In Alkmaar mocht voor de tweede keer geen vuurwerk worden afgestoken. Daar was tijdens de jaarwisseling nog niet zo heel veel van te merken. Niet onverwacht want de verkoop ervan zette een nieuw record. Toch leek de overlast in de weken ernaartoe op een aantal plekken minder.
Om toch een ‘gezamenlijk iets’ te hebben had de gemeente meerdere geluid, licht, laser èn vuurwerkshows georganiseerd. Op het Ringersplein werd er nog een schepje bovenop gedaan en waren er optredens en een interactieve quiz.
Bovendien werd het laatste uur live in beeld gebracht door Streekstad Centraal. Het Ringersplein was op de belangrijke momenten goed gevuld en er hing een positieve sfeer. Ook de reacties op het initiatief van de gemeente en de shows waren overwegend positief.
De Nieuwjaarsduiken aan de kust zijn afgelast. Voor Egmond aan Zee is dat voor het tweede jaar op rij. Volgens medeorganisator Tom Valkering maken de hevige weersomstandigheden het onmogelijk om de veiligheid van deelnemers en toeschouwers te waarborgen.
Het besluit is genomen na overleg met de hulpdiensten. Valkering benadrukt dat het risico te groot is om het evenement door te laten gaan. Vanwege de harde wind en de ruwe zee wordt mensen dringend geadviseerd niet op eigen initiatief het water in te gaan. Er zijn vandaag geen reddingsdiensten aanwezig op het strand.
Ook de Nieuwjaarsduik in Bergen aan Zee gaat niet door. Volgens organisator Michel Heusy twijfelde de gemeente Bergen eerst nog omdat de omstandigheden in Bergen aan Zee anders en kleinschaliger zijn. (tekst loopt door onder deze video van een jaar geleden)
Er is contact geweest met de plaatselijke Reddingsbrigade, die aangaf de veiligheid tot kniehoogte te kunnen garanderen. Bovendien is het aantal deelnemers beperkt tot maximaal honderd. Daarmee blijft het evenement overzichtelijk, aldus de organisatie. maar de gemeente heeft de duik toch geschrapt. Er wordt nagedacht over een alternatieve ‘duik’ met emmers water.
De afgelasting van de Egmondse duik betekent niet dat alle activiteiten van de baan zijn. De geplande nieuwjaarsborrels in de lokale horeca gaan wel door. In onder meer Beachclub Chill, Paviljoen Bad Egmond en Bar ’t Swintje start het programma vanaf 14.15 uur met muziek.
Bezoekers zijn in Egmond welkom om het nieuwe jaar alsnog samen in te luiden met een hapje en een drankje. Deelnemers die vooraf een ticket voor de Nieuwjaarsduik hebben gekocht, krijgen het bedrag in de loop van de eerste week van januari teruggestort.
Ook de Nieuwjaarsduik in Castricum is vanwege het onstuimige weer afgelast. De Castricumse Reddingsbrigade laat dit op Facebook weten in een duidelijke boodschap. ‘Het is te gevaarlijk om het water in te gaan: ga niet het water in!’
De oliebollenkraam van Barry Groot is dit jaar als derde geëindigd in een provinciale oliebollentest. Daarmee blijft de kraam net als eerdere jaren in de top, al was de koppositie dit keer net buiten bereik. “Ik was liever weer eerste geworden,” zegt Groot eerlijk.
De oliebollen van Groot kregen dit jaar een 8,6 van een anonieme jury en werden vooral geprezen om hun smaak. “Wat ik gelezen heb is dat ze vooral werden gewaardeerd om de smaak. Ze vonden de oliebollen helemaal fantastisch,” vertelt hij. “En daar hebben ze ook volkomen gelijk in.” (tekst gaat verder onder de foto)
Vorig jaar wist de oliebollenbakker nog de eerste plaats te behalen. Dat maakt de derde plek dit jaar een klein verschil, al overheerst vooral de trots. “We winnen heel vaak prijzen. Nu waren we derde en dat was toch wel een beetje jammer eigenlijk,” aldus Groot.
Volgens de oliebollenbakker zit het succes niet in één geheim ingrediënt. “Je moet je best doen, daar begint het mee. En je moet het ook leuk vinden om topbollen te maken,” zegt hij. Wat zijn oliebollen zo bijzonder maakt? “Krokant, smaak, vulling, goed gebakken – ik denk het hele pakket.” (tekst gaat verder onder de foto)
Op oudejaarsdag is het traditiegetrouw druk bij de kraam, die dit jaar bij de Intratuin in Heerhugowaard staat. Al vroeg in de ochtend stonden de eerste klanten in de rij. “Om half zes stonden de eerste mensen hier al. Het is nu negen uur en de rij wordt alleen maar langer,” vertelt Groot. “Het is supergaaf.”
Ondanks de lange dagen en nachten blijft hij zoeken naar verbetering. “Je bent elke dag wel aan het denken: hoe kan het nog beter?” zegt hij. Voor volgend jaar heeft hij al plannen. “Dan hebben we meer ruimte en kunnen we het product hopelijk nog beter maken.”
Een jaar lang kampten tuinders in de Lankies met wateroverlast. Eind 2023 begon een extreem natte periode die ervoor zorgde dat de moestuinen bij Egmond aan Zee tot wel een meter diep onder water kwamen te staan. Onlangs doneerde gebiedsbeheerder PWN een grote lading zand, waarmee de Lankies nu worden opgehoogd. “We kunnen weer even vooruit.”
Halverwege de negentiende eeuw besloten hongerige Derpers, inwoners van Egmond aan Zee, aardappels te gaan verbouwen in de noordelijke duinvallei. Ze haalden zand weg voor een vruchtbare bodem, niet ver van het grondwater. Door de jaren heen kwamen er tuintjes, werd de teelt diverser en ontstond een ontmoetingsplek.
Maar in de winter van 2023/2024 viel niks meer te verbouwen, liepen tuinhuisjes en andere spullen schade op, en werd Egmond aan Zee ook sociaal flink geraakt. “De landjes hier stonden allemaal onder water. Er waren landjes met tien centimeter water, maar sommigen stonden een meter diep”, vertelt Peter Stam van Duinlandjesvereniging De Noord. “Er zijn hier 340 duinlandjes en dus ook zo’n duizend mensen betrokken. Het is cultureel erfgoed en de sfeer is hier uniek.” (tekst gaat verder onder de foto)
In de winter van 2023 / 2024 was het door de wateroverlast een trieste bedoening bij de Duinlandjes, liet Peter Stam toen zien. (foto: NH Nieuws)
Natuurbeheerder PWN zette een pomp in om het water naar zee te krijgen, maar dat had maar beperkt effect. Een meer duurzame oplossing kwam er in de vorm van zand uit de Nollenvallei in Egmond aan den Hoef.
“We konden na het extreem natte jaar van 2023 en 2024 mooi twee doelen combineren“, legt projectleider Koen Mathot uit. “We hebben de natuur geholpen door exoten in de Nollenvallei weg te halen en poelen weer gezond te maken. Met de flinke hoeveelheid zand die vrijkwam, hebben we meteen vijfentwintig huurplaatsen van de huisjes opgehoogd.” Er was genoeg zand om ook de Lankies op te hogen. (tekst gaat verder onder de foto)
In de Nollenvallei zijn de grote kuilen verdiept, en zijn vakantiewoningen opgehoogd. (foto: PWN)
En dat wordt nu gedaan. “Dit huisje hier is een perfect voorbeeld van hoe de recreatiewoningen zijn opgetakeld”, legt Stam uit. “Ik denk minstens een halve meter. Het staat nu op stenen en het zand dat daar ligt wordt er omheen verspreid. Dan kunnen de mensen weer jaren voort.”
PWN benadrukt dat wateroverlast voor de landjes en de huisjes niet gegarandeerd tot het verleden behoort. “We zien dat door klimaatverandering lange perioden van heel veel regen en ook extreme droogte steeds vaker voorkomen. Tegenhouden doen we dat niet, meebewegen met klimaatverandering is hard nodig.”
Dat ze ook in de toekomst met hogere waterstanden te maken zullen hebben, weet Peter Stam ook. “Maar we kunnen weer even vooruit en deze cultuur mag gewoon niet verloren gaan.”
Het bot dat eerder dit jaar werd gevonden op het strand van Egmond aan Zee is van een mens en komt uit de periode na 1920. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarmee is duidelijk dat het niet gaat om een archeologische vondst. Maar misschien komt er wel nooit duidelijkheid van van wie het bot is.
De vondst werd in maart gedaan door strandvonder Marco Snijders van de gemeente Bergen. Het bot lag deels in het water, vlak bij de kust. Volgens Snijders was al snel duidelijk dat het om een menselijk bot ging. “Wie een beetje heeft opgelet bij biologie, ziet al snel dat het om een dijbeen gaat”, vertelt Snijders tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Strondvonder Marco Snijders herkende de vondst in Egmond meteen als menselijk bot. (foto: Streekstad Centraal)
De politie bracht het bot na de vondst naar het NFI voor verder onderzoek. Daar bevestigden onderzoekers dat het inderdaad om een menselijk dijbeen gaat en dat het bot afkomstig is uit de afgelopen eeuw. In theorie kan het bot daardoor te koppelen zijn aan een persoon.
Dat gebeurde eerder dit jaar ook bij een andere vondst in de regio. In april werden op het strand van Hargen botresten gevonden. Die bleken te horen bij een Belgische man die zeven jaar eerder als vermist was opgegeven. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij Schoorl werd eerder dit jaar ook een menselijk bot gevonden, dat van een Belgische man bleek die al zeven jaar was vermist.
Of zo’n identificatie ook mogelijk is bij het bot uit Egmond aan Zee, hangt af van DNA-onderzoek. “De vraag is of er DNA van bloedverwanten beschikbaar is om de identiteit vast te kunnen stellen. Dat is altijd afwachten”, vertelt een woordvoerder van de politie. Wanneer de uitslag van dat onderzoek bekend is, is nog niet duidelijk.
De vondst roept bij sommige mensen herinneringen op. Zo denkt Irene Maas-van den Broek (79) uit Badhoevedorp terug aan een tragedie uit haar familiegeschiedenis. Haar zwager Christiaan van Schaik kwam in 1954 om het leven bij de vliegramp met het toestel Willem Bontekoe, dat voor de kust van Egmond neerstortte. Alle 21 inzittenden kwamen daarbij om.
Na de ramp werden slechts twee lichamen teruggevonden. Irene weet dat de kans klein is dat het gevonden bot iets met die ramp te maken heeft. “Toch werd ik getriggerd toen ik over de vondst las”, zei ze eerder tegen NH.
De politie roept op botresten op het strand altijd te melden bij de autoriteiten. (foto: Streekstad Centraal)
“De meeste lichamen zijn verloren gegaan in zee. Al jaren vraag ik me af waarom daar nooit meer van is aangespoeld.” Nu vaststaat dat het bot menselijk is en uit de periode na 1920 komt, hoopt ze dat het DNA-onderzoek misschien toch meer duidelijkheid geeft. “Niet per se voor mij, want de broers van Chris zijn al overleden, maar voor eventuele familieleden van de toen omgekomen mensen.”
Volgens de politie leidt niet elke vondst tot een identificatie. Daarbij is de hulp van familieleden cruciaal. Zij moeten DNA afstaan om een vergelijking mogelijk te maken. “DNA is uniek en daarom cruciaal bij de identificatie van onbekende slachtoffers.”
De nieuwjaarsduik is de afgelopen zestig jaar tot een landelijke traditie uitgegroeid, met ieder jaar tienduizenden dappere badderaars. Dit jaar wordt een recordaantal van 70.000 deelnemers verwacht, waarvan 2.000 in Egmond aan Zee. NH-verslaggever Lisan van ’t Hof waagde zich aan een proefplons. “Dit is eens, maar nooit weer.”
De nieuwjaarsduik lijkt een typisch Hollandse traditie, maar de eer gaat naar Canada. Daar werd in 1920 de ‘Polar Bear Plunge’ in het leven geroepen en het duurde vier decennia voordat het fenomeen overwaaide naar Zandvoort. De eerste Nederlandse editie kende een bescheiden aantal van rond de dertig nieuwjaarsduikers, de meest recente rond de 50.000.
Het ludieke evenement wint nog steeds aan populariteit, merkt Tom Valkering, organisator van de Egmondse nieuwjaarsduik. Hij kreeg zo’n 2.000 aanmeldingen. “We hebben niet alleen mensen uit Noord-Holland; de helft van de deelnemers komt uit Duitsland”, zegt hij tegen Lisan van NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Deze week komen we ook met een artikel in een Amerikaanse krant, we gaan internationaal.” (tekst gaat verder onder de foto)
Tom hoopt dat het op 1 januari mooi weer is. Een jaar geleden moest de nieuwjaarsduik worden afgelast vanwege de gure omstandigheden. (foto: NH Nieuws)
Terwijl Tom lekker warm ingepakt aan de waterkant staat, bereidt Lisan zich voor op een proefplons. “Ik denk dat de zee een graad of vijf is, dus dat is best wel koud”. Bovendien is het fris en bewolkt. Maar Lisan zet dapper door. Terwijl ze zich uitkleedt tot aan haar bikini zegt ze: “Het is zó koud! Ohhh… Waarom doe ik dit ook alweer!?”
Tijdens de nieuwjaarsduik is er altijd een gezamenlijke warming-up, dus doen Tom en Lisan er trouw ook eentje. Een korte dan, voordat ze de moed verliest. Daarna rent ze het water in, schat een golfje verkeerd in en gaat prompt kopje onder. Haar publiek van drie applaudisseert. Eenmaal terug en gewikkeld in een warme handdoek zegt Lisan. “Het was echt heel koud… Maar wel lekker!” Maar niet lekker genoeg om het nog een keer te doen. “Ik ben erg trots op mezelf, maar dit is eens, maar nooit weer.”
“Vorige keer ging de duik niet door omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd vanwege het slechte weer”. Tom hoopt dus op goed weer, in ieder geval een stuk beter dan tijdens op 1 januari 2025. “De weersverwachting is nu erg wisselend. Van een strakblauwe lucht met weinig oostenwind – dat zou perfect zijn – tot de verwachting dat het heel erg gaat waaien. We moeten het dus afwachten, maar zoals het er nu naar uitziet, gaat het goed komen.”
Ieder jaar transformeren René en zijn vrouw hun tuin in een feestelijk kersttafereel. We schreven hier vlak voor kerst nog over. Hebben zaterdagnacht twee jongens een paar lichtgevende zuurstokken gestolen en verlichting vernield. De schade valt volgens René mee, maar hij heeft wel aangifte gedaan. En hun dochter heeft camerabeelden op sociale media geplaatst, in de hoop dat de daders worden herkend.
Zodra Sinterklaas op weg terug is naar Spanje maken René Gieling en zijn vrouw zich klaar voor de kerstperiode. Door de jaren heen is hun collectie kerstversieringen langzaam aan uitgebreid, tot groot plezier van veel mensen die langs hun huis aan de Van Veenweg in Heerhugowaard komen.
In de nacht van zaterdag op zondag, om 01:35 uur om precies te zijn, fietst een drietal jongens langs het huis van de Gielings. Eentje van hen stopt, waarna een tweede ook nog in het bereik van de beveiligingscamera stopt. De eerste jongeman loopt naar de zuurstokken die vlak bij het tuinhek in de grond staan geprikt. Dit zijn grote zuurstokken met verlichting erin. Hij trekt twee zuurstokken uit de grond en terwijl hij ermee naar zijn fiets loopt, rukt hij het stroomsnoer deels mee. Daarna fietsen hij en zijn maten door. (tekst gaat verder onder de facebookvideo)
“Ze hebben ook een deel van het lichtsnoer van het tuinhek los getrokken, dat snoer doet het nu niet meer”, vertelt René Gieling. Hij zegt dat dit gedaan is door de voorste jongeman die al uit beeld was gefietst. Het drietal fietste vanuit de richting van De Draai richting de Middenweg. Bij de Pater Jan Smitschool is die nacht een hek vernield, vertelt René, vermoedelijk door dezelfde jongens.
“We moeten het niet groter maken dan het is, de schade valt mee”, zegt René. “Maar het is natuurlijk wel vervelend, het is nergens voor nodig. De jeugd van tegenwoordig, hè. Als de drank is in de man, is de wijsheid in de fles.” De schade mag dan meevallen, het blijft diefstal en vernieling. Hij heeft aangifte gedaan bij de politie. “En we hebben de beelden gewoon lekker online gezet. Dat mag misschien niet, maar iemands spullen slopen mag ook niet”, zegt hij met een kleine lach. (tekst gaat verder onder de foto)
René Gielings staat trots in zijn tuin vol met kerstdecoraties. (foto: NH Nieuws)
De gepubliceerde beelden zijn zwart-wit, dus is niet goed te zien wat de kleuren zijn van de kleding van de daders. “De jongen die de zuurstokken uit de tuin trok heeft vrij lichte, beige-achtige kleding, en hij fietste op een herenfiets”, licht René toe. “De jongen die stond te kijken, droeg een zwarte jas en een donkere broek. HIj was op een mountainbike.”
Het is overigens niet de eerste keer dat kerstversieringen van René en zijn vrouw zijn vernield. “In de beginjaren was onze tuin nog vrij open, toen is eens wat verlichting stuk getrokken. En in het verleden is ook eens een betonnen beeld uit de kerststal meegenomen en even verderop op de Van Veenweg stuk gegooid, maar zoiets als dit hebben we nog niet eerder meegemaakt. Het is gewoon zonde, het is jammer. En je hebt ook niet echt iets aan die zuurstokken, de verlichting is nu kapot.” (tekst gaat verder onder de foto)
De voortuin van het echtpaar Gieling, hier nog met vier lichtgevende zuurstokken op de voorgrond. (foto: NH Nieuws)
We kunnen waarschijnlijk wel vervanging verwachten voor volgend jaar, maar nóg meer kerstdecoraties, dat vinden René en zijn vrouw niet nodig. “Ha nee, ik vind de tuin nu wel vol genoeg. Ze noemen ons in de buurt soms al ‘de landingsbaan van de Van Veenweg’. We kregen laatst een leuk kaartje in de bus waarin stond: ‘Wij noemen jullie huis ons kersthuis’. Maar het is genoeg zo, het moet geen poppenkast worden.”
Wie elektrisch rijdt in de regio merkt al snel dat opladen niet overal even duur is. De prijs die je betaalt aan een openbare laadpaal kan sterk verschillen per gemeente, per wijk en soms zelfs per straat. Uit recent onderzoek van Independer naar laadtarieven in 2025 blijkt dat die verschillen ook in de regio groot zijn.
In Heiloo lopen de kosten voor een laadbeurt flink uiteen. Daar kost een kilowattuur stroom bij de goedkoopste laadpaal zo’n 33 cent, terwijl dit bij de duurste oploopt tot 68 cent. Dat verschil kan bij een volle accu neerkomen op bijna negen euro extra per laadbeurt. Gemiddeld betalen elektrische rijders in Heiloo ongeveer 51 cent per kilowattuur. Naar schatting ruim 1.800 huishoudens de mogelijkheid om hun auto thuis op te laden, wat doorgaans een stuk voordeliger is. (tekst gaat verder onder de foto)
De prijzen van het laden bij een laadpaal in de regio kan soms sterk verschillen.
Ook in Alkmaar zijn de prijsverschillen groot, misschien zelfs nog groter dan in Heiloo. Daar variëren de tarieven van ongeveer 29 cent tot maar liefst 1,25 euro per kilowattuur. De gemiddelde prijs ligt rond de 48 cent per kilowattuur, maar wie niet oplet waar hij laadt, kan dus flink duur uit zijn. Vooral bij laadpalen op drukke locaties of in parkeergarages kunnen de kosten snel oplopen.
Voor andere gemeenten in de regio, zoals Dijk en Waard, Bergen, Castricum en Uitgeest, geldt dat de prijzen doorgaans in dezelfde bandbreedte vallen als in Alkmaar en Heiloo. Ook daar spelen factoren als de exploitant van de laadpaal, de laadsnelheid en de locatie een grote rol in het uiteindelijke tarief. Snelladers zijn vrijwel altijd duurder dan reguliere straatlaadpalen, en niet elke laadpas geeft toegang tot hetzelfde tarief.
Wie door de binnenstad van Alkmaar loopt, vermoedt waarschijnlijk niet dat onder het straatwerk resten van eeuwen geschiedenis verscholen liggen. Toch kwamen bij recente werkzaamheden onverwachte sporen uit het verleden aan het licht. Tijdens het herinrichten van de Heul stuitte een aannemer op opvallend grote bakstenen, afkomstig uit de veertiende eeuw. “Ergens klopte er iets niet.”
Stadsarcheologen Nancy de Jong en Niels Tuinman werden direct ingeschakeld toen de eerste stenen zichtbaar werden. Dat middeleeuws bouwmateriaal in Alkmaar wordt aangetroffen, is niet uitzonderlijk. Maar de plek en de manier waarop de stenen lagen, riepen vragen op. “Wat we als bouwsels zagen, leek niet te kloppen met die oude stenen”, vertelt Nancy aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
De Heul ligt in het oudste deel van Alkmaar, een gebied waar in het verleden vaker zware middeleeuwse funderingen zijn blootgelegd zonder dat duidelijk werd waarvoor ze dienden. Ging het om een rest van de stadsmuur? Of om bebouwing uit de vroege stadsgeschiedenis?
“Ze hadden in de Heul een stenen muurtje gevonden toen ze een nieuwe kolk aan het aanleggen waren”, vertelt Nancy. “Mijn collega Niels en ik zijn gelijk gaan kijken en vonden steeds meer stenen. En dan ga je nadenken: wat kan het zijn?” Tussen de stenen tekenden zich structuren af die deden denken aan een kademuur. Dat was geen onlogische gedachte: “Alkmaar had vroeger veel grachtjes in de binnenstad. Daar wilde men van af. Rond 1870 is de Laat, met in het verlengde de Heul, gedempt.” (tekst gaat verder onder de foto)
De grote bakstenen die zichtbaar werden tijdens werkzaamheden zetten de archeologen even op een dwaalspoor. (foto: Erfgoed Alkmaar)
Toch bleef iets wringen. Naast de vermoedelijke kade kwamen ook andere muurtjes en een soort overbrugging tevoorschijn. “Wat we aantroffen, konden we niet gelijk plaatsen. En wat doen die middeleeuwse stenen er? Ergens klopte er iets niet.”
De situatie werd extra ingewikkeld doordat de Heul door de eeuwen heen volledig van karakter veranderde. Om duidelijkheid te krijgen, doken de archeologen het archief in. “We hebben daarom bij het Regionaal Archief de originele ontwerptekening van het dempen van de Heul opgevraagd. En die bleken gelukkig heel precies.”
Die archiefstukken brachten de oplossing. De aannemer bleek op een negentiende-eeuws riool te zijn gestuit, aangelegd in het oude grachtentracé. De andere muur was de oorspronkelijke kademuur. “Er staat expliciet in dat alle materialen zoveel mogelijk hergebruikt moesten worden bij het dempen van de gracht. Zo krijg je dus veertiende-eeuwse bakstenen in een riool uit de negentiende eeuw.” (tekst gaat verder onder de foto)
In het bestek over de demping van de Laat en de Heul in Alkmaar in 1870 staat dat de materialen hergebruikt moeten worden. (foto: Regionaal Archief Alkmaar)
Volgens Nancy kan dat hergebruik archeologen een andere kant op sturen dan de bedoeling is. “We gaan nu prat op circulair, maar vroeger was dat de norm. Dat hergebruik kan ons op het verkeerde been zetten.” Daarom is intuïtie soms net zo belangrijk als analyse. “Je moet als archeoloog ook op je onderbuik afgaan wanneer je iets vindt waarvan je denkt: wat gek?”
Hoewel de vondst wetenschappelijk gezien geen doorbraak is, maakte die wel indruk. “Voor mij is dit echt een verrassingsvondst. Toch wel een negen op een schaal van tien. Ik had geen idee dat riolen toen gemaakt werden van middeleeuwse materialen. Maar het hergebruik van bouwmaterialen is eigenlijk ook de nachtmerrie van toekomstige archeologen.”
De herinrichting van de Heul gaat in het nieuwe jaar verder. Daarbij hopen archeologen opnieuw sporen uit het verleden tegen te komen. “We komen dan dichter bij het klooster dat hier ook gestaan heeft.”
De Heilooër politiek gaat na de gemeenteraadsverkiezingen van maart gegarandeerd een nieuwe fase in. Wethouders Rob Opdam (VVD) en Antoine Tromp (D66) stellen zich na die verkiezingen niet meer beschikbaar voor een nieuwe termijn.
Daarmee komt er – los van de verkiezingsuitslag en coalitievorming – hoe dan ook een einde aan een periode waarin Heiloo kon leunen op twee bestuurders met veel bestuurlijke kilometers.
Opdam heeft in Heiloo onder meer financiën, mobiliteit en beheer openbare ruimte in portefeuille; Tromp is verantwoordelijk voor het brede sociale domein, plus onder andere sport, cultuur en groen. (tekst gaat verder onder de foto)
De VVD’er Rob Opdam is al 25 jaar onlosmakelijk verbonden met de lokale politiek in Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Rob Opdam is al 25 jaar prominent aanwezig in de lokale politiek van Heiloo. Hij was meerdere keren lijsttrekker voor de VVD en was wethouder tijdens het grootste deel van die kwart eeuw. Daarmee is hij de langst zittende bestuurder in het gemeentehuis van Heiloo.
De laatste jaren is Opdam wethouder en 2e locoburgemeester met de portefeuilles Mobiliteit, Financiën, Beheer openbare ruimte, Economische zaken en Cultuurhistorie en erfgoed. Ook vertegenwoordigt hij Heiloo in verschillende verbonden partijen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, Omgevingsdienst en Cocensus.
Dat profiel – geld, bereikbaarheid en openbare ruimte – is in Heiloo niet “zomaar” een pakket. Zeker de komende jaren staan gemeenten financieel onder druk door oplopende kosten en onzekerheid over Rijksbijdragen, terwijl tegelijkertijd investeringen in beheer en voorzieningen blijven doorlopen. Opdam trad daarbij vaker naar voren als de bestuurder die de financiële kaders bewaakt. (tekst gaat verder onder de foto)
Opdam zette zich een kwart eeuw in voor een aansluiting van Heiloo-Zuid op de A9, maar nog steeds staat niet vast dat die er komt. (fotocompositie: Gemeente Heiloo/ NH Media)
Opdam is geboren en getogen in Heiloo en profileerde zich als iemand die – in eigen woorden – de “goede kenmerken” van het dorp wil bewaren, zoals groen, ruim opgezette wijken en relatief lage lasten.
Zijn gedrevenheid om zaken voortvarend aan te pakken leek soms nog wel eens ten koste te gaan van de nodige zorgvuldigheid. Belangrijke plannen delfden het onderspit bij de Raad van State. Zo vernietigde die na bezwaren vanuit de lokale samenleving enkele omvangrijke bestemmingsplannen: de aansluiting van Heiloo-Zuid op de A9, de aanleg van de woonwijk Zandzoom, de reconstructie van de Vennewatersweg en een uitwerkingsplan voor de wijk Zuiderloo.
Waar Opdam sterk met Heiloo zelf is verweven, komt Antoine Tromp uit een route die juist de regionale samenwerking en bestuurlijke ervaring binnen de BUCH-gemeenten benadrukt. Tromp begon als raadslid in Uitgeest, werd daar in 2014 wethouder, werd vervolgens in 2018 gevraagd om over te stappen naar Bergen en verkaste vier jaar later naar Heiloo. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Antoine Tromp kon dit jaar de nieuwe binnenzaal openen van sporthal Het Vennewater. (foto: Streekstad Centraal)
Toen D66 Heiloo Tromp in 2022 presenteerde als kandidaat-wethouder, werd hij ook expliciet neergezet als een ervaren bestuurder met “ruim acht jaar bestuurlijke ervaring binnen de BUCH”.
In Heiloo draagt Tromp een zeer brede portefeuille: Wmo, Jeugdzorg, Participatiewet, Werk & Inkomen, Volksgezondheid, Welzijn & inclusie, en daarnaast ook Onderwijs, Sport en bewegen, Cultuur, Groen, Dierenwelzijn en het buitengebied. Bij zijn aantreden werd die taakverdeling ook zo omschreven: Tromp kreeg de “maatschappelijke, sociale en groene omgeving” onder zijn hoede.
Nadat Ronald Vennik (links) was geïnstalleerd als partijloze wethouder, werd hij gefeliciteerd door VVD-fractievoorzitter René van Splunteren, die in maart opnieuw de VVD-lijst aanvoert. (foto: Streekstad Centraal)
De derde wethouder van Heiloo is sinds deze maand partijloos: Ronald Vennik werd in 2022 wethouder voor Heiloo-2000, maar hij trad begin deze maand af nadat Heiloo-2000 en hij van mening bleken te verschillen over de bestuurlijke toekomst van de gemeente. Vrijwel de gehele gemeenteraad haalde hem echter terug: 8 december werd hij als partijloze wethouder opnieuw geïnstalleerd om de termijn af te maken tot de raadsverkiezingen in Heiloo. Wat hij na deze bestuursperiode gaat doen, weet hij nog niet: “Wel weer aan het werk in ieder geval”, laat hij aan Streekstad Centraal weten.
Na 18 maart begint de gebruikelijke formatie: partijen onderhandelen op basis van de verkiezingsuitslag over een coalitie en verdelen de wethoudersposten. Als Heiloo-2000, VVD en D66 opnieuw deel zouden nemen aan het college, is het nu al duidelijk dat zij alledrie met nieuwe namen moeten komen.