Een 41 jaar oude dinoaurus gaat met pensioen. De kleurige dinoglijbaan die jarenlang in het Alkmaarse winkelcentrum De Mare stond, krijgt een opvolger. Maar ook de oude dino zal terugkomen. Maar niet meer om op te klimmen en af te glijden, die tijd is echt voorbij. De dino wordt een kunstwerk ergens in de stad.
De kleurige stegosaurus is door de jaren heen een icoon geworden in De Mare. De dinoglijbaan was veel meer dan een speeltoestel voor kinderen. En al was hij er de laatste tijd niet best aan toe, hij was vertrouwd en geliefd in het straatbeeld. Volkomen onverwacht werd-ie in februari op een aanhangwagen gezet en meegenomen, met onbekende bestemming en toekomst. Streekstad Centraal dook in de kwestie die zelfs op de politieke agenda verscheen. (tekst gaat verder onder de video)
“Ja, dit hadden we qua communicatie misschien anders moeten doen”, erkende wethouder Jan Hoekzema toen. Het plan om de oude dino te vervangen lag er al iets van een jaar. “De kinderen van mensen die er zelf óók nog op hebben gespeeld spelen er nu nog op, en dan is-ie in één keer weg. Ik snap het sentiment wel. Wel mooi die betrokkenheid!”
En… helaas. ‘Het rapport geeft aan dat vanwege de veiligheidseisen het gebruik van de dinoglijbaan niet meer mogelijk is”, meldt de nu verantwoordelijke wethouder Robert te Beest. “Volgens de huidige speelnormen is de helling van de glijbaan te steil en ook het punt waar kinderen uit de glijbaan komen, wordt als onveilig beschouwd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het oude beestje is er niet best aan toe. (foto: Streekstad Centraal)
“Ook ontbreken veiligheidsvoorzieningen die nu verplicht zijn. Zo moeten er bij de trap en op het bovenste platform beugels aanwezig zijn, zodat kinderen zich goed kunnen vasthouden”, aldus Te Beest. “Daarnaast wordt polyester tegenwoordig niet meer gebruikt voor speeltoestellen in de openbare ruimte. Moderne speeltoestellen worden vooral gemaakt van kunststof of hout.”
Inmiddels is in overleg met de winkeliers in De Mare een nieuwe dinoglijbaan gekocht. Hoe de opvolger eruitziet en wanneer hij wordt geplaatst is nog niet duidelijk. Ook de plek waar de gepensioneerde dino na een opknapbeurt komt te staan, is nog niet bekend.
Tegen de plannen voor een nieuw Alkmaars Sportpaleis konden nog bezwaren worden ingediend. Maar die waren er duidelijk niet. Woensdag zette wethouder Marius Wiegman dan ook zijn handtekening onder het contract en daarmee gaat de volgende fase in. Het Sportpaleis is weer een stapje ‘echter’ geworden.
Dat laat de wethouder weten in een brief aan de raad. “Op 8 juli 2026 heeft de gemeente Alkmaar de overeenkomst ondertekend met Wind Design & Build B.V. uit Drachten. Deze partij kwam als beste uit de aanbestedingsprocedure.”
De gunning is hierdoor definitief, verduidelijkt de wethouder. Wie bezwaar had willen maken kreeg daar twintig dagen de tijd voor, maar niemand maakte van die gelegenheid gebruik. “De opdrachtnemer werkt daarin het ontwerp verder uit en treft de voorbereidingen voor de sloop en nieuwbouw van het Sportpaleis.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Marius Wiegman zal de ontwikkelingen rondom het Sportpaleis de komende jaren op de voet volgen. (foto: Streekstad Centraal)
Deze week gaf de wethouder ook uitleg over eventuele kunst in het nieuwe Sportpaleis. Er is namelijk een ‘Percentageregeling Alkmaar Kunst in de Openbare Ruimte’. Die bepaalt dat bij een openbaar project als dit een deel van de investering naar kunst moet gaan. Maar daar is bij het Sportpaleis niet voor gekozen: “Het college heeft, in het kader van soberheid en doelmatigheid en om binnen het budget te blijven, besloten geen separaat kunstwerk te vragen.”
Bij een ander sportproject, de modernisering van zwembad Hoornse Vaart, is dit budget er wél. Daar reserveert Alkmaar 200.000 euro voor. Van dat geld wordt een bestaand kunstwerk opgeknapt, een nieuw kunstwerk toegevoegd en een ander kunstwerk verplaatst naar Zwembad De Hout.
Ondertussen wordt dus hard gewerkt aan het Sportpaleis. Naar verwachting starten de sloopwerkzaamheden op de plek van het huidige gebouw in het voorjaar van 2027. Dit najaar worden de schetsontwerpen voor wat er op deze plek gaat komen gepresenteerd.
Jarenlang stond het leeg, nu is de maat vol. Het voormalige Café Welgelegen in Broek op Langedijk wordt versneld gesloopt. Volgens de gemeente trekt het vervallen pand steeds vaker vernielers en ongewenste bezoekers aan, waardoor de veiligheidsrisico’s toenemen.
De sloop maakte al deel uit van de plannen voor de herontwikkeling van de locatie, maar zou pas plaatsvinden als de gemeenteraad geld beschikbaar had gesteld voor het complete project. Dat duurt het college nu te lang. Daarom wordt de sloop losgetrokken van de rest van de plannen. De voorbereidingen beginnen nog voor de bouwvak, waarna het pand na de bouwvak wordt gesloopt. (tekst gaat door onder de foto)
De ramen van het voormalig Café Welgelegen in Broek op Langedijk zijn dichtgetimmerd. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente kocht het pand in 2024, met het oog op de plannen voor de omgeving. “Het voormalig Café Welgelegen is in toenemende mate een mikpunt van vernielzucht en ongewenst bezoek”, stelt wethouder Nils Langedijk. “Vanwege de daaraan gekoppelde veiligheidsrisico’s heeft het college besloten de sloop van de panden per direct in gang te zetten.”
De sloop is nog maar het begin. De gemeente wil de hele omgeving rond de Westelijke Randweg en de Papenhorn aanpakken. Zo moet er een fietstunnel komen, wordt de sloot langs de weg weer doorvaarbaar en komen er parkeerplaatsen voor de toekomstige woningen aan het Havenplein. Ook wordt gekeken naar een betere verbinding met het Rodeoterrein en een groenere inrichting van de omgeving. (tekst gaat door onder de foto)
De drukke fietsoversteekplaats bij de Papenhorn is na de herinrichting verleden tijd. (foto: Streekstad Centraal)
De fietstunnel moet vooral een einde maken aan de drukke fietsoversteek bij de Papenhorn. Daar steken dagelijks veel fietsers de weg over. Als de tunnel er ligt, hoeven fietsers niet langer de rijbaan over. Dat maakt de situatie veiliger en zorgt er tegelijkertijd voor dat auto’s beter kunnen doorrijden.
Hoewel de sloop nu al begint, is het ontwerp voor de rest van het gebied nog niet klaar. De gemeente werkt de plannen de komende tijd verder uit. Pas daarna beslist de gemeenteraad over het geld dat nodig is voor de uitvoering. Ook de kosten voor de sloop en de extra beveiliging van het voormalige café worden daarin meegenomen.
De gemeenteraden van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo gebruiken deze zomer om de financiële en organisatorische gevolgen van een mogelijke gemeentelijke fusie verder in kaart te brengen. De uitkomsten moeten de raden helpen om dit najaar een richting te kiezen voor hun bestuurlijke toekomst. De onlangs gesloten coalitieakkoorden laten zien dat de vier gemeenten daar ieder op hun eigen manier naar kijken.
De vier gemeenten werken sinds 2017 samen binnen de BUCH-organisatie. De afgelopen jaren onderzochten zij afzonderlijk hoe hun bestuurlijke toekomst eruit zou kunnen zien. Inmiddels bekijken de raden gezamenlijk of een fusie tot één nieuwe gemeente haalbaar en wenselijk is.
Volgens een gezamenlijk persbericht zijn de belangrijkste thema’s inmiddels vastgesteld. Deze zomer worden die verder uitgewerkt, waarna iedere gemeenteraad naar verwachting in het najaar een richtinggevend besluit neemt. (tekst gaat verder onder de foto)
Bergen kan nog verschillende richtingen inslaan voor de eigen bestuurlijke toekomst. (foto: Streekstad Centraal)
De verkenning richt zich op vijf hoofdthema’s: identiteit en nabijheid, organisatie en dienstverlening, regionale samenwerking, financiën en de grote maatschappelijke opgaven waar een eventuele nieuwe gemeente voor staat, zoals woningbouw, voorzieningen en mobiliteit. Ook bekijken de gemeenten hoe inwoners verder bij het besluitvormingsproces worden betrokken, omdat iedere gemeente daarin een andere voorgeschiedenis heeft.
Juist de financiën krijgen de komende maanden extra aandacht. De raden willen onder meer inzicht krijgen in de financiële gevolgen van de ambities die de vier nieuwe colleges in hun coalitieakkoorden hebben vastgelegd. (tekst gaat verder onder de foto)
In de coalitieakkoorden van de vier gemeenten staan allerlei investeringen, waardoor de financiele werkelijkheid beter moet worden onderzocht. (foto: aangeleverd)
Daarnaast wordt onderzocht welke gemeentelijke voorzieningen er zijn, wat de onderhoudsstaat daarvan is en welke investeringen mogelijk nog nodig zijn. Die informatie moet duidelijk maken hoe goed de vier gemeenten financieel en organisatorisch op elkaar aansluiten.
Hoewel de gemeenten gezamenlijk optrekken in het onderzoek, verschillen de politieke uitgangspunten aanzienlijk.
In Uitgeest is de wens om snel duidelijkheid te krijgen het meest uitgesproken. De gemeenteraad sprak eerder al een voorkeur uit voor een bestuurlijke fusie met één of meer omliggende gemeenten. Het nieuwe college wil tempo houden in het proces en ziet een fusie met Castricum en Heiloo als serieuze optie. Mocht dat niet haalbaar blijken, dan wil Uitgeest ook andere mogelijkheden blijven verkennen, waaronder Heemskerk. (tekst gaat verder onder de foto)
Van de vier gemeenten wil Uitgeest de meeste haast maken met een besluit over een fusie. (foto: Streekstad Centraal)
Bergen houdt juist meerdere opties open. In het onlangs gesloten coalitieakkoord staat dat een bestuurskrachtonderzoek moet uitwijzen welke bestuursvorm de gemeente het beste helpt bij haar belangrijkste opgaven. Daarbij worden drie scenario’s onderzocht: zelfstandig blijven, een fusie binnen de BUCH of een fusie met Alkmaar. Volgens het akkoord is de bestuursvorm daarbij geen doel op zich, maar moet deze bijdragen aan voldoende bestuurskracht, een gezonde financiële positie en het behoud van de identiteit van de verschillende dorpen.
Ook Heiloo kiest voor een voorzichtige benadering. Het nieuwe college noemt de gezamenlijke verkenning belangrijk, maar benadrukt dat inwoners nadrukkelijk worden betrokken voordat een keuze wordt gemaakt. Bij een eventueel besluit blijven volgens het coalitieakkoord de kwaliteit van de dienstverlening, het behoud van voorzieningen en de eigen identiteit van Heiloo leidend. (tekst gaat verder onder de foto)
Behoud van voorzieningen is een belangrijke randvoorwaarde voor veel partijen die een fusie willen verkennen. (foto: Streekstad Centraal)
Castricum spreekt zich in het coalitieakkoord nog niet uit voor een specifieke bestuursvorm. De nieuwe coalitie wil eerst de uitkomsten van de lopende onderzoeken afwachten voordat een definitieve richting wordt gekozen. Daarmee neemt Castricum vooralsnog een afwachtende positie in binnen het gezamenlijke traject.
Dat betekent dat de vier gemeenten deze zomer weliswaar gezamenlijk werken aan hetzelfde onderzoek, maar ieder vanuit een andere politieke uitgangspositie. Waar Uitgeest vooral tempo wil maken, houdt Bergen meerdere opties open en kiezen Heiloo en Castricum ervoor eerst meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen van een eventuele fusie.
De komende maanden moeten de aanvullende onderzoeken antwoord geven op vragen over financiën, voorzieningen en de verschillen tussen de gemeenten. Op basis daarvan besluiten de vier gemeenteraden naar verwachting dit najaar of zij verder willen werken aan een fusiegemeente of een andere bestuurlijke koers kiezen.
Burgemeester Maarten Poorter heeft een huis aan de Moerasandoorn in Oudkarspel af laten sluiten. De woning blijft gesloten en verzegeld voor een periode van zes maanden. Poorter heeft deze maatregel genomen ‘op grond van de Wet Damocles’.
De gemeente wil geen informatie delen over de omstandigheden die hebben geleid tot sluiting van de woning. De woordvoerder verwijst alleen naar de Wet Damocles, die burgemeesters de bevoegdheid geeft om panden in hun gemeenten te sluiten als er sprake was van drugshandel, drugsproductie en/of drugsopslag. Streekstad Centraal wordt doorverwezen naar de politie.
Het lijkt voor de hand te liggen dat de woningsluiting verband houdt met een incident op vrijdag 5 juni aan de Moerasandoorn. Toen werden hulpdiensten ingeschakeld vanwege een uit de hand gelopen conflict. Omdat iemand mogelijk een vuurwapen had, rukte de politie grootschalig uit, gekleed in kogelwerende vesten. Ter plekke bleek iemand gewond te zijn geraakt. Deze gewonde is ter plekke behandeld en daarna naar het ziekenhuis gebracht.
Verder was toen nog veel onduidelijk. De politie was nog urenlang bezig met onderzoek, waarbij een woning en een auto zijn doorzocht. De reden van het conflict was niet bekend, en ook niet of er aanhoudingen waren verricht en of er een vuurwapen in het spel was. Er werd niets gemeld over een drugsvondst.
De politie wil niet vertellen of de sluiting van een huis aan de Moerasandoorn te maken heeft met het conflict op 5 juni. De woordvoerder laat ook niets los over eventuele aanhoudingen die zijn verricht en of er een vuurwapen was. “Al deze informatie mogen wij niet delen in verband met de privacywetgeving, omdat deze herleidbaar is naar de woning.” (foto: Politie Dijk en Waard)
De kans dat het lukt acht ze niet zo groot. Toch gaat de Alkmaarse wethouder Odile Rasch een poging wagen: een verlenging van de ‘meeuwenontheffing’. Die ontheffing geeft de gemeente nét iets meer speelruimte om op te treden tegen de meeuwenoverlast die inwoners ervaren. Een oordeel kan nog wel even op zich laten wachten.
Meeuwenoverlast, het is al haast even Alkmaars als kaas. De stad ligt dichtbij de natuurlijke habitat van de meeuw en heeft deze zeevogels gewoon heel veel te bieden. Platte daken, een ideale plek voor nestjes, om te beginnen. Een voor meeuwen zeer prettig gebrek aan vossen die eitjes roven. En eten, eindeloze hoeveelheden eten, dat overal maar voor het grijpen ligt.
Geef die meeuwen dus maar eens ongelijk in hun keuze voor Alkmaar. Maar voor mensen is het toch een hoofdpijndossier: “Jaarlijks wordt in de maanden van april tot augustus eerst overlast ervaren door gekrijs bij zonsopgang. Daarna ontstaat aanvullende overlast door meeuwen die nesten bouwen, gaan broeden en fel hun kuikens verdedigen met aanvallen of schijnaanvallen”, schetst wethouder Rasch de situatie die veel Alkmaarders bekend in de oren klinkt. (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Odile Rasch wil het in ieder geval proberen, omdat de overlast zo groot is. (foto: Streekstad Centraal)
Ook elders in Nederland speelt het probleem. Streekstad Centraal sprak eerder dit jaar met een inwoner van Heerhugowaard die inmiddels tegen wil en dank een ‘halve meeuwenexpert’ is geworden. Ook hij weet: de overlast aanpakken is lastig. Want gemeenten mogen gewoon niet heel veel doen, meeuwen zijn beperkt.
“In 2020 heeft de gemeente Alkmaar een aanvraag ingediend bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord voor toestemming om toch in te mogen grijpen: de Meeuwenontheffing” blikt wethouder Rasch terug. “De Meeuwenontheffing is in maart 2022 verleend en eindigt op 31 augustus 2026.”
Niet dat die ontheffing nou zo zaligmakend was. “Met alle voorwaarden en voorschriften die zijn opgelegd door de Omgevingsdienst, zijn de mogelijkheden voor de gemeente om iets te doen aan overlast ook met ontheffing feitelijk zeer beperkt. In alle jaren zijn er in totaal zes nesten verplaatst.”
Wethouder Rasch waarschuwt dan ook voor te hoge verwachtingen van de ontheffing. (tekst gaat door onder de foto)
Wat ook helpt: zwervend afval tegengaan. Hier presenteert de wethouder een nieuwe afvalbak, de Bigbelly. (foto: Streekstad Centraal)
Het gaat in Alkmaar om drie soorten meeuwen die zich laten gelden: de zilvermeeuw, de stormmeeuw en de kleine mantelmeeuw. Beschermde soorten die ook de afgelopen jaren weer achteruit zijn gegaan, ziet de wethouder. Ze dan toch mogen bestrijden – kleine kans. Maar ze doet een poging.
“De maatschappelijke overlast rondom de meeuw maakt dat ik een nieuwe aanvraag ga indienen. Ondanks dat ik inschat dat de kans op het verkrijgen van een verlenging van de Meeuwenontheffing uiterst klein is.”
Dat is wél een proces van de lange adem, geeft de wethouder nog mee. Een antwoord is op z’n vroegst in oktober te verwachten. Dan is de meeuwenoverlast meestal weer overgewaaid, om in april weer terug te keren. Met dan dus mogelijk nóg minder mogelijkheden die tegen te gaan.
Het huishoudelijk afval goed scheiden en ook zó aanleveren. Inwoners van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo zijn daar uitzonderlijk goed in. In 2025 werd er in de BUCH-gemeenten per inwoner minder dan honderd kilo restafval weggegooid. “We horen echt bij de top van Noord-Holland.”
Dat zegt een meer dan tevreden Judith Schram, wethouder in Castricum. Schram heeft ‘afval’ in haar portefeuille en volgt de ontwikkelingen rondom afvalscheiding dan ook op de voet. Uit de cijfers blijkt dat er in de BUCH-gemeenten behoorlijke vooruitgang is geboekt: de helft minder restafval dan vijf jaar eerder.
Schram complimenteert de inwoners van Bergen, Uitgeest, Heiloo en haar eigen Castricum dan ook met dit resultaat: “Het is mooi om te zien dat onze inwoners in zo’n korte tijd het afvalscheiden hebben omarmd.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Schram (rechts) overhandigt een gouden mini-container (foto: gemeente Castricum)
De inzet van alle inwoners samen heeft concreet resultaat. De kosten voor afvalverwerking vallen hierdoor lager uit. Restafval wordt verbrand en dat is een duur proces – en het wordt steeds duurder ook, door maatregelen van het rijk.
“Minder restafval betekent daarom niet alleen winst voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van inwoners, omdat de afvalstoffenheffing zo minder hard stijgt”, verklaart de gemeentelijke organisatie.
Het succes betekent niet dat de BUCH-inwoners nu maar achterover kunnen gaan leunen. Het blijft van belang om aan goede scheiding aandacht te besteden. Vooral als het gaat om het PMD-afval (plastic, drankverpakkingen, blik) is er nog wel wat te winnen. De kwaliteit van deze afvalstroom moet beter. Om inwoners daarbij te helpen zetten de gemeente afvalcoaches is.
En om ook die coaches nog even extra onder de aandacht te brengen, én haar complimenten kracht bij te zetten, overhandigde wethouder Schram deze week een klein goeden afvalbakje. Een ludiek gebaar, maar met een serieuze ondertoon.
Peuken, ze zijn echt overal. Wie er wel eens op uit is gestuurd om zwerfafval op te ruimen kan daar van meepraten. De meegetorste vuilniszak vult zich dan al gauw met de talloze peuken die gevonden worden – en daar rúikt de zak dan ook naar. Toch blijft Stadswerk072 strijdbaar: Alkmaar moet peukvrij worden.
Vandaag – zaterdag 4 juli – is het weer ‘No Butts Day’ en dat is voor Stadswerk072 aanleiding om de strijd tegen de peuk nog eens extra onder de aandacht te brengen. In dit geval met speciale asbakblikjes.
“Rokers kunnen het asbakblikje gebruiken om onderweg peuken in op te bergen”, legt Stadswerk uit. “Het kleine metalen blikje met schroefdeksel past gemakkelijk in je broekzak en kun je legen, zodra je bij een asbak of prullenbak in de buurt bent.”
Dat vereist enige discipline, maar als het blikje goed wordt benut, dan werkt het wel, is de inschatting. Hoewel de praktijk wel uitwijst dat het ook in de nabijheid van een afvalbak of zelfs een grote asbak nog goed peuken rapen is. De zwaartekracht is blijkbaar sterker dan de verleiding van zo’n afvalbak. (tekst gaat door onder de foto)
De asbakbakjes bewezen al eerder hun succes. (foto: Stadswerk072)
Ook Stadswerk072 begrijpt wel dat een blikje alléén niet genoeg is, het gaat ook om bewustwording. “Ook niet-rokers kunnen een blikje ophalen. Zij ervaren het als een goed hulpmiddel om een gesprek te starten met iemand in hun omgeving die wel eens een peuk laat slingeren.”
Elkaar wijzen op het ‘laten slingeren’ van peuken, met een schoner Alkmaar als einddoel: zo ziet Stadswerk het graag. “Wanneer een opgerookte sigaret op de grond belandt in plaats van in een asbak of afvalbak, vormt die een bedreiging voor planten en dieren. De filters in standaard sigaretten zijn gemaakt van een plastic schuim dat niet vergaat, maar uiteenvalt en giftige chemicaliën en plastic deeltjes afgeeft als het in contact komt met grondwater.” Ofwel: beter van niet.
Een gedetailleerd overzicht van de uitgiftepunten van de gratis asbakblikjes is te vinden op de website van Stadswerk072.
Het is niet eens de énige mooie nominatie, wél de nieuwste: de Alkmaarse Laat, die recent volledig opnieuw werd ingericht, staat tussen de laatste elf kanshebbers voor de Arie Kepplerprijs. Voor de direct betrokkenen een kroon op al het werk dat hier verzet is.
“Ja, heel mooi, een hele eer”, reageert Robert te Beest. Nú wethouder, maar eerder ook al; sinds 2021 is hij bezig met de opknapbeurt van de Laat.
“Maar het is zeker niet alleen de gemeente geweest”, zegt hij er direct bij als Streekstad Centraal de wethouder spreekt over de nominatie. “Wij waren een belangrijke kartrekker, maar dat geldt ook voor de winkeliersvereniging Bolwerk. Iemand als Björn Mulder… Die heeft heel veel gedaan.”
Dat is geen valse bescheidenheid. Juist die geslaagde participatie, waarbij partijen niet alleen hun zegje deden maar ook echt keuzes durfden te maken, gaf bij de vernieuwing van de Laat de doorslag, is de overtuiging van wethouder Te Beest. (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Robert te Beest hield zich de afgelopen jaren veel bezig met de vernieuwing van de Laat. (foto: aangeleverd)
Björn Mulder van de ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk is desgevraagd eveneens heel blij met de nominatie. “Het is een fantastisch project en ik vind het heel leuk om te zien dat het breder gewaardeerd wordt. Het is toch iets heel bijzonders. Het is bijna niet meer voor te stellen hoe het voorheen was, het verschil is enorm. Er was veel lef voor nodig om de Laat zo ingrijpend te veranderen. Ik ben blij dat de gemeente het aangedurfd heeft.”
Lef is ook een woord dat de wethouder goed vindt passen bij de gekozen aanpak. Als bijzonderheid noemt de wethouder de keuze uit twee alternatieven die is voorgelegd aan inwoners van Alkmaar. Ook een vorm van participatie, waarbij er dus ook wat te kíézen viel. Die durf, dat ingrijpende: het spreekt hem aan. Branie en lef. Zo komt verandering tot leven.
“Er is zo waanzinnig goed meegedacht, dat ook rigoureuze keuzes mogelijk werden”, blikt de wethouder terug. Vóór de verandering was de Laat een drukke fietsstraat, met ook nog een buslijn. Het idee om er een voetgangersgebied van te maken leek in het begin nog te controversieel, niet haalbaar. Maar ondernemers gingen erachter staan.
“Dán kan er ineens van alles, als je de steun van de ondernemers maar hebt. We hebben vrij ingrijpende keuzes gemaakt en daar zie je nu het resultaat van.” Het uiteindelijke ontwerp kwam van Bureau B+B. (tekst gaat door onder de foto)
In 2023 werd de vernieuwde Laat feestelijk geopend. (foto: Streekstad Centraal)
Björn Mulder benoemt ook de effecten op de langere termijn. “Die zien wij als ondernemers heel goed. Mensen blijven langer, ze voelen zich op hun gemak in de straat, zitten op een stoeltje, kinderen spelen in de fontein. We zien het verschil ook in de data over bezoekers, en in de ketens die zich komen vestigen, waaronder een aantal luxere modezaken.” De metamorfose trekt ook landelijke interesse van andere gemeenten en stedenbouwkundigen, weten Mulder en Te Beest.
De ondernemer spreekt vol lof over de gemeente. “De participatie is ontzettend goed gegaan, ze hebben echt naar ons geluisterd. Als je zegt mensen vertelt wat je weghaalt, dat is dat voor hen vaak moeilijk te begrijpen. Maar als je uitlegt wat er voor terugkomt, dat je een betere veblijfsstraat creëert, dat het uiteindelijk beter wordt voor iedereen, dan snapt iedereen het beter.”
De Arie Kepplerprijs is een Noord-Hollandse prijs, er doen dus ook projecten uit de directe omgeving mee. Uiteraard gunt de wethouder het zijn collega’s in andere gemeenten dat ze ook in het lijstje staan, maar: Alkmaar moet winnen, als het aan hem ligt. “Ik roep dan ook iedereen op om te stemmen op de Laat!”
Daar sluit Mulder zich bij aan. “Ik hoop dat we de Arie Kepplerprijs ook echt winnen. Ik vind dat de gemeente Alkmaar en de architecten hem ook verdienen. Maar ja ik ben bevooroordeeld”, zegt Björn Mulder besluitend met een lach. (tekst gaat door onder de foto)
Björn Mulder bij de opening van de vernieuwde Laat, met naast hem wethouder Peetoom, die toen ook al de inzet van Mulder én zijn college Robert te Beest roemde. (foto: Streekstad Centraal)
Een andere nominatie werd in april dit jaar bekend. Meerdere projecten, waaronder de Laat, brachten Alkmaar onder de aandacht van de AIPH Green City Awards. Oók niet mis. “Ik wil ook echt graag even gezegd hebben dat Stadswerk072 hier geweldig werk doet. Ook voor de Laat waren zij zo belangrijk. We mogen trots zijn op deze mensen.”
De Laat is voor wethouder Te Beest in de eerste plaats bijzonder om de samenwerking met ondernemers, het is echt een economisch project geweest. Een manier om de winkelstraat te behouden en te verbeteren. Maar hij is blij dat er ook aandacht is voor de technische en architectonische aspecten.
“Weet je, wat je ziet boven de grond, is nog maar de helft. Onder de grond zit een heel rioolstelsel, om voorbereid te zijn op clusterbuien, want al het water loopt naar de Laat. Dat zit er ook in: klimaatadaptatie, vooruitdenken. En politiek doorzetten. Je ziet dat Alkmaar goed bezig is. Fantastisch mooi.”
Het is de burgemeester menens. We moeten écht voorbereid zijn op langdurige stroomuitval. Want dat zou kunnen gebeuren en als het zover is, hebben we geen gelegenheid om ons pas dan een keer voor te bereiden. “Ik kom niet aan de deuren om het te controleren, maar ik praat er wel over met mensen.”
Burgemeester Anja Schouten ziet het nog vaak genoeg om zich heen: iedereen is afhankelijk van stroom en vaak houden mensen er maar nauwelijks rekening mee dat die stroom wel eens weg zou kunnen vallen. Het eten uit de vriezer opmaken en dan niet eens een fornuis hebben dat werkt – je moet er toch eigenlijk niet aan denken.
Toch is dat precies wat de burgemeesters van de Alkmaarders vraagt: dat ze er wél aan denken. “Mensen die kamperen, of scouts, die zijn vaak nog het beste voorbereid, omdat ze al een gasbrandertje in huis hebben”, weet ze. (tekst gaat door onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten merkt dat het onderwerp steeds meer begint te leven. (foto: Streekstad Centraal)
Het is één van de zaken die ze heeft onthouden van de vele gesprekken die ze de afgelopen maanden over het onderwerp voerde. Stroomuitval is een serieus risico in een samenleving die zo van techniek afhankelijk is als de onze. Een noodgeval, een natuurramp, of een aanval van een vijandige mogendheid: het zijn allemaal mogelijke scenario’s.
“Kijk naar wat er in Spanje en Portugal is gebeurd, dat kan hier ook”, zegt ze. Daar viel de stroom in april vorig jaar urenlang uit, 18 uur in de meeste gevallen. Dat is minder dan de 72 uur waar ze Alkmaarders ‘weerbaar’ voor wil maken. Het was niettemin lang genoeg om er lessen uit te trekken én om vast te stellen dat het de slachtoffers niet meeviel.
“We zijn hier in Alkmaar nog lang niet op het punt waar ik zou willen dat we zijn”, erkent de burgemeester. “Maar we hebben wel een plan van aanpak gemaakt, mensen geïnformeerd. Daar gaan we mee door. Deze zomer krijgen alle inwoners een nieuwe meterkastkaart.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook een noodradiootje, eventueel met zaklamp, hoort bij de voorbereiding. (foto: aangeleverd)
Daar staan de laatste updates op. Maar het gaat niet alleen om nieuwe dingen, het gaat ook om het herhalen van de oude boodschap. Wees voorbereid, luidt die. Zorg voor flessen water, maak een eigen plan van aanpak. En praat erover met anderen.
“Als gemeente moeten we ook zorgen voor plekken waar mensen naartoe kunnen”, gaat de burgemeester verder. Er waren eerder al vier brandweerkazernes aangewezen waar mensen medische apparatuur op kunnen laden. “We gaan nu naar acht plekken waar we naartoe kunnen. Een verbetering, maar ik wil er liever nog meer. Vergelijk het met stembureaus.”
Plekken in de buurt waar mensen samen kunnen komen voor informatie, voor ondersteuning, voor noodstroom van een aggregaat: dáár werkt Alkmaar nu aan. “We zeggen tegen inwoners dat ze voorbereid moeten zijn, maar dat slaat ook op onszelf, als gemeentelijke organisatie.” En dat uiteraard in samenwerking met de Veiligheidsregio.
Veel organiseren dus, voor de burgemeester en haar mede-bestuurders. Maar ook, of misschien nog wel het meest: práten. “Laatst ging ik in gesprek met jongeren, in Bloemwijk was dat. Dan zie je toch dat zij het ook niet zeker weten: hee, is mijn moeder wel goed voorbereid? Daarom: praat erover met elkaar. Dat maakt ons samen weerbaar.”