marktlieden, ambachtslieden, zieken, bedelaars en andere figuren uit vervlogen tijden. Het evenement wist opnieuw veel bezoekers te trekken, maar achter de schermen maakt de organisatie zich zorgen over de financiële toekomst.
De stichting achter het openluchtspektakel kreeg dit jaar te maken met een aanzienlijk tekort op de begroting. Volgens de organisatie liep het tekort op tot ongeveer 20.000 euro. Hogere kosten voor de organisatie van evenementen en tegenvallende inkomsten door slecht weer tijdens de vorige editie speelden daarbij een belangrijke rol.
Om het evenement overeind te houden werd begin mei een inzamelingsactie gestart. Die actie lijkt effect te hebben gehad. “Gelukkig kan ik melden dat dankzij een inzamelingsactie die op 1 mei is gestart, we het waarschijnlijk gaan redden”, zegt voorzitter Daniëlle Koelemij van Stichting Kaeskoppenstad tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Wel benadrukt zij dat de kaartverkoop tijdens het evenement zelf nog steeds van groot belang is. (tekst gaat door onder de foto)
Bezoekers van Kaeskoppenstad dompelden zich dit weekend weer onder in hoe het vroeger was. (foto: NH Nieuws)
Naast financiële steun van bezoekers ontving de organisatie hulp uit verschillende hoeken. Nieuwe sponsoren sloten zich aan, donateurs droegen bij en leveranciers waren bereid om tegemoet te komen in de kosten. Volgens Koelemij heeft dat geholpen om het evenement voor de komende periode veilig te stellen. “Alkmaar kan ook niet zonder.”
Van de financiële problemen was tijdens het evenement weinig te merken. In de binnenstad brachten honderden figuranten het Alkmaar van vroeger tot leven, met de nodige originele vindingen om hen heen.
Bezoekers waarderen vooral de historische beleving. “Je laat je kleinkinderen toch dingen zien die ik ze wel kan vertellen, maar ze voelen het nu”, vertelt een bezoekster. Een andere bezoeker zegt: “De sfeer is gewoon echt van vroeger.” (tekst gaat door onder de foto)
Marktlieden, ambachtslieden, zieken, bedelaars en andere figuren zorgden voor de sfeer van vroeger in de Alkmaarse binnenstad. (foto: NH Nieuws)
Ondanks het positieve bezoekersaantal ontkwam de organisatie niet aan bezuinigingen. Op meerdere onderdelen werd bespaard om de kosten binnen de perken te houden. Al merkt het publiek daar volgens de stichting nauwelijks iets van.
Eén conclusie lijkt na dit weekend alvast getrokken: Kaeskoppenstad is als het aan de organisatie ligt nog lang niet uit het Alkmaarse straatbeeld verdwenen. De organisatie heeft er vertrouwen in dat bezoekers ook volgend jaar weer kunnen terugreizen naar het Alkmaar van vroeger.
Wat als gezondheid niet alleen draait om medicijnen, behandelingen en gesprekken? Volgens Jolien Posthumus, die deze week in Heerhugowaard sprak over kunst en mentale gezondheid, kan kunst soms meer betekenen dan mensen denken. “Kunst is geen luxe, kunst is een hulpbron voor gezondheid, verbinding en betekenis.”
Een kring van stoelen. Op schoot een boekje vol liedteksten. Voorzichtig wordt het eerste nummer ingezet. Binnen enkele minuten zingt bijna iedereen mee. Of: minutenlang kijken naar hetzelfde schilderij. Zonder haast. Zonder afleiding. Alleen kijken. In een andere ruimte beweegt een groep mensen op muziek. Vanuit een stoel, met kleine bewegingen. Een arm naar voren. Terug naar het midden. Een been opzij.
Het zijn drie workshops tijdens de inspiratieochtend van COOL Kunst en Cultuur in het kader van de Week van de Mentale Gezondheid. Maar achter iedere activiteit schuilt dezelfde gedachte: kunst en cultuur kunnen meer betekenen voor gezondheid en welzijn dan veel mensen denken.
Het is precies de boodschap die COOL Sociaal wil uitdragen. Niet alleen aan inwoners, maar juist ook aan zorg- en welzijnsprofessionals. “Wij willen zorgprofessionals laten zien wat allemaal mogelijk is en wat wij hier aanbieden”, vertelt coördinator Ingrid Smit aan Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Jolien Posthumus vertelde tijdens haar lezing over het belang van kunst en cultuur als onderdeel van de zorg. (foto: Streekstad Centraal)
“Wij vinden het belangrijk dat ook de mensen die ons nu nog niet vinden, of het misschien spannend vinden om hier te komen, weten wat er mogelijk is. Er zijn nog veel mensen die ons niet weten te vinden of niet weten dat wij activiteiten aanbieden die juist heel goed bij hen kunnen passen.”
Volgens Smit draait de ochtend vooral om kennismaken. Met elkaar, maar ook met de mogelijkheden die kunst en cultuur bieden binnen zorg en welzijn. “Als iemand straks denkt: dit zou eigenlijk heel goed passen bij die cliënt, dan hebben we bereikt wat we willen.” Juist daarom combineert COOL de lezing met workshops waarin de deelnemers zelf ervaren wat kunst en cultuur kunnen doen.
Tijdens haar lezing neemt Posthumus de aanwezigen mee in de manier waarop kunst mensen kan helpen, juist op momenten waarop traditionele zorg niet altijd een antwoord heeft. “Er is soms een moment waarop artsen zeggen: ik weet het niet meer. De geneeskunst helpt misschien niet verder, maar misschien kan iets anders nog wel iets wakker maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij de Mee-Zing-Kring krijgen de deelnemers een voorproefje van hoe een zingsessie gaat. “Mensen herinneren zich veel liedjes van vroeger, dus we schudden ze gewoon even op een gezellige manier wakker.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens haar wordt steeds duidelijker dat kunst en cultuur meer zijn dan een leuke hobby. Of iemand nu zelf creatief bezig is of geniet van een voorstelling, muziek of beeldende kunst maakt daarbij weinig verschil. “Er is geen hiërarchie. Zelf iets maken kan veel betekenen, maar aanwezig zijn bij kunst en cultuur ook.”
De kracht van kunst zit dan niet alleen in ontspanning of plezier. Kunst en cultuur helpen mensen ook om nieuwe ervaringen op te doen en anders naar zichzelf en hun omgeving te kijken. Een belangrijk begrip daarin is ‘neuroplasticiteit’: het vermogen van het brein om zich gedurende het hele leven te blijven ontwikkelen.
Tijdens haar lezing vergelijkt Posthumus het brein met een bos. “Veel mensen lopen steeds hetzelfde pad. Nieuwe ervaringen maken nieuwe gedachten, gevoelens en perspectieven mogelijk. Kunst en cultuur helpen om nieuwe paadjes aan te leggen.” Zelfs kleine momenten kunnen daarin al verschil maken. “Microdosing noemen we dat. Iedere dag een klein beetje kunst of cultuur heeft al ontzettend veel impact.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de workshop Beleef Kunst – Mindful Ervaren leren deelnemers op een andere manier naar een schilderij te kijken. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Posthumus kan kunst mensen bovendien helpen om uit het hoofd te komen. Wanneer iemand zich volledig richt op muziek, beweging of een creatieve activiteit ontstaat er ruimte voor andere ervaringen. “Het brein kan maar één ding tegelijk. Als je iemand contact laat maken met zijn zintuigen of zijn lichaam, dan kan het piekeren naar de achtergrond verdwijnen.”
Dat effect ziet zij ook terug in de praktijk. Muziek en liedjes van vroeger kunnen veel losmaken bij mensen. “Iemand met dementie kan echt smelten bij het horen van muziek. Als dat geen zorg is, weet ik het ook niet meer.”
Na de lezing gaan de deelnemers zelf aan de slag tijdens verschillende workshops. Juist dat ervaren maakt indruk. “Ik wist er wel vanaf wat hier allemaal georganiseerd werd, maar om het zelf zo mee te maken is echt een mooie manier om je erin te verdiepen”, vertelt een deelnemer. (tekst gaat door onder de foto)
‘Dans wat je kan’ laat iedereen in beweging komen, zelfs vanuit de stoel. (foto: Streekstad Centraal)
Een ander ziet vooral bevestiging van wat hij al jaren in de praktijk ervaart. “De lezing en de workshops onderbouwen wetenschappelijk wat ik al jaren doe met mijn theaterlessen. Dus dat is mooi meegenomen.”
Verder wordt de ochtend vooral erg positief ontvangen. “Ik merk echt dat ik erg vrolijk word van deze cursus. Je lacht, maakt connecties en je bent lekker bezig. Als dat ook voor cliënten zo werkt, dan is dat helemaal fantastisch.”
De reacties zijn precies waar COOL op hoopt. De belangstelling groeit en steeds meer organisaties weten de verbinding tussen zorg en cultuur te vinden. “We zijn nu twee jaar bezig met COOL Sociaal en we zien echt dat het groeit”, zegt Smit. “Als ik kijk naar waar we eerst stonden en waar we nu staan, dan hebben we grote stappen gemaakt. Daarom ben ik ook heel blij met de opkomst vandaag.”
Bij een inbraak in De Rijp zijn meerdere historische tattoomachines gestolen die toebehoorden aan de familie van de overleden tattoo-pionier Tattoo Peter. De gestolen machines, waarvan sommige dateren uit het begin van de jaren zestig, maakten deel uit van een privécollectie die bedoeld was voor een toekomstig museum over de geschiedenis van de Nederlandse tattoocultuur.
De inbraak vond plaats in de nacht van dinsdag op woensdag in een studio van Eddy Wertwijn, zoon van Tattoo Peter. Toen hij de volgende ochtend arriveerde, trof hij een vernield raam en glasscherven op de vloer aan. Volgens Wertwijn was uitsluitend een vitrinekast met de oude tatoeagemachines verdwenen.
Op beelden van bewakingscamera’s is volgens hem te zien hoe twee personen met bivakmutsen na de inbraak in een auto stappen.
De diefstal heeft grote indruk gemaakt. Op beelden van NH, mediapartner van Streekstad Centraal is te zien hoe Wertwijn en zijn dochter geëmotioneerd reageren op het verlies van de verzameling. (tekst gaat verder onder de foto)
Eddy Wertwijn is zwaar aangeslagen door de inbraak. (foto: NH)
“Godskanonne, wie doet zoiets?”, vraagt Wertwijn zich af. Volgens hem vertegenwoordigen de machines vooral een belangrijke historische en persoonlijke waarde. Zijn vader opende in 1955 aan de Amsterdamse Sint Olofsteeg de eerste tattooshop van Amsterdam en wordt gezien als één van de grondleggers van de moderne tattoocultuur in Nederland.
Wertwijn zegt dat hij de collectie al jaren bewaart met een duidelijk doel voor ogen: het oprichten van een museum over het leven en werk van zijn vader.
“Ik vind het verschrikkelijk”, vertelt Wertwijn. “Ik kan niet begrijpen dat mensen onrespectvol zijn tegen de oudste tattooshop van Nederland. En voor wat? Om het door te verkopen? Het is van mij. Ik wil het doorgeven aan de volgende generaties. Dat is het allerbelangrijkst.”
De eigenaar doet daarom een directe oproep aan de daders om de gestolen voorwerpen terug te bezorgen.
“Dus wil ik graag zeggen tegen degene die het heeft meegenomen: geef het alsjeblieft terug. Van mijn part leg je het in een kluis en stuur je de sleutel naar me toe per post. Dat kan me niet verdommen. Ik wil gewoon mijn spullen terug.”
Op de Alkmaarse kaasmarkt is ze bepaald geen onbekende: Nadine Grosz. Al vele jaren is ze er kaasmeisje en ze is aan de markt verknocht geraakt. Maar ook op ándere plekken vertelt Grosz het verhaal van kaas. Van Polen tot Sri Lanka: Grosz gaat de wereld over en laat mensen proeven van kaas in combinatie met thee.
Ze is hier in Alkmaar net begonnen aan haar elfde seizoen als kaasmeisje, vertelt Grosz in gesprek met Streekstad Centraal. “Mijn liefde voor kaas is ook echt ontstaan op de kaasmarkt. Natuurlijk deed ik altijd al kaas op mijn brood, ik was ook altijd al bezig met lekker en eten en drinken, maar toen ik kaasmeisje werd… Ja, toen smaakte het wel naar meer!”
Het was eigenlijk redelijk toevallig dat Grosz op die beroemde Alkmaarse markt terechtkwam. Ze groeide op in Nieuwe Niedorp, kende Alkmaar natuurlijk wel, maar de kaasmarkt, dat was toch een nieuwe wereld. (tekst gaat door onder de foto)
Nadine Grosz: een bekend gezicht op de Alkmaarse kaasmarkt. (foto: Streekstad Centraal)
Toch bleef ze dus al die jaren kaasmeisje, naast haar werk als docent op de Hogeschool van Amsterdam. Dát baantje heeft ze deze winter opgezegd. Ze verkent namelijk meer nieuwe werelden. “Binnenkort vertrek ik naar Sri Lanka, om daar de theeplantages te bekijken. Daar geef ik ook weer een masterclass over kaas en thee.”
Want dát is haar verhaal: dat kaas zo heerlijk valt te combineren met thee. Wijn, dat kennen de meeste mensen wel, maar thee is in trek omdat het een alcoholvrij alternatief is. En er kan veel mee, weet Grosz: “Veel mensen denken bij kaas aan port. Maar dat blaast de kaas vaak juist omver. Ook de kaasboer wordt dus wel blij van thee, dan komt de kaas meer tot zijn recht.” (tekst gaat door onder de foto)
Grosz eindeloos vertellen over de subtielste aroma’s van kaas en thee. (foto: Streekstad Centraal)
Thee is subtiel, kan bitter zijn, of juist bloemig – iets dat afhangt van de soort thee maar ook van de manier van zetten. Kokend water, of juist niet, dat maakt verschil. “Door de warmte van de thee komt de kaas in een warm bedje terecht”, zegt Grosz.
De kennis over kaas en thee deed ze op bij haar opleiding tot docent. Ze bracht – en brengt – die kennis in de praktijk tijdens proeverijen samen met ‘Mevrouw Cha’ uit Stompetoren, ook bekend van het voedselbos. En inmiddels ook in samenwerking met Betty Koster, ‘de Kaaskoningin van Nederland’.
“Betty heeft winkels in IJmuiden en Amsterdam. Ze rijpt zelfs haar eigen kaas: L’Amuse Signature”, vertelt Grosz enthousiast. “Voor het theemerk Dilmah doet zij ook masterclasses, nu vroeg zij mij of ik in haar plaats kon gaan. Dat wilde ik natuurlijk wel!” (tekst gaat door onder de foto)
De kaasmarkt, die zou Grosz ondanks al die reizen niet willen missen. (Streekstad Centraal)
Zo belandde het Alkmaarse kaasmeisje in de Poolse hoofdstad Warschau. Al had ze haar klompen en haar hulletje thuis gelaten. “Ik heb wel een foto laten zien”, lacht ze. “In Warschau verzorgde ik een masterclass over kaas en thee. Die had ik samen met Betty voorbereid, daar hebben we een hele middag voor gezeten. Goed proeven, of alles ook echt werkte zoals we hadden bedacht.”
Daarbij serveerde ze haar internationale publiek verschillende kazen. Franse kazen, maar zeker ook de lokale Beemsterkaas. Dat zal eveneens het geval zijn als ze in Sri Lanka haar publiek laat proeven van echte Ceylonthee in combinatie met kaas. “Dat zijn wel de mooiste klussen. Al ben ik dan dus wel twee weken niet op de kaasmarkt…”
Die markt blijft toch de basis voor Grosz. Ze woont intussen in Alkmaar en kan zich niet voorstellen ooit géén kaasmeisje meer te zijn. “De kaasmarkt, daar geniet ik gewoon zó van. Kaas is een prachtig product, maar ook de sfeer van die markt, met elkaar, dat is geweldig.”
Na vijf jaar neemt Adriana González Hulshof afscheid als directeur-bestuurder van Museum Kranenburgh en historisch museum Het Sterkenhuis. Per 1 oktober draagt zij het stokje over. Daarmee komt een einde aan een periode waarin het Bergense museum nationaal nadrukkelijker op de kaart werd gezet.
Voor bezoekers van Kranenburgh was González Hulshof misschien niet altijd het gezicht op de voorgrond, maar achter de schermen drukte zij volgens medewerkers en de Raad van Toezicht stevig haar stempel op het museum. Sinds het vertrek van de andere directeur Colin Huizing in oktober 2023 wegens bezuinigingen gaf zij in haar eentje leiding aan het museum.
Sindsdien kroop het museum uit het corona-dal en groeide het aantal bezoekers. Het museum wist landelijke aandacht te trekken met tentoonstellingen van zowel gevestigde namen als nieuwe kunstenaars.
Volgens voorzitter van de Raad van Toezicht Tillie van der Poel laat González Hulshof een “professionele, energieke en toekomstgerichte organisatie” achter. “We zullen haar enthousiasme en nieuwsgierigheid missen”, laat Van der Poel weten in een reactie. (tekst gaat verder onder de foto)
In 2023 trok een tentoonstelling met werk van Claudy Jongsma veel publiek. (foto: Aad Hoogendoorn)
Museum Kranenburgh ontwikkelde zich de afgelopen jaren steeds meer tot een plek waar kunst, actualiteit en maatschappelijke thema’s samenkomen. Tentoonstellingen van kunstenaars als Lara Schnitger, Iwan Baan en Lisa Konno trokken publiek uit heel Nederland naar Bergen.
Ook werden samenwerkingen opgezet buiten de traditionele museumwereld. Zo werkte het museum samen met AVROTROS aan een tentoonstelling rondom een televisieserie van kunstenaar Charlotte Caspers. Daarnaast kwam er een artist-in-residenceprogramma in samenwerking met blooming hotel en ’t Hof.
Voor veel inwoners van Bergen bleef Kranenburgh ondertussen ook een vertrouwde ontmoetingsplek. Vrijwilligers, vaste bezoekers en kunstenaars kwamen er samen tijdens lezingen, exposities en evenementen. González Hulshof noemt juist die combinatie bijzonder. (tekst gaat verder onder de foto)
Museum Kranenburgh als lokale ontmoetingsplek voor vrijwilligers, kunstliefhebbers en creatievelingen noemt de vertrekkend directeur bijzonder. (foto: Streekstad Centraal)
Wat González Hulshof niet voor elkaar kreeg, was de ambitie om een eigen kunstdepot te realiseren, onder meer voor de gemeentelijke kunstcollectie. Er wordt nog steeds gezocht naar een permanente oplossing daarvoor.
“Ik kijk met veel plezier terug op mijn tijd bij Museum Kranenburgh”, zegt zij. “Het was een voorrecht om samen te werken met kunstenaars, teamleden, vrijwilligers en partners. Samen hebben we gewerkt aan een museum dat nieuwsgierig maakt en waar mensen met plezier komen én werken.”
De afgelopen vijf jaar waren voor culturele instellingen niet vanzelfsprekend. Ook musea kregen te maken met de nasleep van de coronaperiode, stijgende kosten en druk op subsidies. Volgens Kranenburgh wist het museum in die periode financieel stabiel te blijven. Daarnaast werden nieuwe inkomstenbronnen aangeboord, onder meer via een geefkring voor jonge begunstigers.
De Raad van Toezicht start binnenkort met de zoektocht naar een opvolger. Wie het museum vanaf oktober gaat leiden, is nog niet bekend.
Museum Kranenburgh is gevestigd aan de Hoflaan in Bergen en ontvangt jaarlijks tienduizenden bezoekers uit de regio en daarbuiten.
Koningsdag in Alkmaar mét Willem-Alexander en Máxima? Die kans lijkt voorlopig klein. Maar achter de schermen kijkt de gemeente inmiddels naar een ander koninklijk moment: de viering van 775 jaar stadsrechten in 2029. En daar hoort volgens Alkmaar misschien wél een bezoek van het koningspaar bij.
Die hoop wordt door burgemeester Anja Schouten grotendeels getemperd. De keuze voor de gemeente die het koningspaar ontvangt op Koningsdag wordt landelijk gemaakt, en daarbij speelt ook de spreiding door Nederland mee. Daarnaast kunnen gemeenten zich niet rechtstreeks aanmelden. Bovendien kwam de koninklijke familie in 2014 al naar De Rijp, inmiddels onderdeel van de gemeente Alkmaar.
Toch gloort er voor Alkmaar een andere kans aan de horizon. In 2029 bestaat Alkmaar namelijk 775 jaar als stad. Alkmaar kreeg in 1254 stadsrechten van graaf Willem II. Daarmee behoort Alkmaar tot een van de oudste steden van Nederland. De gemeente wil van het jubileum in 2029 een groots moment maken. “Het college richt de aandacht liever op de verkenning, eventuele voorbereiding en hopelijk de
uiteindelijke viering van het jubileum”, laat het college in de beantwoording weten.
Daarmee lijkt voorzichtig de deur opengezet voor een een mogelijke terugkeer van het koningspaar naar de Kaasstad. In hun verlovingstijd kwamen ze in 2001 al eens naar de kaasstad in het kader van het voorstellen van Maxima aan Nederland. (tekst gaat door onder de foto)
Als het aan de politieke partij BAS is, komt er komende Koningsdag weer een groot feest op het Waagplein in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De vragen van BAS gingen niet alleen over de koning, maar ook over de drukte tijdens de afgelopen Koningsdag. Volgens het college verliep het feest zonder grote incidenten, ondanks de volle binnenstad. Met LED-schermen werden bezoekers naar rustigere plekken geleid om de drukte beter te spreiden.
Ook over toekomstige edities van Koningsdag deed het college enkele uitspraken. Zo staat de gemeente open voor nieuwe initiatieven op onder meer de Kanaalkade en het Waagplein. De gemeente benadrukt wel dat ondernemers en organisatoren zelf met plannen moeten komen, omdat de gemeente dit zelf niet wil organiseren.
Verder komt er mogelijk extra aandacht voor sanitaire voorzieningen. Volgens BAS moesten met name vrouwen soms zeer lang wachten. Het college erkent dat er tijdens drukke evenementen voldoende toiletten moeten zijn en wil bekijken of er volgend jaar extra voorzieningen nodig zijn.
Onder regenboogvlaggen, tussen muziek, suikerspinnen en kraampjes vol pins, shirts en handgemaakte sieraden, liep zaterdagmiddag een bont gezelschap over het Ringersplein in Alkmaar. Jongeren met vlaggen om hun schouders, dragartiesten, vrijwilligers en nieuwsgierige voorbijgangers: allemaal kwamen ze samen op de Queer Markt van Alkmaar Pride.
Maar achter die feestelijke en uitbundige sfeer zat ook een serieuzere laag. Want de markt ging niet alleen over zichtbaarheid of gezelligheid. Het ging ook over identiteit, acceptatie en de vraag die voor veel bezoekers jarenlang ingewikkeld is en bleef: wie ben ik eigenlijk?
“Vroeger was queer juist een woord voor iemand die er niet bij hoorde,” vertelt Oscar Salomé. Hij staat namens Zaan Pride met een kraampje op de markt. “Het werd gebruikt als iets vies of raars. En nu zeggen mensen juist met trots: ik ben queer.”
Dat woord – queer – staat centraal op de markt. Voor sommigen is het een duidelijke identiteit, voor anderen juist een ontsnapping aan vaste labels. “Ik voelde me nooit helemaal thuis in de gay community,” zegt Salomé. “Maar ook weer nergens anders. Queer voelde vrijer. Alsof ik niet hoefde te kiezen.” (tekst gaat door onder de foto)
Oscar Salomé staat met veel enthousiasme achter het kraampje van Zaan Pride. “Het is erg belangrijk dat we zichtbaar zijn, dus zo’n markt is heel nuttig.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem is queer inmiddels uitgegroeid tot een breed begrip voor mensen die buiten traditionele verwachtingen vallen. Dat kan gaan over seksualiteit of gender, maar ook over hoe iemand relaties beleeft of zichzelf uitdrukt. “Eigenlijk is queer veel groter dan mensen denken,” zegt hij. “Sommige mensen willen zich heel duidelijk definiëren: ik ben dit en niet anders. Voor anderen werkt het juist niet zo. Die bewegen meer tussen verschillende dingen.”
Juist die flexibiliteit botst volgens hem soms met een samenleving die graag in duidelijke kaders denkt. “Mensen vinden het lastig als iets niet strak in een hokje past. Maar eigenlijk is het heel simpel: leef en laat leven.” Volgens Salomé is de zichtbaarheid van nu bijna niet te vergelijken met vroeger.
“Toen ik jong was, bestond er eigenlijk alleen homo of hetero,” vertelt Salomé. “Lesbisch werd amper genoemd. Over trans personen hoorde je bijna niets. Er was geen internet, er waren geen voorbeelden, geen community.” Dat gebrek aan herkenning kan diepe gevolgen hebben, vertelt hij. “Als je als kind al merkt dat je anders bent en iedereen om je heen zegt dat dat raar is, dan ga je denken dat er iets mis met je is. Dan trek je jezelf terug.” (tekst gaat door onder de foto)
De verschillende optredens, waaronder dat van de trommelaars zorgden voor extra energie en sfeer op het Ringersplein. (foto: Streekstad Centraal)
Juist daarom vindt hij evenementen als de Queer Markt belangrijk. “Als jongeren hier rondlopen en zien hoeveel verschillende mensen er zijn, dan helpt dat enorm. Dan denken ze: ik ben niet alleen.” Volgens hem hoeven volwassenen niet bang te zijn voor die zoektocht. “Laat kinderen gewoon ontdekken wie ze zijn. Uiteindelijk vinden ze vanzelf wel wat bij ze past.”
Dat gevoel van herkenning klinkt ook door in het verhaal van Mireille Sampimon-Ssembatya, regenboogambtenaar en gespecialiseerd trouwambtenaar voor queer koppels. “Ik ben zelf panseksueel, maar ik ben daar eigenlijk pas laat achter gekomen,” vertelt ze. “En dat is mede dankzij Alkmaar Pride.”
Jaren geleden kwam ze voor het eerst naar Pride als bondgenoot, denkt ze terug. Tot ze merkte dat het evenement haar persoonlijk raakte. “Ik dacht op een gegeven moment: waarom voel ik me hier zo thuis?” Inmiddels sluit ze als trouwambtenaar regelmatig huwelijken van queer stellen. “Mensen kiezen bewust voor mij omdat ze weten dat ik hun identiteit begrijp,” zegt ze. “Dat ik de juiste voornaamwoorden gebruik en dat ze zichzelf niet hoeven uit te leggen.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de Queer Markt in Alkmaar deelt Mireille gratis knuffels uit: “Niet iedereen krijgt de liefde die ze nodig hebben, daar ben ik vandaag voor!” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Sampimon-Ssembatya is dat voor veel queer mensen niet vanzelfsprekend. “Soms zitten mensen nog in de kast. Of ze weten zelf nog niet precies wie ze zijn. Dan helpt het enorm als je ergens komt waar dat allemaal gewoon mag bestaan.”
Dat idee – dat Pride meer moet zijn dan alleen feest – komt overal terug op de markt. “We wilden echt een combinatie maken van gezelligheid en inhoud,” vertelt Nathalie Swiers van de werkgroep achter de Queer Markt.
Samen met andere vrijwilligers organiseert ze het evenement grotendeels naast haar gewone baan. “We hebben geprobeerd een balans te vinden tussen leuke kraampjes en organisaties die echt iets betekenen voor de community.” Daardoor staan er zaterdag niet alleen verkopers, maar ook maatschappelijke organisaties, zorginstanties en culturele instellingen. (tekst gaat door onder de foto)
De Pride Walk trok zaterdagmiddag kleurrijk door Alkmaar en eindigde op het Ringersplein, waar bezoekers samenkwamen voor de Queer Markt. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zijn organisaties die informatie geven, de GGD, maar ook het Regionaal Archief,” zegt Swiers. “Om te laten zien: er is geschiedenis, er is ondersteuning en er is een gemeenschap.” Volgens haar draait zichtbaarheid niet alleen om regenboogvlaggen ophangen, maar ook om ruimte maken voor verhalen. “Pride is een feest, maar ook een podium voor wat er speelt.”
Achter de kleurrijke markt zit ondertussen een steeds grotere organisatie. Alkmaar Pride groeit de afgelopen jaren zichtbaar, vertelt voorzitter Jessica Kuipers. “Dit jaar hebben we echt meer geïnvesteerd in activiteiten en professionalisering,” zegt ze. Naast de Queer Markt bestaat de Prideweek inmiddels uit lezingen, theater, een fietstocht, bingo’s, culturele activiteiten en bijeenkomsten vanuit verschillende organisaties en geloofsgemeenschappen.
“We hebben werkgroepen voor cultuur, media, de markt en de grachtenparade,” vertelt Kuipers. “En iedereen doet dit naast werk of studie. Dat maakt het extra bijzonder.” Volgens haar groeit ook de steun vanuit Alkmaar zelf. “De gemeente helpt mee, er zijn sponsors bij gekomen en steeds meer organisaties willen zichtbaar aanwezig zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Bezoekers bekijken zaterdagmiddag de verschillende kraampjes op de Queer Markt, waar informatie, kunst en community samenkwamen tijdens Alkmaar Pride. (foto: Streekstad Centraal)
Dat zag de organisatie ook terug in het aantal aanmeldingen voor de markt. Waar er vorig jaar nog rond de twintig kramen stonden, waren dat er dit jaar ruim dertig. “Op een gegeven moment moesten we zelfs stoppen met aannemen,” zegt Kuipers lachend. “Want je moet het ook allemaal nog kunnen organiseren.”
Toch blijft voor veel betrokkenen uiteindelijk niet de organisatie het belangrijkste, maar de mensen op het plein zelf. “Ik word er altijd emotioneel van,” zegt ze. “Je ziet mensen in alle kleuren en vormen gewoon zichzelf zijn.” Volgens haar vergeten veel mensen dat die vrijheid niet voor iedereen vanzelfsprekend is. “Niet iedereen kan overal zichzelf zijn. Daarom is het zo bijzonder als je een plek creëert waar dat wel kan.”
Dat gevoel van veiligheid en herkenning is volgens Salomé ook uiteindelijk waar queer-zijn om draait. Niet om perfecte definities of politieke discussies, maar om ruimte krijgen om jezelf te ontdekken. “De belangrijkste acceptatie is zelfacceptatie,” zegt hij. “Als je alleen maar haat krijgt, wordt het moeilijk om liefde te ontvangen. Daarom zijn plekken zoals deze markt zo belangrijk. Ze laten zien: kijk, we zijn er. En je hoeft je niet te verstoppen.”
Terwijl de regen langs de ramen loopt, wordt het steeds drukker op de benedenverdieping van Maskerade Kledingverhuur in Heerhugowaard. In bijna iedere hoek staat wel iemand met een opvallend kledingstuk in zijn of haar handen. Tussen de rekken vol vintage kleding, kleurrijke rokken en oude kostuums wordt druk gezocht naar verborgen parels.
Even verderop staan Vronie van der Molen en haar dochter Daniëlle, samen het gezicht achter het familiebedrijf dat inmiddels is uitgegroeid tot het grootste kledingverhuurbedrijf van Noord-Holland. “Deze uitverkoop is eigenlijk puur omdat we ruimte nodig hebben voor nieuwe spullen”, legt Vronie uit. “Aan de andere kant van de gang hebben we nu allemaal bruidsjurken en daar hebben we echt de ruimte voor nodig.”
Die collectie kwam op bijzondere wijze binnen. “Mary Borsato nam contact met ons op, en blijkbaar ook met wat andere bedrijven, maar wij dachten meteen: we gaan erheen”, vertelt Vronie enthousiast. “Dus zijn we dezelfde dag nog langs gegaan om een kijkje te nemen en we kregen ontzettend veel jurken mee.”
Volgens Vronie bleef het daar niet bij. “Ik was lekker met Mary in gesprek en Daniëlle en Marco zijn ondertussen heel vaak heen en weer gaan lopen om alles in de auto te laden. Toen we thuis kwamen belde Mary meteen weer op. Ze vond ons zo gezellig dat ze graag meer aan ons wilde geven. Nu hebben we zo’n 400 bruidsjurken en stoffen die allemaal een plek nodig hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de uitverkoopdagen van Maskerade in Heerhugowaard kunnen bezoekers tussen allerlei soorten kleding snuffelen. (foto: Streekstad Centraal)
Maskerade bestaat al tientallen jaren. Vronie richtte het bedrijf in 1981 op in Zuid-Scharwoude. In 2008 nam dochter Daniëlle het bedrijf over en twee jaar later verhuisde Maskerade naar Heerhugowaard, naar een pand van drie verdiepingen en 1500 vierkante meter vol kleding, accessoires en kostuums. “We begonnen lokaal, maar we zijn nu uitgegroeid tot een grote naam door heel Nederland”, zegt Vronie.
Dat merkt Daniëlle ook aan de aanvragen die binnenkomen. “We hebben zelfs een keer gehad dat er vanuit meerdere hoeken van Nederland aanvragen kwamen voor precies dezelfde jurkjes”, vertelt ze lachend. “We probeerden nog te bedenken dat ze van de ene naar de andere plek konden gaan, maar dat werd uiteindelijk niks, want Groningen en Middelburg liggen niet helemaal bij elkaar in de buurt.” Dus zat er volgens Vronie nog maar één ding op: “Nog meer jurkjes maken. Maar dat vind ik gelukkig heel leuk om te doen.”
De ruimte waar straks de bruidsjurken komen te hangen, was voorheen het atelier van Vronie. Om de nieuwe collectie goed te kunnen presenteren, moet er ruimte worden gemaakt. “Daarom verkopen we nu dingen die we niet veel meer verhuren”, zegt ze. “Daarnaast verplaats ik mijn atelier naar een kleiner kamertje.” Even later laat ze de nieuwe werkruimte zien. “Het is een heel stuk kleiner, maar de lichtinval is goed en het is echt nodig. Die jurken moet je mooi uit kunnen stallen.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorheen had Vronie een erg groot atelier, tegenwoordig heeft ze – doordat er meer ruimte nodig is voor de bruidsjurken – een kleiner kamertje. “Maar ook dit is helemaal goed.” (foto: Streekstad Centraal)
De plannen gaan verder dan alleen verhuur. Zodra alles op zijn plek staat, willen moeder en dochter meer organiseren voor klanten. “We willen straks bijvoorbeeld pasavonden of middagen aanbieden waarbij mensen de jurken kunnen passen met een prosecco of een alcoholvrij drankje erbij”, vertelt Daniëlle.
Een deel van de jurken zal uiteindelijk ook verkocht worden. “Van sommige maten, zoals 36 tot 38, hebben we er genoeg”, zegt Vronie. “En sommige jurken maak ik misschien nog wat groter, zodat het beter te gebruiken is voor gewoon even passen. Het gaat tijdens zo’n avondje vooral om de voorkant en het gezellig passen, dus dat kan prima.” Een paar jurken blijven echter exclusief voor de verhuur. “Er zitten een aantal jurken bij die van Yolanthe Cabau zijn geweest, en die mogen we niet verkopen.”
Tijdens de eerste dag van de uitverkoop blijft het druk. Daniëlle ziet vaak al snel wie er echt komt shoppen. “Soms komt er iemand binnen met een hele kleurrijke rok of kleding die je niet zo snel in een gewone winkel ziet liggen. Dan weet ik meteen: die komt shoppen.” Volgens bezoekers zit juist daarin de charme van de uitverkoop. “Je ziet hier dingen die je nergens anders ziet”, vertelt een bezoeker terwijl ze tussen de rekken zoekt naar vintage kledingstukken. (tekst gaat door onder de foto)
Sommige bezoekers zoeken heel gericht naar bepaalde items voor een toneelstuk of opvoering. (foto: Streekstad Centraal)
De bezoekers zijn volgens Daniëlle erg verschillend. “Er komen hier ook toneelgroepen rondkijken op zoek naar juist dat ene item voor hun voorstelling. Het is allemaal erg divers en daarom juist zo leuk.”
Even later lopen twee vrouwen van een toneelgroep met een winkelkar vol jurken, rokken en pakken richting de kassa. “Voor het toneelstuk dat we volgend jaar gaan opvoeren”, vertellen ze. “We zijn erg goed geslaagd. En het mooie is dat de kleding zo ook nog eens een tweede leven krijgt. Win-win.”
Ondertussen gaat er flink wat kleding over de toonbank, maar volgens Daniëlle hoeven bezoekers niet bang te zijn dat alles snel weg is. “Ik hang zodra er wat spullen verkocht zijn weer nieuwe dingen op. Zo blijft er genoeg hangen voor klanten die later nog een kijkje willen nemen. Ze hoeven zich geen zorgen te maken dat er zaterdagmiddag of zondag niks meer ligt”, zegt ze lachend tegen Streekstad Centraal.
Met een grote glimlach luidt Mary Borsato vrijdagochtend de kaasbel op het Waagplein. De 81-jarige Alkmaarse krijgt daarmee een bijzondere rol tijdens de kaasmarkt en geniet zichtbaar van alle aandacht. Tot verrassing van veel aanwezigen staat ook zoon Marco Borsato ineens op het plein. “Dit is echt een Alkmaars gebeuren,” zegt hij. “Dit zijn Alkmaarders onder elkaar. Dat is toch prachtig?”
Voor Marco voelt de ochtend als een feest van herkenning. Hij groeide op aan de Peperstraat, op een steenworp afstand van de kaasmarkt. “Mijn hele leven is de kaasmarkt onderdeel van Alkmaar geweest,” vertelt hij. “Ik heb al heimwee als ik de Waagtoren niet meer zie.”
Dat zijn moeder op haar 81ste nog volop meedoet aan alle festiviteiten vindt hij typisch Mary. Vooral wanneer ze ook nog even op de berrie voorbij wordt gedragen. “Dat vond ik wel een verrassing dat ze dat toch nog even deed,” lacht Marco. “Maar dat is typisch mijn moeder. Die vindt alles leuk, vindt alles gezellig en is nog zó energiek.” (tekst loopt door onder de foto)
Uiteraard luidde kaasmarktgast Mary Borsato stipt om 10 uur de kaasmarktbel. Een bijzondere handeling die maar één keer in een mensenleven mag worden verricht. (foto: Streekstad Centraal)
Dat enthousiasme herkennen veel Alkmaarders van De Witte Markies, de bruidswinkel waarmee Mary jarenlang een begrip was in de stad – nu is ze er dan tóch mee gestopt. Op de kaasmarkt krijgt ze de vraag hoeveel bruiden zij in al die jaren heeft geholpen. “Dat weet ik echt niet meer,” reageert Mary. Waar ze nog altijd het meest van geniet, weet ze wél meteen: “Het mooiste wat er is, is een bruid zien in haar eigen gekozen bruidsjurk.”
De familie heeft inmiddels zelfs een directe band met het kaasdragelsgilde, om precies te zijn met het blauwe veem. “Max is inmiddels onderdeel van de familie en een kaasdrager,” vertelt Marco. Max de kaasdrager is getrouwd met één van de kleindochters van Mary. “Dus bij ons is het tegenwoordig allemaal kaas”, zo laat hij Streekstad Centraal weten.
Tijdens de markt geniet hij zichtbaar van de sfeer én van de verschillende kazen die worden geproefd. “Ik ben zó gek op die kaas,” zegt hij enthousiast. “Het is leuk om die verschillen te proeven en de verhalen erbij te horen.” (tekst loopt door onder de foto)
Marco Borsato genoot zichtbaar van het bezoek aan de Alkmaarse kaasmarkt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook over de ontvangst van zijn moeder is hij lovend. Mary werd vooraf ontvangen op het stadhuis door burgemeester Anja Schouten. “Er wordt echt de tijd voor haar genomen,” vertelt Marco. “Mijn moeder krijgt uitleg, een taartje erbij… Daar moet ik de burgemeester echt complimenten voor geven. Hoe zij Alkmaar op de kaas, ehhh ik bedoel op de kaart zet.”
Volgens Marco laat de ochtend precies zien waar Alkmaar voor staat. Terwijl hij om zich heen kijkt naar de kaasdragers, bezoekers en bekende gezichten op het plein, vat hij het treffend samen: “Iedereen kent elkaar hier. Dat maakt het zo leuk.” En dan wordt er weer aan hem getrokken voor de volgende foto en is hij weg.
Trekkers, muziek, gezelligheid: de organisatie en de vaste bezoekers van het truckersfestival ‘Power Valley’ in het Geestmerambacht keken er al naar uit. Maar het feest gaat niet door nu blijkt dat een beschermde vogel aan het broeden is in het gebied. Het gaat om een ransuil. Onbedoeld houdt die uil nu een heel festival tegen.
Het is één van de vele voorbereidingen, normaal een formaliteit: de controle door een ecoloog, of er niet een zeldzaam vogeltje zit waar de organisatie rekening mee moet houden. Het Geestmerambacht is immers óók een natuurgebied. Dit jaar kwam de ecoloog met het bericht dat de ransuil er broedt en dat is een beschermde vogel.
“De ransuil heeft jongen en die vliegen waarschijnlijk over een week of drie uit”, legt Jan Romar van Power Valley uit aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De teleurstelling is groot. (tekst gaat door onder de foto)
Machtige machines stalen in andere jaren de show, nu blijft het stil (foto: Power Valley)
“Hier houd je geen rekening mee”, verzucht Romar. “Het is zuur voor iedereen. We waren volop bezig met de opbouw. Vooralsnog is de ransuil de eerste en enige bezoeker van het evenement.”
Power Valley zou op 22 mei van start gaan. Het tweedaagse festival trok in andere jaren duizenden bezoekers. Met optredens van bands als Oôs Joôs en Annelie Smits verwachtte de organisatie er ook dit jaar weer een mooi feest van te maken, met als middelpunt de grote trekkers die wedijveren bij het ‘tractor pulling’.
Volgens Omar is het niet haalbaar het evenement een paar weken later alsnog te laten plaatsvinden. “De ogen zijn nu gericht op volgend jaar”, verklaart hij. Voorlopig is hij druk met afzeggen; hoe de mensen die al een ticket hadden gecompenseerd gaan worden is nog niet bepaald. “Dit gaat geld kosten”, vreest Romar.
De ransuil is een inheemse vogel, die het sinds de jaren 70 moeilijk heeft en daarom op de rode lijst is gezet. Er zijn enkele duizenden broedparen in Nederland. Ransuilen gebruiken voor het broeden oude nesten van andere vogels. Dat is ook in het Geestmerambacht het geval. Het is voor de organisatie van Power Valley te hopen dat de uilen volgend jaar een ander plekje uitzoeken. (hoofdfoto: Wikimedia Commons / Gllawm)