De vermissing van Trudy uit Heiloo houdt de regio nog altijd bezig. Ondanks uitgebreide zoekacties, tips en meerdere oproepen is er nog altijd geen duidelijkheid over waar zij zich bevindt. De 75-jarige vrouw wordt sinds zaterdag 21 februari vermist.
De zoektocht richt zich met name op het Heilooërbos en de directe omgeving daarvan. Omdat Trudy haar fiets thuis heeft laten staan, gaat de politie ervan uit dat zij te voet is vertrokken. Waar zij daarna naartoe is gegaan, is nog onbekend.
In en rond het bos is de afgelopen tijd intensief gezocht door de politie, het Veteranen Search Team en vrijwilligers met speurhonden. Deze inspanningen hebben tot nu toe geen concrete sporen opgeleverd.
“Onze zoekmogelijkheden op basis van de huidige tips en aanknopingspunten raken uitgeput,” laat Erwin Sintenie van politie Noord-Holland aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal weten. (tekst gaat door onder de foto)
In het Heilooërbos is de afgelopen tijd hard gezocht naar de vermiste Trudy. (foto: NH Nieuws)
Trudy is 75 jaar oud, ongeveer 1,75 meter lang en heeft een normaal postuur. Ze heeft halflang grijs krullend haar en blauwgrijze ogen. Op de dag van haar verdwijning droeg ze een witte lange jas met capuchon en bontkraag, een spijkerrok en lichtgekleurde laarzen.
Vorige week werd nog een recente foto van Trudy gedeeld, in de hoop nieuwe informatie boven tafel te krijgen. De zorgen bij familie, vrienden en de politie zijn groot. “We maken ons ernstige zorgen. We weten niet waar Trudy is”, zegt Sintenie. “Als u ook maar iets weet of vermoedt, meld het ons.”
De politie roept iedereen met informatie op om zich te melden via politie.nl/vermissing of via de bekende telefoonnummers.
Een mailtje uit Kenia bezorgt Pieter Bijl uit Alkmaar nog steeds kippenvel. Na de aanleg van een waterpomp bleek er ineens veel minder vraag naar medicijnen tegen buik- en maagklachten. “Dat je dat dan terughoort… dan weet je: dit maakt echt verschil.”
Met die gedachte organiseert hij nu opnieuw een actie: een combinatie van fietsen, eten en doneren. Met zijn ‘Diner by Bike’ hoopt hij geld op te halen voor een nieuw waterproject op een school in Kenia. De opzet is simpel, maar origineel: deelnemers stappen op de fiets voor een tocht van zo’n 25 kilometer – of trekken de wandelschoenen aan voor een route van ongeveer 7 kilometer – en krijgen onderweg een driegangendiner geserveerd. De route start in Heerhugowaard en loopt ook door Alkmaar.
Voor Pieter is het meer dan een leuke activiteit. Het is een manier om mensen te laten zien wat er met hun bijdrage gebeurt. Zijn band met Afrika gaat jaren terug. “Ik heb daar veel gezeten,” vertelt hij. “Als je er eenmaal bent geweest, zie je wat voor levendig en bruisend continent het is. Mensen zijn blij, willen vooruit en doen daar alles voor.” (tekst gaat door onder de foto)
Pieter merkt bij ieder bezoek aan Kenia dat de mensen daar er alles aan doen om het beste van het land te maken. (foto: aangeleverd)
Juist dat beeld wil hij benadrukken. “Het zijn positieve mensen, gedreven. Je ziet dat ze hun land beter willen maken. Ouders doen ook echt alles voor hun kinderen.” Via stichting Share, waar hij al zo’n twintig jaar vrijwilliger voor actief is, helpt hij bij onderwijsprojecten in Kenia. Daarbij werken ze al jaren samen met dezelfde school en directeur.
“We bouwen niet zomaar iets en gaan weer weg,” legt Pieter uit. “We blijven betrokken. Bij die school hebben we al meerdere projecten gedaan en helpen we stap voor stap verder.” Op die school is schoon drinkwater nog altijd een uitdaging. “We vangen wel regenwater op via de daken, maar dat is in bepaalde periodes gewoon niet genoeg,” zegt Pieter. (tekst gaat door onder de foto)
Uit deze rivier wordt nu water gehaald. Daar moet snel wat aan gedaan worden volgens Pieter. (foto: aangeleverd)
Als dat water opraakt, moet er water worden aangevoerd. “Dat gebeurt met een tankwagen en dat is ontzettend duur, omdat het van ver moet komen.” Daarnaast is er in de omgeving ook water uit een rivier beschikbaar, maar dat is niet geschikt om te drinken. “Dat is ongefilterd en echt groezelig. Je weet niet wat er allemaal in zit – er lopen dieren doorheen, noem maar op.” Ondertussen is water onmisbaar. “Per kind reken je ongeveer zes liter. Dat lijkt weinig, maar met leraren erbij loopt dat snel op. En je hebt het gewoon nodig.”
De impact van schoon water is volgens Pieter groot – en zichtbaar. “In de buurt van diezelfde school hebben we eerder een waterproject gedaan. Toen kregen we dus die mail dat er veel minder medicijnen nodig waren. Dat zegt alles,” vertelt hij. “En onderzoek laat ook zien dat mensen met schoon drinkwater gemiddeld 30 procent meer verdienen. Ze zijn gezonder, kunnen beter leren en werken.” (tekst gaat door onder de foto)
Pieter Bijl samen met de leidinggevenden van het ziekenhuis die merkten dat er veel minder vraag was naar darm- en maagklachten na de aanleg van de waterput. (foto: aangeleverd)
Volgens hem laat dat zien waar het echt om draait. “Als je ziek bent, kun je niet werken. Dan loop je inkomen mis. Dus ja, schoon water maakt echt verschil.” Wat hem extra motiveert, is dat het geld ook echt terechtkomt waar het nodig is. “Ruim 99 procent van de opbrengst gaat naar het goede doel,” zegt hij. “De kosten die we maken, zoals reizen en verblijf, betalen we zelf. Alleen bankkosten en internationale overboekingen gaan eraf. We halen jaarlijks zo’n 50.000 tot 60.000 euro op, met maximaal 300 euro aan kosten.”
De school is volgens Pieter een belangrijke plek in de gemeenschap. “Het is veel meer dan alleen een school. Kinderen slapen er ook en er worden allerlei activiteiten georganiseerd,” vertelt hij. “De school is de afgelopen jaren flink gegroeid. Eerst zaten er soms 60 kinderen in één klas, dat was gewoon te veel. Inmiddels zijn die klassen opgesplitst.” (tekst gaat door onder de foto)
Door de nieuwe tijdelijke schoolgebouwen zijn de klassen veel minder groot. (foto: aangeleverd)
Hij heeft nog altijd nauw contact met de school. “Ik heb korte lijntjes met de directeur, dus ik weet dat het geld goed terechtkomt. Ik word ook op de hoogte gehouden.” Zelf reist hij tegenwoordig minder vaak naar Kenia. “Ik probeer het vliegtuig niet al te vaak te nemen vanwege het milieu. Maar het contact blijft.”
Met ‘Diner by Bike’ hoopt Pieter niet alleen geld op te halen, maar ook mensen te betrekken bij het verhaal. “De vorige keer hadden we zo’n 30 aanmeldingen, dat was mooi,” zegt hij. “Het hoeft niet massaal, maar hoe meer hoe beter natuurlijk. En als mensen niet mee kunnen doen, is een donatie ook al heel waardevol.”
En groeit het initiatief toch onverwacht uit tot een enorm groot succes? Dan past hij zich daar graag op aan. “En als het nou ineens enorm druk wordt met aanmeldingen, vind ik het helemaal niet erg als ik meer moet koken,” zegt hij lachend. “Graag zelfs, ik doe het met plezier.”
Een grote teleurstelling voor een groep ritmische gymnastes uit Alkmaar. Door een fout van gymnastiekbond KNGU mag Nederland eind mei niet deelnemen aan het EK ritmische gymnastiek in het Bulgaarse Varna. Daarmee vervliegt ook de kans op deelname aan het WK later dit jaar. “Dromen in duigen.”
Het gaat onder meer om sporters van de Alkmaarse vereniging Ritmica/RG, die zich maandenlang hebben voorbereid op het internationale toernooi. Hun leven stond grotendeels in het teken van trainen: zo’n 25 uur per week, naast hun studie of school. Ritmische gymnastiek is een olympische sport waarin elementen van dans, ballet en turnen samenkomen. De sporters voeren oefeningen uit op muziek met materialen als linten, hoepels en ballen.
De sporters werkten via nationale selectiewedstrijden toe naar uitzending naar het EK. Met succes: op basis van hun prestaties verdienden zij een plek in de Nederlandse selectie. Opvallend is dat alle vijf beschikbare plekken voor Nederland dit jaar naar gymnastes uit Alkmaar gingen. “Dat is echt uniek en daar waren we ontzettend trots op,” zegt voorzitter Cees Heegstra van Ritmica/RG. Maar begin maart ging het mis. (tekst gaat door onder de foto)
Amina Abdumalik, Anne Werner, Adriana Bondarenko, Indy Veltman en Noa van der Laan hebben zich wel gekwalificeerd voor het EK maar mogen door een fout niet uitkomen voor Nederland. (foto: Ritmica RG Club Alkmaar)
Op 5 maart vond de loting plaats voor het EK, een dag later werd de deelnemerslijst gepubliceerd. Daar ging het voor de Alkmaarse club mis. “We zagen geen enkele Nederlandse deelneemster staan. Toen zijn we gaan bellen wat er aan de hand was,” vertelt Heegstra. Al snel bleek dat het mis was gegaan bij de bond. “We kregen te horen dat we niet waren opgegeven. Eerst werd door de KNGU nog gezegd dat dat wel zo was, maar uiteindelijk bleek dat gewoon niet te kloppen.”
Volgens Heegstra is er geen sprake van een technisch probleem. “Er werd gewezen naar een nieuw systeem, maar dat systeem bestaat al vijf jaar. Ze zijn het gewoon vergeten. En de regels zijn keihard: te laat is te laat. In ons geval waren we niet eens te laat, we waren helemaal niet ingeschreven.”
Voor de gymnastes uit Alkmaar komt dit nieuws hard aan. In een gezamenlijke reactie laten zij weten dat ze zich al meer dan een half jaar volledig naar dit moment hebben toegeleefd. “Alles waar we zo lang voor hebben gewerkt, valt ineens weg,” reageren ze. “We doen hier zoveel voor, omdat we Nederland willen vertegenwoordigen. Dat dit nu niet kan door een fout waar wij niets aan kunnen doen, is heel pijnlijk.”
De gevolgen zijn groot. “Het betekent ook dat het WK klaar is,” legt Heegstra uit. “Je moet je via het EK kwalificeren. Dus we zitten nu met helemaal niks.” Voor de sporters is het niet alleen een sportieve klap, maar ook een persoonlijke en financiële. “Die meiden betalen alles uit eigen zak. Dat is vaak al een enorme opgave,” zegt Heegstra. “Zelfs de pakjes voor internationale wedstrijden moeten ze zelf kopen via de bond.” Dat maakt de situatie extra wrang. “Er wordt al weinig voor deze discipline gedaan, en dan gebeurt dit ook nog. Dat is echt ernstig.” (tekst gaat door onder de foto)
Anne Werner en Noa van der Laan deden in mei 2025 al mee aan the World Cup in Tashkent. (foto: Instagram/ritmica_rg_club)
Volgens hem is het seizoen feitelijk voorbij. “Andere toernooien zijn voor deze meiden niet interessant. Ze willen op het hoogste niveau presteren, niet ergens achter in de polder in een hal.” Daarnaast vreest hij voor de motivatie van de sporters. “Dit soort dingen zorgen ervoor dat meiden gaan afwegen: waar doe ik het eigenlijk voor? Dat is echt zonde.”
De sportsters proberen inmiddels ook online om aandacht te vragen. Vanuit de vereniging is op Facebook en op Instagram een noodkreet gedeeld,in de hoop dat er toch nog een oplossing komt. Daarin wordt aandacht gevraagd voor de situatie van de Alkmaarse sporters, die buiten hun schuld om buitenspel staan. Vooralsnog lijkt die kans klein, omdat de regels van de internationale bond laten weinig ruimte voor uitzonderingen.
De KNGU heeft aangegeven in gesprek te willen gaan met de betrokken sporters en hun omgeving over het vervolg. Heegstra bevestigt dat er gesprekken aankomen. “De vervolgstap is dat we met de bond om tafel gaan om ervoor te zorgen dat dit nooit meer gebeurt. En ik hoop dat ze voor de meiden en de club met iets moois komen. We gaan het zien.” Voor de Alkmaarse gymnastes blijft voorlopig vooral de teleurstelling overheersen. Het seizoen waar ze maanden naartoe werkten, lijkt plotseling voorbij – zonder dat ze ooit de kans kregen om zich op het EK te laten zien.
De dorpsraad van Stompetoren hoeft niet bang te zijn dat ze buitenspel wordt gezet bij de plannen voor de nieuwe woonwijk Stompetoren-West. Volgens het Alkmaarse college blijft de dorpsraad gewoon betrokken – en zelfs structureel.
Aanleiding voor de duidelijkheid zijn vragen van Lijst Van Lier. De partij ontving signalen dat de dorpsraad minder werd meegenomen in het proces en wilde weten of dat klopt. Zeker bij een project dat zo veel invloed heeft op het dorp, moet de inspraak goed geregeld zijn, vindt de fractie.
Volgens het college is daar geen sprake van. Sinds begin dit jaar zitten de dorpsraad, gemeente en betrokken ontwerpers juist regelmatig met elkaar om tafel. Die gesprekken gaan onder meer over het stedenbouwkundig plan voor de nieuwe wijk.
De dorpraad schuift daarbij niet standaard aan, maar wordt volgens de gemeente wel structureel betrokken. Er zijn vaste overlegmomenten en die blijven ook de komende periode gewoon doorgaan. (tekst gaat door onder de foto)
De dorpsraad van Stompetoren wil goed betrokken blijven bij de plannen voor de nieuwe woonwijk Stompetoren-West. (foto: Bing Maps)
Dat het soms anders voelt dan voorheen, heeft volgens het college vooral te maken met het feit dat dit een nieuwe aanpak is. Alkmaar werkt hierbij samen met de provincie aan een zogenoemd maatwerkvoorstel – iets wat nog niet eerder op deze manier is gedaan.
Tijdens de gesprekken heeft de dorpsraad al duidelijk gemaakt wat voor Stompetoren belangrijk is. Zo moet de nieuwe wijk aansluiten bij de behoefte in de Schermer en is er veel aandacht voor verkeersveiligheid en het behoud van het dorpse karakter. Ook praktische wensen kwamen op tafel, zoals ruimte voor een ommetje en een slimme fasering van de bouw. De gemeente zegt deze punten mee te nemen in de verdere uitwerking.
Naast de dorpsraad krijgen ook andere inwoners nog de kans om mee te denken. Zodra er een eerste versie van de plannen ligt, organiseert de gemeente een bewonersavond. Tot die tijd blijft de dorpsraad elke zes weken betrokken bij de voortgang.
Er klinkt applaus. Even daarvoor heerste nog stilte. Iemand leest voor. Iemand zingt. En ergens in de zaal wordt herkenning gevonden in woorden die net zijn uitgesproken. In De Binding in Zuid-Scharwoude kreeg schrijven zaterdag een podium tijdens het eerste Schrijvenswaard Café. “Dit is gewoon ontzettend belangrijk.”
De middag is gevuld met een gevarieerd programma waarin leden van Schrijvenswaard de eigen teksten voordragen. Van persoonlijke verhalen tot speelse gedichten en muzikale optredens: het publiek wordt meegenomen in de verschillende werelden die schrijvers zelf creëren. Het café is niet alleen een podium, maar vooral ook een inkijkje in wat Schrijvenswaard is.
En dat blijkt veel meer dan alleen samen schrijven. “Het is een groep bestaande uit mensen die graag willen schrijven en het gewoon heel erg leuk vinden,” vertelt voorzitter Bea Pols. “Voor iedere bijeenkomst bedenken we een thema en daar schrijft iedereen een eigen tekst over. Het maakt het zo leuk om te zien dat iedereen een onderwerp anders kan interpreteren.” (tekst gaat door onder de foto)
De leden van Schrijvenswaard zijn razendenthousiast over schrijven en hopen dat er meer leden bij hun ‘vriendengroep’ komen. (foto: Streekstad Centraal)
Die diversiteit is precies wat de groep kenmerkt. “Je inspireert elkaar echt, dus het is niet dat je een hele avond naar dezelfde verhalen zit te luisteren,” legt Bea uit. “Neem bijvoorbeeld het woord ‘camerarol’. De een denkt aan foto’s en de verhalen daarachter, terwijl een ander juist denkt aan een ouderwets fotorolletje. Iedereen doet het op zijn of haar eigen manier.”
Dat herkennen de leden zelf ook. “Je hoort dingen waarvan je denkt: wow, zo had ik er helemaal niet naar gekeken,” vertelt een van hen. “Dat maakt het elke keer weer verrassend, en je leert hoe je het een volgende keer zelf kan aanvliegen.”
Er werd zaterdag aandachtig geluisterd naar de gedichten en verhalen die werden voorgedragen. (foto: Streekstad Centraal)
Schrijvenswaard bestaat al sinds 1999 en werd opgericht door Eugènie Herlaar en Siem de Haan. Hun idee: een plek creëren waar mensen samen kunnen schrijven en hun werk kunnen delen. Inmiddels zijn beide oprichters overleden, maar hun initiatief leeft voort binnen de groep. Bea is trots dat zij dat werk mag voortzetten.
“Dit was hun droom,” vertelt ze. “Een middag om samen bezig te zijn met schrijven en te laten zien wat je hebt gemaakt. Ik heb nog contact met nabestaanden en ik ben heel trots dat het werk wordt doorgezet.” Die droom krijgt met het Schrijvenswaard Café letterlijk een podium. En als het aan de organisatie ligt, blijft het niet bij deze ene keer. “Als het eenmaal een keer goed gelukt is, dan is een tweede of derde keer zo geregeld,” stelt Bea enthousiast. (tekst gaat door onder de foto)
Zaterdagmiddag zat de Binding in Zuid-Scharwoude goed vol met schrijfliefhebbers.
In de basis komt de groep tien maanden per jaar bij elkaar, van september tot en met juni. Iedere maand is er een bijeenkomst op een donderdagavond. “Per seizoen bedenken we wat voor bijeenkomsten het worden,” zegt Pols. “Soms nodigen we gasten uit, maar we maken ook gebruik van de kwaliteiten binnen de groep. Leden geven bijvoorbeeld uitleg over een manier van schrijven die ze goed beheersen.”
Voor veel leden zijn die avonden onmisbaar. “Als ik een donderdag niet kan, baal ik echt,” zegt Bea. “Het is zo leuk om met elkaar te praten over alles wat met schrijven te maken heeft. Je leert ook ontzettend veel. Op school krijg je wel iets mee over literatuur, maar de wereld van het schrijven is zoveel groter. En het is gewoon heel erg gezellig. Dat is misschien nog wel het belangrijkste.” (tekst gaat door onder de foto)
Naast leden van Schrijvenswaard waren er ook veel niet-leden aanwezig bij Schrijvenswaard Café. (foto: Streekstad Centraal)
Wat Schrijvenswaard misschien wel het meest bijzonder maakt, is de sfeer. Het is niet alleen een schrijfgroep, maar ook een hechte gemeenschap. “We letten echt op elkaar,” vertelt Bea aan Streekstad Centraal. “We helpen elkaar en leven met elkaar mee. Het is eigenlijk een soort vriendengroep.”
Dat gevoel herkennen de leden zelf ook. “Het mooiste vind ik dat je je teksten met elkaar kunt delen en echt iets aan elkaar hebt,” zegt een van hen. “De ene keer help je iemand, de andere keer helpt diegene jou. Het is zo gezellig en leuk – ik zou het iedereen aanraden.”
Met het café hoopt Schrijvenswaard ook nieuwe mensen te bereiken. En dat lijkt te lukken: er zijn al nieuwe aanmeldingen binnen. “We hebben nieuwe leden nodig om te blijven bestaan,” zegt Pols. “Sommige leden zijn al best op leeftijd, dus wat nieuwe wind in de groep is nooit verkeerd.” Daar zijn de leden het mee eens: “Iedereen geniet hier zo van. Dit is gewoon ontzettend belangrijk.”
De zoektocht naar een nieuw stadsbestuur in Alkmaar begint mogelijk onder leiding van een bestuurder van buiten de stad. GroenLinks-PvdA wil Ernest Briët voordragen als verkenner voor de coalitievorming.
De gemeenteraad beslist daar op 1 april over, tijdens het eerste zogeheten duidingsdebat. Dat debat is nieuw, en moet richting geven aan de vorming van een nieuwe coalitie. Er wordt niet alleen teruggekeken op de verkiezingsuitslag, maar ook vooruitgeblikt op hoe een nieuw college tot stand moet komen.
Als Briët wordt benoemd, wacht hem een sleutelrol. Hij gaat met alle partijen in gesprek om te peilen welke samenwerkingen mogelijk zijn. Daarbij brengt hij politieke verschillen en overeenkomsten in kaart. Zijn advies wordt op 16 april besproken in de gemeenteraad. (tekst loopt door onder de foto)
Tijdens de uitslagenavond werd het resultaat uitbundig gevierd door Groenlinks/PvdA. (foto: Streekstad Centraal)
Hiermee kiest GroenLinks-PvdA voor iemand zonder directe rol in de Alkmaarse politiek. Briët is momenteel wethouder in de gemeente Bergen, waar hij sinds 2022 deel uitmaakt van een bestuur waarin niet de partijpolitiek, maar het besturen centraal staat. In die gemeente werd destijds gekozen voor een zakenkabinet om bestuurlijke rust te brengen. Dat houdt in dat bestuurders niet namens een partij opereren, maar dat de verantwoordelijkheid gezamenlijk wordt gedragen.
Briët werd in Bergen binnengehaald om bestuurlijke rust te brengen na een roerige periode. Voor zijn tijd als wethouder was hij onder meer directeur van Landschap Noord-Holland, een organisatie die zich bezighoudt met natuurbeheer in de provincie.
Dat Alkmaar nu start met een duidingsdebat, is het gevolg van afspraken die partijen voorafgaand aan de verkiezingen hebben gemaakt. Het debat is bedoeld om gezamenlijk stil te staan bij de verkiezingsuitslag én om het proces richting een nieuw college zorgvuldiger te laten verlopen. Of Briët daarin daadwerkelijk de verkenner wordt, hangt af van de steun van de gemeenteraad.
Hulpdiensten hebben zaterdagmiddag iemand uit het water gehaald aan het Verdronkenoord in Alkmaar. Het slachtoffer was onderkoeld en is overgebracht naar het ziekenhuis.
Bij aankomst van de hulpdiensten bleek de lichaamstemperatuur te zijn gedaald tot ongeveer 32 graden. Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer ter plaatse behandeld en opgewarmd.
Vanwege de onderkoeling is uit voorzorg besloten om het slachtoffer naar het ziekenhuis te vervoeren voor verdere controle. Hoe het slachtoffer in het water terecht is gekomen, is nog niet duidelijk. Mogelijk speelde alcoholgebruik een rol.
De stijgende brandstofprijzen zijn voor veel automobilisten merkbaar. Minder rijden, vaker de fiets pakken of thuiswerken zijn voor sommigen oplossingen, maar niet altijd haalbaar. Wie toch afhankelijk is van de auto, kan volgens rijschoolhouder Senna Warger uit Zuid-Scharwoude met een aangepaste rijstijl en kleine gewoontes flink besparen.
“Brandstof is voor ons een enorme kostenpost,” vertelt Warger. “Die stijging voel je direct. Tegelijk wil je die kosten niet volledig doorrekenen aan leerlingen.” Volgens hem valt er veel winst te halen in hoe mensen rijden. Die bewustwording begint al tijdens de eerste rijlessen. “Veel mensen rijden nog zoals ze dat jaren geleden geleerd hebben, terwijl de auto’s en inzichten zijn veranderd.”
Zo helpt het om met lagere toeren te rijden en op tijd door te schakelen. “Rond de 2.000 toeren kun je vaak al opschakelen. Dat scheelt echt in gebruik.” Ook vooruitkijken in het verkeer speelt een belangrijke rol. “Je ziet nog vaak dat mensen hard op een stoplicht afrijden en dan vol remmen. Dat is zonde.” Wie tijdig het gas loslaat bij een rood licht of rotonde, voorkomt onnodig remmen en optrekken. (tekst gaat door onder de foto)
Het is volgens Senna Warger beter voor je verbruik als de stoelverwaring en/of airco niet worden gebruikt. (foto: NH Nieuws)
Een gelijkmatige snelheid aanhouden helpt ook. “Als je steeds gas geeft en weer loslaat, verbruik je meer. Cruisecontrol kan daarbij helpen, en het kan ook boetes voorkomen,” zegt Warger. Daarnaast wijst hij op het gebruik van extra’s in de auto die veel extra brandstof vragen. “Airco en stoelverwarming kosten energie. Het lijkt weinig, maar alles bij elkaar telt het op. Elke euro is er één.”
Ook kleine gewoontes maken verschil. Zo is het slimmer om de auto achteruit in te parkeren wanneer de motor nog warm is. “Bij een koude start kost manoeuvreren meer brandstof.” Daarnaast is regelmatig de bandenspanning controleren belangrijk. “Dat wordt vaak vergeten, maar het heeft echt effect.”
Door de auto achteruit te parkeren worden onnodige manoeuvres vermeden, wat het verbruik ten goede komt. (foto: NH Nieuws)
Stilstaan met draaiende motor is volgens Warger helemaal onnodig. “Bij een brug of in een wachtrij: gewoon uitzetten. Je auto warmt bovendien sneller op tijdens het rijden dan wanneer je hem laat draaien.”
Verder helpt het om de auto zo licht mogelijk te houden en onnodige accessoires, zoals dakkoffers, te verwijderen. “Dat zorgt voor extra weerstand. Haal die eraf als je hem niet gebruikt.” Ook slim plannen helpt. “In de file sta je constant te remmen en op te trekken. Dat merk je direct aan je verbruik.” Volgens Warger zit de grootste winst niet in één truc. “Het zijn juist al die kleine dingen samen. Pas je rijstijl een beetje aan en je merkt het verschil vanzelf.”
De coalitievorming in Castricum is begonnen. Gido Oude Kotte, burgemeester van Aalsmeer en voormalig wethouder in Heerhugowaard, is aangesteld als informateur en is inmiddels gestart met gesprekken met de partijen in de gemeenteraad.
De aanstelling komt vanuit Lokaal Vitaal, dat bij de gemeenteraadsverkiezingen opnieuw de grootste partij werd. Met 5.024 stemmen en zeven zetels verstevigde de partij haar positie in de raad. Ondanks de winst heeft Lokaal Vitaal geen meerderheid. Voor een coalitie zijn minimaal 14 zetels nodig in de 27-koppige gemeenteraad, waardoor samenwerking met andere partijen noodzakelijk is.
GroenLinks-PvdA en de VVD volgen als grootste partijen daarachter, met ieder vier zetels. Ook D66 en Forza! Castricum, beide goed voor drie zetels, zullen een rol spelen in de onderhandelingen. (tekst gaat door onder de foto)
Lijsttrekker van Lokaal Vitaal, Roel Beems, heeft Gido Oude Kotte aangewezen als informateur. (foto: Gemeente Castricum)
De eerste gesprekken zijn inmiddels gevoerd. In deze verkennende fase draait het vooral om de vraag welke partijen elkaar kunnen vinden. Inhoudelijke keuzes worden nog niet gemaakt; eerst wordt gekeken waar de raakvlakken en verschillen liggen. Op basis daarvan komt de informateur – naar verwachting op korte termijn – met een advies over mogelijke coalities. Daarna volgt de volgende stap: de formatie, waarin partijen daadwerkelijk onderhandelen over de inhoud en de samenstelling van een nieuw college.
Als winnaar de gemeenteraadsverkiezingen uit komen, maar toch niet mee mogen doen in de coalitie. Voor Onafhankelijk Uitgeest lijkt dat de werkelijkheid te worden. De partij kwam met 3 zetels en 1.368 stemmen als grootste partij uit de verkiezingen.
Maar tijdens het duidingsdebat van afgelopen maandag werd duidelijk dat Progressief Uitgeest, D66 en CDA opnieuw met elkaar verder willen. Zonder Onafhankelijk Uitgeest. Met acht zetels hebben zij, net als vier jaar geleden, een meerderheid. De Uitgeester gemeenteraad kent vijftien zetels.
Volgens de drie partijen liggen de standpunten van Onafhankelijk Uitgeest te ver weg om samen te werken. Zij gaan daarom nu met elkaar in gesprek over een nieuw samenwerkingsakkoord. Een qua verhoudingen vergelijkbare situatie speelt ook in Alkmaar, waar ook niet uitgesloten kan worden dat de grootste partij buiten de coalitie blijft.
Bij Dannij van der Sluijs, lijsttrekker van Onafhankelijk Uitgeest, komt het hard aan. “Schandalig”, noemt hij het als Streekstad Centraal hem benadert voor een reactie. “We zijn gewoon de grootste en we worden uitgesloten.” Volgens Van der Sluijs was dat al snel duidelijk. “Op de verkiezingsavond werd het eigenlijk al gezegd, toen ze doorhadden dat ze samen een meerderheid hadden. Sommigen riepen toen al dat wij niet meegenomen zouden worden.” (tekst gaat door onder de foto)
De raadszaal van Uitgeest waar Van der Sluijs ondanks de verkiezingswinst in een oppositiezetel terecht komt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het duidingsdebat zelf noemt hij weinig zinvol. “Dat was één grote poppenkast. Het besluit leek al genomen voordat het gesprek überhaupt begon.” De lijsttrekker vindt dat de andere partijen voorbijgaan aan de verkiezingsuitslag. “De grootste partij hoort mee te kunnen beslissen over de coalitie. Dat kan nu niet. Ze hebben gewoon lak aan het democratische principe. We worden gewoon buitenspel gezet.”
Toch zegt hij dat zijn partij zich niet gewonnen geeft. “Ik zou niet weten wat we nu nog kunnen doen om in de coalitie te komen, maar al het werk is zeker niet voor niks geweest. We gaan er volle bak tegenaan en er alles aan doen om onze punten alsnog waar te maken.”
Eén van de onderwerpen waarop de partijen duidelijk van elkaar verschillen is de komst van een asielzoekerscentrum (AZC) op de rand van Uitgeest en Heemskerk. Van der Sluijs denkt dat dat een van de belangrijkste redenen is voor de verkiezingswinst.
“Daar zijn wij groot mee geworden. Maar er wordt niet geluisterd naar de inwoners. Dat klopt gewoon niet.” Hij roept inwoners op om zich te laten horen. “Kom massaal naar participatiemomenten en laat zien: we willen het niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Er zijn al meerdere protesten geweest tegen het AZC op de rand van Uitgeest en Heemskerk. (foto: Streekstad Centraal)
De lijsttrekker uit daarbij stevige zorgen. “Het COA heeft cijfers gepubliceerd over geweld, overvallen, bedreigingen en noem maar op. Maar de coalitie ziet het AZC juist als een aanwinst. Het gaat een keer fout, daar ben ik van overtuigd. En ik wil straks niet degene zijn die zegt: jullie hebben bloed aan jullie handen.” Daarmee speelt Van der Sluijs in op de angstgevoelens die rond de komst van het AZC hangen.
Ook de onzekerheid rond landelijke politiek speelt volgens hem mee. “Het is nog maar de vraag of de spreidingswet blijft. Straks blijft die wet toch niet in stand en zitten wij hier met de gebakken peren. En gebakken peren kunnen best lekker zijn, maar niet de peren waar ik het over heb.”