Slecht verlichte fietspaden, donkere stukken en plekken waar je niemand tegenkomt: op meerdere locaties in Castricum voelen vrouwen zich niet veilig. Dat blijkt uit meldingen die de gemeente de afgelopen maanden heeft verzameld.
Via een tijdelijk meldpunt kwamen in totaal elf meldingen binnen. Eén ding springt eruit: zodra het donker wordt, verandert de sfeer – en daarmee ook het gevoel van veiligheid.
De meldingen gaan over verschillende plekken in de gemeente. Vaak gaat het om fietspaden, parken of routes buiten de bebouwde kom. Plekken waar het licht ontbreekt, het zicht beperkt is of waar je simpelweg niemand tegenkomt. Zo worden onder meer de Oude Parklaan, het fietspad tussen Limmen en Uitgeest, het Gerbrandsven en de route langs de Zeeweg en Soomerwegh genoemd.
Op deze plekken geven vrouwen aan dat ze zich onveilig voelen, vooral wanneer het donker is. Niet omdat er iets concreets gebeurt, maar omdat het simpelweg niet prettig voelt. Wat in vrijwel alle meldingen terugkomt is het puntje verlichting. Die ontbreekt, is onvoldoende of werkt niet goed. Ook onoverzichtelijke plekken – bijvoorbeeld met veel groen, bochten of smalle paden – versterken het gevoel van onveiligheid. (tekst gaat door onder de foto)
Straatverlichting kan helpen om het veiligheidsgevoel te vergroten. (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend is dat een deel van die plekken niet van de gemeente zelf is, maar van andere partijen. Bijvoorbeeld van de provincie, ProRail of een natuurbeheerder. De gemeente wil deze partijen daar opnieuw op aanspreken.
Het meldpunt liep van eind november tot begin maart en werd beheerd door Team Openbare Orde en Veiligheid. In die periode konden vrouwen laagdrempelig en anoniem doorgeven waar zij zich niet veilig voelen. De gemeente noemt de resultaten ‘waardevol’ en kijkt nu of het meldpunt een vervolg kan krijgen.
De aandacht voor dit onderwerp groeit. Niet alleen in Castricum, ook in Alkmaar, Dijk en Waard en plekken in heel Nederland voelen vrouwen zich vaker onveilig in de openbare ruimte, vooral ‘s avonds en op slecht verlichte of afgelegen plekken. De gemeente wil daarom niet alleen kijken naar betere verlichting, maar ook naar andere maatregelen. Zo wordt gesproken met horecaondernemers en wordt gekeken naar trainingen om mensen weerbaarder te maken.
De komende tijd worden de gemelde plekken opnieuw bekeken. Ook blijft het onderwerp op de agenda staan. Want één ding is duidelijk: voor veel vrouwen voelt de openbare ruimte nog niet overal even veilig.
Wie regelmatig door de Dorpsstraat in Castricum rijdt, fietst of loopt, gaat de komende tijd veranderingen merken. De gemeente begint in mei met werkzaamheden die het oversteken een stuk veiliger moeten maken.
De werkzaamheden aan de A9 zijn dus niet de enige uitdaging waar het verkeer in Castricum de komende tijd rekening moet houden. Ook in het dorp zelf gaat op meerdere plekken de schop in de grond.
Dat moet uiteindelijk leiden tot een veiliger dorpscentrum, waar voetgangers makkelijker heen en weer kunnen bewegen. Bij de Verlegde Overtoom, bioscoop Corso en de Pancratiuskerk komen verhoogde plateaus in de weg. Auto’s worden daardoor automatisch afgeremd, waardoor voetgangers en fietsers beter zichtbaar zijn en veiliger kunnen oversteken. (tekst gaat door onder de foto)
Eerder al kreeg het Kerkplein een facelift (foto: gemeente Castricum)
Ook op andere locaties wordt het straatbeeld aangepast. Op de Cieweg en bij het Bakkerspleintje verdwijnen de huidige stenen en die maken plaats voor witte betonmarkering. Die vormt een duidelijke, doorlopende lijn die aangeeft: hier haal je niet in.
Een opvallende wijziging is bij de Pancratiuskerk. Daar verdwijnt het stoplicht. In plaats daarvan kiest de gemeente voor fysieke oplossingen, zoals drempels en een verhoogd wegdeel. Het idee: minder regels, maar wel vanzelf rustiger verkeer. Verder worden bij huisnummers 24 en 136 verkeersdrempels aangelegd. Die moeten de snelheid omlaag brengen zonder dat omwonenden er te veel hinder van ondervinden.
De werkzaamheden duren ongeveer een maand. Sommige onderdelen worden in een paar dagen uitgevoerd, maar op andere plekken wordt langer gewerkt. Tijdens de uitvoering wordt de straat tijdelijk afgesloten en moeten weggebruikers rekening houden met omleidingen.
De aanpassingen zijn onderdeel van een grotere aanpak om de verkersveiligheid in het dorp te verbeteren. Zo blijft ook de spoorwegovergang op de Beverwijkerstraatweg een punt van aandacht. Wie benieuwd is naar de plannen of vragen heeft, kan op maandag 30 maart tussen 19.30 en 21.00 uur binnenlopen bij het gemeentehuis.
Glijbanen, klimrekken en schommels die hun beste tijd hebben gehad – die hebben ook écht hun tijd gehad. Ze maken plaats voor frisse, nieuwe speelplekken. De gemeente Castricum gaat dit jaar drie speeltuinen grondig vernieuwen: aan De Wieken, de Bogerdlaan en het Pijlkruid in Limmen.
De opknapbeurt is hard nodig. Op de drie locaties zijn veel toestellen verouderd en toe aan vervanging. Maar het blijft niet bij nieuwe speeltoestellen. De gemeente wil de speelplekken ook veiliger maken, beter toegankelijk voor iedereen én groener inrichten. Daarbij wordt ook gekeken naar praktische zaken zoals hitte op warme dagen en wateroverlast na flinke regenbuien.
Met het voorjaar ‘in de bol‘ komt ook de tijd van buitenspelen er weer aan. Buitenspelen is gezond, vindt ook de gemeente Castricum. En dus mag er wel wat extra aandacht naar de speeltuintjes in Limmen. (tekst gaat door onder de foto)
De speeltuin aan het Pijlkruid kan wel wat liefde gebruiken (foto: Google)
Hoe de speeltuinen er straks uit gaan zien, ligt nog niet vast. Eerst mogen bewoners hun ideeën en wensen delen. Omwonenden en buurtbewoners worden betrokken bij het ontwerp, zodat de speelplekken straks echt aansluiten bij wat er in de wijk leeft.
De vernieuwing maakt deel uit van het werkplan Speelruimten Castricum 2026. De gemeente wil er met dat werkplan voor zorgen dat kinderen ook in de toekomst fijne en veilige plekken houden om buiten te spelen. Goed nieuws: voor de plannen is geen extra geld nodig. De werkzaamheden worden betaald uit bestaande budgetten voor onderhoud en investeringen. (hoofdfoto: Pixabay / Congerdesign)
De beslissing is gevallen: vanaf juni verandert de nachtelijke vliegroute vanaf de Polderbaan van Schiphol. Waar vliegtuigen nu nog richting het oosten draaien, zullen ze straks vaker koers zetten naar het westen – met directe gevolgen voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo.
Voor de betrokken gemeenten komt het besluit niet uit de lucht vallen, maar wel als een teleurstelling. Zij probeerden het afgelopen jaar de maatregel tegen te houden, uit zorgen over extra geluidsoverlast en de impact op de gezondheid van inwoners. Zonder succes.
Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de aanpassing noodzakelijk om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen. De huidige route, waarbij toestellen na het opstijgen een bocht maken, voldoet volgens Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) niet meer aan de eisen.
Nieuwe generaties vliegtuigen stijgen sneller en presteren anders dan oudere toestellen. Daardoor kan de onderlinge afstand tussen vliegtuigen in de nacht kleiner worden dan gewenst. Dat levert een structureel risico op, dat volgens het ministerie alleen kan worden opgelost door de route aan te passen. (tekst gaat door onder de foto)
De overvliegende vliegtuigen zijn een doorn in het oog voor veel inwoners van de BUCH-gemeenten. (foto: NH Nieuws)
Alternatieven, zoals het aanpassen van snelheden of het vergroten van tussenpozen tussen de starts, zijn onderzocht maar bleken onvoldoende effectief. De koerswijziging betekent dat een deel van het nachtelijk vliegverkeer verschuift richting de kust. Voor gemeenten in de BUCH-regio en Heemskerk betekent dat concreet: meer vliegtuigen boven hun grondgebied in de nachtelijke uren.
Volgens de gemeenten komt de maatregel bovenop een probleem dat allang speelt. Inwoners in de regio hebben al jaren te maken met nachtelijke vlieghinder, en die druk neemt nu verder toe. Zo trok een petitie tegen vliegtuiglawaai in Limmen onlangs al veel aandacht onder bewoners.
Bestuurders spreken over zorgen over slaapverstoring en gezondheidseffecten. Dat juist deze regio opnieuw extra vluchten krijgt toebedeeld, wordt niet begrepen. In Heiloo klinkt al langer kritiek op de rol van Schiphol en de impact daarvan op de leefomgeving.
Ook de manier waarop het besluit tot stand is gekomen wringt. Gemeenten voelen zich wel aangehoord, maar niet serieus genomen. Er is gesproken, maar uiteindelijk veranderde er niets. Eerder werden ook duizenden handtekeningen aangeboden aan de gemeente Castricum om aandacht te vragen voor de groeiende overlast. Maar dat maakte achteraf niks uit. De uitkomst leek al vast te staan. (tekst gaat door onder de foto)
Vorige maand overhandigde het Bewoners Collectief Limmen een petitie tegen de groeiende vliegtuighinder boven het dorp. (foto: aangeleverd)
Het ministerie erkent dat het proces beter had gekund en wil het traject evalueren. Daarbij wordt gekeken hoe bewoners en lokale overheden in de toekomst eerder en beter kunnen worden betrokken. Voor de huidige situatie verandert dat alleen niets.
De nieuwe route geldt voorlopig voor de komende jaren. Pas na verloop van tijd wordt gekeken wat de daadwerkelijke gevolgen zijn voor geluid en leefomgeving. Die evaluatie hangt samen met een nieuw luchtverkeerssysteem, dat naar verwachting rond 2028 wordt ingevoerd.
Op de lange termijn ligt er nog een eventuele oplossing. Een alternatieve route – die minder druk legt op de kustregio – wordt opnieuw onderzocht zodra de nieuwe systemen in gebruik zijn. Of dat daadwerkelijk leidt tot verandering, is onzeker.
Tot die tijd staan de gemeenten grotendeels buitenspel. De regie ligt bij het Rijk, en de ruimte om in te grijpen is beperkt. Bewoners pleiten daarom al langer voor een gezamenlijke aanpak met andere kustgemeenten om de druk op Den Haag op te voeren. De bestuurders kunnen nu weinig anders doen dan de vinger aan de pols houden, overlast blijven melden en druk uitoefenen waar dat nog kan. (Hoofdfoto: Dragoș Grigore)
Twee bekende krachten achter Scouting Limmen zijn zondag in het zonnetje gezet. Tijdens een bijeenkomst bij De Heeren van Limmen kregen Marc Noordermeer en Trudie Hoogeboom-Bakker een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Ben Tap.
Beiden mogen zich vanaf nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau noemen. Een erkenning voor hun jarenlange inzet – vaak op de achtergrond, maar van onmisbare waarde voor de vereniging.
Voor Marc Noordermeer begon het allemaal eind jaren tachtig. Wat startte met het begeleiden van jeugdleden groeide uit tot een rol die veel verder reikte. Hij organiseerde kampen, hielp waar nodig en stond altijd klaar voor klusjes rondom het clubgebouw. In 1997 werd hij voorzitter van de scouting, een rol die hij jarenlang vervulde en waarin hij de vereniging verder liet groeien. Binnen de scouting wordt hij gezien als iemand die mensen bij elkaar brengt en verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Ook na zijn voorzitterschap bleef hij actief betrokken.
Waar Noordermeer vaak zichtbaar was in verschillende rollen, ligt de kracht van Trudie Hoogeboom-Bakker juist in alles wat niet direct opvalt. Al sinds de jaren tachtig is zij een vaste waarde binnen Scouting Limmen. Tijdens kampen zorgt zij ervoor dat alles rondom eten en verzorging tot in de puntjes geregeld is. Daarnaast begeleidde ze jarenlang de jongste leden en creëerde ze een vertrouwde omgeving voor nieuwe generaties scouts.
Ook organisatorisch speelt ze een belangrijke rol. Ze zit al decennialang in het bestuur en regelt al meer dan twintig jaar de verhuur van de blokhut – een belangrijke inkomstenbron voor de vereniging. Daarnaast steekt ze de handen uit de mouwen bij onderhoudswerkzaamheden.
Met de onderscheidingen krijgen de twee vrijwilligers erkenning voor hun inzet die zich uitstrekt over tientallen jaren. Hun betrokkenheid heeft niet alleen Scouting Limmen gevormd, maar ook generaties jongeren in het dorp. (foto: Robin Piening)
De Hortus Bulborum in Limmen is weer open voor publiek en dat gaat gepaard met de eerste tekenen van de lente. De eerste bloembollen in de historische tuin staan inmiddels in bloei en geven bezoekers direct een voorproefje van wat de komende weken te verwachten is.
Hyacinten en krokussen kleuren de paden, terwijl ook de eerste tulpen zich laten zien. Daarmee komt het kenmerkende beeld van de Hortus langzaam tot leven. Dit seizoen ligt de nadruk niet alleen op de bloemen zelf, maar ook op de geschiedenis erachter.
“We willen de bezoekers niet alleen laten kijken, maar ze ook het verhaal van de Hortus en de tulp vertellen”, legt vrijwilliger Thea Stet aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, uit. Daarvoor zijn nieuwe informatieborden geplaatst en is er een vernieuwde plattegrond gemaakt. “De tuin gaat hierdoor langzaam maar zeker meer op een museum lijken.” (tekst gaat door onder de foto)
De nieuwe informatieborden en een vernieuwde plattegrond geven de bezoekers net de beetje extra informatie. (foto: NH Nieuws)
Verspreid over de tuin staan duizenden verschillende tulpen, variërend van bekend tot uiterst zeldzaam. Sommige soorten kunnen bezoekers niet alleen bewonderen, maar ook kopen of adopteren. Daarnaast worden de bollen gebruikt voor het behoud van genetisch materiaal.
Een bijzondere soort is de ‘Duc van Tol’, een van de oudste tulpen in Nederland. Deze soort wordt nog altijd gebruikt vanwege zijn sterke genetische eigenschappen, waardoor hij van waarde is voor het ontwikkelen van nieuwe varianten. (tekst gaat door onder de foto)
De Duc van Tol is de oudste, maar ook meteen de bijzonderste tulp bij Hortus Bulborum in Limmen. (foto: NH Nieuws)
Voor Stet is Hortus meer dan alleen een tuin. Het is verbonden met haar eigen verleden. “Mensen denken vaak: ‘O, daar begint ze weer over de Hortus’, maar het is gewoon zo’n leuk verhaal om te vertellen”, zegt ze met een glimlach. Ze groeide op in Limmen, waar de bollenteelt ooit een belangrijke rol speelde.
“Het was een bollendorp, hè. Hier waren maar liefst zes bedrijven in de omgeving, maar nu is er niet één meer.” Juist daarom zet ze zich als vrijwilliger in om die geschiedenis levend te houden. “Hier liep ik als kind met mijn vader. Als ik dit zo zie, vieren de nostalgische gevoelens hoogtij.” (tekst gaat door onder de foto)
Thea Stet is trotse vrijwilliger en heeft een speciale band met Hortus Bulborum. (foto: NH Nieuws)
Volgens Stet vraagt het kweken van tulpen meer aandacht dan vaak wordt gedacht. “Mensen denken weleens: ‘Je stopt die bollen in de grond en dan zien we wel weer’. Maar zo werkt het niet.” Een goede waterafvoer is daarbij essentieel, legt ze uit. “Het probleem is dat de bol dan moeilijk de grond in gaat. Maar hij wordt ook lui. Dan stimuleert hij die wortelgroei niet, want hij denkt ‘Ik heb toch genoeg water’.”
Ook wijst ze op de bijzondere eigenschappen van de tulp. “Je moet nagaan dat een tulpenbol vele malen meer DNA heeft dan een mens.” Wie een bol opensnijdt, ziet volgens haar hoe bijzonder dat is: “Dan zie je in de kern een mini-tulpje zitten. Ik noem het soms het foetusje van de tulp. Alles zit eraan: de stamper, het stuifmeel, de blaadjes. Het is net een mens.”
De politie is op zoek naar de 57-jarige Marcel, die maandagmiddag is verdwenen uit een zorginstelling in Bergen. De man verliet de instelling te voet en werd rond 17.15 uur voor het laatst gezien op de Bergerweg. Sindsdien ontbreekt ieder spoor.
Marcel is ongeveer 1.75 meter lang, heeft een lichte huidskleur en een volslank postuur. Hij draagt een bril en maakt volgens de politie een verwarde indruk. Op het moment van zijn verdwijning droeg hij een geruit overhemd met roodtinten en een zwarte broek. Opvallend is dat hij geen jas bij zich heeft.
De politie heeft foto’s van hem gepubliceerd en vraagt mensen die hem hebben gezien of weten waar hij is, om contact op te nemen.
Ruim twee maanden na de grote asbestbrand in Noord-Scharwoude geeft Dijk en Waard gedeeltelijk inzicht in de aanpak van de crisis en de nasleep daarvan. Naar aanleiding van een Woo-verzoek worden tientallen documenten openbaar gemaakt, al blijft een deel vertrouwelijk.
De brand brak op nieuwsjaarsdag uit aan De Mossel in Noord-Scharwoude, waar een autobedrijf en een naastgelegen pand in vlammen opgingen. Daarbij kwam asbest vrij, wat leidde tot grote onrust onder omwonenden. Zij kregen het advies binnen te blijven en maatregelen te nemen om verspreiding van asbestdeeltjes te beperken. (tekst gaat door onder de foto)
Met behulp van hijskranen werd de omgeving stap voor stap gesaneerd. (foto: Streekstad Centraal)
In de weken na de brand kwam er kritiek en bleef de situatie onderwerp van gesprek. Tijdens bewonersbijeenkomsten uitten inwoners zorgen over de gezondheidsrisico’s, de aanpak van de sanering en de communicatie vanuit de overheid. De afhandeling van de brand riep daardoor niet alleen praktische vragen op, maar ook vragen over hoe de gemeente het heeft aangepakt.
Die vragen vormden de aanleiding voor een verzoek op basis van de Wet open overheid (Woo). De verslaggever van de lokale krant vroeg om alle documenten over de brand en de nafase in de eerste weken van januari. De gemeente verzamelde en beoordeelde in totaal 188 documenten, variërend van interne mails en Whatsapp-berichten tot rapportages en conceptstukken. Uiteindelijk besloot het college om deze informatie gedeeltelijk openbaar te maken. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de bewonersbijeenkomst konden inwoners hun zorgen met de politiek delen. (foto: aangeleverd)
Niet alles wordt gedeeld. Volgens de gemeente zijn delen weggelakt om de privacy van betrokkenen te beschermen en om ambtenaren en bestuurders vrij te laten overleggen tijdens de crisis. Ook is bepaalde bedrijfsinformatie, zoals de gegevens uit offertes van saneringsbedrijven, niet openbaar gemaakt vanwege concurrentiegevoeligheid.
De gemeente zegt met dit besluit zo open mogelijk te willen zijn, binnen wat de wet toestaat. Tegelijk blijft een deel van wat er rond de brand is gebeurd niet zichtbaar.
Lopen langs de vloedlijn, de ogen strak op het zand gericht. Bukken. Oppakken. Twijfelen. Is dit een bijzondere? Of toch weer een alledaagse? Met emmers, zoekkaarten en een flinke dosis enthousiasme veranderde het strand bij Bergen aan Zee zaterdag in één grote speurtocht. En dat alles vanwege de vijfde editie van Schelpenteldag. “Je moet echt goed kijken naar de details.”
Het lijkt simpel: schelpen zoeken en tellen. Maar wie eenmaal begint, merkt al snel dat het verslavend werkt. Gebogen over het zand, speurend tussen de natte sporen. “Af en toe denk je iets bijzonders te hebben – tot je de kaart erbij pakt en toch weer moet concluderen: zo bijzonder is het niet”, zegt een deelnemer terwijl ze druk in de weer is met een bakje met schelpen.
Bij Strandpaviljoen Zuid staan vrijwilligers klaar om iedereen op weg te helpen. Daar wordt duidelijk dat deze dag om meer draait dan alleen een leuk uitje. Melvin Veenendaal – één van de begeleiders van Schelpenteldag – legt Streekstad Centraal uit waarom al dat gebuk zo belangrijk is. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens Schelpendag verzamelen deelnemers 100 schelpen om ze vervolgens per soort te noteren. (foto: Streekstad Centraal)
“Iedere schelp die wordt ingevoerd in het systeem helpt ons. En dat gebeurt niet alleen hier in Bergen aan Zee, maar langs de hele kust: van Terschelling tot Zeeland en zelfs tot aan Frankrijk. Zo brengen we samen de biodiversiteit langs de kust in kaart. Dat lukt alleen als heel veel mensen meedoen.”
Hij pakt twee schelpen die ogenschijnlijk identiek zijn. “Dit is precies waar het lastig wordt,” vertelt hij. “De verschillen zijn soms minimaal. Een ribbeltje, een kleine afwijking in vorm. Maar dat maakt het juist interessant. Je leert echt kijken.” En dat kijken is nodig, want Schelpenteldag heeft duidelijke spelregels.
Deelnemers verzamelen schelpen binnen een afgebakend stuk strand en tellen alleen wat ze daar vinden. Alles wordt ingevoerd via een vaste methode, zodat de gegevens bruikbaar zijn voor onderzoek. “Het moet wel op dezelfde manier gebeuren,” legt Veenendaal uit. “Anders kun je de resultaten niet goed vergelijken. Juist die structuur maakt dat we hier echt iets aan hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol enthousiasme vullen de deelnemers hun emmers met allemaal verschillende schelpen. “Het is zo ontzettend leuk om op een andere manier op het strand te lopen.” (foto: Streekstad Centraal)
Even verderop loopt iemand met een goed gevulde emmer met schelpen. “Het lijkt allemaal zo op elkaar, maar dat maakt het juist leuk.” Het is niet de eerste keer dat ze meedoet. “Je wordt er helemaal in gezogen,” zegt ze terwijl ze haar emmer laat zien. “Je denkt: nog eentje dan. En nog eentje. Voor je het weet ben je een uur verder.”
Iemand anders ziet vooral hoe toegankelijk het is. “Iedereen kan dit,” zegt ze. “En het is zo leuk. Zeker voor kinderen, maar eigenlijk voor iedereen.” Ze lacht en kijkt om zich heen naar het zonnige strand. “En met dit weer? Je wordt er ook nog eens lekker bruin van. Twee vliegen in één klap.” (tekst gaat door onder de foto)
Als de deelnemers er even niet uitkomen dan staan de vrijwilligers klaar om te helpen ontcijferen om welke schelp het gaat. (foto: Streekstad Centraal)
En niet iedereen komt uit de buurt. “Ik kom hier vaker met mijn caravan vanuit Duitsland,” vertelt ze. “Maar toen ik hoorde van Schelpenteldag dacht ik: dit wil ik meemaken.” Ze heeft er ruim twee uur voor gereden. Spijt? Geen seconde. “Het is zo ontspannen. Je bent buiten, je bent bezig, en je leert ook nog iets. Dat maakt het bijzonder.”
Na het zoeken stopt het werk niet. Met volle emmers en bakjes lopen deelnemers terug richting Strandpaviljoen Zuid, waar het tellen pas echt begint. Van de vrijwilligers krijgen ze een handige telbak: een soort verdeelbak waarin de schelpen overzichtelijk op een rij gelegd kunnen worden. (tekst gaat door onder de foto)
Als alle schelpen geïdentificeerd zijn wordt er zorgvuldig een foto gemaakt van de buit. (foto: Streekstad Centraal)
Gebogen over de bakjes begint het volgende proces. Vergelijken, sorteren, opnieuw kijken. Welke soort ligt hier eigenlijk? De zoekkaarten worden er weer bij gepakt, vingers glijden langs afbeeldingen, twijfels worden hardop uitgesproken. Vrijwilligers lopen rond om te helpen waar nodig. “Deze lijkt erop, maar kijk eens naar de rand,” wijst iemand aan. “Zie je dat verschil?” Daar wordt een deelnemer gerustgesteld die er even niet uitkomt. “Het is soms lastig hoor, daar helpen we juist bij.”
Op het terras van de strandtent is het ondertussen opvallend druk. Geen mensen die alleen maar van de zon genieten, maar groepjes die fanatiek hun vangst bespreken. Over tafels liggen schelpen verspreid, bakjes worden doorgeschoven, vondsten vergeleken. “Je blijft toch twijfelen,” zegt een deelnemer lachend. “Maar dat maakt het juist leuk. Je leert elke keer weer iets bij.”
Op de Wendelaarstraat in Alkmaar is zaterdagmiddag een vrouw gewond geraakt na een botsing met een fietser. Het slachtoffer kwam daarbij hard ten val en liep hoofdletsel op.
Het ongeval gebeurde bij een voetgangersoversteekplaats. Twee jongens reden samen op een fiets en passeerden de oversteekplaats op het moment dat de vrouw wilde oversteken. Eén van hen botste tegen haar aan.
Door de klap viel de vrouw op straat. Hulpdiensten waren snel aanwezig. Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer ter plekke behandeld en eerste hulp verleend. Ook de politie kwam met meerdere eenheden ter plaatse om het incident af te handelen en de omgeving veilig te stellen. Hoe het met de vrouw gaat is niet bekend. (foto’s PersfotoNH)